21 501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie

Nr. 537 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 27 maart 2015

Mede namens de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu bied ik u het verslag van de Transportraad 13 maart 2015 aan. De volgende Transportraad zal plaatsvinden op 11 juni in Luxemburg.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus

Verslag Transportraad 13 maart 2015

Op 13 maart vond de eerste Transportraad onder Lets voorzitterschap plaats. Namens het Nederlandse kabinet waren zowel de Minister als de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu aanwezig. Eurocommissaris Bulc (Transport) was namens de Europese Commissie aanwezig.

Vierde Spoorpakket

Het Letse voorzitterschap streeft naar een algemene oriëntatie op de marktpijler van het Vierde Spoorpakket in de Transportraad in juni. In dit kader vond deze Transportraad een debat plaats.

Het debat richtte zich hoofdzakelijk op drie punten:

  • 1) Waarborging van de onafhankelijkheid van de infrastructuurbeheerder

  • 2) Ex-ante controle van de toezichthouder

  • 3) Non-discriminerende toegang tot rollend spoorwegmaterieel bij openstelling van de markt

Een groot aantal lidstaten benadrukten nogmaals het belang van een snelle afronding van de onderhandelingen tussen het Europees parlement en de Raad over de drie regelgevende voorstellen in de technische pijler van het Vierde Spoorpakket (Interoperabiliteitsrichtlijn, Veiligheidsrichtlijn en taken van het Europees Spoor Agentschap). Er was zowel van de Europese Commissie als van de leden van de Raad grote waardering en veel dank voor de inzet van het voorzitterschap in de onderhandelingen over de technische pijler met het Europees parlement met het oog op het streven de onderhandelingen af te ronden in dit eerste halfjaar van 2015.

Daarnaast vroeg de Europese Commissie steun van de lidstaten voor de voortgang van de onderhandelingen over de voorstellen van de marktpijler van het Vierde Spoorpakket. De Europese Commissie ziet goede kansen dat in de Transportraad van juni een algemene oriëntatie bereikt kan worden op de marktpijler.

De meeste lidstaten vinden voor de marktpijler onafhankelijkheid van de spoorwegbeheerder belangrijk, zodat non-discriminatie gewaarborgd is, los van hoe dit precies georganiseerd is. Daarin verschillen de lidstaten in hun aanpak. Beheerders moeten bevoegd zijn voor essentiële functies, maar de exacte invulling moet liggen bij de lidstaten. Onafhankelijke uitvoering van de essentiële functies van de infrastructuurbeheerder moet worden verzekerd. De meeste lidstaten bleken daarbij terughoudend over een uitbreiding van de rol en taken van de toezichthouder.

De kleinere lidstaten met een klein spoorwegnet, zoals Luxemburg, Litouwen, Estland en Ierland, zijn van mening dat «one size fits all» niet een ideale oplossing is bij marktopening. Zij pleitten ervoor om rekening te houden met nationale verschillen en mogelijkheden voor differentiatie. Het direct gunnen van contracten moet mogelijk blijven in uitzonderingsgevallen. Wederom heeft Nederland aangegeven dat er niet één enkel instrument geschikt is om de beoogde verbetering van kwaliteit en efficiency te realiseren. Nederland kiest, vanwege de kenmerken van het Nederlandse spoornet, voor onderhandse gunning met zware prestatie-eisen voor een belangrijk deel van het spoornet. De Europese Commissie erkende de dilemma’s van kleine landen met een klein spoorwegnetwerk, maar gaf ook aan dat het lastig is om te bepalen waar de grens getrokken moet worden. Uitzonderingen moeten objectief bepaalbaar zijn.

Met betrekking tot de toezichtrol waren de Lidstaten het eens dat proportioneel toezicht op een juiste uitvoering van de regels nodig is. Op de vraag van de Letse voorzitter of de toezichthouder of een andere instantie het ex-ante onderzoek zou moeten uitvoeren, waren de antwoorden minder eenduidig. Een aantal lidstaten vindt dat het voor de hand ligt dat dat de toezichthouder zou moeten zijn. Nederland vindt dat een aspect dat op een later moment kan worden bepaald, temeer omdat nog verder moet worden uitgediept welke eisen gaan gelden voor geïntegreerde en niet-geïntegreerde ondernemingen.

De meeste lidstaten onderkenden ook het belang van non-discriminatoire toegang tot rollend materieel. Dit mag echter niet leiden tot extra kosten voor nationale overheden. De Europese Commissie vroeg de lidstaten om een open houding en flexibiliteit. Alleen als de lidstaten er samen uitkomen kan Europa sterk staan in de wereld.

Bijdrage van investeringen in transportinfrastructuur aan concurrentievermogen, groei en banen (TEN-T)

Onder dit agendapunt vond een debat plaats over de bijdrage van transport aan concurrentievermogen, groei en banen in de EU. De Europese Commissie wil met het Europese Fonds voor Strategische Investeringen (EFSI) via gunstige leningen, garantstellingen en andere financiële instrumenten, in het bijzonder private partijen stimuleren om investeringen te doen in onder meer transportinfrastructuur.

Lidstaten geven aan dat investeringen in de transportinfrastructuur een belangrijke impuls kunnen geven aan groei en banen in de EU. Meerdere lidstaten benadrukten hierbij het belang van innovaties. De Europese Commissie onderstreepte het belangrijkste doel van de vervoerssector namelijk het op veilige en efficiënte wijze vervoeren van personen en goederen van A naar B. Dit moet centraal staan. De meeste lidstaten verwelkomden het Europees Fonds voor Strategische Investeringen (EFSI). Dit Fonds biedt kansen om private financieringen aan te trekken en zo bij te dragen aan de concurrentiekracht in het creëren van groei en banen. Verschillende lidstaten waaronder Nederland benadrukten het belang van een gelijk speelveld voor onder meer de luchtvaart en de scheepvaart. De Europese transportinfrastructuur moet concurrerend blijven op het wereldtoneel om groei en banen te behouden en te bewerkstelligen.

Diversen punten

Asia Europe Meeting

Het voorzitterschap informeerde de raad over de derde Asia Europe Meeting (ASEM) in Riga op 29 en 30 april. Deze bijeenkomst zal zich richten op transport over land van Europa naar Azië. De Europese Commissie deed een oproep aan de lidstaten om allen aanwezig te zijn.

Drones

De Letse voorzitter gaf een terugkoppeling over de high level conferentie over op afstand bestuurde luchtvaartuigen (RPAS, drones) in Riga op 5–6 maart 2015. Vertegenwoordigers van overheid en bedrijfsleven (drone-industrie, drone-operators en verzekeringsmaatschappijen) uit 31 landen, waaronder Nederland, namen deel. Wereldwijd gezien neemt Europa nu het voortouw bij het scheppen van voorwaarden voor de ontwikkeling van een markt voor drones, zoals proportionele regelgeving, zodat ondernemingen weten wat de speelruimte voor drones is en de veiligheid en privacy van burgers is geborgd. Ook moet worden vastgelegd dat de drone-operator eindverantwoordelijk is voor het gebruik van de drone. Verder is publieke acceptatie essentieel voor de groei van de dronemarkt. In een gezamenlijke Verklaring van Riga hebben de deelnemers vastgelegd samen te werken om dit realiseren. De drone-technologie biedt veel kansen. In Europa kunnen 150.000 banen worden gecreëerd met deze nieuwe technologie.

Burgerluchtvaart boven conflictgebieden

De Europese Commissie lichtte de ontwikkelingen na MH17 toe. De ICAO taskforce heeft een aantal aanbevelingen gedaan om de veiligheid van burgers en luchtvaartmaatschappijen beter te beschermen. De meeste van deze aanbevelingen zullen pas over 1 of 2 jaar geïmplementeerd kunnen worden. Het is daarom urgent dat de Europese Unie nu ook extra maatregelen neemt. De Europese Commissie wil een structuur opzetten waar alle lidstaten bij betrokken zijn. Een eerste stap is informatie-uitwisseling en een gedeelde methodiek voor risico analyses.

Nederland gaf aan het opzetten van een database te steunen en drong er bij de andere lidstaten op aan om zo snel mogelijk de benodigde informatie aan te leveren, zodat deze database operationeel wordt. Nederland vindt het belangrijk dat voor het maken van gedegen risicoanalyses de juiste expertise beschikbaar is. Daarbij moet de gebruikte informatie voor de risicoanalyses volledig, juist en traceerbaar zijn.

Energie Unie

Commissaris Bulc gaf een toelichting over met name de transportgerelateerde aspecten in de Mededeling over de Energie Unie, die op 25 februari is gepubliceerd. Doel van de Energie Unie is een betaalbare energievoorziening, vermindering van de energieafhankelijkheid binnen de EU en een toekomstbestendig klimaatbeleid. De Europese Commissie benadert de Energie Unie vanuit vijf dimensies die onderling verbonden zijn: verbeteren energievoorzieningszekerheid, voltooiing van de interne energiemarkt, vermindering van energievraag, CO2-vrij maken EU-energiemix, en onderzoek en innovatie binnen de energiesector. In dit verband riep de Eurocommissaris de lidstaten op ambitie te tonen bij de opzet en implementatie van de nationale plannen, die de lidstaten verplicht zijn op te stellen op grond van de richtlijn over de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen

Luchtvaart akkoord EU- Golfstaten

Frankrijk en Duitsland gaven een toelichting op een gezamenlijke brief waarin beide lidstaten de Europese Commissie oproepen de Raad om een onderhandelingsmandaat te vragen voor onderhandelingen over een luchtvaartverdrag met de Golfstaten. Een dergelijk luchtvaartverdrag kan een sterk instrument zijn om vermeende oneerlijke concurrentie aan te pakken en een gelijk speelveld te creëren. Nederland steunde dan ook, samen met meerdere lidstaten, het voorstel van Frankrijk en Duitsland. Nederland gaf hierbij aan oneerlijke concurrentie als een Europees probleem te zien en te hechten aan een gezamenlijke oplossing. Daarbij vindt Nederland het van groot belang om in deze problematiek nauw op te trekken met de Verenigde Staten.

Nederland heeft de Europese Commissie gevraagd om het initiatief te nemen om een standpunt te formuleren op het onlangs verschenen rapport van drie Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen met mogelijk bewijsmateriaal voor ongeoorloofde staatssteun aan diverse Golfluchtvaartmaatschappijen.

Nederland vindt het ten slotte belangrijk om ook naar kansen te kijken. Zo is het cruciaal dat Europese luchtvaartmaatschappijen zich aanpassen aan marktontwikkelingen en groeipotentieel weten te benutten.

Naar boven