Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201521501-33 nr. 511

21 501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie

Nr. 511 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 3 november 2014

Mede namens de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu informeer ik u over de uitkomsten van de Transportraad van 8 oktober jongstleden in Luxemburg.

In de Raad is een uitgebreide discussie gevoerd over de marktpijler van het Vierde Spoorpakket. De meningen over zowel het governancevraagstuk als de marktopening leken nog sterk uiteen te lopen. Tijdens de Raad is een algemene oriëntatie bereikt over de Havenverordening. Ik ben tevreden met het bereikte resultaat omdat daarmee de belangrijkste doelen van Nederland worden gerealiseerd; het juridisch raamwerk, financiële transparantie, behoud van ons arrangement voor de loodsdienstverlening en een wettelijke verankering door middel van een verordening. Een meerderheid van de Raad is echter ook akkoord gegaan met een voorstel van het voorzitterschap om kleinere havens uitzonderingen te bieden. Ten aanzien van deze uitzondering hebben Nederland, Finland, Denemarken en Estland een kritische schriftelijke verklaring afgelegd, in de verwachting dat het Europees parlement die in de verdere onderhandelingen zal laten meewegen. In de Raad heeft Nederland aandacht gevraagd voor het ongeluk met de MH17. De Raad toonde medeleven met de slachtoffers en zegde steun toe aan de Taskforce van de internationale burgerluchtvaartorganisatie ICAO.

De volgende Transportraad zal plaatsvinden op 3 december te Brussel.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus

Verslag Transportraad 8 oktober 2014

Onder Italiaans voorzitterschap (Minister Lupi) vond op 8 oktober 2014 in Luxemburg de Transportraad plaats. Namens het Nederlands kabinet was de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu aanwezig. Voor Siim Kallas, de vicevoorzitter van de Commissie en commissaris voor Transport, was dit waarschijnlijk de laatste Raad. Naar verwachting zal de nieuwe commissaris voor Transport present zijn tijdens de Raad van 3 december.

En marge van de Transportraad ondertekenden 11 landen de samenwerkingsovereenkomsten voor de Raden van Bestuur van vier Europese spoorgoederencorridors. U bent over de ondertekening uitgebreid geïnformeerd in de brief aan uw Kamer van 13 oktober jongstleden (Kamerstuk 21 501-33, nr. 508).

Luchtvaart

Tijdens de Raad vond een beleidsdebat plaats over de toekomstige regelgeving over op afstand bestuurde luchtvaartuigen – Drones (Remotely Piloted Aircraft Systems- RPAS). De Commissie benadrukte het belang van de ontwikkeling van deze industrie voor de Europese economie. Alle lidstaten beaamden dat. Met de Commissie werd het belang uitgesproken voor duidelijke regelgeving omtrent privacy, dataprotectie, productnormen, beveiliging en veiligheidsvoorschriften. Daarnaast werd gewezen op de noodzaak van voldoende radiospectrum voor drones. Nederland pleitte ervoor om organisaties voor privacybescherming vroegtijdig bij het beleidsproces te betrekken.

Het voorzitterschap presenteerde voorts een voortgangsrapportage over Single European Sky (SES II). Het voorzitterschap streeft naar een politiek akkoord in de Transportraad van 3 december.

Het punt over het vervolg van het neerstorten van de MH17 in Oekraïne was op verzoek van Nederland op de agenda gekomen. Nadat de Staatssecretaris had stilgestaan bij de slachtoffers en hun nabestaanden deed zij verslag van de eerste bevindingen van het onderzoek van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Tevens vroeg ze aandacht en steun voor de speciale taskforce die in ICAO is opgericht en die moet onderzoeken hoe de veiligheid van de burgerluchtvaart kan worden verbeterd door duidelijke afspraken over informatie uitwisseling en adequate risicobeoordeling bij het vliegen over conflictgebieden. Namens de Raad sprak het Italiaans voorzitterschap zijn deelneming uit voor alle slachtoffers en werd volledige steun toegekend aan de taskforce van ICAO. De Commissie kondigde aan met voorstellen te komen om ook in EU-verband tot afspraken te komen.

Landtransport

Tijdens de Raad vond een beleidsdebat plaats over de marktpijler van het Vierde Spoorpakket. Het voorzitterschap is voornemens in de Transportraad van december de voortgang van de onderhandelingen met het parlement over de technische pijler te agenderen. Bovendien zal wederom de marktpijler worden geagendeerd.

In deze Raad waren de belangrijkste gesprekspunten over de marktpijler:

  • Veel landen, waaronder Nederland, benadrukten het belang om de triloog met het EP over drie technische voorstellen prioriteit te geven, zodat nog voor het einde van 2014 overeenstemming met het EP kan worden bereikt. Een paar lidstaten steunden de aanpak van het voorzitterschap om de marktpijler en de technische pijler gelijktijdig te agenderen.

  • De meeste grote Europese landen, behoudens Frankrijk, steunen openstelling van de binnenlandse markt voor personenvervoer. Wel tekenden deze lidstaten daarbij aan dat rekening moet worden gehouden met specifieke omstandigheden van lidstaten en dat spoorvervoer een publieke dienst is. Wat betreft de voorgestelde verplichte openbare aanbesteding pleitten veel landen voor het behoud op enigerlei wijze van de mogelijkheid voor onderhandse gunning van vervoerscontracten. Marktwerking en verplichte aanbesteding is geen garantie voor kwaliteit, punctualiteit en innovatie betoogden zij. Meerdere landen, waaronder Nederland, pleitten voor langere overgangstermijnen dan de Commissie heeft voorgesteld voor zowel verplichte aanbesteding als marktopening.

  • De voorgestelde eisen aan de onafhankelijkheid van de infrastructuurbeheerder liggen bij meerdere landen gevoelig. Veel landen vinden de inrichting van de structuur van de nationale spoorsector een zaak waar lidstaten zelf over moeten kunnen blijven beslissen. Een aantal landen dat infrastructuurbeheer en spoorvervoer al heeft gescheiden, waaronder Nederland, wees op het belang van het behoud van eerlijke concurrentievoorwaarden in Europa

In de Raad werd unaniem een besluit genomen over de CBE-richtlijn (Cross Border Exchange) ter facilitering van de grensoverschrijdende uitwisseling van informatie over verkeersveiligheidgerelateerde verkeersovertredingen.

Polen stelde de consequenties aan de orde van de sancties van Rusland voor de transportsector en verzocht de Commissie om maatregelen te bestuderen om het leed in de transportsector te verzachten. Meerdere Oost-Europese landen beaamden de zorg van Polen. Niet alleen de uitvoer naar Rusland, maar ook transitverkeer wordt geraakt. De Commissie deelde de zorg maar gaf ook aan in de komende tijd, ook voor andere sectoren, geen verbeteringen te verwachten. De Commissie zal de ontwikkelingen bestuderen.

Zeevaart

Belangrijk agendapunt was de Havenverordening ter bevordering van de financiële transparantie tussen overheid en havenbeheerders/diensten. Op aandringen van de meeste grote Europese landen werd voor kleinere havens op het TEN-T netwerk een uitzondering geboden van een deel van de transparantiebepalingen. Motief was om disproportionele administratieve lasten te vermijden voor kleinere havens. Dit werd gesteund door een grote meerderheid. De Italiaanse voorzitter benadrukte dat aan de Franse voorstellen de specifieke voorwaarde was toegevoegd dat publieke financiering in alle gevallen duidelijk traceerbaar moet zijn in de boekhouding. Finland en Nederland betreurden deze afzwakking en wezen op het risico van misbruik. Zij zullen dat, samen met Estland en Denemarken, vastleggen in een schriftelijke verklaring, mede in de verwachting dat het Europees parlement dit mee zal wegen in het verdere besluitvormingsproces.

Het in de geannoteerde agenda (Kamerstuk 21 501-33, nr. 500) aangekondigde agendapunt over de Ratificatie van het IMO STCW-F Verdrag kwam te vervallen aangezien het voorzitterschap in de raadswerkgroep alle tijd nodig had voor de onderhandelingen over de havenverordening.

Overige Agendapunten

De Commissie deed verslag van het programma Galileo, het Europese satellietnavigatiesysteem dat zich nu in de implementatiefase bevindt. Op 22 augustus 2014 zijn twee satellieten gelanceerd. Door het slecht functioneren van de laatste trap van de Soyouz-raket zijn de satellieten niet in de juiste baan terechtgekomen. Op dit moment loopt een onafhankelijk onderzoek naar de oorzaak en wat er alsnog met deze twee satellieten kan worden gedaan. Deze mislukte lancering kan worden gedekt binnen de bestaande EU-begroting en deze tegenslag heeft geen gevolgen voor de einddatum van de implementatiefase.

Zoals ook tijdens de Informele Transportraad op 16 en 17 september jl. in Milaan benadrukte het Italiaans voorzitterschap de urgentie en actualiteit van investeringen in het Trans-Europese vervoernetwerk (TEN T) om daarmee groei en banen te stimuleren. De Commissie onderstreepte nog eens de grote inzet die is geleverd om een goede juridische, institutionele en financiële basis te scheppen voor de uitvoering van het TEN T-regime 2014–2020. Commissaris Kallas riep de lidstaten op om samen met de nieuwe Commissaris voor Transport te pleiten voor investeringen in infrastructuur in het kader van het Jobs, Growth and Investment Package, zoals voorgesteld door beoogd Commissievoorzitter Juncker. De voorzitter kondigde aan voornemens te zijn de volgende Transportraad in december Raadconclusies vast te stellen over EU2020 / TEN T.

De voorzitter stelde de verkiezingen voor de ICAO Council in 2016 aan de orde. Op dit moment zijn er acht EU-lidstaten vertegenwoordigd in de ICAO Council. De EU kan zich volgens het voorzitterschap niet veroorloven om in ICAO terrein prijs te geven door een zetel in de Raad te moeten inleveren. Dit dreigt te gebeuren indien de selectieprocedure voor de Europese kandidaten wordt aangepast en een voorkeur wordt uitgesproken voor een niet-EU lidstaat. Een aantal landen steunden het pleidooi van de voorzitter om deze kwestie in de Raad te bespreken en gezamenlijk op te trekken. Daarentegen werd ook de stelling betrokken dat deze discussie niet thuishoort in de Raad, maar in de ECAC. Daar kunnen tenminste alle ECAC leden worden gehoord.