21 501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie

Nr. 509 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 oktober 2014

Bijgaand doe ik u, mede namens de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, het verslag toekomen van de informele energieraad die op 6 oktober jl. plaatsvond in Milaan (Italië).

De informele energieraad sprak over energievoorzieningszekerheid, interne energiemarkt en klimaat- en energiepakket 2030. Nederland werd tijdens de informele energieraad vertegenwoordigd door mij en tijdens de gezamenlijke informele energie- en milieuraad door Staatssecretaris Mansveld en mij gezamenlijk.

De eerstvolgende (formele) energieraad vindt plaats op 9 december in Brussel.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp

BIJLAGE: VERSLAG INFORMELE ENERGIERAAD 6 OKTOBER 2014

Energievoorzieningszekerheid

De informele energieraad sprak over voorzieningszekerheidsmaatregelen op de middellange en lange termijn. Het Italiaanse voorzitterschap zal hierover rapport uitbrengen aan Herman van Rompuy, de voorzitter van de Europese Raad.

Commissaris Oettinger ging naast de middellange en lange termijn maatregelen, ook in op de korte termijn maatregelen naar aanleiding van de actuele situatie in de Oekraïne. Hij riep alle lidstaten op om in hun contacten met Rusland en de Oekraïne aan te dringen op het bereiken van een akkoord over de gascontracten. De Commissaris gaf aan dat in het worst-case scenario deze winter Finland en de Baltische Staten direct worden geraakt en een aantal andere Centraal- en Oost-Europese lidstaten indirect. Volgens de Commissaris komt het dan aan op het managen van de tekorten en de samenwerking tussen de (aangrenzende) lidstaten daarbij. Implementatie van de interne energiemarkt wetgeving is belangrijk, omdat het moeilijk is om gas in lidstaten te krijgen waar de markt niet voldoende functioneert. Voor de middellange en lange termijn noemde Commissaris Oettinger de diversificatie van bronnen en routes (inclusief LNG) en inzet op energie-efficiëntie en hernieuwbare energie als belangrijkste prioriteiten. Ten slotte gaf Commissaris Oettinger aan dat Commissaris Almunia met een rapport zal komen over hoe Gazprom opereert in de verschillende EU lidstaten. Gazprom moet zich aan de interne EU wetgeving houden.

Het merendeel van de lidstaten onderschreef de middellange en lange termijn maatregelen die de Commissie en het voorzitterschap voor ogen staan en die zullen worden gerapporteerd aan de voorzitter van de Europese Raad. Hoewel tijdens het plenaire debat met name nog veel landenspecifieke wensen werden uitgesproken, werd ook het belang van een goed werkende interne energiemarkt en een link tussen voorzieningszekerheid en het klimaat- en energiepakket 2030 door een aantal lidstaten opgebracht. Meerdere lidstaten gaven aan dat regionale samenwerking en coördinatie belangrijk is om voorzieningszekerheid te kunnen waarborgen. Daarnaast werd door verschillende lidstaten aandacht gevraagd voor de diversificatie van gasleveringen en voor diversificatie in den brede, inclusief hernieuwbare energie en energie-efficientie. Een enkele lidstaat vroeg aandacht voor de bijdrage die kernenergie kan leveren, een enkele andere lidstaat voor de bijdrage van CCS. Spanje en Portugal pleitten voor een EU interconnectiedoel van 15% als onderdeel van het klimaat- en energiepakket 2030. Zonder bindend interconnectiedoel willen deze lidstaten geen nieuw doel voor hernieuwbare energie. België pleitte zelfs voor een interconnectiedoel per lidstaat. Polen wilde aanscherping van de gasverordening en een Europese Raad over een Energie Unie. Ten slotte vroeg het VK aandacht voor de situatie van de olieraffinaderijen en verzocht om agendering op een volgende energieraad.

Nederland gaf aan van mening te zijn dat een integrale aanpak van een goed functionerende interne energiemarkt, een goede Europese infrastructuur met voldoende mogelijkheden om van buiten (via havens, pijpleidingen en met LNG) energie te importeren en een ambitieus klimaat- en energiebeleid de beste verzekering vormen tegen aanvoerverstoringen. Nederland gaf tevens aan dat een aantrekkelijk investeringsklimaat en een duidelijk wetgevend kader belangrijke prikkels vormen voor investeringen in Europese markten en in energie-infrastructuur. Volledige implementatie van EU energiewetgeving en een integrale benadering van energievoorzieningszekerheidsbeleid en klimaat- en energiebeleid zijn daarbij essentieel. In dat kader gaf Nederland aan geen voorstander te zijn van een EU interconnectiedoel, omdat deze kan leiden tot investeringen in onrendabele projecten om het doel te halen. Het infrastructuurpakket en de projecten van gemeenschappelijk belang vormen voor Nederland de basis.

Het Italiaanse voorzitterschap concludeerde dat de diversificatie van bronnen en routes en het afronden van de lijst van projecten van gemeenschappelijk belang daarbij en het vormgeven van een tweede lijst van projecten van gemeenschappelijk belang (waaronder reverse flows) en het aanhouden van voldoende gasvoorraden de belangrijkste middellange en lange termijn maatregelen zijn. Het voorzitterschap concludeerde dat meerdere lidstaten het belang van hernieuwbare energie en energie-efficiëntie bij het verbeteren van de energievoorzieningszekerheid onderstreepten, maar dat voor een interconnectiedoel onvoldoende steun bestond. Ten slotte, concludeerde het voorzitterschap dat meerdere lidstaten ervoor pleitten om alle energiemix opties open te houden. Voor sommige lidstaten gaat het dan om kernenergie, voor andere lidstaten om CCS.

Interne energiemarkt

De informele energieraad sprak over de interne energiemarkt. De Europese Raad heeft gesteld dat de interne energiemarkt uiterlijk in 2014 volledig functioneel, verbonden en geïntegreerd moet zijn. De Europese Commissie komt binnenkort met een mededeling over de stand van zaken met betrekking tot de voltooiing van de interne energiemarkt.

Commissaris Oettinger benadrukte het belang van een volledig functionele interne energiemarkt bij het aantrekken van investeringen. De promotie van hernieuwbare energie moet daarbij volgens de Commissaris zowel op regionaal als op EU niveau plaatsvinden. Het bestaan van 28 verschillende subsidiesystemen voor hernieuwbare energie brengt schade toe aan de interne energiemarkt. Hetzelfde geldt volgens Commissaris Oettinger voor capaciteitsmarkten die tot doel hebben de voorzieningszekerheid te waarborgen. Om tot een volledig functioneel, verbonden en geïntegreerde interne energiemarkt te komen is interconnectie ook heel belangrijk. De Commissaris gaf aan voorstander te zijn van een EU interconnectiedoel van 15%. Ten slotte gaf Commissaris Oettinger aan dat de interne energiemarkt niet ophoudt aan de grens, maar dat de Energie Gemeenschap in dit kader ook belangrijk is.

Een aantal lidstaten vestigden de aandacht op het belang van regionale samenwerking, zoals bijvoorbeeld door middel van het Pentalaterale Forum, bij de volledige integratie van hernieuwbare energie in de markt en bij het waarborgen van de voorzieningszekerheid. Meerdere lidstaten noemde het belang van investeringen in grensoverschrijdende energie-infrastructuur als belangrijk onderdeel van de vervolmaking van de interne energiemarkt. De bij het vorige agendapunt genoemde discussie over een interconnectiedoel herhaalde zich.

Nederland gaf aan uit te kijken naar de Commissiemededeling. Deze mededeling moet uitwijzen waar de lidstaten harder aan moeten werken. Nederland gaf aan dat een goedwerkende interne energiemarkt belangrijk is voor het creëren van een goed investeringsklimaat en het aantrekken van investeringen in belangrijke energie-infrastructuur. Implementatie van de interne energiemarkt wetgeving is essentieel en lidstaten moeten daarom hun achterstanden in de implementatie weg werken. Daarnaast gaf Nederland aan dat werk moet worden gemaakt van de afronding van het Europese netcodeproces. Ten slotte gaf Nederland aan dat zowel een regionale als EU brede benaderingen van het energievoorzieningszekerheidsvraagstuk nodig is en dat nationale maatregelen zoals de introductie van capaciteitsmechanismen zorgen baren.

Het Italiaanse voorzitterschap concludeerde dat fysieke interconnectie, marktkoppeling, bijvoorbeeld door afronding van het Europese netcodesproces, en de harmonisatie van stimuleringsregimes voor hernieuwbare energie een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de vervolmaking van de interne energiemarkt. Volgens het voorzitterschap moet het ambitieniveau daarbij omhoog, maar moet rigiditeit door middel van een interconnectiedoel worden voorkomen. Een interconnectiedoel pakt in verschillende lidstaten verschillend uit. Daarnaast sprak het Italiaanse voorzitterschap de hoop uit de Commissiemededeling over de interne energiemarkt en de bijbehorende raadsconclusies, die het voorzitterschap beoogt aan te nemen, te kunnen agenderen op de energieraad van 9 december.

Klimaat- en energiepakket 2030

De gezamenlijke informele energie- en milieuraad sprak over het klimaat- en energiepakket 2030 ter voorbereiding op de Europese Raad van 23 en 24 oktober. Op de Europese Raad van oktober moet een besluit worden genomen over het klimaat- en energiepakket voor 2030 in het bijzonder over de hoogte van het CO2-reductiedoel.

Het Raadssecretariaat gaf, namens de Commissie, een terugkoppeling van de overleggen die de Commissie en het kabinet van de Europese Voorzitter, Herman van Rompuy, hebben gevoerd met alle lidstaten. Het Raadssecretariaat verwacht dat de meeste lidstaten in kunnen stemmen met de voorgestelde EU doelen voor CO2-reductie, hernieuwbare energie en energiebesparing mits het governance systeem niet alsnog nationale doelen introduceert en niet interfereert met de competentie van lidstaten om te beschikken over hun nationale energiemix. Ook de overdracht van een deel van de te veilen emissierechten onder het emissiehandelssysteem (ETS) aan armere landen lijkt op brede steun te kunnen rekenen. De invulling van de individuele reductieopgave in de non-ETS sectoren en bijbehorende lasten blijft een belangrijk discussiepunt. De meeste lidstaten zijn daarbij voorstander van een verdeling op basis van BNP/capita.

Met Nederland zijn de meeste Noordwest-Europese lidstaten voor snelle besluitvorming en een CO2-reductiedoel van 40%. De Centraal- en Oost-Europese lidstaten zien geen noodzaak tot snelle besluitvorming en willen financieel gecompenseerd worden voor de kosten van hun reductieopgave. Deze landen zijn ook geen voorstander van aanvullende EU doelen voor hernieuwbare energie en energiebesparing Het voorstel van de Commissie voor een 30% doel voor energiebesparing wordt door een aantal lidstaten gesteund, maar er zijn ook een aantal lidstaten die zich met Nederland zorgen maken over de financiële gevolgen en de effectiviteit van het ETS. Het ETS wordt gezien als centrale pilaar van het EU energie- en klimaatbeleid, en er is bij Noordwest-Europese lidstaten veel steun voor versterking hiervan. Veel lidstaten stellen vragen over de effectiviteit van de overdracht van middelen die via het huidige ETS wordt gedaan aan armere lidstaten en pleiten voor meer transparantie over hoe dit geld wordt ingezet. Voor wat betreft de verdeling van inspanningen in de non-ETS sectoren pleiten de meeste kleinere Noordwest-Europese lidstaten met Nederland voor een grote rol voor kosteneffectiviteit, terwijl de grotere Noordwest-Europese en de Centraal- en Oost-Europese lidstaten over het algemeen de huidige systematiek op basis van BNP/capita willen continueren. Ten slotte pleitte een tweetal lidstaten wederom voor een EU interconnectiedoel van 15%.

Nederland benadrukte het belang van een akkoord over een EU CO2-reductiedoel van ten minste 40% voor de verdere mondiale onderhandelingen. Als andere landen mondiaal ook bereid zijn ambitieuze stappen te zetten moet de EU bereid zijn zich aan een hoger doel te committeren. Voor wat betreft de verdeling van de inspanningen onder het non-ETS pleitte Nederland voor een kosteneffectieve verdeling. Het gebruik van flexibiliteitsmechanismen kan de inzet op kosteneffectiviteit verder versterken. Daarnaast gaf Nederland aan dat een versterking van het ETS essentieel is, onder andere door te zorgen dat de allocatie van gratis rechten aan internationaal concurrerende bedrijven gebaseerd is op recente productiecijfers en realistische benchmarks. Nederland gaf aan positief te staan tegenover aanvullende EU doelen voor hernieuwbare energie van 27% en energiebesparing van 25%. Ten slotte pleitte Nederland voor voortzetting van het EU brandstoffenbeleid.

Commissaris Hedegaard concludeerde positief te zijn over het bereiken van een akkoord eind deze maand, maar gaf daarbij aan dat het alleen om een akkoord op hoofdlijnen kan gaan en niet om een akkoord over de details. De Commissaris gaf aan dat de details later in het wetgevende proces zullen worden vastgelegd. Verder verzekerde Commissaris Hedegaard de lidstaten dat de Commissie niet zal inzetten op bindende nationale doelen voor energiebesparing. Ten slotte benadrukte de Commissaris het belang van een goed investeringsklimaat voor het bereiken van de klimaat- en energiedoelstellingen en gaf ze aan oog te hebben voor de positie van onze internationaal concurrerende bedrijven

Naar boven