Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201421501-33 nr. 457

21 501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie

Nr. 457 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 januari 2014

Hierbij doe ik u, mede namens de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, het verslag toekomen van de Transportraad van 5 december 2013.

Belangrijkste resultaat van deze Raad was de algemene oriëntatie over schone energie voor het vervoer. De voortgang bij het Europees Spooragentschap en de rechten van luchtvaartpassagiers is zodanig dat het inkomende Griekse voorzitterschap verwacht de behandeling in de Raad van deze onderwerpen te kunnen afronden. Verder zal Griekenland vooral maritieme dossiers verder willen brengen, waaronder het Havenpakket. Tenslotte hebben naast Nederland ook veel andere Lidstaten zorgen uitgesproken over het nieuwe Commissievoorstel voor ETS luchtvaart en over het risico dat grote publiek-private infrastructuurprojecten onder staatssteunregels kunnen vallen.

De volgende Transportraad zal plaatsvinden op 14 maart te Brussel.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus

Verslag van de EU Transportraad d.d. 5 december 2013 in Brussel

Schone energie voor het vervoer

De Raad heeft een voorlopig standpunt geformuleerd over het voorstel voor een richtlijn voor schone energie voor het vervoer, in afwachting van het standpunt van het Europees Parlement (algemene oriëntatie). De richtlijn voorziet in de totstandkoming van een netwerk voor alle alternatieve brandstoffen voor transport (elektriciteit, CNG, LNG, biobrandstoffen en waterstof), gemeenschappelijke technische specificaties van de oplaad- en tankpunten en goede informatieverschaffing aan consumenten over het gebruik van deze brandstoffen.

In de tekst van de algemene oriëntatie is een aantal van de voor Nederland belangrijke punten goed opgenomen. Zo kunnen lidstaten zelf beslissen over aantallen publieke en private laadpalen van elektrisch vervoer en over maximale afstanden tussen tankpunten. Bovendien is vastgelegd dat elektrische voertuigen die al op de markt zijn voordat de laadpunten volgens de nieuwe Europese normen worden gerealiseerd gedurende hun levensduur van publieke laadpunten gebruik kunnen blijven maken. Tenslotte is erkend dat voor maritiem transport de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) een belangrijke rol speelt bij de ontwikkeling van Europese normen. Een meerderheid van de lidstaten bleek voorstander van een deadline van 2030 in plaats van 2020, waarbij overigens bekend is dat het Europees Parlement ook zeer hecht aan 2020.

Europees Spooragentschap (European Rail Agency, ERA)

De Raad nam kennis van de voortgang in de behandeling van de ERA-verordening, die logisch volgt op de aanpassingen van de interoperabiliteits- en veiligheidsrichtlijn. Er is afgesproken dat de nog openstaande punten met voortvarendheid zullen worden aangepakt.

Rechten van luchtvaartpassagiers

De Raad nam kennis van de voortgang in de behandeling van de verordening over de rechten van luchtvaartpassagiers. Diverse lidstaten benadrukten de noodzaak van begrijpelijkheid van het voorstel. De Commissie merkte op dat de posities binnen de Raad enerzijds en het Europees Parlement anderzijds aanmerkelijk uiteenlopen.

ETS luchtvaart

De Commissie presenteerde het nieuwe voorstel ETS luchtvaart. De meeste lidstaten gaven aan dat de Europese aanpak geen belemmering mag vormen voor de totstandkoming van een mondiaal marktmechanisme (MBM). Veel lidstaten spraken net als Nederland een voorkeur uit voor het voorlopig beperken van EU-ETS luchtvaart tot vluchten die vertrekken van of aankomen op een luchthaven in de Europese Economische Ruimte. De Commissie toonde begrip voor dit standpunt.

Veiligheid van passagiersschepen

De Commissie riep de lidstaten op om mee te werken aan een gezamenlijke submissie over verdere aanscherping van de stabiliteitseisen voor nieuwe passagiersschepen in de IMO. De lidstaten met de grootste productie van passagiersschepen gaven aan de tijd hiervoor nog niet rijp te achten en pleitten voor nader onderzoek.

Staatssteun grote projecten infrastructuur

Denemarken waarschuwde voor nadelige gevolgen voor de realisatie van het trans-Europese vervoersnetwerk indien de Commissie de exploitatie van infrastructuur als een economische activiteit beschouwt zodat de regels voor staatssteun hierop van toepassing zijn. Deze interpretatie is een risico voor de verwezenlijking en exploitatie van infrastructuur in publiekprivate samenwerking. Een meerderheid van de lidstaten, waaronder Nederland, toonde begrip voor de zorgen van Denemarken.

Satellietnavigatie

De Commissie kondigde aan dat Galileo vermoedelijk in 2015 volledig operationeel zal zijn, ondanks vertragingen bij de lancering van nieuwe satellieten. Het huidige systeem functioneert boven verwachting.

Blauwe Gordel

De Commissie gaf aan dat in de afgelopen maanden binnen de Commissie een aantal belangrijke stappen is genomen in het Blauwe Gordel (Blue Belt) initiatief om de administratieve lasten in het intra-EU zeevervoer te verminderen. Vereenvoudiging van de douaneprocedures is van groot belang om het vervoer over zee aantrekkelijker en efficiënter te maken. Diverse lidstaten, waaronder Nederland, spraken steun uit voor dit initiatief.

Grieks Voorzitterschap

De Transportraad zal plaatsvinden op 14 maart (Brussel) en 5/6 juni (Luxemburg). De informele Raad bestaat uit twee delen. Op 7 mei zal er in Athene worden gesproken over de Europese maritieme strategie 2009–2018 en de dag erna over verkeersveiligheid.

De maritieme agenda is een prioriteit voor de Grieken, met als onderwerpen het havenpakket, het geïntegreerde maritiem beleid (Integrated Maritime Policy, IMP), scheepsuitrusting, het Europese Maritieme Veiligheidsagentschap (European Maritime Safety Agency, EMSA), de Blauwe Gordel en de ontwikkeling van maritieme snelwegen (Motorways of the Sea).

Verder zal het in het komend half jaar vooral gaan over spoor en luchtvaart. De spooragenda bestaat uit twee delen: Shift2Rail en het vierde spoorpakket. Inzet is om de technische pijler van het spoorpakket spoedig af te ronden zodat met andere onderdelen van het vierde spoorpakket mogelijk in het voorjaar kan worden gestart. Verder zijn voorzien een raadsakkoord over passagiersrechten luchtvaart en een akkoord met het Europees Parlement over het onderdeel geluid uit het luchthavenpakket. Tenslotte wil het Griekse voorzitterschap voortgang boeken met de dossiers eCall, «maten en gewichten» (wegvervoer) en schone energie voor het vervoer.