Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201321501-33 nr. 419

21 501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie

Nr. 419 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 16 mei 2013

Binnen de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu hebben enkele fracties de behoefte om enkele vragen en opmerkingen voor te leggen over het onderdeel «Belgisch Wegenvignet» zoals opgenomen in het verslag van een schriftelijk overleg over de Transportraad van 11 maart 2013 (Kamerstuk 21 501-33, nr. 410).

De vragen en opmerkingen zijn op 3 april 2013 aan de Minister en Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu voorgelegd. Bij brief van 15 mei 2013 heeft de Minister deze beantwoord.

De voorzitter van de commissie, Paulus Jansen

De adjunct-griffier van de commissie, Blacquière

I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie

De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het Belgische voornemen om een wegenvignet in te voeren. De leden van voornoemde fractie hebben hierover enkele vragen.

De leden van de VVD-fractie horen graag wat het oordeel van de Minister is omtrent het Belgische voornemen.

Kan de Minister aan de leden van de VVD-fractie tevens aangeven wat de huidige stand van zaken is met betrekking tot het Belgische wegenvignet?

De leden van de VVD-fractie begrijpen dat de Minister op 27 februari 2013 nog met haar Vlaamse collega heeft gesproken over het Belgische voornemen. Wat was de inzet van de Minister bij dit gesprek en wat was de uitkomst, zo vragen deze leden.

De leden van de VVD-fractie constateren dat experts van de Europese Commissie het voornemen tot het invoeren van een wegenvignet eerder verwierpen wegens mogelijke discriminatie tussen Belgen en buitenlanders. Ziet de Minister het als een reële mogelijkheid dat door de Europese Commissie het Belgische wegenvignet wordt verboden en ziet de Minister mogelijkheden om het voornemen in Europees verband aan de orde te stellen, zo vragen de leden van de VVD-fractie.

De leden van de VVD-fractie vragen de Minister of de concrete prijs van het vignet voor zowel vrachtvoertuigen boven de 3,5 ton als voor particuliere voertuigen al bekend is. Zo niet, zo vragen deze leden, wanneer verwacht de Minister deze informatie wel voorhanden te hebben?

De leden van de VVD-fractie constateren dat het Belgische wegenvignet een lastenverzwaring voor de Nederlandse transportsector met zich meebrengt, terwijl deze sector het al zwaar heeft. Kan de Minister aan voornoemde leden aangeven wat haar inzet is om deze nadelige gevolgen zo veel als mogelijk te beperken?

De leden van de VVD-fractie begrijpen de ergernis die er in Nederlandse grensregio’s, in het bijzonder Zeeland, bestaat over het Belgische voornemen. Is er speciale aandacht voor de zorgen van deze regio’s, zo vragen de leden van de VVD-fractie de Minister.

Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdA-fractie

De leden van de fractie van de PvdA hebben met zorg kennisgenomen van de voorgenomen invoering van een generiek wegenvignet in Vlaanderen en Wallonië.

De leden van de fractie van de PvdA verzoeken de Minister om – in aanvulling op het antwoord op hun vragen hieromtrent in het verslag schriftelijk overleg over de Transportraad d.d. 11 maart 2013 (Kamerstuk 21 501-33, nr. 410) nader in te gaan op het contact dat er met de Vlaamse overheid is geweest over de invoering van het Vlaamse wegenvignet.

De leden van de fractie van de PvdA voorzien negatieve effecten van de maatregel voor de inwoners van de grensregio’s in Noord-Brabant, Limburg en Zeeland. Deze leden verzoeken de Minister nader in te gaan op de mogelijkheid om compenserende maatregelen toe te passen voor inwoners van de grensregio’s.

De leden van de fractie van de PvdA vragen in het bijzonder aandacht voor de positie van Zeeuws-Vlaanderen. Voor de inwoners van Zeeuws-Vlaanderen is het – als het Belgische Wegenvignet wordt ingevoerd – namelijk onmogelijk om zonder betaling Nederland te bereiken. De fractie verzoekt de Minister om nader in te gaan op de bijzondere positie van Zeeuws-Vlaanderen in dezen.

De leden van de fractie van de PvdA zijn van mening dat er ongelijkheid ontstaat (geen level playing field) als Nederlandse weggebruikers moeten betalen voor het gebruik van het Belgische wegennet en Belgen zonder kosten gebruik kunnen maken van het Nederlandse wegennet en verzoeken de Minister om een reactie op dit standpunt.

De leden van de fractie van de PvdA verzoeken de Minister een standpunt uit te spreken over de discriminerende aspecten van het Belgische Wegenvignet voor buitenlandse automobilisten en in te gaan op de uitspraken die experts van de Europese Commissie hierover hebben gedaan.

Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie

De leden van de PVV-fractie zijn van mening dat een Belgisch wegenvignet grote gevolgen kan hebben voor bewoners van de Nederlandse grensgebieden en voor de internationale transportsector. De leden van de PVV-fractie willen daarbij duidelijk vooropgesteld hebben dat dit een autonome beslissing is van de Belgische gewesten en dat andere landen daarin niet kunnen interveniëren.

De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het feit dat er een gesprek heeft plaatsgevonden tussen de Minister en de Vlaamse Minister van Mobiliteit en Openbare Werken. Wat was het standpunt van de Minister en wat was de uitkomst van dit gesprek?

De leden van de PVV-fractie vragen of de Minister bereid is om de Nederlandse belangen dusdanig te behartigen dat bewoners van de grensprovincies, dagjesmensen en toeristen, die sporadisch gebruik maken van het Belgische wegennet, niet onnodig op kosten gejaagd worden.

De leden van de PVV-fractie vragen de Minister of zij bereid is om in een mogelijk volgend gesprek op te komen voor de belangen van de Nederlandse transportsector. Deze sector verkeert momenteel in economisch zwaar weer en dergelijke initiatieven doen het herstel geen goed.

Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de plannen van de Belgische gewesten voor de invoering van een wegenvignet voor personenwagens, zoals onder meer vastgelegd in de «Voorlopige architectuurnota voor het intergewestelijk wegenvignet» van december 2012.

Nu de invoering daarvan het grensverkeer vergaand en nadelig kan beïnvloeden vernemen de leden van de CDA-fractie graag van de Minister:

  • Of de Minister zicht heeft op de snelwegen en N-wegen welke onder het regime van het wegenvignet komen te vallen.

  • Welke tarieven komen te gelden voor het gebruik van deze wegen.

  • Voor zover de Minister niet over deze informatie beschikt: of de Minister tijdig voorafgaand aan definitieve besluitvorming door de Belgische gewesten, deze informatie zal opvragen zodanig dat nog discussie en onderhandeling met de gewesten hierover mogelijk is.

  • Wat de inzet van de Minister zal zijn om de belangen van het Nederlands publiek zoveel mogelijk te dienen en met name de belangen van het publiek in de zuidelijke provincies, die voor wat betreft de gezondheidszorg, onderwijs, cultuur en overige voorzieningen vergaand zijn vervlochten met het Vlaamse gewest.

  • Of de invoering van het wegenvignet op autosnelwegen en een groot deel van de N-wegen strijdig is met de verplichtingen in het Benelux-verdrag inzake vrij personen- en handelsverkeer, tussen Nederland en België en tussen Nederland en Luxemburg waarbij verplicht gebruik moet worden gemaakt van Belgische tolwegen.

De leden van de CDA-fractie wensen dat de Minister de belangen van het publiek bij de Belgische tolplannen actief behartigt en dit niet louter in handen legt van de Europese Commissie, die alleen op juridische basis toetst. Graag ontvangen deze leden hier een reactie op.

In het verslag schriftelijk overleg over de Transportraad d.d. 11 maart 2013 (Kamerstuk 21 501-33, nr. 410) meldt de Minister dat zij de realisatie van het Belgische vignet volgt, om te voorkomen dat Nederlanders niet onevenredig en of discriminerend getroffen worden. Op welke wijze geeft de Minister hier invulling aan, zo vragen de leden van de CDA-fractie.

Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie

De leden van de D66-fractie hebben naar aanleiding van het verslag schriftelijk overleg over de Transportraad d.d. 11 maart 2013 (Kamerstuk 21 501-33, nr. 410) nog een aantal vragen over het Belgische voornemen om een wegenvignet in te voeren en een kilometerheffing voor vrachtwagens te introduceren.

De leden van de D66-fractie benadrukken het belang van afstemming tussen landen bij het komen tot een dergelijk systeem. Voor automobilisten en de logistieke sector is het vervelend en mogelijk kostbaar als elk land een ander systeem van vignetten, tol en belastingen hanteert. De leden vragen hierbij aandacht voor twee specifieke categorieën: grensverkeer van inwoners uit regio’s die grenzen aan België, en vakantiegangers die alleen op doortocht door België reizen, met daartussen een periode waarin zij niet in België verblijven. Kan de Minister aangeven wat de komst van een elektronisch vignet voor personenvervoer voor hen zal betekenen?

Kan de Minister al iets meer zeggen over welke vignetten er zullen komen, hoeveel deze zullen gaan kosten en voor welke wegen deze zullen gaan gelden, zo vragen de leden van de D66 fractie. Zo nee, heeft zij enig idee wanneer er hierover meer duidelijkheid komt?

De leden van de D66-fractie vragen de Minister of zij de Kamer blijvend kan informeren over de gevolgen die de Belgische plannen hebben voor Nederlandse automobilisten en de logistieke sector, en welke contacten zij daarbij heeft met haar Belgische collega.

Voorts vragen de leden van de D66-fractie of de Minister kan toelichten wat de stand van zaken is met betrekking tot het opzeggen van het Eurovignetverdrag, waarbij het Eurovignet wordt verwerkt in de Motorrijtuigenbelasting voor vrachtwagens. Kan zij aangeven welke ontwikkelingen in de andere Eurovignetlanden op dit vlak plaatsvinden?

De leden van de D66-fractie vragen de Minister voorts of zij kan aangeven welke andere ontwikkelingen er in de Europese Unie plaatsvinden op het gebied van prijsbeleid. Kan zij een update geven van de ontwikkelingen op het gebied van European Electronic Toll Service (EETS)?

II Reactie van de Minister

Vragen van de leden van de VVD-fractie

De leden van de VVD-fractie horen graag wat het oordeel van de Minister is omtrent het Belgische voornemen.

Elk land heeft de bevoegdheid om te beslissen over het invoeren van wegbeprijzing op het eigen grondgebied, ook België. Dit dient wel binnen de gestelde kaders van de Europese Unie te gebeuren.

Ik ben uiteraard van mening dat de uitwerking van de Belgische plannen niet discriminerend mag uitpakken voor inwoners van Nederland. Ik ben dan ook blij dat de Europese Commissie scherp heeft gekeken naar de voorlopige architectuur voor het wegenvignet en heeft aangegeven dat het wegenvignet niet mag zien op het volledige wegennet.

Kan de Minister aan de leden van de VVD-fractie tevens aangeven wat de huidige stand van zaken is met betrekking tot het Belgische wegenvignet?

Op 19 en 20 juli 2012 is de voorlopige architectuur van een kilometerheffing voor voertuigen boven de 3,5 ton (vrachtwagens) en een vignet voor voertuigen onder de 3,5 ton goedgekeurd door de drie Belgische gewestregeringen. Aansluitend heeft tot 15 oktober 2012 de marktconsultatie plaatsgevonden. De plannen zijn 18 oktober 2012 besproken met de Europese Commissie. In december 2012 is de architectuur van de kilometerheffing voor vrachtwagens definitief vastgesteld. Over de architectuur van het wegenvignet is geen beslissing genomen. De inwerkingtreding van het totale systeem van kilometerheffing en wegenvignet is voorzien in 2016.

De voorlopige architectuur voor het wegenvignet gaat ervan uit dat het vignet op het volledige Belgische wegennet van toepassing is. Verder dat alle in België ingeschreven voertuigen onder de 3,5 ton per definitie gebruik maken van een jaarvignet en dat buitenlanders een vignet moeten kopen.

Uit contact met de Vlaamse overheid is gebleken dat de precieze uitvoering van het wegenvignet momenteel wordt heroverwogen door de drie Gewestregeringen, mede naar aanleiding van het gesprek met de Europese Commissie. Er worden extra studies uitgevoerd en er is geen besluit genomen. Het is daarom nog niet duidelijk welke wegen onder het wegenvignet zullen vallen en het is niet bekend wanneer die duidelijkheid wel wordt gegeven.

De leden van de VVD-fractie begrijpen dat de Minister op 27 februari 2013 nog met haar Vlaamse collega heeft gesproken over het Belgische voornemen. Wat was de inzet van de Minister bij dit gesprek en wat was de uitkomst, zo vragen deze leden.

Ik heb op 27 februari 2013 nog contact gehad met mijn Vlaamse collega Hilde Crevits, de Minister van Mobiliteit en Openbare Werken. Dit gesprek ging onder meer over de Belgische plannen voor de invoering van een kilometerheffing en een vignet. In het gesprek is nader ingegaan op de wens van Vlaanderen dat ook Nederland een kilometerheffing invoert, opdat Nederland en België hiermee gezamenlijk kunnen optrekken. Ik heb aangegeven dat Nederland niet voornemens is een kilometerheffing in te voeren en aandacht gevraagd voor onze zorgen over de Belgische plannen.

Ziet de Minister het als een reële mogelijkheid dat door de Europese Commissie het Belgische wegenvignet wordt verboden en ziet de Minister mogelijkheden om het voornemen in Europees verband aan de orde te stellen, zo vragen de leden van de VVD-fractie.

Er zijn altijd mogelijkheden om het onderwerp in de EU aan de orde te stellen wanneer de Belgische plannen niet in overeenstemming zijn met het Europese kader. De Europese Commissie heeft in het Witboek Vervoer 2011 aangegeven een voorstander te zijn van de principes «de vervuiler/ gebruiker betaalt». Het Belgische voornemen is in overeenstemming met deze principes. De Europese Commissie geeft de voorkeur aan een afstandgerelateerde heffing, maar ook een tijdgerelateerde heffing (vignet) past binnen die principes.

De Europese Commissie heeft op 14 mei 2012 de «Mededeling richtsnoeren vignet lichte particuliere voertuigen» gepubliceerd. De Europese Commissie zal het Belgisch wegenvignet toetsen aan de randvoorwaarden in deze mededeling en zal tijdig aangeven indien (onderdelen van) de voornemens in strijd blijken te zijn met het Europese recht. Aandachtspunten van de Commissie zijn de eenvoudige verkrijgbaarheid van vignetten, de redelijke verhouding tussen prijs en tijdsduur die wordt doorgebracht in het desbetreffende land, de toegang tot informatie hierover en een rechtvaardige en evenredige handhaving. Een nationaal vignetsysteem is volgens de Commissie in overeenstemming met de beginselen van non-discriminatie en evenredigheid, als het past binnen de richtsnoeren die in de mededeling worden gegeven. De ontwikkelingen in België zijn bekend bij de Europese Commissie. Ik ga niet vooruit lopen op het oordeel van de Europese Commissie in deze.

De leden van de VVD-fractie vragen de Minister of de concrete prijs van het vignet voor zowel vrachtvoertuigen boven de 3,5 ton als voor particuliere voertuigen al bekend is. Zo niet, zo vragen deze leden, wanneer verwacht de Minister deze informatie wel voorhanden te hebben?

Voor particuliere voertuigen onder de 3,5 ton wordt er uitgegaan van drie verschillende vignetten: een jaarvignet, een twee maandenvignet en een tien dagenvignet. De tarieven zijn vooralsnog niet bekend. Voor een jaarvignet wordt echter een prijs verwacht van ongeveer € 75–90,–. De uiteindelijke hoogte hiervan zal mede afhangen van de definitieve architectuur van het wegenvignet.

Voor de kilometerheffing voor vrachtwagens worden de wegen ingedeeld in zones. Voor elke zone geldt een bepaald tarief per afgelegde kilometer. De concrete tarieven zijn nog niet bekend. Het tarief kan mede afhankelijk worden van het tijdstip en de rijrichting, maar ook van voertuigkenmerken. Het is nog niet bekend, wanneer deze tarieven duidelijk zullen zijn.

De leden van de VVD-fractie constateren dat het Belgische wegenvignet een lastenverzwaring voor de Nederlandse transportsector met zich meebrengt, terwijl deze sector het al zwaar heeft. Kan de Minister aan voornoemde leden aangeven wat haar inzet is om deze nadelige gevolgen zo veel als mogelijk te beperken?

De transportsector is al uit andere landen bekend met de begrippen kilometerheffing, vignet en tolwegen. België is voor Nederlandse vervoerders een belangrijke bestemming en een belangrijk transitoland voor goederenvervoer naar Frankrijk, Verenigd Koninkrijk en Spanje. Met een kilometerheffing wordt de Nederlandse export relatief duurder. Dit zal met name gevoeld kunnen worden door de kleine transporteurs. Grote transporteurs zijn naar verwachting beter in staat de eventuele kostenstijging door te berekenen aan hun klanten. Daar staat tegenover dat de concurrentiepositie van de Rotterdamse haven en andere havens zal verbeteren ten opzichte van de Antwerpse haven.

Voor zover een dergelijke kilometerheffing wordt ingevoerd op het Belgische wegennet zal deze gelijkelijk gelden voor binnenlandse (Belgische) en buitenlandse transporteurs, die daarmee met eenzelfde lastenverzwaring worden geconfronteerd, zodat er geen sprake is van verstoring van het level playing field.

Voor vrachtwagens boven de 12 ton geldt nu al het Eurovignet. Bij invoering van een kilometerheffing in 2016 zal België stoppen met de heffing van het Eurovignet ingevolge het Eurovignetverdrag. Belgische vrachtwagens die in Nederland, Denemarken, Zweden of Luxemburg gebruik maken van de snelweg zullen echter nog steeds een Eurovignet moeten aanschaffen.

Is er speciale aandacht voor de zorgen van de grensregio’s, in het bijzonder Zeeland, zo vragen de leden van de VVD-fractie de Minister.

Ik begrijp heel goed dat het Belgische plan voor een wegenvignet voor de zuidelijke provincies en in het bijzonder Zeeuws Vlaanderen een additionele last met zich meebrengt. Er is sprake van een lastenverzwaring voor wie met enige regelmaat over de grens naar België gaat. Zoals eerder aangegeven is het momenteel niet helder of het wegenvignet op alle Belgische wegen van toepassing wordt.

In hoeverre de inwoners van Zeeuws-Vlaanderen een jaarvignet moeten kopen of beter een andere keus kunnen maken is afhankelijk van het individuele rijpatroon, de woonplaats en of er sprake is van woon-werkverkeer over de grens. Voor sommigen zal het lonen vaker gebruik te maken van de Westerscheldetunnel, terwijl anderen beter af zullen zijn met een vignet voor langere duur. Ook voor overige inwoners van Nederland geldt uiteraard dat de afweging welk vignet eventueel zal worden aangeschaft, afhangt van de individuele omstandigheden en de aangeboden vignetten.

Vragen van de leden van de PvdA-fractie

De leden van de fractie van de PvdA verzoeken de Minister om – in aanvulling op het antwoord op hun vragen hieromtrent in het verslag schriftelijk overleg over de Transportraad d.d. 11 maart 2013 (Kamerstuk 21 501-33, nr. 410) nader in te gaan op het contact dat er met de Vlaamse overheid is geweest over de invoering van het Vlaamse wegenvignet.

Ik verwijs u naar mijn antwoord op de vraag hierover van de leden van de VVD-fractie.

De leden van de fractie van de PvdA voorzien negatieve effecten van de maatregel voor de inwoners van de grensregio’s in Noord-Brabant, Limburg en Zeeland. Deze leden verzoeken de Minister nader in te gaan op de mogelijkheid om compenserende maatregelen toe te passen voor inwoners van de grensregio’s.

In België wordt nog hard gewerkt aan alle details van de plannen. In de eerstvolgende vergadering van de werkgroep beprijzen van de Benelux Unie zal de zorg voor de grensregio’s worden benoemd en zal gevraagd worden welke mogelijkheden er eventueel zijn voor maatwerk voor de inwoners van deze regio´s.

De leden van de fractie van de PvdA vragen in het bijzonder aandacht voor de positie van Zeeuws-Vlaanderen. Voor de inwoners van Zeeuws-Vlaanderen is het – als het Belgische Wegenvignet wordt ingevoerd – namelijk onmogelijk om zonder betaling Nederland te bereiken. De fractie verzoekt de Minister om nader in te gaan op de bijzondere positie van Zeeuws-Vlaanderen in dezen.

Ik verwijs u naar mijn antwoord op de vraag over de grensregio´s van de leden van de VVD-fractie.

De leden van de fractie van de PvdA zijn van mening dat er ongelijkheid ontstaat (geen level playing field) als Nederlandse weggebruikers moeten betalen voor het gebruik van het Belgische wegennet en Belgen zonder kosten gebruik kunnen maken van het Nederlandse wegennet en verzoeken de Minister om een reactie op dit standpunt.

Voor inwoners in de zuidelijke provincies brengt het wegenvignet een additionele last met zich mee. Het klopt dat straks Nederlandse bedrijfsvoertuigen onder de 3,5 ton, die over de grens diensten verlenen, een extra last erbij krijgen, terwijl dat in de omgekeerde situatie niet geldt voor een bedrijfsvoertuig uit België. Zoals eerder aangegeven is het momenteel niet helder of het wegenvignet op alle Belgische wegen van toepassing wordt. In België wordt nog hard gewerkt aan alle details van de plannen.

De leden van de fractie van de PvdA verzoeken de Minister een standpunt uit te spreken over de discriminerende aspecten van het Belgische Wegenvignet voor buitenlandse automobilisten en in te gaan op de uitspraken die experts van de Europese Commissie hierover hebben gedaan.

Binnen Europa geldt dat niet gediscrimineerd mag worden tussen eigen inwoners en inwoners van de overige EU-lidstaten. Uit overleg met de Vlaamse overheid is gebleken dat DG MOVE (Directoraat-Generaal voor Mobiliteit en Transport van de Europese Commissie) in oktober 2012 enkele opmerkingen over de architectuur voor het wegenvignet heeft gemaakt. Ten eerste zou het uitgangspunt van het volledige wegennet ingeperkt moeten worden, zodat vrije doorgang mogelijk. Ten tweede moeten Belgen net als buitenlanders kunnen kiezen tussen een jaarvignet of een vignet van beperkte duur.

Ik ben uiteraard van mening dat de uitwerking van de Belgische plannen niet discriminerend mag uitpakken voor inwoners van Nederland. Ik ben dan ook blij dat de Europese Commissie scherp heeft gekeken naar de voorlopige architectuur voor het wegenvignet en heeft aangegeven dat het wegenvignet niet mag zien op het volledige wegennet.

Vragen van de leden van de PVV-fractie

Wat was het standpunt van de Minister en wat was de uitkomst van het gesprek tussen de Minister en de Vlaamse Minister van Mobiliteit en Openbare Werken?

Ik verwijs u naar mijn antwoord op de vraag hierover van de leden van de VVD-fractie.

De leden van de PVV-fractie vragen of de Minister bereid is om de Nederlandse belangen dusdanig te behartigen dat bewoners van de grensprovincies, dagjesmensen en toeristen, die sporadisch gebruik maken van het Belgische wegennet, niet onnodig op kosten gejaagd worden.

Voor Nederlanders de als toeristen andere landen bezoeken, is het een bekend fenomeen dat een vignet moet worden aangeschaft. In die zin is het enige nieuwe hieraan, dat het nu bij onze buren plaatsvindt. Voor inwoners in de zuidelijke provincies brengt het wegenvignet een additionele last met zich mee. In België wordt nog hard gewerkt aan alle details van de plannen. In de eerstvolgende vergadering van de werkgroep beprijzen van de Benelux Unie zal de zorg voor de grensregio’s worden benoemd en zal gevraagd worden welke mogelijkheden er eventueel zijn voor maatwerk voor de inwoners van deze regio´s.

De leden van de PVV-fractie vragen de Minister of zij bereid is om in een mogelijk volgend gesprek op te komen voor de belangen van de Nederlandse transportsector. Deze sector verkeert momenteel in economisch zwaar weer en dergelijke initiatieven doen het herstel geen goed.

Uiteraard blijf ik het onderwerp ook in het vervolg in de bilaterale contacten bespreken met mijn Belgische collega´s en zal daarbij de zorgen delen die leven binnen Nederland voor de grensregio´s en de transportsector. Verder wordt het onderwerp zoals hiervoor opgemerkt ook geagendeerd in de werkgroep beprijzing van de Benelux Unie. Hieraan nemen alle drie gewesten van België, als ook de federale overheid deel. Nederland heeft onlangs gevraagd om het plannen van een volgende bijeenkomst.

Vragen van de leden van de CDA-fractie

Nu de invoering daarvan het grensverkeer vergaand en nadelig kan beïnvloeden vernemen de leden van de CDA-fractie graag van de Minister:

– Of de Minister zicht heeft op de snelwegen en N-wegen welke onder het regime van het wegenvignet komen te vallen.

De voorlopige architectuur voor het wegenvignet gaat ervan uit dat het vignet op het volledige Belgische wegennet van toepassing is. Verder dat alle in België ingeschreven voertuigen onder de 3,5 ton per definitie gebruik maken van een jaarvignet en dat buitenlanders een vignet moeten kopen.

Uit contact met de Vlaamse overheid is gebleken dat de precieze uitvoering van het wegenvignet momenteel wordt heroverwogen door de drie Gewestregeringen, mede naar aanleiding van het gesprek met de Europese Commissie. Er worden extra studies uitgevoerd en er is geen besluit genomen. Het is daarom nog niet duidelijk welke wegen onder het wegenvignet zullen vallen en het is niet bekend wanneer die duidelijkheid wel wordt gegeven.

– Welke tarieven komen te gelden voor het gebruik van deze wegen.

Ik verwijs u naar mijn antwoord op de vraag hierover van de leden van de VVD-fractie.

– Voor zover de Minister niet over deze informatie beschikt: of de Minister tijdig voorafgaand aan definitieve besluitvorming door de Belgische gewesten, deze informatie zal opvragen zodanig dat nog discussie en onderhandeling met de gewesten hierover mogelijk is.

De Vlaamse Minister-president Kris Peeters heeft op 10 april jl. aangegeven dat er nog geen definitieve besluitvorming heeft plaatsgevonden en dat opmerkingen vanuit Nederland in de besluitvorming kunnen worden meegenomen. De Nederlandse opmerkingen worden ingebracht in de Benelux werkgroep beprijzen, waarin alle 3 Gewestregeringen en de federale overheid van België vertegenwoordigd zijn.

– Wat de inzet van de Minister zal zijn om de belangen van het Nederlands publiek zoveel mogelijk te dienen en met name de belangen van het publiek in de zuidelijke provincies, die voor wat betreft de gezondheidszorg, onderwijs, cultuur en overige voorzieningen vergaand zijn vervlochten met het Vlaamse gewest.

Uiteraard blijf ik het onderwerp ook in het vervolg in de bilaterale contacten bespreken met mijn Belgische collega´s en zal daarbij de zorgen delen die leven binnen Nederland voor de grensregio». Verder wordt het onderwerp ook geagendeerd in de werkgroep beprijzing van de Benelux Unie. Hieraan nemen alle drie gewesten van België, als ook de federale overheid deel. Hier zal gevraagd worden welke mogelijkheden er eventueel zijn voor maatwerk voor de inwoners van deze regio´s. Nederland heeft onlangs gevraagd om het plannen van een volgende bijeenkomst.

– Of de invoering van het wegenvignet op autosnelwegen en een groot deel van de N-wegen strijdig is met de verplichtingen in het Benelux-verdrag inzake vrij personen- en handelsverkeer, tussen Nederland en België en tussen Nederland en Luxemburg waarbij verplicht gebruik moet worden gemaakt van Belgische tolwegen.

Het Benelux-verdrag geeft geen verdergaande beperkingen voor de mogelijke plannen van België dan reeds krachtens het Europees recht van toepassing zijn.

De leden van de CDA-fractie wensen dat de Minister de belangen van het publiek bij de Belgische tolplannen actief behartigt en dit niet louter in handen legt van de Europese Commissie, die alleen op juridische basis toetst. Graag ontvangen deze leden hier een reactie op.

Ik heb op 27 februari 2013 nog contact gehad met mijn Vlaamse collega Hilde Crevits, de Minister van Mobiliteit en Openbare Werken. Dit gesprek ging onder meer over de Belgische plannen voor de invoering van een kilometerheffing en een vignet. In het gesprek is nader ingegaan op de wens van Vlaanderen dat ook Nederland een kilometerheffing invoert, opdat Nederland en België hiermee gezamenlijk kunnen optrekken. Ik heb aangegeven dat Nederland niet voornemens is een kilometerheffing in te voeren en aandacht gevraagd voor onze zorgen over de Belgische plannen. Ik verwijs u verder naar mijn antwoord op de vraag van de leden van deze fractie hierboven over mijn inzet voor de belangen van het Nederlandse publiek.

In het verslag schriftelijk overleg over de Transportraad d.d. 11 maart 2013 (Kamerstuk 21 501-33, nr. 410) meldt de Minister dat zij de realisatie van het Belgische vignet volgt, om te voorkomen dat Nederlanders niet onevenredig en of discriminerend getroffen worden. Op welke wijze geeft de Minister hier invulling aan, zo vragen de leden van de CDA-fractie.

Ik verwijs u naar mijn antwoord hierboven over contact met mijn Vlaamse collega. Verder wordt het onderwerp ook geagendeerd in de werkgroep beprijzing van de Benelux Unie.

Vragen van de leden van de D66-fractie

De leden vragen hierbij aandacht voor twee specifieke categorieën: grensverkeer van inwoners uit regio’s die grenzen aan België, en vakantiegangers die alleen op doortocht door België reizen, met daartussen een periode waarin zij niet in België verblijven. Kan de Minister aangeven wat de komst van een elektronisch vignet voor personenvervoer voor hen zal betekenen?

Er is sprake van een lastenverzwaring voor wie met enige regelmaat over de grens naar België gaat. Voor de zuidelijke provincies en in het bijzonder Zeeuws Vlaanderen brengt dit een additionele last met zich mee. Het is momenteel niet helder of het wegenvignet op alle Belgische wegen van toepassing wordt.

In hoeverre de inwoners van de zuidelijke provincies een jaarvignet moeten kopen of beter een andere keus kunnen maken is afhankelijk van het individuele rijpatroon, de woonplaats en of er sprake is van woon-werkverkeer over de grens. Voor Nederlanders die als toeristen andere landen bezoeken, is het een bekend fenomeen dat een vignet moet worden aangeschaft, ook wanneer dit een doortocht betreft. In die zin is het enige nieuwe hieraan, dat het nu bij onze buren plaatsvindt.

Kan de Minister al iets meer zeggen over welke vignetten er zullen komen, hoeveel deze zullen gaan kosten en voor welke wegen deze zullen gaan gelden, zo vragen de leden van de D66 fractie. Zo nee, heeft zij enig idee wanneer er hierover meer duidelijkheid komt?

Ik verwijs u naar mijn antwoord op de vraag over de kosten van het vignet van de leden van de VVD-fractie en naar mijn antwoord op de vraag over de wegen van de leden van de CDA-fractie.

De leden van de D66-fractie vragen de Minister of zij de Kamer blijvend kan informeren over de gevolgen die de Belgische plannen hebben voor Nederlandse automobilisten en de logistieke sector, en welke contacten zij daarbij heeft met haar Belgische collega.

Vanzelfsprekend ben ik daartoe bereid als er nieuwe ontwikkelingen te melden zijn.

Voorts vragen de leden van de D66-fractie of de Minister kan toelichten wat de stand van zaken is met betrekking tot het opzeggen van het Eurovignetverdrag, waarbij het Eurovignet wordt verwerkt in de Motorrijtuigenbelasting voor vrachtwagens. Kan zij aangeven welke ontwikkelingen in de andere Eurovignetlanden op dit vlak plaatsvinden?

Mede namens de Staatssecretaris van Financiën, kan ik u daarover als volgt informeren.

Het Eurovignet wordt in Nederland geheven in de vorm van de Belasting zware motorrijtuigen (BZM). In het kader van de vermindering van het aantal belastingen en vereenvoudiging van de belastingheffing werd in het Belastingplan 2012 de BZM afgeschaft. Deze maatregel zou in werking treden op een bij Ministeriële regeling te bepalen tijdstip. Inmiddels is besloten de heffing vooralsnog te handhaven. In het regeerakkoord Rutte-II is opgenomen dat het Eurovignet verder zal worden toegespitst op schonere vrachtwagens. Daartoe is overigens aanpassing van het Eurovignetverdrag noodzakelijk. Dit is inmiddels aangekaart bij de andere Eurovignetlanden.

België is voornemens in 2016 een kilometerheffing voor vrachtwagens in te voeren en in dat kader de heffing van het Eurovignet te beëindigen. Denemarken heeft recent besloten de eerder voor 2015 aangekondigde kilometerheffing voor vrachtauto’s niet te zullen invoeren in verband met de daarmee samenhangende hoge kosten, en de deelname aan het Eurovignet voort te zetten. In de overige twee Eurovignetlanden, Luxemburg en Zweden, staat de deelname aan de heffing van het Eurovignet op dit moment niet ter discussie.

De leden van de D66-fractie vragen de Minister voorts of zij kan aangeven welke andere ontwikkelingen er in de Europese Unie plaatsvinden op het gebied van prijsbeleid. Kan zij een update geven van de ontwikkelingen op het gebied van European Electronic Toll Service (EETS)?

In Engeland wordt per 2014 een vignet ingevoerd voor vrachtwagens boven de 12 ton. In Frankrijk wordt gewerkt aan de invoering van de «Ecotax» – een kilometerheffing voor vrachtwagens boven de 3,5 ton. Frankrijk kent al concessiewegen waar tol moet worden betaald per gereden afstand, de Ecotax komt daarbij. Op 16 april jl. is het wetsvoorstel voor de Ecotax aangenomen, het systeem zal 1 oktober 2013 van start zal gaan. Denemarken heeft in februari 2013 afgezien van de invoering van een kilometerheffing.

De EETS-richtlijn (European Electronic Tol Service richtlijn 2004/52/EG en uitvoeringsbesluit 2009/750/EG) is van toepassing op vrachtwagens boven de 3,5 ton en voertuigen voor het vervoer van 9 of meer personen. Deze voertuigen moeten een zogenaamde OBU (On Board Unit) aan boord hebben. De EETS-richtlijn is daarmee van toepassing op de Belgische kilometerheffing.

Er zijn nog geen Europese EETS-aanbieders. Deze dienstverleners spelen een belangrijke rol als partij tussen de vervoerders en de toldomeinen waarin gereden wordt. De vervoerder hoeft zo maar één rekening te betalen, de EETS-aanbieder zorgt voor het betalen van het juiste bedrag aan het juiste toldomein. Vanwege de grote diversiteit van eisen die per toldomein gelden, is de kostenkant voor dienstverleners nog te hoog en ontbreekt een goede businesscase. De Europese Commissie probeert EETS door middel van een subsidieproject in het centrale deel van Europa van de grond te krijgen. Dit zou op zijn vroegst eind 2015 tot een functionerende EETS in die gebieden kunnen leiden.

Tegen een aantal lidstaten lopen inbreukprocedures omdat zij hun formele verplichtingen nog niet hebben uitgevoerd. Nederland heeft wel aan de gestelde verplichtingen voldaan, zoals het hebben van een register voor toldomeinen. Het register is overigens leeg nu Nederland geen EETS-toldomeinen heeft.