Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201321501-33 nr. 408

21 501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie

Nr. 408 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 27 februari 2013

De Europese Commissie heeft in haar Witboek Transport van 28 maart 2011 aangekondigd met voorstellen te zullen komen om de beperkingen op cabotage in het wegvervoer verder op te heffen.

Vooruitlopend op deze voorstellen heb ik een onderzoek laten uitvoeren naar de gevolgen voor Nederland van het verder vrijgeven van cabotage. Ik bied u dit onderzoek hierbij aan1.

De resultaten van het onderzoek geven mij aanleiding mijn positie ten aanzien van het verder vrijgeven van cabotage te heroverwegen en bij voorstellen op dit terrein vooralsnog in te zetten op een eenduidige interpretatie en handhaving van de huidige cabotage- en aanverwante voorschriften in alle lidstaten en niet op een verruiming van de bestaande Europese voorschriften.

Het verder vrijgeven van cabotage is wat mij betreft pas mogelijk als er sprake is van gelijke sociale condities in het wegtransport in Europa.

De minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer