Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 januari 2012
Hierbij doe ik u toekomen, mede namens de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,
het verslag van de Transportraad van 12 december 2011. De volgende Transportraad zal
plaatsvinden op 22/23 maart 2012 onder Deens voorzitterschap.
De minister van Infrastructuur en Milieu,
M. H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus
VERSLAG TRANSPORTRAAD 12 DECEMBER 2011 TE BRUSSEL
Herziening richtlijn eerste spoorpakket
Tijdens de Transportraad is zonder veel discussie de eerder bereikte algemene oriëntatie
(16 juni 2011) omgezet in een politiek akkoord. De onderhandelingen met het Europees
Parlement zullen onder Deens voorzitterschap worden voortgezet.
Herziening verordening digitale tachograaf
De Raad bereikte een partiële oriëntatie op het voorstel tot herziening van de verordening
inzake de digitale tachograaf.
Ik ben verheugd met dit resultaat. Het voorstel draagt bij aan de verkeersveiligheid,
eerlijker concurrentieverhoudingen en de aanpak van problemen rondom manipulatie en
oneigenlijk gebruik van de tachograaf door een effectievere en efficiëntere controle
van de rij- en rusttijden. Dit is in lijn met de controle aanpak die Nederland voorstaat.
Openstaand punt betreft de integratie van de bestuurderkaart en het rijbewijs. Hiervoor
heeft de Commissie, vlakvoor de Transportraad, een bijkomend voorstel gedaan voor
aanpassing van de Richtlijn Rijbewijzen. Dit voorstel moet nog besproken worden door
de lidstaten en is daarom niet meegenomen in de besluitvorming tijdens deze Transportraad.
Een aantal lidstaten, waaronder Nederland, heeft in een eerste appreciatie aangegeven
veelal om praktische redenen twijfels te hebben bij de voorgestelde koppeling tussen
het rijbewijs en bestuurderskaart.
Herziening richtlijn minimum opleidingsniveau zeevarenden
De Raad bereikte zonder veel discussie een algemene oriëntatie op het voorstel tot
herziening van de richtlijn inzake minimum opleidingsniveau zeevarenden.
Met dit voorstel wordt de EU regelgeving in lijn gebracht met de internationale voorschriften
van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO). Het gaat daarbij om voorschriften
voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst. Ik ben groot voorstander
van dit voorstel aangezien het bijdraagt aan een gelijk speelveld en de concurrentiepositie
van de sector en daarmee aan de werkgelegenheid van zeevarenden en het maritieme walpersoneel
uit de Europese Unie.
Herschikking verordening inzake het versneld invoeren van dubbelwandige olietankschepen
De Raad bereikte zonder enige discussie een algemene oriëntatie op het voorstel tot
herschikking van de verordening inzake het versneld invoeren van dubbelwandige olietankschepen.
Nederland heeft geen enkelwandige olietankschepen onder zijn vlag varen. Deze technische
wijziging heeft geen gevolgen voor de werkingssfeer van de verordening.
Verordening EU richtsnoeren voor de ontwikkeling van het trans-Europees vervoersnetwerk
(TEN-T)
Het voorzitterschap presenteerde een voortgangsrapportage over het voorstel voor EU
richtsnoeren voor de ontwikkeling van het trans-Europees vervoersnetwerk.
Het voorstel heeft tot doel de oprichting en ontwikkeling van een volledig trans-Europees
vervoersnetwerk. Hierbij is gekozen voor een aanpak in twee lagen: een uitgebreid
netwerk en een kernnetwerk. Voor de gecoördineerde realisatie van het kernnetwerk
introduceert het voorstel in het kernnetwerk tien corridors, trans-Europese routes
door minimaal drie lidstaten en met minimaal drie modaliteiten, idealiter van zeehaven
naar zeehaven.
Ondanks het voorzitterschap geen debat had voorzien grepen een groot aantal lidstaten
de gelegenheid aan om te interveniëren. Het voorstel blijkt nog veel vragen op te
roepen. Zo werden subsidiariteit en proportionaliteit als punten van zorg genoemd,
omdat het voorstel gevolgen kan hebben voor de nationale infrastructuurprogrammering.
Daarnaast waren er vragen over de kosten en baten van de voorgestelde eisen aan de
infrastructuur van met name het uitgebreide netwerk. Hoewel de lidstaten de aanpak
in twee lagen breed steunen, hebben zij een verschil van inzicht over de rol van corridors.
Een toenemend aantal lidstaten toonde zich evenals Nederland positief over de potentie
van corridors om tot een snellere, meer transparant en meer gecoördineerde uitvoering
van infrastructuurprojecten te komen, mits een juiste balans kan worden gevonden met
nationale programmeringen. Andere lidstaten beschouwen de corridors als een onnodige
extra prioriteitslaag, die bovendien een reëel risico op extra administratieve lasten
met zich mee brengt. Verder spraken de cohesielanden bedenkingen uit tegen het oormerken
van cohesiegeld voor infrastructuur in het kernnetwerk, aangezien hiermee hun zeggenschap
over die middelen vermindert.
Het Deens voorzitterschap zal de onderhandelingen in de Raad voortzetten en heeft
aangegeven in te zetten op het bereiken van een algemene oriëntatie tijdens de Transportraad
op 22/23 maart 2012.