Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201221501-33 nr. 342

21501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie

Nr. 342 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 oktober 2011

Hierbij doe ik u toekomen, mede namens de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, het verslag van de Transportraad van 6 oktober 2011. De volgende Transportraad zal plaatsvinden op 12 december.

Een eerste beleidsdebat heeft plaatsgevonden over het voorstel van de Commissie inzake de digitale tachograaf. De (digitale) tachograaf is het controleapparaat in de vrachtwagen waarmee de naleving van de rij- en rusttijden wordt gecontroleerd. Het voorstel van de Commissie beoogt de efficiëntie en doeltreffendheid van de tachograaf te verbeteren en de mogelijkheden tot fraude en oneigenlijk gebruik te beperken.

De meeste lidstaten, waaronder Nederland, spraken hun steun uit voor deze doelstellingen. Het voorstel kan bijdragen aan de verkeersveiligheid door betere handhaving en biedt ruimte voor technologische ontwikkeling. Het gebrek aan inzicht in de kosten en baten van de voorgestelde maatregelen stuitte bij veel lidstaten op kritiek. Ook Nederland heeft aangegeven meer duidelijkheid te willen over de mogelijke gevolgen voor de overheid en het bedrijfsleven. Daarbij heeft Nederland, gesteund door andere lidstaten, aangegeven kritisch te zijn over onder meer de integratie van de bestuurderskaart in het rijbewijs en de beperking van invloed van lidstaten bij het vaststellen van nadere technische specificaties van de tachograaf. Het Poolse voorzitterschap gaf aan in december een algemene oriëntatie te willen bereiken in de Raad.

De Raadsconclusies over de mededeling inzake het nabuurschapsbeleid op het gebied van vervoer zijn aangenomen. Het nabuurschapsbeleid van de Europese Unie is één van de prioriteiten van het Poolse voorzitterschap. Ook de Commissie benadrukte het belang van (uitbreiding van) samenwerking met de buurlanden op het gebied van vervoer. Deze samenwerking dient zich onder meer te richten op convergentie met EU regelgeving en het delen van kennis en technologie. Enkele lidstaten intervenieerden om hun steun voor de voorgestelde aanpak te onderstrepen.

Op het gebied van luchtvaart ging de Raad zonder verdere discussie akkoord met het mandaat voor de Commissie om te onderhandelen met Eurocontrol over een samenwerkingsovereenkomst. De Commissie lichtte toe dat met het sluiten van een dergelijke overeenkomst een belangrijke stap wordt gezet in de bevordering van een efficiënter beheer van het Europese luchtverkeer en de verdere ontwikkeling van één gemeenschappelijk Europees luchtruim.

Tevens ging de Raad akkoord met een mandaat voor de Commissie om met Azerbeidzjan te onderhandelingen over een luchtvaartakkoord.

Onder het agendapunt «diversen» is gesproken over het emissiehandelssysteem (ETS) voor de luchtvaart. Per 1 januari 2012 zal ETS ook gaan gelden voor de luchtvaart. Commissaris Kallas gaf een appreciatie van de huidige situatie. Enerzijds verwees hij daarbij naar de juridische kant. Het zojuist verschenen advies van de Advocaat-Generaal van het Europese Hof van Justitie concludeert dat de ETS richtlijn voor de luchtvaart niet strijdig is met het internationaal recht. Anderzijds wees hij op de politieke en economische realiteit. De internationale weerstand tegen de ETS richtlijn voor de luchtvaart neemt toe. De indruk van commissaris Kallas is dat derde landen enkel en alleen inzetten op de intrekking van de richtlijn. Hij benadrukte daarom het belang om de discussie met derde landen voort te zetten en onderstreepte daarbij de noodzaak om als Europese Unie een eenduidige boodschap uit te dragen. Enkele lidstaten, waaronder Nederland, gaven in een korte reactie blijk van hun zorgen. Een uitgebreider debat over dit onderwerp heeft plaatsgevonden in de Milieuraad van 10 oktober 2011. Ik verwijs u daarom kortheidshalve naar het verslag hiervan.

Het vaststellen van een mandaat voor de Europese Commissie om te onderhandelen over de uitbreiding van de zogeheten Interbus overeenkomst bleek nog niet rijp voor besluitvorming. Een besluit over dit mandaat vereist unanimiteit in de Raad.

De minister van Infrastructuur en Milieu,

M. H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus