Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 16 maart 2011
Op dinsdag 15 maart jl. heeft in Brussel een eerste «high level» bijeenkomst plaatsgevonden in respons op de ramp in Japan
en de nucleaire dreiging die daarvan het gevolg is. De bijeenkomst vond plaats op uitnodiging van Günther Oettinger, de Europese
commissaris voor Energie, tevens voorzitter.
Met deze brief wil ik u op de hoogte brengen van de uitkomsten van deze bijeenkomst, die werd bijgewoond door vertegenwoordigers
van de EU Lidstaten, alsmede vertegenwoordigers van de nucleaire veiligheidsinstanties van Lidstaten en vertegenwoordigers
van de grote energiebedrijven met kerncentrales binnen Europa. Nederland werd vertegenwoordigd door de plaatsvervangend permanent
vertegenwoordiger bij de EU en ambtelijke vertegenwoordigers van mijn ministerie en van de Kernfysische Dienst.
In zijn introductie betuigde Commissaris Oettinger ten eerste zijn medeleven met de slachtoffers en burgers van Japan. Hij
gaf aan dat een evaluatie van de gebeurtenissen in de bedreigde kerncentrales in Japan en een gemeenschappelijke respons van
de EU noodzakelijk is om de gevolgen te kunnen inschatten. Deze bijeenkomst zou het startpunt moeten zijn voor acties op Europees
niveau.
Nadat zowel vertegenwoordigers van de Lidstaten als van de industrie het woord hadden gevoerd, bleek op een groot aantal punten
overeenstemming te bestaan. Belangrijk aandachtspunt is dat allereerst een gedegen analyse uitgevoerd moet worden van de gebeurtenissen
in Japan op basis van feiten, alvorens duidelijke conclusies getrokken kunnen worden en lessen geleerd kunnen worden. Een
aantal acties kan nu reeds in gang gezet worden. Als belangrijkste conclusies heeft de voorzitter geformuleerd:
1. De EU is bereid om, indien gewenst, hulp aan Japan te bieden.
2. De lidstaten hebben positief gereageerd op het uitvoeren van een zogenoemde «stresstest» voor iedere kerncentrale binnen de
EU. Een dergelijke stresstest houdt onder meer een uitgebreide nadere analyse van de veiligheidsmarges ten aanzien van externe
gebeurtenissen in, zoals aardbevingen. De precieze uitwerking hoe een stresstest uitgevoerd zou moeten worden, vindt gecoördineerd
plaats in EU-verband met gebruikmaking van bestaande organisaties zoals ENSREG (European Nuclear Safety Regulators» Group)
en WENRA (Western European Nuclear Regulators» Group). Buurlanden van de EU (zoals Zwitserland, Rusland en Turkije) worden
uitgenodigd ook een dergelijke test uit te voeren en dit punt zal in globaal verband geadresseerd worden binnen organisaties
als de G20, het IAEA en de OECD.
3. Er zal onderzocht worden in hoeverre veiligheidsstandaarden en – eisen ten aanzien van externe gebeurtenissen aangescherpt
kunnen worden.
4. Komende tijd vinden er bijeenkomsten plaats waarbij de gebeurtenissen in Japan verder besproken zullen worden, te beginnen
met een bijeenkomst van de Energieraad op maandag 21 maart a.s. Binnen 2 weken zal de Europese Commissie een conceptbrief
met een gestructureerde lijst van punten rondsturen, die besproken wordt voor een volgende gelijksoortige bijeenkomst, te
organiseren binnen 3 tot 4 weken.
5. Voor wat betreft een gedeelde analyse van de gebeurtenissen in Japan en de daaruit te trekken lessen zal een procedure overeengekomen
moeten worden.
Tijdens de bijeenkomst heeft Nederland het belang van een verstandige aanpak onderstreept en aangegeven dat conclusies getrokken
moeten worden op basis van de feiten. Nederland heeft toegezegd specifieke technische informatie over de kerncentrale Borssele
op de door de Commissie gevraagde punten te zullen aanleveren.
Nederland ondersteunt het uitvoeren van een stresstest. Hoewel nu reeds vele veiligheidsanalyses uitgevoerd zijn voor iedere
kerncentrale binnen Europa en ook de kerncentrale Borssele elke 10 jaar een algehele periodieke veiligheidsanalyse uitvoert,
moet de nucleaire sector uitgedaagd blijven worden om zichzelf voortdurend op het punt van veiligheid te verbeteren. Een dergelijke
stresstest kan daarvoor een belangrijke aanzet zijn.
Van verdere ontwikkelingen stel ik u zo spoedig mogelijk op de hoogte.
De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,
M. J. M. Verhagen