Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201021501-33 nr. 251

21 501-33
Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie

nr. 251
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 januari 2010

Hierbij ontvangt u het verslag van de VTE-Raad (energie) die op 7 december jl. bijeen kwam in Brussel.

Tijdens de Raad gaf het voorzitterschap een toelichting op de akkoorden die het Zweeds voorzitterschap bereikte met de Europese Commissie en het Europees Parlement over de herziening van de richtlijn energieprestaties van gebouwen, de herziening van de kaderrichtlijn energie-etikettering en de verordening labeling banden. Daarnaast besprak de Raad de voortgang van de verordening leveringszekerheid aardgas en de verordening inzake mededeling aan de Commissie van investeringsprojecten met betrekking tot energie-infrastructuur. Ook vond er een gedachtewisseling plaats over de Commissiemededeling «Investeren in de ontwikkeling van koolstofarme technologieën». Tenslotte informeerden Commissie en voorzitterschap de Raad over diverse internationale ontwikkelingen op energiegebied, alsmede over de stand van zaken rondom de energieprojecten uit het Europees economisch herstelplan.

Naar aanleiding van de vraag van de heer Samson (PvdA) tijdens het Algemeen Overleg van 1 december jl. of het mogelijk is om de kosten van het energieverbruik te vermelden op de energielabels, kan ik het volgende melden. De richtlijn staat niet toe dat lidstaten zelf informatie toevoegen aan het energielabel. Een nieuwe herziening van de richtlijn, die pas over een aantal jaren kan worden verwacht, zou nodig zijn om deze mogelijkheid te creëren. Daarbij moet worden aangetekend dat een dergelijke mogelijkheid fabrikanten zou dwingen om voor alle lidstaten verschillende energielabels aan te leveren, vanwege verschillen in energieprijzen binnen de EU. Momenteel wordt nationaal wel onderzocht of het mogelijk is om een systeem op te zetten waarbij in winkels (en op internet) naast de prijs van een apparaat ook de gebruikskosten vermeld zullen worden. Het gaat hierbij om apparaten met een verbruik van meer dan 100 kWh per jaar, zoals vaatwassers, televisies en koelkasten.

De minister van Economische Zaken,

M. J. A. van der Hoeven

BIJLAGE

VERSLAG VTE-RAAD (ENERGIE) VAN 7 DECEMBER 2009

Energie-efficiëntie

Informatie voorzitterschap

Het voorzitterschap en de Commissie gaven tijdens de Raad een toelichting op de bereikte akkoorden over de herziening van de richtlijn energieprestaties van gebouwen, de herziening van de kaderrichtlijn energie-etikettering en de verordening labeling banden. Over de verordening labeling banden werd reeds in oktober een akkoord bereikt, de definitieve tekst is inmiddels door het Europees Parlement en de Raad getekend. Over de andere twee voorstellen bereikten de Raad en het EP pas eind november een akkoord. Op dit moment worden de consequenties die voortvloeien uit de inwerkingtreding van het Lissabonverdrag nog verwerkt in de definitieve tekst. Een formele stemming in de Raad is voorzien voor begin 2010. Het Voorzitterschap en de Commissie toonden zich verheugd over het behaalde resultaat, dat een belangrijk signaal zou vormen richting de klimaatonderhandelingen in Kopenhagen.

Op verzoek van Nederland heeft de Commissie in de Raad bevestigd dat de aanbevelingen die de Commissie kan doen ten aanzien van maatregelen ter bevordering van energiezuinigheid van gebouwen, geen afbreuk doen aan de competentie van lidstaten om zelf te bepalen welke financiële instrumenten zij inzetten. Over de verdeling van bevoegdheden zal Nederland, mede naar aanleiding van de zorgen in uw Kamer, ook een stemverklaring afgeven bij de formele stemming.

Energievoorzieningzekerheid

Bespreking voortgang

a. Herziening verordening inzake mededeling aan de Commissie van investeringsprojecten met betrekking tot energie-infrastructuur

De Commissie gaf een toelichting op het voorstel voor herziening van de verordening die voorziet in de monitoring en rapportage van investeringsprojecten op het gebied van energie-infrastructuur. De Commissie stelde dat de verordening de transparantie voor overheden en marktpartijen over ontwikkelingen op de Europese energiemarkt kan vergroten. Dit biedt tevens de mogelijkheid om beter in te spelen op toekomstige investeringen. De Commissie benadrukte hierbij dat de lidstaten voldoende flexibiliteit zullen behouden bij het verzamelen en rapporteren van gegevens. De Commissie gaf aan te hopen op een spoedig akkoord. Er vond geen inhoudelijke discussie plaats.

b. Verordening leveringszekerheid aardgas

De Raad besprak de voortgang van het voorstel voor de verordening leveringszekerheid aardgas. De Commissie benadrukte in haar inleiding het belang van een spoedige aanname van een wettelijk kader voor crisissituaties om de gevolgen van een potentiële onderbreking van de gasaanvoer te kunnen voorkomen dan wel te verzachten. De Commissie wees daarbij op enkele voordelen van de verordening. Zo beoogt het voorstel lidstaten beter in staat te stellen de leveringszekerheid bij een eventuele verstoring te blijven garanderen. Voorts beoogt het voorstel de samenwerking op zowel regionaal als Europees niveau te versterken. In de daaropvolgende discussie kwam een drietal vraagstukken aan de orde, te weten de verantwoordelijkheidsverdeling, de verplichte norm voor infrastructuur en gaslevering, en de omvang van de groep beschermde klanten.

Diverse lidstaten, waaronder Nederland, pleitten voor een verduidelijking van de verantwoordelijkheidsverdeling, waarbij de primaire rol die de industrie bij een verstoring speelt, beter dient te worden verankerd in het voorstel. Bij eventuele problemen met een gaslevering is eerst de industrie aan zet, vervolgens de lidstaat of regio in kwestie en pas daarna de Europese Unie. Nederland gaf daarnaast aan dat de verordening de balans tussen de rol van de industrie en de bevoegde autoriteit niet mag verstoren. Voorts bracht Nederland in dat het voorstel geen afbreuk mag doen aan de soevereiniteit van lidstaten over hun nationale bodemschatten. Nederland benadrukte daarbij dat voorzieningszekerheid vooral een nationale aangelegenheid is. In het voorstel trekt de Commissie teveel bevoegdheden naar zich toe. De Commissie verzekerde dat dit echter niet haar intentie was.

De Commissie benadrukte tevens het belang van verplichte normen voor de capaciteit van de infrastructuur. Daarbij dient wel voldoende flexibiliteit te bestaan ten aanzien van de manier waarop lidstaten aan deze norm voldoen. De meerderheid van de lidstaten achtte het instellen van verplichte normen acceptabel. Ten aanzien van de specifieke criteria en invulling van de normen divergeerden de meningen echter sterk. Dit behoeft dan ook nog nadere uitwerking. Diverse lidstaten stelden dat financiële middelen moeten worden vrijgemaakt om te kunnen voldoen aan de infrastructuureisen. Nederland, gesteund door een aantal lidstaten, bracht in dat juist de risicoanalyses de kern van het voorstel moeten vormen, omdat deze veel meer rekening houden met de specifieke omstandigheden van de lidstaten.

Betreffende de definitie van beschermde klanten pleitte de Commissie voor een nauwe definitie. Des te ruimer de definitie, des te hoger ook de kosten zullen zijn. Een ruime meerderheid, waaronder Nederland, onderstreepte vooral het belang van flexibiliteit voor de lidstaten om rekening te kunnen houden met nationale en regionale omstandigheden. Een aantal lidstaten was voorstander van een ruime definitie. Nederland gaf aan dat in ieder geval huishoudens tot beschermde klanten moeten worden gerekend, maar dat het verder aan lidstaten zelf is om te bepalen welke andere groepen onder de definitie moeten vallen. Nederland maande daarbij met het oog op de kosten wel tot terughoudendheid.

De Commissie en het Voorzitterschap merkten concluderend op dat het voorstel in principe positief is ontvangen door de lidstaten. Het debat toonde tegelijkertijd wel aan dat verdere discussie noodzakelijk is alvorens een akkoord kan worden bereikt. Aankomend EU-voorzitterschap Spanje deelde mee te streven naar een akkoord in eerste lezing met het Europees Parlement in maart 2010.

Commissiemededeling Investeren in de ontwikkeling van koolstofarme technologieën (SET-Plan)

Gedachtewisseling

De Raad verwelkomde de mededeling «Investeren in de ontwikkeling van koolstofarme technologieën», waarin de Commissie de financiële consequenties presenteert van de realisatie van het eerder uitgebrachte Strategisch Plan voor Energietechnologie (SET-plan). Diverse lidstaten wezen op het belang van koolstofarme technologieën voor niet alleen de klimaatdoelen, maar ook de energievoorzieningszekerheid en de concurrentiepositie van de EU. De zeven industriële initiatieven – voor wind-, zonne-, bio- en nucleaire energie, CCS, een Europees elektriciteitsnetwerk en brandstofcellen – konden rekenen op algemene steun, hoewel sommige lidstaten zich kritisch toonden ten aanzien van CCS en nucleaire energie. Diverse lidstaten onderschreven het belang van meer coördinatie van onderzoeksinspanningen en stelden dat het SET-plan zich vooral moet richten op onderzoek waar de EU toegevoegde waarde heeft, zoals basisonderzoek. Ten aanzien van de financiering van de benodigde additionele investeringen (geschat op € 75–80 miljoen in de periode 2010–2020) werden geen concrete voorstellen gedaan. Diverse lidstaten merkten op dat de private sector een belangrijke rol zal moeten spelen bij deze financiering. Enkele lidstaten toonden zich kritisch over de verwachtingen die in de mededeling worden gewekt ten aanzien van de publieke financiering. Deze zouden gezien de toestand van de overheidsfinanciën in lidstaten niet realistisch zijn. Door Nederland is ingebracht dat in de nieuwe Financiële Perspectieven middelen zo herschikt zullen moeten worden dat het aandeel voor onderzoek, ontwikkeling en demonstratie van koolstofarme technologieën toeneemt. Naar verwachting zullen tijdens de VTE-raad van maart Raadsconclusies over de mededeling worden aangenomen.

Internationale energierelaties

Informatie van het voorzitterschap en de Commissie

Tijdens een gesloten lunchbijeenkomst informeerde de Commissie de Raad over de situatie rondom de Oekraïense gassector, waarbij ook werd gesproken over de energierelaties tussen Oekraïne en Rusland. De Raad werd medegedeeld dat Oekraïne tot op heden haar betalingsverplichtingen jegens Rusland voor de gasleveringen heeft kunnen voldoen. De Raad werd tevens geïnformeerd over de komende Ministeriële Raad van de Energiegemeenschap op 18 december, en de recente oprichting van de EU-VS Energieraad.

Energieprojecten uit het Europees economisch herstelplan

Informatie van het voorzitterschap en de Commissie

De Commissie lichtte de stand van zaken toe rondom de € 4 miljard die in het kader van het Economisch herstelplan beschikbaar is gesteld voor de ondersteuning van energieprojecten op het gebied van inter-connectie (€ 2,4 miljard), wind op zee (€ 0,6 miljard) en CCS (€ 1 miljard). De Commissie toonde zich tevreden over de voortgang tot nu toe. De evaluatie van de windenergieprojecten en de CCS-projecten is afgerond, zodat subsidieovereenkomsten mogelijk nog dit jaar kunnen worden afgesloten. De evaluatie van de inter-connectieprojecten is nog niet afgerond, en naar verwachting zullen de financiële besluiten hierover in februari 2010 worden genomen. De Commissie riep lidstaten op bij te dragen aan een snelle voortgang van de ingediende projecten, bijvoorbeeld door versnelde vergunningsprocedures. De Commissie merkte ook op dat bij de toekenning van middelen aan projecten alle mededingingsvoorschriften en interne marktregels zullen worden nageleefd.