Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 21501-32 nr. J |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 21501-32 nr. J |
Vastgesteld 2 september 2026
De vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit1 heeft schriftelijk overleg gevoerd met de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over de geannoteerde agenda van de informele Landbouw- en Visserijraad van 3 tot en met 5 mei 2026. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:
• De uitgaande brief van 30 juni 2026.
• De antwoordbrief van 27 augustus 2026.
De griffier van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Wolf
BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT
Aan de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Den Haag, 30 juni 2026
De leden van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief van 20 april 20262 over de agenda en de Nederlandse inbreng tijdens de informele Landbouw- en Visserijraad van 3 tot 5 mei 2026, de brief van 15 mei 20263, mede namens de Minister, met de uitkomsten van de Raad en de Tweede Kamerbrief van 11 juni 2026 over de evaluatie van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid en Nederlandse inzet op de Vision 2040 for fisheries and aquaculture.4 Naar aanleiding hiervan heeft het lid van de Fractie-Visseren-Hamakers een aantal vragen en opmerkingen.
U geeft in uw brief van 11 juni 2026 aan dat de effecten van onder andere klimaatverandering op de doelstelling van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid, onderbelicht zijn in de evaluatie.5 Deze aspecten komen echter niet terug in de brief met input voor Vision 2040.6 De temperatuur van de oceanen bereikt recordhoogtes, waardoor de oceanen en de ecosystemen en de biodiversiteit onder water onder grote druk staan.7
Vraag 1
Hoe schat u de levensvatbaarheid van de EU-visserijsector in, in het licht van bovenstaand gegeven?
Vraag 2
Hoe kijkt u naar de druk die de visserij en schadelijke visserijmethoden op het onderwaterleven zetten, bovenop de druk die door onder andere klimaatverandering al heerst?
Vraag 3
In hoeverre vindt u dat de effecten van klimaatverandering ook prioriteit moeten krijgen in de Vision 2040?
In de brief van 15 mei 2026 leest het lid dat «op evenwichtige wijze rekening moet worden gehouden met ecologische en sociaaleconomische doelstellingen».8
Vraag 4
Wanneer is er sprake van «evenwicht»?
Er is al lange tijd wetenschappelijke consensus over het feit dat vissen onder meer pijn en stress kunnen beleven. Onder andere de European Food Safety Authority (EFSA) heeft aangetoond dat vissen zelfbewustzijn hebben en emoties beleven. Ook kunnen zij speels zijn, interacteren met objecten in de omgeving en nieuwsgierigheid vertonen.9
Vraag 5
Erkent u bovenstaande wetenschappelijk consensus dat vissen pijn en stress beleven en ook positieve ervaringen kunnen hebben?
Vraag 6
Kunt u aangeven hoe vaak en in hoeverre vissenwelzijn (zoals vangst- en dodingsmethoden, transport en leefomstandigheden in aquacultuur) ter sprake komt in de landbouw- en visserijraad?
Vraag 7
Op welke manier vraagt u aandacht voor vissenwelzijn in visserij en aquacultuur?
Vraag 8
Hoe gaat u bewerkstelligen dat concrete en handhaafbare regels en standaarden rondom vissenwelzijn in visserij en aquacultuur worden opgenomen in toekomstig Europees visserijbeleid?
De leden van de commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zien uit naar de beantwoording van bovenstaande vragen en verzoeken u deze uiterlijk binnen vier weken na dagtekening van deze brief aan de Eerste Kamer aan te bieden.
De voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, G.J. Oplaat
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 27 augustus 2026
Hierbij stuur ik de Eerste Kamer de antwoorden op de schriftelijke vragen die zijn gesteld door het lid van de Fractie Visseren-Hamakers over de geannoteerde agenda van de informele Landbouw- en Visserijraad van 3 tot en met 5 mei 2026, de brief van 15 mei 2026, mede namens de Minister, met de uitkomsten van de Raad en de Tweede Kamerbrief van 11 juni 2026 over de evaluatie van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid en Nederlandse inzet op de Vision 2040 for fisheries and aquaculture onder nummer 181640.
De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, S.P.A. Erkens
Antwoord op Kamervragen van de fractie Visseren-Hamakers over de agenda en de Nederlandse inbreng tijdens de informele Landbouw- en Visserijraad van 3 tot 5 mei 2026, de brief van 15 mei 2026 met de uitkomsten van de Raad en de Tweede Kamerbrief van 11 juni 2026 over de evaluatie van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid en Nederlandse inzet op de Vision 2040 for fisheries and aquaculture.
De leden van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief van 20 april 2026 over de agenda en de Nederlandse inbreng tijdens de informele Landbouw- en Visserijraad van 3 tot 5 mei 2026, de brief van 15 mei 2026, mede namens de Minister, met de uitkomsten van de Raad en de Tweede Kamerbrief van 11 juni 2026 over de evaluatie van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid en Nederlandse inzet op de Vision 2040 for fisheries and aquaculture.
Naar aanleiding hiervan heeft het lid van de Fractie Visseren-Hamakers een aantal vragen en opmerkingen.
U geeft in uw brief van 11 juni 2026 aan dat de effecten van onder andere klimaatverandering op de doelstelling van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid, onderbelicht zijn in de evaluatie. Deze aspecten komen echter niet terug in de brief met input voor Vision 2040. De temperatuur van de oceanen bereikt recordhoogtes, waardoor de oceanen en de ecosystemen en de biodiversiteit onder water onder grote druk staan.
Vraag 1
Hoe schat u de levensvatbaarheid van de EU-visserijsector in, in het licht van bovenstaand gegeven?
Antwoord
Het kabinet zet zich in voor een toekomstbestendige visserijsector en hecht belang aan het borgen van de voedselwinning uit zee. Klimaatverandering zal hier een impact op hebben, niet alleen vanuit het feit dat de temperatuur van de oceanen verandert maar ook omdat het veranderende klimaat de visserij noodzaakt om een energietransitie door te maken. Om de visserij te ondersteunen bij de energietransitie stel ik middelen beschikbaar voor ondersteuning bij het verhogen van de energie-efficiëntie van vissersvaartuigen. Daarnaast wordt er met verschillende andere initiatieven ingezet op de energietransitie van de vloot, zoals bijvoorbeeld subsidieregelingen voor innovatie en onderzoeken.
Dat klimaatverandering een impact heeft op de visserij wordt nu al gemerkt. Zo is pijlinktvis een groot deel gaan uitmaken van de vangsten. Het is aan de Nederlandse sector om in te spelen op de veranderende omstandigheden op de Noordzee. Ik zal me ervoor inzetten dat dit mogelijk is binnen de kaders van duurzaamheid die het Gemeenschappelijk Visserijbeleid stelt, zoals hierboven is toegelicht.
Vraag 2
Hoe kijkt u naar de druk die de visserij en schadelijke visserijmethoden op het onderwaterleven zetten, boven op de druk die door onder andere klimaatverandering al heerst?
Antwoord
De Nederlandse visserijsector zet zich dag in, dag uit, in voor hoogwaardige voedselwinning uit de Noordzee. Deze voedselwinning vindt plaats binnen de kaders van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid, dat uitgaat van een balans tussen de economische, ecologisch en sociale duurzaamheid. Ik zet mij ervoor in om de visserij verder te verduurzamen en toekomstbestendig te maken, binnen de draagkracht van het ecosysteem.
Bijvoorbeeld door middel van het stimuleren en ondersteunen van innovatieve projecten om bijvangst te verminderen. Daarnaast wordt er in het kader van de afspraken uit het Noordzeeakkoord ingezet op sluiting van 15% van de Noordzee voor bodemberoerende visserij. Op deze wijze tracht ik ook nationaal oog te houden voor de balans tussen economisch en ecologische impact.
Vraag 3
In hoeverre vindt u dat de effecten van klimaatverandering ook prioriteit moeten krijgen in de Vision 2040?
Antwoord
Ik vind het belangrijk dat de Europese Commissie in de visie voor 2040 voor de visserij en aquacultuur zich rekenschap geeft van de veranderende omstandigheden van het klimaat.
Dit betekent dat er zowel gekeken moet worden naar het verminderen van de impact die de visserij- en aquacultuursectoren hebben op het klimaat als naar de gevolgen van klimaatveranderingen op de Noordzee. Dankzij stijgende temperaturen zien we dat de Noordzee verandert en dat visbestanden verplaatsen. Ik vind het belangrijk dat de Europese Commissie in haar visie 2040 rekening houdt met de gevolgen die dit heeft voor de visserij- en aquacultuursector.
In de brief van 15 mei 2026 leest het lid dat «op evenwichtige wijze rekening moet worden gehouden met ecologische en sociaaleconomische doelstellingen».
Vraag 4
Wanneer is er sprake van «evenwicht»?
Antwoord
Het GVB gaat uit van een balans tussen economische, ecologische en sociale duurzaamheid. Ik acht het van belang dat deze balans in het oog gehouden wordt, bijvoorbeeld in het licht van fluctuerende vangstmogelijkheden en de impact die dat heeft op het verdienvermogen van visserijbedrijven.
Vraag 5
Erkent u bovenstaande wetenschappelijk consensus dat vissen pijn en stress beleven en ook positieve ervaringen kunnen hebben?
Antwoord
Ik erken de wetenschappelijke consensus dat vissen pijn en stress kunnen ervaren en ik heb daar ook aandacht voor. Op verschillende onderwerpen binnen de visserij en aquacultuur doe ik onderzoek naar vissenwelzijn (zie ook het antwoord op vraag 7).
Vraag 6
Kunt u aangeven hoe vaak en in hoeverre vissenwelzijn (zoals vangst- en dodingsmethoden, transport en leefomstandigheden in aquacultuur) ter sprake komt in de landbouw- en visserijraad?
Antwoord
In de Landbouw- en Visserijraad wordt een grote verscheidenheid aan onderwerpen besproken. Daarbij gaat het regelmatig over vangstmethodes en de mogelijkheden om bijvoorbeeld bijvangst, en daarmee ongewenste schade aan vissoorten, te beperken. Dodingsmethoden komen hierbij zelden aan de orde. Voor het transport van dieren wordt gewerkt aan een transportverordening die ook betrekking zal hebben op waterdieren, de behandeling hiervan in de Landbouw- en Visserijraad heeft echter met name betrekking op landdieren.
Vraag 7
Op welke manier vraagt u aandacht voor vissenwelzijn in visserij en aquacultuur?
Antwoord
Voor het treffen van maatregelen ter bevordering van vissenwelzijn zijn goed onderbouwde indicatoren en goed toepasbare methoden noodzakelijk. Op verschillende onderwerpen binnen de visserij en aquacultuur doe ik onderzoek naar vissenwelzijn om geschikte methoden te ontwikkelen. Zo loopt onderzoek naar de mogelijkheden voor het bedwelmen van schol en tarbot voorafgaand aan doding aan boord van vissersschepen. Ook voor krabben en kreeften loopt een onderzoek om te komen tot een bedwelmingsapparaat. Ik vind het van belang om daarbij in Europees verband hier stappen in te zetten, zodat sprake is van een gelijk speelveld tussen lidstaten. Echter is vissenwelzijn op dit moment niet de prioriteit van de Nederlandse inzet bij de Landbouw- en Visserijraad.
Vraag 8
Hoe gaat u bewerkstelligen dat concrete en handhaafbare regels en standaarden rondom vissenwelzijn in visserij en aquacultuur worden opgenomen in toekomstig Europees visserijbeleid?
Antwoord
Maatregelen ter bevordering van vissenwelzijn moeten gezamenlijk in Europees verband worden opgepakt. Wanneer er onderbouwde, handhaafbare en praktisch toepasbare verbeteringen rondom vissenwelzijn beschikbaar komen uit de onderzoeken die in Nederland op dit gebied worden uitgevoerd, zal ik dit in Europa onder de aandacht brengen. Echter, zoals benoemd in vraag 7, heeft dit onderwerp op dit moment niet de prioriteit in de Nederlandse inzet bij de Landbouw- en Visserijraad. Verder doet ook EFSA (European Food and Safety Autority) onderzoek naar verschillende vissenwelzijnsindicatoren. Het is van belang dat dit doorgang blijft vinden.
Samenstelling:
Van Aelst-Den Uijl (SP), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA) (ondervoorzitter), Holterhues (ChristenUnie), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Jaspers (BBB), Kanis (D66), Kemperman (FVD), Van Kesteren (PVV), Kluit (GroenLinks-PvdA), Van Knapen (BBB), Van der Linden (VVD), Van Meenen (D66), Nicolaï (PvdD), Oplaat (BBB) (voorzitter), Perin-Gopie (Volt), Rietkerk (CDA), Van Rooijen (50PLUS), Straus (VVD), Steenkamp (CDA), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)
Climate Change Institute University of Maine, «Climate Reanalyser», climatereanalyzer.org/clim
Animals A Kettle of Fish: A Review of the Scientific Literature for Evidence of Fish Sentience. Lambert, H., Cornish, A., Elwin, A., and D'Cruze, N., 5 mei 2022.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-21501-32-J.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.