Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 25 januari 2016
Tijdens het dertigledendebat van 22 september jl. heeft collega Ploumen uw Kamer toegezegd
te reageren op het onderzoek van de Europese Ombudsman over de transparantie en de
evenwichtige samenstelling van deskundigengroepen van de Europese Commissie. Dit naar
aanleiding van een voorgestelde motie door het lid Van Gerven (Kamerstuk 27 428, nr. 313).
De Europese Ombudsman heeft in mei jl. een onderzoek op eigen initiatief afgerond
en aanbevelingen gedaan aan de Commissie over de samenstelling en transparantie van
deskundigengroepen.1 De Commissie doet regelmatig een beroep op de expertise van deze deskundigengroepen
voor input op wetsvoorstellen, beleidsinitiatieven en de uitvoering van regelgeving.
Eén van de aanbevelingen van de Ombudsman aan de Commissie was om het bindende kader
van DG Landbouw als maatstaf te hanteren voor alle deskundigengroepen, opdat de transparantie
en evenwichtige samenstelling van deze groepen verder wordt vergroot. DG Landbouw
hanteert deze maatstaf voor zijn zogenaamde «groepen voor de dialoog met het maatschappelijk
middenveld», welke de Commissie bijstaan met advies en expertise specifiek op het
terrein van het Europees landbouwbeleid.
In aanvulling op het onderzoek en de genoemde aanbeveling heeft de Europese Ombudsman
een tweede onderzoek op eigen initiatief2 uitgevoerd naar de samenstelling van deze groepen voor maatschappelijke dialoog en
de implementatie van het bindende kader door DG Landbouw. Op 7 september jl. werden
hiervan de resultaten gepubliceerd.
Het kabinet steunt de Commissie in het betrekken van deskundigen en belanghebbenden
bij de ontwikkeling van Europees beleid en wetgeving. Dit kan een belangrijke bijdrage
leveren aan de verbetering van de kwaliteit van Europese wet- en regelgeving. Het
doel van de deskundigengroepen, inclusief de groepen voor maatschappelijke dialoog,
is de Commissie te voorzien van deze expertise over specifieke, vaak technische, onderwerpen.
Gezien de adviesrol van beide soorten groepen is het kabinet met de Ombudsman van
mening dat de Commissie een transparante en een evenwichtige samenstelling moet waarborgen.
Dit is van belang zodat alle relevante invalshoeken en standpunten worden meegewogen
door de Commissie in de ontwikkeling en toepassing van Europees beleid en niet alleen
de machtigste bedrijven een stem krijgen.
Het onderzoek van de Europese Ombudsman wijst uit dat DG Landbouw een duidelijke procedure
heeft vastgesteld voor het toekennen van zetels in de groepen voor de dialoog met
het maatschappelijk. Hierbij is ook geconstateerd dat DG Landbouw aanzienlijke inspanningen
heeft verricht om een evenwichtige vertegenwoordiging te verbeteren. Uiteraard verwelkomt
het kabinet deze vooruitgang. Het kabinet is van mening dat verdere verbetering mogelijk
is indien de gegevens van het transparantieregister van de Commissie inzicht geven
in het doel en de functie van deskundigengroepen in het algemeen. De doelstelling
en functie van een deskundigengroep bepalen namelijk in belangrijke mate wat een evenwichtige
samenstelling inhoudt. Dit kan immers per onderwerp of doelstelling verschillen. Deze
informatie zou idealiter bij de aanmeldprocedure voor deskundigen bekend zijn, om
een brede vertegenwoordiging van alle belangen te waarborgen. De evenwichtigheid van
de samenstelling zal van geval tot geval moeten worden beoordeeld zoals de Ombudsman
ook voorstelt. Daarnaast onderschrijft het kabinet de observatie van de Europese Ombudsman
dat met name de verdeling tussen economische en niet-economische belangen in overweging
moet worden genomen. Deze elementen zijn in het bindende kader voor de maatschappelijk
dialoog groepen van DG Landbouw opgenomen.
Het kabinet, evenals de Europese Ombudsman, verwelkomt de voornemens van de Commissie
om haar systeem rond deskundigengroepen, inclusief de groepen voor maatschappelijke
dialoog, verder te verbeteren. De Commissie heeft zich in reactie op de aanbevelingen
van de Ombudsman o.a. gecommitteerd om het beleid rond belangenverstrengeling aan
te scherpen, de transparantie rond de selectieprocedure te vergroten en de standaarden
rond de evenwichtige samenstelling van de deskundigengroepen te verhogen.3 Verder zet het kabinet zich blijvend in voor zoveel mogelijk openbaarheid in de consultaties
door de Commissie en een consequente registratie van lobby activiteiten in het transparantieregister.
Volgens het kabinet zullen al deze maatregelen er aan bijdragen de toegevoegde waarde
van deskundigengroepen verder te optimaliseren.
De Minister voor Buitenlandse Zaken,
A.G. Koenders