Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201321501-32 nr. 705

21 501-32 Landbouw- en Visserijraad

Nr. 705 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 13 mei 2013

Binnen de vaste commissie voor Economische Zaken hebben enkele fracties behoefte een aantal vragen en opmerkingen voor te leggen aan de staatssecretaris van Economische Zaken over de Landbouw- en Visserijraad op 13 en 14 mei 2013 in Brussel. De volledige agenda is opgenomen aan het einde van het verslag.

De op 2 mei 2013 toegezonden vragen en opmerkingen zijn met de door de staatssecretaris bij brief van 8 mei 2013 toegezonden antwoorden hieronder afgedrukt.

De voorzitter van de commissie, Hamer

Adjunct-griffier van de commissie, Van Bree

Inhoudsopgave

 
     

I.

Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

2

 

Vragen van de leden van de VVD-fractie

2

 

Vragen van de leden van de PVV-fractie

4

 

Vragen van de leden van de CDA-fractie

5

 

Vragen van de leden van de ChristenUnie-fractie

6

 

Vragen van de leden van de SGP-fractie

8

 

Vragen van de leden van de Partij voor de Dieren-fractie

9

     

II.

Antwoord / Reactie van de staatssecretaris

11

     

III.

Volledige agenda

20

I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen van de leden van de VVD-fractie

De leden van de VVD-fractie hebben de geannoteerde agenda ten behoeve van de Landbouw- en Visserijraad van 13 en 14 mei 2014 en het verslag van de Landbouw- en Visserijraad van 22 april jl. gelezen. De leden van de VVD-fractie hebben ten aanzien van de stukken de volgende vragen en opmerkingen.

Hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid

De leden van de VVD-fractie hebben in het verslag van de afgelopen landbouwraad gelezen dat zes van de geplande 34 trilogen hebben plaatsgevonden. De komende maanden zullen nog vele trilogen plaatsvinden en het voorzitterschap hoopt in mei meer informatie te geven. Het doel blijft om een politiek akkoord in de Landbouw- en Visserijraad van juni te bereiken. De leden van de VVD-fractie vragen de staatssecretaris of de geschetste planning haalbaar is, aangezien in april pas zes trilogen hebben plaatsgevonden en in juni een akkoord moet zijn bereikt? De leden van de VVD-fractie merken op dat in de geannoteerde agenda zeer summier informatie wordt gegeven over het verloop van de trilogen, terwijl in het verslag werd aangegeven dat het voorzitterschap in mei meer informatie hierover zou geven. De leden van de VVD-fractie willen dan ook graag dat de staatssecretaris in het verslag van de aankomende raad een uitgebreide terugkoppeling geeft over het verloop van trilogen.

De leden van de VVD-fractie lezen dat de staatssecretaris in de afgelopen landbouwraad heeft gezegd dat vergroening van het GLB voor haar het hart van de onderhandelingen blijft. De leden van de VVD-fractie vinden dat zij hiermee onvoldoende tegemoet komt aan de aangenomen motie van de leden Graus en Dijkgraaf (Kamerstuk 21 501-32, nr. 664) waarin de regering wordt verzocht zich proactief te verzetten tegen koppeling van het vergroeningspakket aan de basispremie. De leden van de VVD-fractie constateren dat een meerderheid van de Kamer de vergroening niet als een cruciaal onderdeel zien van het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Voorts willen deze leden de motie Lodders c.s. (Kamerstuk 21 501-32, nr. 666) in herinnering roepen, waarin wordt gepleit om in de onderhandelingen over het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en het budget daarvoor, in te zetten op de handhaving van de huidige verdeling tussen de eerste en de tweede pijler. Een overheveling van 15% van de eerste pijler naar de tweede pijler is wat deze leden betreft niet aan de orde. Kan de staatssecretaris bevestigen dat dit ook inderdaad haar inzet is?

Neonicotinoïden

De leden van de VVD-fractie hebben gelezen dat de Europese Commissie afgelopen maandag het besluit heeft genomen om vanaf 1 december het gebruik van drie middelen in de neonicotinoïdengroep (clothianidine, imidacloprid en thiametoxam) te verbieden. Na twee jaar wordt bekeken of de maatregelen effect hebben gehad en of er Europese wetgeving moet komen. De leden van de VVD-fractie willen weten welke (financiële) bijdrage Nederland gaat leveren aan het onderzoek?

De leden van VVD-fractie zijn van mening dat met dit besluit voldoende invulling wordt gegeven aan de motie van het lid Ouwehand over een Europees moratorium op alle toepassingen van neonicotinoïden (Kamerstuk 21 501-32, nr. 680) en dat geen aanvullende nationale maatregelen nodig zijn. Is de staatssecretaris het eens met de opvatting van de leden van de VVD-fractie? Zo nee, waarom niet?

In veel teelten is de toepassing van de drie neonicotinoïden onmisbaar om insectenproblemen onder controle te houden. Een moratorium heeft dan grote gevolgen. Soms zijn er geen alternatieven en soms moet er teruggegrepen worden naar andere middelen en andere toedieningstechnieken. De leden van de VVD-fractie zijn van mening dat gewasbescherming in deze teelten feitelijk 20 jaar terug gezet wordt in de tijd. Kan de staatssecretaris aangeven wat de gevolgen zijn van dit besluit voor het bedrijfsleven en de ontwikkeling van innovatie?

Stadslandbouw

De leden van de VVD-fractie hebben vernomen dat de Europese Commissie werkt aan nieuwe regelgeving waarbij tuinieren alleen nog mag met door Europa toegelaten zaaigoed. Het gevolg is dat we niet meer ons eigen kropje sla kunnen telen. De nieuwe verordening heeft ook grote gevolgen voor kleinschalige tuinbouw. Nu mogen alle zaden vrij verhandeld en verkocht worden. Als de nieuwe regels van kracht zijn, mogen deze hobbytuinders zaden van in hun moestuintjes gekweekte gewassen niet meer met elkaar ruilen, weggeven of verhandelen. De leden van de VVD-fractie vinden bemoeizucht vanuit Brussel op dit punt volstrekt onnodig. Deelt de staatssecretaris de opvatting van de leden van de VVD-fractie? Zo ja, is de staatssecretaris bereid om zich met hand en tand te verzetten tegen deze nieuwe verordening?

Hervorming van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid

De leden van de VVD-fractie maken zich ernstig zorgen over de invoering van de aanlandplicht. Het draagvlak bij de praktiserende visser lijkt volledig te ontbreken. De oorzaak ligt in het bagatelliseren van de problemen door (Europese) beleidsmakers en beslissers en de onoplosbaarheid van diezelfde problemen in de ogen van de varende vissers. Er lijkt een patstelling te zijn ontstaan tussen de overheid en de sector. Herkent de staatssecretaris zich in het geschetste beeld? Zo ja, is zij bereid om het gesprek aan te gaan met de sector om de ontstane impasse te doorbreken?

De leden van de VVD-fractie zijn van mening dat slechts met een invoeringstraject dat recht doet aan het herkennen en erkennen van de daadwerkelijke problemen en dat de aanvoersector beloont voor haar innovatieve aanpak er een kans is om dit negatieve tij te laten keren. Het is daarvoor noodzakelijk om de invoering daadwerkelijk een sluitstuk te laten zijn met een beloning voor innovatie en ontwikkeling. De leden van de VVD-fractie zijn bezorgd dat wanneer het Europese beleid en de Nederlandse invulling hiervan ongewijzigd wordt doorgezet, de innovatie in de sector stilvalt. Kan de staatssecretaris aangeven hoe zij met de hierboven geschetste problematiek omgaat?

Maximum Duurzame Oogst

De leden van de VVD-fractie hebben vernomen dat de interpretatie van het begrip Maximum Duurzame Oogst (MSY) leidt tot grote spraakverwarring. De verschillen in interpretatie zijn duidelijk zichtbaar in de lopende trilogen. Het Europees Parlement gaat uit van het Bmsy. Dit is een theoretische berekende omvang van het visserijbestand behorend bij een maximaal duurzame oogst. Het is een doel waarvan niemand weet waar het zou kunnen of moeten liggen omdat de rekenmodellen geen antwoord geven op de onderliggende vragen. We weten wel hoe we visserijsterfte kunnen definiëren op een manier die ertoe leidt dat het bestand licht blijft groeien. Het sturen op visserijdruk (Fmsy) is daarom in kringen van wetenschappers en managers de gehanteerde waarde. Fmsy is een doel waar een streefwaarde hoort en geen hard gedefinieerde limiet waar beneden de visserijdruk moet zijn teruggebracht. Er wordt al enkele jaren gewerkt op basis van deze methodieken en langzaam leert de sector de toepassing ervan. De Europese Raad is voorstander op het sturen van Fmsy. De leden van de VVD-fractie willen de staatssecretaris oproepen om vast te houden aan de opstelling van de Raad omdat Fmsy wetenschappelijk goed te onderbouwen is en het inmiddels praktisch uitvoerbaar is. Is de staatssecretaris hiertoe bereid?

NVWA

De leden van de VVD-fractie hebben gelezen dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) niet toestaat dat vis bij aanlanding op de kade wordt gewogen, als dat niet aan boord is gebeurd. Wel wordt toegestaan dat de vis in een koelauto wordt gewogen. De aanvoersector en de visafslagen worden hierdoor in onmogelijke situaties gebracht. De leden van de VVD-fractie vinden het een opmerkelijk besluit van de NVWA omdat in Brussel juist wel wordt gepleit voor extra ruimte. Deze leden willen van de staatssecretaris weten waarom de NVWA deze ruimte niet benut en de sector hierdoor geconfronteerd wordt met extra lasten? De leden van de VVD-fractie roepen de staatssecretaris op om in het kader van een gelijk speelveld een vergelijking te maken met Engeland. De Britse overheidsorganisatie MMO past dezelfde regeling toe op basis van een pragmatische aanpak met oog voor zo min mogelijk overlast voor de aanvoersector. Is de staatssecretaris hiertoe bereid?

Vragen van de leden van de PVV-fractie

De leden van de PVV-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de stukken ten behoeve van het schriftelijk overleg met betrekking tot de Landbouw- en Visserijraad die op 13 en 14 april 2013 plaatsvindt in Brussel.

Hervorming van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid

De leden van de PVV-fractie hebben vragen over de haalbaarheid van de implementatiedatum voor de discardban (aanlandingsplicht). De besluitvorming rondom deze discardban is nog niet voltooid. Tevens zullen de uitvoeringsverordeningen en aanpassingen van bestaande regelgeving nog moeten worden doorgevoerd. Nederland is vaak het «braafste jongetje van de klas» wanneer het aankomt op nalevingsgezindheid en implementatie. Is de implementatiedatum van 1 januari 2014 volgens de staatssecretaris nog wenselijk? Hoe oordeelt de staatssecretaris over de haalbaarheid van het op tijd implementeren van deze regelgeving in de overige EU-lidstaten?

Klopt het dat Nederlandse garnalenvissers voor hun verplichte aanlanding van alle vangsten over een quotum moeten beschikken en dus een noodzakelijke herverdeling van vangstrechten nodig is? Zullen zij reeds verworven vangstrechten moeten afstaan?

Wat is de staatssecretaris voornemens te doen om een «level playing field» te bewerkstelligen en op welke manier worden Nederlandse vissers gecompenseerd wanneer zij derving van inkomsten lijden door een gebrek aan dit gelijke speelveld?

Vragen van de leden van de CDA-fractie

Hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid

Recentelijk heeft de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) de transporteurs van dierlijke bijproducten (lees: mesttransporteurs) erop gewezen dat ze ook bij de NVWA geregistreerd moeten worden, terwijl deze transporteurs ook al geregistreerd staan bij Dienst Regelingen. De leden van de CDA-fractie zijn van mening dat deze extra registratie overbodig is. In Vlaanderen kan namelijk de registratie voor het mestbeleid wel voor de dierlijke bijproducten worden gebruikt. De leden van de CDA-fractie vragen de staatssecretaris waarom transporteurs zich in Nederland dubbel moeten laten registeren? Is de staatssecretaris bereid deze administratieve lasten en kosten die ermee gepaard gaan ongedaan te maken?

Hervorming van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid

In het verslag van de Landbouw- en Visserijraad van 22 en 23 april jl. stelt de staatssecretaris «dat de meningsverschillen tussen Raad en EP vooral op het vlak van de praktische uitvoering liggen». In gesprekken met vissersmannen valt het de leden van de CDA-fractie op dat er totaal geen draagvlak is voor de aanlandplicht. Er wordt geen beloning ervaren voor innovatie en ontwikkeling. Er worden tevens praktische problemen, zoals overgang van aanlandquota naar vangstquota, met de met Noorwegen gedeelde bestanden en herverdeling van vangstrechten, bijvoorbeeld met garnalenvisserij, ervaren.

Mede in dat licht vragen de leden van de CDA-fractie of de implementatiedatum voor de discardban in de pelagische visserij, die nu op 1 januari 2014 staat, niet te optimistisch is.

De politieke besluitvorming over de hervorming moet nog worden afgerond in de triloog. Daarna zullen de uitvoeringsverordeningen en aanpassingen van bestaande regelgeving nog moeten worden doorgevoerd. De leden van de CDA-fractie zijn van mening dat het gehele wettelijk kader duidelijk dient te zijn voordat de discardban van kracht wordt.

Hoe gaat de staatssecretaris er voor zorgen dat er geen ongeordende situatie ontstaat en dat alle lidstaten in Europa het spel volgens dezelfde regels spelen? Is de staatssecretaris met de leden van de CDA-fractie van mening dat invoering per 1 januari 2014 gezien bovenstaande geen haalbare invoeringsdatum is?

Pulskor

De leden van de CDA-fractie signaleren een (ongewenste) scheefgroei tussen de vissersmannen die wel de beschikking hebben over een puls-ontheffing en degenen die nog op de wachtlijst staan. Wanneer gaat de staatssecretaris over tot het verlenen van de ontheffingen?

Vragen van de leden van de ChristenUnie-fractie

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Landbouw- en Visserijraad van 13 en 14 mei 2013. Zij hebben hierover een aantal vragen

Hervorming van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen naar de laatste stand van zaken over praktische problemen bij de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van de aanlandplicht. Genoemde leden vinden het zeer zorgelijk dat de aanlandplicht het uitgangspunt is, terwijl volgens Nederlandse visserijorganisaties steeds meer vragen naar voren komen die tot nu toe onbeantwoord blijven. Deze leden vragen of er inmiddels een overzicht is van de nog niet opgeloste problemen, onder meer door de visserijorganisaties aangedragen, en of de staatssecretaris dit overzicht naar de Kamer kan sturen en kan voorzien van een reactie.

Ook dringen deze leden er op aan bij de invoering van het nieuwe Gemeenschappelijk Visserijbeleid om innovatie en ontwikkeling te belonen en bij het invoeringstraject recht te doen aan de genoemde problemen en invoering daarom ook een echt sluitstuk te laten zijn. Deelt de staatssecretaris de zorg van de visserijsector dat bij het ongewijzigd invoeren van het Europese beleid innovatie in de Nederlandse visserijsector zal stilvallen, omdat de sector bij voorbaat wordt gestraft? De leden van de ChristenUnie-fractie hebben over de uitvoerbaarheid de volgende specifieke vragen.

Quotum

Klopt het, zo vragen de leden van de ChristenUnie-fractie, dat er is nog geen enkel zicht is op hoe de transitie van aanlandquota naar vangstquota gerealiseerd zal worden? Hoe denkt de staatssecretaris op zo’n korte termijn te komen tot overeenstemming met Noorwegen over de gedeelde bestanden? Is de staatssecretaris bereid erop aan te dringen dat er eerst overeenstemming komt met Noorwegen over de gedeelde bestanden, voordat definitief wordt besloten over invoering van de aanlandplicht? Zo nee, welke risico’s zitten hieraan?

Ook vragen deze leden hoe het quotum voor de geassocieerde bestanden, tarbot, griet, bot en schar zal worden voorgesteld nu er de noodzaak zal ontstaan tot een verveelvoudiging van het bestaande quotum, terwijl het bestandsonderzoek voor deze soorten niet of nauwelijks aanwezig is. Deelt de staatssecretaris de mening dat hier een groot risico bestaat dat deze soorten stuk voor stuk soorten met een «verstikkend» quotum (choke species) zullen worden, die de visserij op enig moment vroeg in het jaar zullen gaan stilleggen. Zo nee, op welke wijze is de staatssecretaris van mening dat gegarandeerd is dat dit niet zal gebeuren?

Ook vragen genoemde leden wat de aanlandplicht betekent voor de huidige relatieve stabiliteit binnen de visserij in Europa? Ontstaat straks niet het risico dat binnen Nederland de verhoudingen tussen vissers in verschillende vistuigcategorieën scheef getrokken zal worden?

Specifiek vragen de leden van de ChristenUnie-fractie naar de situatie in de garnalenvisserij. Genoemde leden hebben de indruk dat de garnalenvissers voor hun verplichte aanlanding van alle vangsten over quotum zullen moeten gaan beschikken. Daarover beschikken zij nu niet. Hoe gaat straks de herverdeling van vangstrechten plaatsvinden, zo vragen deze leden?

Is de staatssecretaris ervan op de hoogte dat kottervissers niet aan een overdracht (betaald of niet) willen meewerken, aangezien zij deze rechten tegen hoge kosten hebben moeten verwerven? Genoemde leden vragen of dit probleem inmiddels binnen Europa is geadresseerd, wat het standpunt van de staatssecretaris in dezen is en of er al overeenstemming is over een oplossing met de kottersector en de garnalensector. Zo nee, deelt de staatssecretaris de mening dat hier eerst helderheid moet zijn voordat het GVB definitief kan worden vastgesteld?

Kosten

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen naar de kosten van de invoering van de aanlandplicht. Klopt het, zo vragen deze leden, dat deze alleen al voor de kottersector berekend zijn op 20 miljoen euro netto, waarbij al is uitgegaan van de opbrengst van alle aangelande vis en de beschikbaarheid van een verwerkingsmogelijkheid in Nederland en marktconforme opbrengsten.

Genoemde leden vragen of de sector dit wel kan dragen en of de staatssecretaris deze kosten proportioneel vindt.

Ook vragen deze leden wat de gevolgen zijn voor de sector voor de bereidheid van banken om financiering te verstrekken aan vissers.

Klopt het, zo vragen deze leden, dat uit onderzoek blijkt dat de aanlandplicht zal leiden tot een inkomstendaling van de bemanning van ongeveer 20 tot 30%? Deelt de staatssecretaris de mening dat dergelijke budgetten beter ingezet kunnen worden voor innovatie en de transitie naar duurzaamheid dan voor de aanlandplicht?

Logistiek

De leden van de ChristenUnie-fractie constateren dat de schepen die de Nederlandse kottervloot vormen zijn ontworpen en gebouwd om optimaal gebruikt te worden voor het aanlanden van marktwaardige vis. Daar is bijvoorbeeld de omvang van de opslagruimte en de omvang van de bemanningsaccommodatie op afgestemd. Genoemde leden vragen of het klopt dat voor de aanlandplicht extra bemanning nodig is waarvoor op de huidige schepen geen hutten zijn, en dat de opslagruimte in de huidige schepen ook te klein is voor de aanlandplicht. Klopt het dat hierdoor visreizen voortijdig zullen moeten worden afgebroken met alle gevolgen voor de rentabiliteit en het milieu (brandstofverbruik) van dien?

Ook vragen deze leden of het klopt dat op land aan de havens en in de visafslagen verwerkings- en opslagmogelijkheden ontbreken om de aanlandplicht te kunnen uitvoeren. Zij vragen of er al een kosten batenanalyse is gedaan met betrekking tot het realiseren van de hele logistieke keten die nodig is voor de uitvoering van de aanlandplicht en is onderzocht op welke termijn dit haalbaar is. Zo ja, wat zijn hiervan de resultaten? Zo nee, waarom is de staatssecretaris nog steeds voornemens in te stemmen met de aanlandplicht, terwijl de gevolgen voor de visserijsector niet inzichtelijk zijn?

Vis- en vogelsterfte

De leden van de ChristenUnie-fractie vinden het essentieel dat het onderzoek naar de feitelijke cijfers rondom overleving van teruggegooide vis en naar vergroting van de selectiviteit van netten versneld wordt uitgevoerd. Is de staatssecretaris bereid deze onderzoeks- en ontwikkelinspanningen te bundelen met die van België?

Een deel van de sterfte van teruggegooide vis wordt veroorzaakt door vogelvraat. Bij meer selectiviteit zal deze vorm van visserijsterfte afnemen, hetgeen zal leiden tot een afname van bepaalde vogelpopulaties. Bij een aanlandplicht treedt dit effect veel sterker op. De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of de gevolgen voor de biodiversiteit van de aanlandplicht voldoende in beeld zijn.

Maximum Duurzame Oogst

De leden van de ChristenUnie-fractie constateren dat het begrip maximum duurzame oogst (MSY) verschillend wordt geïnterpreteerd. Vanuit het Europese Parlement is nadrukkelijk ingebracht om te werken op basis van het theoretische Bmsy, terwijl de Europese Raad besloten heeft tot sturing op Fmsy. Klopt het, zo vragen deze leden, dat de Bmsy slechts een theoretisch berekende omvang van het visserijbestand is, waarbij niet duidelijk is waar het zou kunnen of moeten liggen, omdat de rekenmodellen geen antwoord geven op de daarop betrekking hebbende vragen. Genoemde leden pleiten ervoor te blijven sturen op de visserijdruk (Fmsy) waarmee de afgelopen jaren goede ervaringen zijn opgedaan.

Pulskor-dossier

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen naar de stand van zaken rond de puls-ontheffingen voor boomkorvissers. Klopt het dat ondanks de toezegging door de toenmalige staatssecretaris in oktober 2012 er nog steeds sprake is van een wachtlijst? Genoemde leden pleiten ervoor de ontheffingen zo spoedig mogelijk te verlenen, opdat er weer een gelijk speelveld ontstaat.

Vragen van de leden van de SGP-fractie

Hervorming van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid

De leden van de SGP-fractie maken zich zorgen over de uitkomst van de trilogen over de hervorming van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid. Deze zorgen betreffen met name de voorgenomen aanlandingsplicht. Deze leden krijgen van vissers en hun belangenorganisaties het signaal dat beleidsmakers de praktische uitwerking van de aanlandingsplicht nog nauwelijks in beeld hebben en dat problemen worden gebagatelliseerd. Deze leden willen daarom nogmaals met klem wijzen op de enorme implicaties van de voorgenomen aanlandingsplicht en noemen daarbij verschillende knelpunten.

  • 1) Voor de geassocieerde bestanden zal een veelvoud van de huidige quota nodig zijn, terwijl bestandsonderzoek nauwelijks voorhanden is en de noodzakelijke quotumruimte daarom niet geboden dreigt te worden.

  • 2) Hoe zal de transitie van aanlandquota naar vangstquota worden vormgegeven? Door het principe van relatieve stabiliteit dreigt hier voor Nederlandse vissers een stevige benadeling.

  • 3) Welke consequenties heeft de aanlandingsplicht voor garnalenvissers? Voor de verplichte aanlanding zullen zij voor alle bijvangsten over quota moeten beschikken. Die hebben ze nu niet.

  • 4) De bouw, inrichting en bemanning van Nederlandse kotters is toegesneden op de opslag van alleen marktwaardige vis. Dat betekent dat visreizen eerder afgebroken moeten worden en dat extra bemanning nodig zal zijn. Daarbij komt dat er in Nederland nog geen verwerkings- en opslagmogelijkheden voor bijgevangen niet marktwaardige vis zijn en deze alleen tegen hoge kosten gerealiseerd kunnen worden. Deze kostenposten hebben grote impact op de begroting van visserijbedrijven en laten weinig ruimte over voor investeringen in innovatie.

De leden van de SGP-fractie horen graag hoe de staatssecretaris met deze knelpunten omgaat. Neemt de staatssecretaris deze serieus? Legt de staatssecretaris deze in Brussel op tafel? Deelt de staatssecretaris deze knelpunten met andere lidstaten? Is het de inzet van de staatssecretaris, gegeven het feit dat zowel Raad, Commissie als Parlement voorstander zijn van de aanlandingsplicht en het feit dat een Kamermeerderheid herhaaldelijk stevige kritiek heeft geuit op de aanlandingsplicht, om de aanlandingsplicht zoveel mogelijk «onschadelijk» te maken, bijvoorbeeld door er voldoende uitzonderingsregelingen uit te slepen?

Voor de pelagische visserij dreigt de aanlandingsplicht al per 1 januari 2014 ingevoerd te worden. De uitvoeringsregelgeving moet echter nog opgesteld en vastgesteld worden. Hieromtrent zijn nog veel onbeantwoorde vragen. De leden van de SGP-fractie vinden dat ondernemers vroegtijdig duidelijkheid moeten hebben over de uitvoering van beleid, zeker als maatregelen stevige investeringen vergen. Zij vinden invoering van de aanlandingsplicht voor de pelagische visserij per 1 januari 2014 daarom te vroeg. Is de staatssecretaris bereid op Europees niveau te pleiten voor uitstel?

In de visserijtrilogen is ook discussie over de wijze waarop het principe Maximum Sustainable Yield (MSY) moet worden toegepast. De leden van de SGP-fractie hebben begrepen dat er veel spraakverwarring is over dit principe. De Raad wil sturing op de visserijsterfte (Fmsy). Het Europees Parlement heeft gekozen voor sturing op bestandsomvang (Bmsy). Over het laatste is veel minder bekend dan over het eerste. Is de staatssecretaris bereid vast te houden aan sturing op visserijsterfte (Fmsy) in plaats van op bestandsomvang (Bmsy)?

Herziening richtlijnen zaaizaad

De Europese Commissie is bezig met de herziening van de richtlijnen voor het in het verkeer brengen van zaaizaad als onderdeel van het Pakket Plant- en Diergezondheid. De leden van de SGP-fractie krijgen tegenstrijdige signalen over de wijze waarop omgegaan wordt met zaai- en plantgoed van oude landrassen, die niet aan de eisen voor moderne rassen kunnen voldoen, en de (ruil)handel tussen hobbytuinders. In hoeverre zal het in de handel brengen van zaai- en plantgoed van oude landrassen en de (ruil)handel tussen hobbytuinders aan banden worden gelegd? De leden van de SGP-fractie vinden dat oude landrassen een belangrijke bijdrage leveren aan de variëteit van de land- en tuinbouw en dat opkweek en handel niet aan banden moeten worden gelegd. Is de staatssecretaris in ieder geval bereid de genoemde herziening kritisch te volgen? Graag horen de leden van de SGP-fractie ook wat de stand van zaken is en hoe het wetgevingstraject er verder uitziet.

Vragen van de leden van de Partij voor de Dieren-fractie

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Landbouw- en Visserijraad. Zij willen graag nog enkele vragen stellen.

Neonicotinoïden

De leden van de PvdD-fractie zijn verheugd dat de Europese Commissie eindelijk heeft besloten om beperkingen op te leggen inzake het gebruik van neonicotinoïden, om zo de onrustbarende bijensterfte tegen te gaan. De leden van de PvdD-fractie vragen hoe de staatssecretaris dit besluit waardeert, en of zijn het met de leden van de PvdD-fractie eens is dat het moratorium op neonicotinoïden, zoals nu door de Europese Commissie wordt ingesteld, te veel uitzonderingen bevat, waardoor de neonicotinoïden nog steeds een gevaar opleveren voor bestuivers en voor de volksgezondheid? Zo nee, waarom niet? Zo ja, is de staatssecretaris bereid om op nationaal niveau verdergaande maatregelen te treffen om deze risico’s te beperken?

Herziening richtlijnen zaaizaad

De leden van de fractie van de PvdD maken zich zorgen over het voorstel van de Europese Commissie om de handel in zaadgoed te beperken. Kan de staatssecretaris bevestigen dat dit voorstel inhoudt dat alleen nog gecertificeerde zaden verkocht zullen mogen worden? Hoe beoordeelt de staatssecretaris het voorstel van de Commissie? De leden van de fractie van de PvdD nemen aan dat ruilhandel buiten de regulering valt en dat er uitzonderingen komen voor lokale en kleinschalige producenten zoals hobbytuinders en eigenaren van moestuintjes, kan de staatssecretaris deze uitzonderingen bevestigen? Zo nee, hoe verhoudt dit voorstel zich dan tot het Nagoya-protocol dat de toegang tot genetische bronnen moet bevorderen? Welke consequenties zal deze nieuwe regelgeving hebben voor Nederland, en in het bijzonder voor niet-commerciële activiteiten en kleine bedrijven?

Europese landbouwsubsidies

De leden van de fractie van de PvdD hebben kennisgenomen van de toekenning van Europese subsidies voor de promotie van Nederlandse landbouwproducten. Deze leden betreuren het dat er wederom miljoenen euro’s aan belastinggeld worden uitgegeven aan het promoten van dierlijke producten, deelt de staatssecretaris die mening? Zo nee, waarom niet?

De leden van de fractie van de PvdD vinden dat steun aan reclamecampagnes voor onder andere varkensvlees en kalfsvlees niet bijdraagt aan het streven van de Europese Unie om te komen tot een duurzamere voedselproductie en consumptie. Er ligt een Europese routekaart om te komen tot een koolstofarme economie waarin expliciet wordt gesproken over de noodzaak om ons dieet te veranderen door ook minder koolstofintensief voedsel te consumeren. Hiermee wordt gedoeld op het eten van minder vlees en zuivel. Het past toch niet om in het klimaatbeleid de doelstelling te hebben dat we plantaardiger gaan eten in Europa, terwijl we op basis van het landbouwbeleid spotjes voor kip, kalfsvlees of iets dergelijks financieren? Toch heeft het ministerie van Economische Zaken deze projectaanvragen goedgekeurd en doorgezonden naar de Europese Commissie. De projecten zouden daarom dus getoetst moeten worden aan het bestaande Europese beleid. Maakt de routekaart naar een koolstofarme economie dan geen onderdeel uit van deze toetsing? Zo nee, waarom niet, en is de staatssecretaris bereid om toekomstige aanvragen wel degelijk ook aan deze routekaart te toetsen, en dus geen aanvragen voor subsidie voor de promotie van dierlijke producten meer toe te staan? Deze leden vragen de staatssecretaris om een reactie hierop.

II. Antwoord van de staatssecretaris

Vragen van de leden van de VVD-fractie

Hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB)

De leden van de VVD-fractie vragen mij naar de voortgang van de onderhandelingen tussen de Raad, het Europees Parlement (EP) en de Europese Commissie over de hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) in de zogenaamde trilogen. Daarnaast vragen de leden van de VVD-fractie mij om in het verslag van de Landbouw- en Visserijraad van 13-14 mei terugkoppeling te geven van het verloop van de trilogen.

Waar het gaat om de voortgang van de GLB-onderhandelingen heeft het Ierse voorzitterschap in de Landbouw- en Visserijraad van 22 april jl. aangegeven dat zes trilogen hebben plaatsgevonden. Sindsdien is de frequentie van de trilogen toegenomen en wordt meerdere malen per week en per dag onderhandeld. Ik acht een akkoord tussen Raad, EP en de Europese Commissie in juni daarom nog steeds haalbaar. In mijn verslag van de Landbouw- en Visserijraad van 13-14 mei zal ik verslag doen van de stand van zaken van de trilogen conform het verzoek van de leden van de VVD-fractie.

Verder vragen de leden van de VVD-fractie naar de uitvoering van de motie van de leden Graus en Dijkgraaf (Kamerstuk 21 501-32, nr. 664). Dit naar aanleiding van mijn uitspraak dat vergroening het hart van de GLB-hervorming is.

Voor mij is vergroening meer dan alleen de vraag of de vergroeningsbetaling al dan niet aan de basispremie gekoppeld moet of mag zijn. De introductie in de directe betalingen van het principe van vergroening is een trendbreuk. Het is een grote stap op weg naar een doelgerichter en groener GLB, waarin meer beloond gaat worden naar geleverde prestaties. Ik heb mij, zoals toegelicht in het verslag van de Landbouw- en Visserijraad van 18-19 maart (Kamerstuk 21 501-32, nr. 699), maximaal ingezet om de koppeling tussen basispremie en vergroeningsbetaling tot het minimum te beperken.

Voorts vragen de leden van de VVD-fractie naar de inzet van het kabinet ten aanzien van overheveling van middelen van de eerste naar de tweede pijler, mede in het licht van de motie-Lodders c.s. (Kamerstuk 21 501–32, nr. 666). Zoals u bekend hebben minister-president Rutte en zijn collega-regeringsleiders op 8 februari jl. een unaniem akkoord bereikt over de mogelijkheid om tot 15% van de middelen uit de eerste pijler van het GLB zonder nationale cofinanciering in te zetten voor de tweede pijler. Nadat in de Landbouw- en Visserijraad van juni ook over de andere elementen van het nieuwe GLB definitieve overeenstemming is bereikt, zal ik uw Kamer in het najaar informeren over de nationale implementatiekeuzen die het kabinet voorstaat.

Neonicotinoïden

Waar het gaat om neonicotinoïden vragen de leden van de fractie van de VVD naar de gevolgen van het besluit van de Europese Commissie om het gebruik van neonicotinoïden te beperken en of er nog aanvullende nationale maatregelen genomen gaan worden.

In de afgelopen drie Landbouw- en Visserijraden heb ik mijn zorgen omtrent de bijensterfte kenbaar gemaakt, en ook gerefereerd aan de motie van uw Kamer inzake een «moratorium op neonicotinoïden». Nederland heeft steeds aangedrongen op urgente communautaire actie. Over het voorstel van de Europese Commissie en de stemming daarover heb ik u in het verslag van de Landbouw- en Visserijraad van 18 en 19 maart jl. geïnformeerd.

Op 29 april heeft een vergadering van het Comité van Beroep over dit onderwerp plaatsgevonden. Tijdens die vergadering heeft de Europese Commissie een compromisvoorstel gepresenteerd om zoveel mogelijk draagvlak te vinden voor een geharmoniseerde aanpak. Aan het oorspronkelijke voorstel van de Europese Commissie zijn twee zaken toegevoegd: reeds bestaande strengere restricties in lidstaten kunnen blijven bestaan en de ingangstermijnen in het voorstel van Europese Commissie zijn gewijzigd. Dit naar aanleiding van verzoeken van lidstaten die meer tijd hebben gevraagd om het verbod op een zorgvuldige wijze in de eigen lidstaat te kunnen implementeren. De toelatingen op basis van clothianidin, thiamethoxam en imidacloprid moeten volgens het voorstel uiterlijk 30 september 2013 herzien of ingetrokken zijn. Het verbod op verhandelen en gebruiken van behandeld zaad op bij-aantrekkelijke gewassen zal volgens het voorstel uiterlijk ingaan op 1 december 2013.

Nederland heeft met dit voorstel van de Europese Commissie ingestemd en heeft in een stemverklaring aangegeven dat Nederland een striktere deadline had gewenst voor implementatie van het verbod. Vijftien lidstaten hebben voor het voorstel gestemd (twee meer dan op 15 maart jl.), vier lidstaten onthielden zich van stemming en acht lidstaten stemden tegen het voorstel van de Europese Commissie. Ook in het Comité van Beroep is derhalve geen gekwalificeerde meerderheid voor of tegen het voorstel van de Europese Commissie bereikt.

Eurocommissaris Borg (Gezondheid en Consumentenbescherming) heeft nu op 29 april een schriftelijke besluitvormingsprocedure in gang gezet onder de voltallige Europese Commissie met als doel het voorstel voor een verbod op de neonicotinoïden definitief in EU-wetgeving om te zetten. Het definitieve besluit van de Europese Commissie wordt verwacht in de week van 13 mei. Over dit besluit en uw vragen hieromtrent zal ik u nader informeren. Ik informeer u dan ook over eventuele nationale maatregelen.

Stadslandbouw/zaaizaad

De leden van de VVD-fractie vragen mij of ik hun opvatting deel dat bemoeizucht van de EU op het terrein van zaaigoed en tuinieren volstrekt onnodig is en zo ja, of ik bereid ben mij met hand en tand te verzetten tegen een nieuwe verordening waarbij tuinieren alleen nog mag met door Europa toegelaten zaaigoed.

De Europese Commissie heeft op 6 mei jl. voorstellen gepresenteerd ten aanzien van plant- en diergezondheid, de handel in teeltmateriaal en de officiële controles op deze terreinen. De stelling dat tuinieren alleen nog mag met door Europa toegelaten zaaizaad, dat de Europese Commissie land- en tuinbouwers zou willen verplichten standaard zaadgoed te gebruiken ten koste van oude en traditionele rassen, en hobbytuiniers zou willen verbieden zelfgekweekt zaaigoed te ruilen, blijkt bij eerste lezing niet uit de voorstellen. En is ook niet de gewenste richting zoals de Europese Commissie voor ogen heeft.

Het in de door de Europese Commissie gedane voorstel van het vrijstellen van registratierechten voor kleine telers lijkt mij een goede zaak te zijn. Dat voor oude en traditionele rassen slechts lichte registratievoorschriften worden voorgesteld, wil ik nader bezien met het oogpunt van vereenvoudiging en voorkomen van administratieve lasten.

Conform afspraak met uw Kamer zal het kabinet zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen 6 weken middels een zogenaamd BNC-fiche zijn standpunt over deze voorstellen bepalen en aan u toezenden. Voor mij staat voorop bij de verdere beoordeling dat er geen negatieve effecten mogen zijn voor productie in volkstuinen en (buurt)moestuinen. Los daarvan zal ik me er ook voor inzetten dat het belang van traditionele rassen en de belangen van de biologische landbouw op een goede manier zullen worden geborgd in het voorstel.

Hervorming van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB)

De leden van de VVD-fractie geven aan zich ernstig zorgen te maken over de invoering van de aanlandplicht en geven aan dat er een patstelling lijkt te zijn ontstaan tussen de overheid en de sector. Zij vragen mij of ik mij herken in het geschetste beeld en of ik bereid ben om met de sector in overleg te gaan om de ontstane impasse te doorbreken.

Het is waar dat de sector, en dan met name de tongvisserij, zich grote zorgen maakt over de invoering van de aanlandplicht en de stap naar een grotere selectiviteit die zij hierdoor gedwongen moeten maken. Ik begrijp die zorgen heel goed.

Een werkgroep van vertegenwoordigers van mijn ministerie (inclusief de NVWA), onderzoekers en de sector werkt aan verschillende modaliteiten, waaronder dataverzamelingen, om tot een zo effectief en efficiënt mogelijke invulling van de aanlandplicht te komen. Ik herken het beeld van een impasse en een patstelling dan ook niet.

De leden van de VVD-fractie geven verder aan dat recht gedaan moet worden aan het herkennen en erkennen van de daadwerkelijke problemen en dat de aanvoersector beloond moet worden voor haar innovatieve aanpak. Daarvoor, zo geven de leden van de VVD-fractie aan, is het nodig dat de aanlandplicht daadwerkelijk een sluitstuk is met een beloning voor innovatie en ontwikkeling. De VVD-fractie vraagt mij hoe ik met deze problematiek omga.

De invoering van de aanlandplicht is het sluitstuk van maatregelen om een meer selectieve visserij te bewerkstelligen en om verspilling van hoogwaardig eiwit tegen te gaan. Voor dit sluitstuk zijn nu in de voorstellen invoerdata gegeven. Het is aan de sector om zich hier tijdig op voor te bereiden. Ik ben bereid de sector daarin te ondersteunen en in het kader van het Europees Visserijfonds (EVF) een regeling open te stellen. De sector wordt uitgenodigd om pilotvoorstellen in te dienen voor financiering uit het EVF om bijvoorbeeld grotere selectiviteit te bewerkstelligen. Zo beraadt de pelagische sector zich momenteel op een pilot met oog op de invoering in 2014.

Maximum Duurzame Oogst

Ook vragen de leden van de fractie van de VVD of ik bereid ben vast te houden aan de opstelling van de Raad ten aanzien van de invulling van Maximum Sustainable Yield (MSY, Maximaal Duurzame Oogst). Het gaat de leden er om dat er een praktische en realistische invulling gegeven wordt en dat kan in de ogen van de VVD met een MSY gebaseerd op visserijsterfte.

Bij MSY blijft de visserijsterfte het centrale aangrijpingspunt voor het behalen van de doelstellingen, waarbij eveneens gekeken wordt naar paaibestanden. In het kader van het VN-programma voor duurzame ontwikkeling Agenda 21 zijn hierover reeds internationale afspraken gemaakt. De Nederlandse inzet is om in de triloog met de Europese Commissie en het Europees Parlement ook op dit punt zoveel mogelijk vast te houden aan het standpunt van de Raad en internationale afspraken. Dit sluit overigens niet uit dat de Raad bereid kan zijn om een compromis dat tegemoet komt aan de wensen van het Europees Parlement te accepteren. Ik wil er voor blijven waken dat dit compromis praktisch, realistisch en haalbaar is.

NVWA

De leden van VVD-fractie willen verder weten waarom het niet is toegestaan om vis bij aanlanding op de kade te wegen en of hier een vergelijking kan worden gemaakt met de wijze waarop de Britse overheidsorganisatie MMO de regelgeving uitvoert.

Weging op de kade past inderdaad niet binnen de EU-regels. De vis moet dan op de kade van het ijs worden gehaald en dat staat de hygiëneregelgeving niet toe. Vanuit oogpunt van kwaliteit en voedselveiligheid acht ik het dan ook niet wenselijk daar iets aan te veranderen. De verplichting tot weging vloeit voort uit de controleverordening. Het exacte gewicht van de vangsten moet bekend zijn om zo het juiste gebruik van quota na te gaan. De basisregel is dat alle vis bij aanlanding moet worden gewogen, vóór de vis wordt opgeslagen, vervoerd of verkocht. Bij aanlandingen in havens met een visafslag, is dit geen probleem. Hier kan men de vis immers meteen in de afslag wegen. Aangezien niet alle havens beschikken over een afslag is er in 2010 voor gekozen gebruik te maken van de mogelijkheid in de controleverordening om wegen aan boord toe te staan. Op verzoek van de sector is in 2011 een subsidieregeling opengesteld voor de aanschaf van weegapparatuur aan boord. Nederland heeft daarbij bewust niet gekozen voor de mogelijkheid om wegen na transport toe te staan in combinatie met een verplicht systeem van extra controles. Dit omdat het toezicht op het quotasysteem minder gewaarborgd zou zijn en het de controlelasten aanzienlijk zou verhogen. Het is mogelijk dat het Verenigd Koninkrijk hierin een andere afweging heeft gemaakt. Nederland heeft op grond van de specifieke situatie in Nederland weloverwogen gekozen voor de huidige aanpak. Aan deze lijn wil ik dan ook vasthouden.

Vragen van de leden van de PVV-fractie

Hervorming van het GVB

De leden van de PVV-fractie vragen naar de haalbaarheid van de implementatiedatum van de aanlandplicht en of de implementatiedatum van

1 januari 2014 nog wenselijk is. Daarnaast vragen de leden naar mijn oordeel over de haalbaarheid van de implementatie in andere lidstaten.

De ingangsdatum van de aanlandplicht voor de pelagische sector van 1 januari 2014 is ambitieus. Ik heb tijdens de Landbouw- en Visserijraad van februari jl. aangegeven dat de ingangsdatum wat mij betreft met één jaar uitgesteld mag worden, zonder dat de einddatum van 1 januari 2019 naar achter geschoven wordt. Met mij waren ook enkele andere lidstaten voor uitstel met één of twee jaar. Aangezien de Raad hierover in juni 2012 al een standpunt heeft ingenomen, heeft het voorzitterschap in februari geen wijziging opgenomen. Ook het standpunt van het Europees Parlement voorziet niet in wijziging van de ingangsdatum. De discussie over de hervormingen, inclusief de invoeringsdata, vindt nu plaats in de triloog tussen Raad, Europees Parlement en Europese Commissie.

De leden van de PVV-fractie vragen verder naar de quotumverdeling wanneer garnalenvissers hun vangsten verplicht moeten aanlanden.

De Raad heeft het standpunt ingenomen dat alleen visserijen op gequoteerde soorten onder de aanlandplicht vallen. De garnalenvisserij zou daarmee dus niet onder de aanlandplicht vallen. Het Europees Parlement is echter van mening dat alle vangsten, dus ook van niet gequoteerde soorten, aangeland zouden moeten worden. Het is op dit moment nog niet duidelijk tot welk resultaat de triloog zal leiden.

De leden van de PVV-fractie vragen ook wat ik voornemens ben te doen om een level playing field te bewerkstelligen en op welke manier Nederlandse vissers gecompenseerd worden wanneer zij derving van inkomsten lijden door gebrek aan dit gelijke speelveld.

Ik zet mij altijd in voor een gelijk Europees speelveld voor de Nederlandse sectoren. De regels in het GVB zijn voor alle betrokken ondernemers gelijk. Van belang is dat deze regels volledig worden geïmplementeerd en dat het toezicht op de naleving adequate waarborgen biedt voor een gelijk speelveld. In dat kader voert de NVWA regulier overleg met de controle-instanties van andere lidstaten teneinde zo ook op het terrein van de controle en handhaving een gelijk speelveld te creëren. Een compensatie vanwege het ontbreken van een level playing field is dan ook niet aan de orde.

Vragen van de leden van de CDA-fractie

Hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid

De leden van de CDA-fractie vragen mij naar registratie van transporteurs van dierlijke bijproducten. Ik zal de beantwoording van deze vraag opnemen in mijn verslag van de Landbouw- en Visserijraad van 13-14 mei aanstaande.

Hervorming van het GVB

De leden van de CDA-fractie vragen naar de wenselijkheid van de invoerdatum van 1 januari 2014 voor de pelagische sector en het gelijke speelveld binnen Europa.

Ik verwijs naar mijn antwoord op de betreffende vraag van de leden van de PVV-fractie.

Pulskor

De leden van de CDA-fractie signaleren verder een (ongewenste) scheefgroei tussen de vissermannen die wel de beschikking hebben over een pulsontheffing en degenen die nog op de wachtlijst staan. Zij willen weten wanneer ik overga tot het verlenen van ontheffingen.

Ik ben mij er van bewust dat op dit moment niet iedereen aan de pulsvisserij kan deelnemen. Ik laat in de Landbouw- en Visserijraad geen mogelijkheid onbenut om te wijzen op de voordelen van de pulsvisserij en het belang daarvan voor onze vissers en pleit dan ook voor een generieke toelating.

Tegelijkertijd zie ik dat dit nu in EU-verband nog niet mogelijk is. Ik ben wel blij met een volgende stap naar 10%. Die uitbreiding stelt de Raad voor op aandringen van Nederland. Intussen blijf ik mij inzetten voor een generieke toelating.

Vragen van de leden van de ChristenUnie-fractie

Hervorming van het GVB

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen mij naar een overzicht van alle onopgeloste problemen met betrekking tot de invoering van de aanlandplicht en mijn reactie daarop.

De kottersector heeft op mijn verzoek een inventarisatie gegeven van de problemen die men voorziet bij de invoering van de aanlandplicht. Deze inventarisatie is nu onderwerp van gesprek in de werkgroep aanlandplicht, bestaande uit vertegenwoordigers van mijn ministerie (inclusief de NVWA), onderzoekers en de sector. Deze werkgroep verzamelt de benodigde data en mogelijke oplossingsrichtingen, die vervolgens besproken moeten worden met de Europese Commissie in het kader van de aanpassing van de technische maatregelenverordening. Zodra de werkgroep mogelijke oplossingsrichtingen heeft uitgewerkt, zal ik u hierover schriftelijk informeren. Momenteel vinden er ook gesprekken plaats tussen de pelagische sector en de Europese Commissie, met oog op de invoering van de aanlandplicht in de pelagische visserij per 1 januari 2014. De inventarisatie van de problemen in de pelagische sector wordt in juli voortgezet.

Tevens dringen de leden van de ChristenUnie-fractie erop aan om bij invoering van het nieuwe GVB innovatie en ontwikkeling te belonen en bij invoeringstraject recht te doen aan de genoemde problemen.

Ik verwijs ik naar mijn antwoord op de betreffende vraag van de leden van de VVD-fractie.

Quotum

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of ik bereid ben er op aan te dringen dat er voor invoering van de aanlandplicht eerst overeenstemming moet zijn met Noorwegen over de gedeelde bestanden en zo niet, welke risico’s hieraan zitten.

Een aantal bestanden dat de EU gezamenlijk met Noorwegen beheert, valt onder de aanlandplicht. Noorwegen heeft op dit moment al een aanlandverplichting. Met Noorwegen zal worden overlegd over het beheer van deze bestanden. Dat zal gebeuren in het kader van de meerjarenplannen voor deze bestanden en de jaarlijkse consultaties tussen de Europese Commissie en Noorwegen.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen wat de gevolgen zijn van de aanlandplicht voor de relatieve stabiliteit binnen Europa en hoe de transitie van aanlandquota naar vangstquota gerealiseerd zal worden.

Er is nog geen duidelijkheid over hoe de huidige aanlandquota worden omgezet in vangstquota. De Europese Commissie heeft ICES (International Council for the Exploration of the Sea) verzocht in de vangstadviezen rekening te houden met de aanlandplicht. Ik ga er vanuit dat naar een oplossing gezocht wordt waarbij de relatieve stabiliteit wordt gerespecteerd. Dat wordt door alle lidstaten, waaronder Nederland, benadrukt als uitgangspunt.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen mij of ik van mening ben dat er een groot risico is dat bepaalde bestanden choke species worden. Dit betekent dat het quotum voor bepaalde soorten niet toereikend is om het hele jaar te kunnen doorvissen, waardoor quotum van andere soorten onbenut blijft.

Voor de verschillende sectoren en vistuigen is dit risico in meer of mindere mate aanwezig zoals bij de tongvisserij. De sector zal dan ook een stap naar een meer selectieve visserij moeten maken. Daarmee zal het probleem voor de tongvisserij waarschijnlijk niet volledig verholpen worden. De problematiek van zogenoemde choke species is één van de aspecten die de werkgroep aanlandplicht moet uitwerken en waarover deze met eventuele voorstellen moet komen voor passende maatregelen. Dan kan overleg plaatsvinden met de Europese Commissie.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen naar de situatie in de garnalenvisserij en de herverdeling van quota.

Ik verwijs naar mijn antwoord op de betreffende vraag van de leden van de PVV-fractie.

Kosten

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen naar de kosten van de aanlandplicht.

Op dit moment wordt door het Landbouweconomisch Instituut (LEI) gewerkt aan een nieuw impact assessment van de aanlandplicht. Nu de contouren van de aanlandplicht steeds duidelijker worden, wordt het ook beter mogelijk om een goede impact assessment uit te voeren. Wanneer deze impact assessment gereed is, zal ik deze aan uw Kamer toesturen.

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen wat de gevolgen zijn van de aanlandplicht voor de bereidheid van de banken om financiering te verstrekken aan vissers.

Banken beoordelen bedrijven op hun kredietwaardigheid. Het is mijn inzet om samen met de sector te werken aan werkbare oplossingen voor de aanlandplicht zodat er voor financieel gezonde visserijbedrijven een toekomstperspectief blijft waarin ook investeringen mogelijk zijn. Het is evident dat de sector voor een forse opgave staat.

De Nederlandse sector staat hierin echter niet alleen. De gehele EU-vloot wordt de komende jaren geconfronteerd met de invoering van de aanlandplicht.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of het klopt dat uit onderzoek blijkt dat de aanlandplicht zal leiden tot een inkomstendaling van de bemanning van ongeveer 20–30% en of ik de mening deel dat dergelijke budgetten beter ingezet kunnen worden voor innovatie en de transitie naar duurzaamheid dan voor de aanlandplicht.

Mij is een dergelijk onderzoek niet bekend. Mijn voorganger de heeft de Kamer geïnformeerd over een verkennende studie van het LEI uit 2011 naar de kosten en baten van de aanlandplicht in een deel van de sector, en gebaseerd op toenmalige visie van Nederland op de invoering van de aanlandplicht. Het LEI voert momenteel nog onderzoek uit naar de kosten van de aanlandplicht voor de Nederlandse sector op basis van het standpunt van de Raad. Het doel van de aanlandplicht is om een einde te maken aan verspilling en te komen tot meer duurzaamheid in de visserijsector. Het budget voor innovatie staat op zich. Met Europese middelen wil ik innovatie stimuleren, juist met oog op de aanlandplicht en de transitie naar duurzaamheid.

Logistiek

De leden van de ChristenUnie vragen of het klopt dat visreizen eerder moeten worden afgebroken als gevolg van de komst van de aanlandplicht, omdat meer bemanning nodig is en de opslagruimte beperkt is.

Het klopt dat door de komst van de aanlandplicht aanpassingen gedaan moeten worden in de bedrijfsvoering van visserijbedrijven. Ik begrijp dat de sector hier veel zorgen over en vragen bij heeft. Zo moet er meer vis aan boord gesorteerd en opgeslagen worden. Of dit ook betekent dat visreizen eerder moeten worden afgebroken is nog niet duidelijk en is mede afhankelijk van de mate waarin de selectiviteit verbeterd wordt en van de uitwerking van de modaliteiten van de aanlandplicht. De omvang van deze problematiek moet in kaart gebracht worden en er moet nagedacht worden over innovatieve aanpassingen in de bedrijfsvoering om deze problemen te tackelen. De sector zal worden uitgenodigd om naast voorstellen voor pilots op het terrein van grotere selectiviteit, ook na te denken over voorstellen voor innovatie van de bedrijfsvoering aan boord. De pilotvoorstellen kunnen worden ingediend bij de openstelling van het EVF.

Vis- en vogelsterfte

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of ik bereid ben de onderzoeks- en ontwikkelingsinspanningen ten aanzien van onderzoek naar de overleving van vis en de vergroting van selectiviteit van netten wil bundelen met die van België.

Verder wetenschappelijk onderzoek naar de overleving van vis is van groot belang. Dit vergt een Europa-brede en grondige aanpak. Ik ben bereid te bezien welke mogelijkheden er in EU-verband zijn en hoe Nederland dit samen met bijvoorbeeld België zou kunnen oppakken.

De leden van de ChristenUnie-fractie maken zich zorgen over de stand van bepaalde vogelpopulaties en vragen of de gevolgen voor de biodiversiteit voldoende in beeld zijn?

Mijn voorganger heeft de Kamer in 2011 geïnformeerd over de uitkomsten van een vooronderzoek van IMARES naar de effecten op de Nederlandse doelstellingen t.a.v. EU Vogel en Habitatrichtlijnen (ref 203208)1, mede naar aanleiding van de motie Koppejan, Dijkgraaf en Slob. IMARES verwacht dat sommige zeevogelsoorten als grote jager en grote mantelmeeuwen kunnen overschakelen op andere voedselbronnen, maar dat de kleine mantelmeeuwen populatie in Nederland achteruit zal gaan.

Maximum Duurzame Oogst

De leden van de fractie van de ChristenUnie pleiten ervoor om te blijven sturen op visserijdruk (fmsy).

Ik verwijs naar mijn antwoord op de betreffende vraag van de leden van de VVD-fractie.

Pulskordossier

De leden van de ChristenUnie vragen naar de stand van zaken rond de puls-ontheffingen voor boomkorvissers. Klopt het dat ondanks de toezegging door de toenmalige staatssecretaris in oktober 2012 er nog steeds sprake is van een wachtlijst? Genoemde leden pleiten er voor de ontheffingen zo spoedig mogelijk te verlenen zodat er weer een gelijk speelveld ontstaat.

Het klopt dat er nog steeds sprake is van een wachtlijst. Voor het overige verwijs ik naar het antwoord op de betreffende vraag van de leden van de CDA-fractie.

Vragen van de leden van de SGP-fractie

Hervorming van het GVB

De leden van de SGP-fractie vragen mij hoe de regering omgaat met knelpunten ten aanzien van het omzetten van de huidige aanlandquota in vangstquota en het principe van relatieve stabiliteit, de gevolgen voor garnalenvissers en het mogelijk eerder moeten afbreken van visreizen.

Ik verwijs naar mijn antwoord op de betreffende vraag van de leden van de ChristenUnie-fractie.

De leden van de SGP-fractie vragen mij of de regering bereid is op Europees niveau te pleiten voor uitstel van de invoeringsdatum voor de pelagische visserij.

Ik verwijs naar mijn antwoord op de betreffende vraag van de leden van de PVV-fractie.

De leden van de SGP-fractie vragen mij of de regering bereid is vast te houden aan sturing op visserijsterfte in plaats van op bestandsomvang voor het bepalen van MSY.

Ik verwijs naar mijn antwoord op de betreffende vraag van de leden van de VVD-fractie.

Herziening richtlijnen zaaizaad

De leden van de SGP-fractie vragen mij in hoeverre het in de handel brengen van zaai- en plantgoed van oude landrassen en de (ruil)handel tussen hobbytuinders aan banden zal worden gelegd als gevolg van de herziening van de richtlijnen voor het in het verkeer brengen van zaaizaad, als onderdeel van het wetgevingspakket voor plant- en diergezondheid. Ook vragen deze leden mij om ik bereid ben de genoemde herziening kritisch te volgen en vragen zij mij naar de stand van zaken en het verdere wetgevingstraject.

Voor het antwoord op deze vragen verwijs ik naar mijn antwoorden op de vragen van de leden van de VVD-fractie over dit onderwerp.

Vragen van de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren

Neonicotinoïden

Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik naar mijn antwoorden op de vragen van de leden van de VVD-fractie over dit onderwerp.

Herziening richtlijnen zaaizaad

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie vragen mij of ik kan bevestigen dat het voorstel van de Europese Commissie om de handel in zaadgoed te beperken inhoudt dat alleen nog gecertificeerde zaden verkocht zullen mogen worden en hoe ik het voorstel beoordeel. Ook vragen deze leden of ik kan bevestigen dat ruilhandel buiten de regulering valt en dat er uitzonderingen komen voor lokale en kleinschalige producenten zoals hobbytuinders en eigenaren van moestuintjes (en zo nee, hoe het voorstel zich verhoudt tot het Nagoya-protocol, dat de toegang tot genetische bronnen moet bevorderen) en welke consequenties deze nieuwe regelgeving heeft voor Nederland, in het bijzonder voor niet-commerciële activiteiten en kleine bedrijven.

Voor het antwoord op deze vragen verwijs ik naar mijn antwoorden op de vragen van de leden van de VVD-fractie over dit onderwerp.

Europese Landbouwsubsidies

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen mij naar subsidies voor de promotie van landbouwproducten, en specifiek naar de promotie van dierlijke producten. Tevens hebben deze leden gevraagd om de Europese routekaart voor een koolstofarme economie op te nemen in het toetsingskader voor promotieprogramma’s.

Waar het gaat om de promotie van dierlijke producten is het zo dat alle ingediende programma’s worden beoordeeld aan de hand van criteria opgenomen in de EU-wetgeving. Daarnaast wordt gekeken of de programma’s niet strijdig zijn met overheidsbeleid. Daarbij worden niet op voorhand producten van deelname aan deze regeling uitgesloten. Wat betreft het varkensvlees merk ik op dat de promotie zich richt op vlees dat wordt afgezet met «Beter Leven»-kenmerk van de Dierenbescherming. Voor wat betreft het kalfsvlees gaat het om promotie van het kwaliteitslabel SKV (Stichting Kwaliteitsgarantie Vleeskalversector). Ten aanzien van een koolstofarme economie moet de ambitie er op gericht zijn om productieprocessen verder te verduurzamen.

III. Volledige agenda

Brief regering – staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma – 26 april 2013

Geannoteerde agenda Landbouw- en Visserijraad 13-14 mei 2013 en informatie over de informele Landbouwraad 26-28 mei 2013 (2013Z08820)

Brief regering – staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma – 26 april 2013

Verslag van de Landbouw- en Visserijraad d.d. 22 en 23 april 2013 (2013Z08830)


X Noot
1

van Bemmelen, R.S.A. 2010. Mogelijke consequenties van reductie van de hoeveelheid discards voor N2000 instandhoudingdoelen. IMARES rapport C152/10. Wageningen.