Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201121501-32 nr. 505

21 501-32 Landbouw- en Visserijraad

Nr. 505 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 juli 2011

In het AO Landbouw en Visserijraad van 27 april 2011 (kamerstuk 21 501-32, nr. 492) is gesproken over gewetensbezwaarden I&R runderen. Tijdens dit overleg heb ik u toegezegd te verkennen wat de consequenties zijn in het geval Nederland een eigen nationaal beleid zou voeren ten aanzien van de gewetensbezwaarden I&R runderen en of deze consequenties aanvaarbaar zijn. In het AO van 22 juni 2011 heb ik in mijn mondelinge antwoord rond dit onderwerp toegezegd alsnog een brief te sturen waarin ik specifiek in ga op deze vraag.

Op 21 januari 2008 is aan alle geregistreerde gewetensbezwaarden een brief gestuurd waarin is aangegeven wat de consequenties zijn van het ondertekenen van het protocol. Namelijk dat vanuit nationaal opzicht er bij opzettelijke niet naleving van de regelgeving rond I&R runderen, geen strafrechtelijke vervolging zal plaatsvinden. Aansluiting bij het protocol houdt evenwel geen erkenning in van de I&R gewetensbezwaarden in de zin dat daarmee de overtreding van de Europese oormerkverplichting zou worden goedgekeurd. De overtreding van de oormerkverplichting door gewetensbezwaarden blijft een overtreding die als gevolg van de Europese regelgeving leidt tot een korting. Conform de mededeling in de brief is Dienst Regelingen in 2009 gestart met het opleggen van een korting van 20% op de bedrijfstoeslag van 2008.

Ten tijde van de verzending van bovengenoemde brief kon het kortingspercentage nog oplopen tot 100%. Inmiddels heb ik mijn beleidsruimte voor het opleggen van kortingen in overleg met de Europese Commissie nader verkend. Daaruit is mij gebleken dat ik binnen de Europese kaders blijf als ik (ook bij een herhaling) 20% korting opleg. Ik maak dus een uitzondering voor deze groep. Het opleggen van een lager kortingspercentage, of zelfs helemaal geen korting, is in strijd met de Europese regelgeving. Hiervan kan ik op grond van het EU-verdrag niet afwijken.

Een aantal veehouders heeft bezwaar aangetekend tegen het besluit om 20% te korten over de bedrijfstoeslag van 2008. Het College van Beroep voor het Bedrijfsleven heeft ook geoordeeld dat ik op grond van de Europese regelgeving een korting van 20% moet opleggen. Dit bevestigt dat ik daarmee op een juiste manier handel.

Ook zijn vanuit de gewetensbezwaarden zelf richting de Europese Commissie al initiatieven ondernomen om de bijzondere positie van de gewetensbezwaarden te bepleiten en te zoeken naar alternatieven voor de oormerken. Uiteraard staat het de gewetensbezwaarden vrij om hun bijzondere positie bij de Europese Commissie te bepleiten.

Het in strijd handelen met het Europese recht acht ik ongewenst, mede gezien mogelijke risico’s van kortingen op het algehele budget aan GLB-inkomenssteun.

De staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

H. Bleker