Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201121501-32 nr. 502

21 501-32 Landbouw- en Visserijraad

Nr. 502 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 juni 2011

In het AO Voedselprijzen van 26 mei 2011 (Kamerstuk 31 532, nr. 63) heeft het Lid Thieme de vraag gesteld of de regering bereid is adhesie te betuigen aan het voornemen van de Braziliaanse president Dilma inzake een mogelijk veto van de door het Huis van Afgevaardigden aangenomen aanpassing van de Braziliaanse Boswet.

De Braziliaanse Boswet stamt uit 1934 en is sindsdien enkele malen aangepast. De huidige versie is met enkele kleine wijzigingen van kracht sinds 1965, en kent twee hoofdonderdelen. Landeigenaren zijn verplicht om:

(i) oevers langs rivieren permanent bebost te houden om erosie tegen te gaan (Area Permanente de Preservação-APP), én tevens, (ii) een wettelijk vastgelegd deel van het landseigendom met (oer)bos te behouden (Reserva Legal). Deze percentages verschillen per regio: in het Amazonegebied moet 80% worden behouden (en mag dus tot 20% legaal(!) worden gekapt), in de Cerrado moet 35% blijven staan en voor de rest van Brazilië geldt een percentage van 20%.

In de aangenomen aanpassingen zijn genoemde percentages voor Reserva Legal overeind gebleven. Door een aantal aanpassingen zijn er echter uitzonderingen gecreëerd, vooral voor «kleine» boeren. Bedrijven kleiner dan 4 administratieve eenheden (dat verschilt per gemeente, en loopt van 20 hectare tot 400 hectare), mogen hun APP langs rivieroevers meetellen in hun totale percentage Reserva Legal, dat derhalve in de praktijk iets kan afnemen. De wettelijk vereiste breedte van aan te planten bos langs rivieroevers voor beekjes smaller dan 10 meter is gehalveerd van 30 naar 15 meter.

In de aangenomen aanpassing van de wet is daarnaast amnestie voor boeren die niet aan de huidige wet voldoen, doordat in het verleden meer ontbost is dan op basis van de huidige wet is toegestaan, opgenomen. Voor zover die ontbossing heeft plaatsgevonden voor 22 juli 2008, hoeft de grondeigenaar geen bos aan te planten tot de wettelijke percentages en worden alle boetes die zijn uitgedeeld voor illegale ontbossing van voor die datum kwijtgescholden (generaal pardon). Naar schatting van de Braziliaanse overheid betreft dit ruim 90% van de meer dan 1 miljoen boerenbedrijven.

Dit «generaal pardon» betreft de kwijtschelding van boetes van ontbossing van voor juli 2008 en beperkt de versoepeling naar de toekomst tot slechts specifieke omstandigheden en van tevoren bepaalde bedrijfsgroottes. Er wordt niet (veel) meer ontbossing in de toekomst toegestaan en er wordt voornamelijk minder (her)aanplant van ontbossing uit het verleden vereist.

De wet ligt nu bij de Senaat en mocht daar een akkoord zijn zonder inhoudelijke aanpassingen dan ligt het klaar ter ondertekening door President Dilma. Ze heeft echter aangegeven delen van de wet te zullen vetoën, waaronder de amnestie voor ontbossing van voor 2008.

Het verzoek adhesie te betuigen aan het standpunt van de president Dilma betreft hier een verzoek tot inmenging in de soevereiniteit van een land en het politiek-bestuurlijk besluitvormingsproces van Brazilië door de Nederlandse regering. De regering acht dit ongewenst en ongepast.

Illegale houtkap en het bestrijden van de handel in illegaal gekapt hout en houtproducten staat hoog op de agenda van de Europese Unie. Het is namelijk bij uitstek een probleem dat een aanpak op EU-niveau vergt. In Law, Enforcement, Governance and Trade (FLEGT) actieplan wordt een aanpak uiteengezet voor de bestrijding van illegale houtkap en worden ontwikkelingslanden gesteund in hun streven naar goed bestuur met behulp van de stimulansen die de Europese interne markt in dit verband kan bieden. Inmiddels heeft het actieplan geleid tot twee belangrijke Europeesrechtelijke instrumenten:

  • De zogenaamde FLEGT-verordening, aangenomen in 2005. Deze verordening maakt het mogelijk dat de Europese Commissie onderhandelt met verschillende houtproducerende landen buiten de EU over zgn. «Voluntary Partnership Agreements» (VPAs). In deze VPAs komen de EU en partnerlanden overeen het probleem van de illegale houtkap aan te pakken door gezamenlijk afspraken te maken over het bevorderen en versterken van goed bestuur van de bosbouwsector.

  • De EU verordening van 20 oktober 2010 betreffende een verbod op de handel in illegaal gekapt hout. Deze verordening bevat naast een verbod een stelsel van zorgvuldigheidseisen waaraan marktdeelnemers moeten voldoen als zij hout voor het eerst op de EU markt brengen. De verordening treedt 3 maart 2013 in werking.

Met deze maatregelen hoopt de EU uiteindelijk de handel in illegaal gekapt hout uit te bannen en de productie en oogst van legaal en duurzaam geproduceerd hout te stimuleren.

In beide Europees rechtelijke instrumenten is overigens de wetgeving van het land van herkomst bepalend of iets legaal of illegaal is.

De staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

H. Bleker