Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201121501-32 nr. 496

21 501-32 Landbouw- en Visserijraad

Nr. 496 MOTIE VAN HET LID OUWEHAND C.S.

Voorgesteld 22 juni 2011

gehoord de beraadslaging,

constaterende, dat uit de evaluatie van het visserijakkoord met Marokko blijkt dat het akkoord de lokale bevolking niets oplevert en Europa meer geld kost dan het opbrengt;

constaterende, dat meer dan 100 VN-resoluties en het Internationaal Gerechtshof het recht op zelfbeschikking aan het Sahrawi volk toekennen en daardoor het recht op soevereiniteit over de natuurlijke rijkdommen van de Westelijke Sahara;

constaterende, dat het grootste deel van de Europese vloot desondanks vist in de wateren van de Westelijke Sahara, waarmee de soevereiniteit van dit volk wordt geschonden;

overwegende, dat andere Noord-Europese landen zoals Zweden, Denemarken, Frankrijk, Finland en het Verenigd Koninkrijk daarom al eerder tegen verlenging van het protocol stemden en dat Nederland hier een doorslaggevende stem heeft;

verzoekt de regering niet in te stemmen met het verlengen van het visserijprotocol tussen de EU en Marokko,

en gaat over tot de orde van de dag.

Ouwehand

Jacobi

Van Gerven