21 501-32 Landbouw- en Visserijraad

Nr. 1772 MOTIE VAN DE LEDEN RUSSCHER EN VAN DUIJVENVOORDE

Voorgesteld 26 maart 2026

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Europese Unie bij de vaststelling van de totale toegestane vangst (TAC) binnen de door ICES geschetste bandbreedte heeft gekozen voor het meest conservatieve scenario, dat leidt tot een extreme krimp van 70% en een maximale TAC van slechts 174.357 ton;

constaterende dat andere kuststaten, te weten Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk, IJsland en de Faeröer-eilanden, een veel pragmatischer ICES-scenario hanteren met een aanzienlijk hogere TAC van 299.010 ton, wat gelijk staat aan een krimp van slechts 48%;

overwegende dat deze eenzijdige Europese krimp leidt tot een volstrekt ongelijk speelveld, waarbij de Nederlandse pelagische visserij wordt geconfronteerd met een desastreuze quotumkorting van circa 69%, wat onze vloot en onafhankelijke voedselvoorziening in gevaar brengt;

verzoekt de regering om zich er in Europees verband hard voor te maken dat de EU daadwerkelijk overgaat tot het loslaten van het meest conservatieve scenario, en, ter bescherming van een gelijk speelveld voor onze vissers, de TAC bijstelt naar het minder negatieve ICES-scenario van 299.010 ton dat ook door de andere kuststaten wordt gehanteerd,

en gaat over tot de orde van de dag.

Russcher

Van Duijvenvoorde

Naar boven