21 501-32 Landbouw- en Visserijraad

Nr. 1419 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 april 2022

Met deze brief breng ik verslag uit over de Landbouw- en Visserijraad van 7 april 2022 te Luxemburg. Daarnaast maak ik van deze brief gebruik om uw Kamer te informeren over de beantwoording van motie Van der Plas (Kamerstuk 27 428, nr. 391).

I. Agendapunten op de Landbouw- en Visserijraad

Herziening verordening inzake landgebruik, verandering in landgebruik en bosbouw (LULUCF)

De Raad opende met een gedachtewisseling over LULUCF, een onderdeel van het pakket van voorstellen van Fit for 55. Het voorzitterschap omschreef het doel van LULUCF als «het huidige tij keren». De wijzigingsverordening moet de daling van koolstofputten tegengaan en ontbossing een halt toeroepen. Het doel is om in 2035 in de EU koolstofneutraliteit te bereiken. Om tot dit doel te komen wordt van lidstaten gevraagd om individuele streefcijfers in te dienen in hun nationale plannen. LULUCF wordt normaliter besproken op de Milieuraad, maar het Franse voorzitterschap gaf aan ook graag de Landbouwministers te willen betrekken. De discussie werd vormgegeven op basis van drie vragen:

  • 1. In hoeverre moeten de methoden voor het opstellen van inventarissen worden geharmoniseerd om een eerlijke behandeling van de lidstaten te waarborgen, rekening houdend met de specifieke land- en bosbouwsituatie van elk land?

  • 2. Vindt u dat het voorstel van de Commissie het mogelijk maakt om bij de beoordeling van de inspanningen van de lidstaten om hun doelstellingen te verwezenlijken, naar behoren rekening te houden met natuurlijke verstoringen?

  • 3. In hoeverre zorgt de totstandbrenging van één enkele AFOLU-pijler waarin alle emissies en verwijderingen door de land- en de bosbouwsector worden samengevoegd en die gericht is op het bereiken van AFOLU-neutraliteit in 2035, voor meer samenhang in het beleid inzake landbeheer?

De Commissie opende de discussie door te onderstrepen dat land- en bosbouwers bondgenoten zijn in de strijd tegen klimaatverandering. De Commissie benadrukte daarnaast het belang van het opschroeven van de ambities om tot een klimaatneutrale landsector te komen in 2035. Daarbij werd gewezen op de combinatie tussen meer afvang en verlaagde emissies van bijvoorbeeld methaan en ammoniak. De Commissie wees daarbij op het belang van het instellen van de AFOLU-pijler, door de LULUCF-verordening uit te breiden met niet-CO2 uitstoot uit de landbouw. Dit zal zorgen voor meer samenhang tussen het GLB en energieplannen, aldus de Commissie. Daarnaast werd onderstreept dat een geïntegreerd kader zorgt voor vereenvoudiging, flexibiliteit en synergieën. De Commissie benadrukte daarbij dat het GLB goed is uitgerust om boeren te compenseren voor aanloopkosten in de overstap naar nieuwe productiepraktijken en dat koolstoflandbouw renderend kan zijn. De Commissie stelde dat de doelstellingen uit de verordening moeten leiden tot minder afhankelijkheid van dure kunstmest, betere bodemkwaliteit en daardoor betere opbrengst. De Commissie werkt ondertussen aan een regelgevend kader voor de certificering van koolstofrapportage.

Veel lidstaten spraken zich kritisch uit over de wijzigingsverordening. Tijdens de gedachtewisseling riepen veel lidstaten de Commissie op nadrukkelijk aandacht te besteden aan nationale omstandigheden. Daarbij moest voldoende flexibiliteit zijn om te kunnen reageren op natuurlijke verstoringen, zoals droogte en klimaatverandering. Een deel van de lidstaten gaf aan de voorgestelde lastenverdeling niet realistisch te vinden. Een deel van de lidstaten, waaronder Nederland, sprak steun uit voor het idee van een AFOLU-pijler. Ik heb aangegeven de doelen uit de wijzigingsverordening te steunen, en het belang onderstreept van voldoende rekening houden met verschillen in natuurlijke omstandigheden tussen lidstaten.

De Commissie gaf aan de zorgen van de lidstaten op te brengen bij de collega’s van DG Environment. De Commissie benadrukte dat rekening gehouden moet worden met natuurlijke verstoringen en dat een eerlijke lastenverdeling tussen lidstaten moet worden gevonden. Het Franse voorzitterschap gaf aan het eind van de gedachtewisseling aan de inbreng van de landbouwcollega’s te waarderen. De discussie zal worden voortgezet in de Milieuraad.

Commissiemededeling voedselzekerheid

Op 23 maart jl. presenteerde de Commissie een mededeling over voedselzekerheid. De mededeling bespreekt de veerkracht van de voedselsystemen en is opgesteld naar aanleiding van de situatie in Oekraïne. De Commissie focust zich op drie doelen: 1) ogenblikkelijke actie om voedselzekerheid in Oekraïne en andere kwetsbare gebieden te waarborgen; 2) stabiliteit van het voedselsysteem waarborgen en 3) verduurzamen en veerkrachtiger maken van ons voedselsysteem. De Commissie sprak zorgen uit over de voedselonzekerheid in Oekraïne, waarbij met name zorgen zijn over de belegerde steden. De internationale gemeenschap wordt gemobiliseerd om hier oplossingen voor te bieden, bijvoorbeeld via de FAO, G20 en de G7. Daarnaast gaf de Commissie aan zich in te zetten om ervoor te zorgen dat landbouwactiviteiten in Oekraïne zoveel mogelijk door kunnen gaan. Het belang van het vinden van handelsroutes waarmee de uitvoer van landbouwproducten door kan gaan, werd hierbij onderstreept. De blokkade van de Zwarte Zeehavens zorgt hierbij voor grote uitdagingen. De Commissie gaf aan dat het helemaal wegvallen van de Oekraïense productie grote gevolgen zou hebben voor de prijzen van graan en oliehoudende zaden. Daarbij gaf de Commissie wel aan dat de oogstprognoses voor het seizoen in de EU erg goed zijn en dat hiermee een deel van de weggevallen productie gecompenseerd kan worden. Ten aanzien van de interne markt gaf de Commissie aan terug te komen op de maatregelen onder het agendapunt over de landbouwmarkten.

Na de opening door de Commissie lichtte Kroatië een voorstel toe om tijdelijke uitzonderlijke steunmaatregelen onder de tweede pijler in het GLB toe te staan. Daarbij gaven zij aan dat veel lidstaten nog ongebruikte middelen hebben in de tweede pijler. Dit voorstel kon op veel steun rekenen van de andere lidstaten. De Commissie gaf aan het voorstel te zullen bekijken.

De lidstaten gaven steun voor de mededeling van de Commissie. Lidstaten waardeerden de snelle publicatie en de helderheid over de voedselzekerheid binnen de unie. Lidstaten spraken uit solidair te zijn met Oekraïne en het belangrijk te vinden steun te geven waar mogelijk. Enkele lidstaten vroegen aandacht voor het effect van vergroeningsmaatregelen en de Green Deal-plannen op de voedselzekerheid. Andere lidstaten vroegen daarentegen juist aandacht voor de rol die vergroening en de Green Deal kan spelen bij het versterken van de voedselzekerheid en het afbouwen van de afhankelijkheid van import van kunstmest, eiwitgewassen en energie. Lidstaten onderstreepten daarnaast het belang van een goed functionerende interne markt en het tegengaan van handelsbeperkingen.

Ik heb de Commissie bedankt voor het opstellen van de mededeling op korte termijn. Ik heb aangegeven het een gebalanceerd stuk te vinden, waarin zowel naar de korte als lange termijn wordt gekeken. Daarnaast heb ik aangegeven blij te zijn met de aandacht die besteed wordt aan voedselonzekerheid in Oekraïne en andere kwatsbare gebieden die afhankelijk zijn van de Oekraïense productie. De uitdagingen die voortkomen uit deze crisis moeten op een multilateraal niveau worden aangepakt. Ook heb ik aangegeven de aanpak van de Commissie met betrekking tot een transitie naar een robuust, weerbaar en duurzaam voedselsysteem als beste weg naar voedselzekerheid te steunen. Daarom heb ik ook mijn teleurstelling uitgesproken over het uitstel van de publicaties van de voorstellen voor natuurhersteldoelen en duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Ik heb de ruimte voor innovatieve oplossingen als kunstmestvervangers en nieuwe veredelingstechnieken verwelkomd. De mededeling bevat ook marktmaatregelen die onder het separate agendapunt Marktsituatie op de landbouwmarkten zijn besproken.

De Commissie sloot de tafelronde af door de Raad te bedanken voor de positieve beoordeling van de mededeling. De Commissie gaf aan dat voedselzekerheid al 60 jaar de doelstelling is van het GLB. Dat staat volgens de Commissie echter niet los van de transitie naar duurzame landbouw, omdat deze de voedselzekerheid kan versterken. Kortere ketens, precisielandbouw en beter dierenwelzijn gaan onder andere zorgen voor weerbaardere productie. De Commissie benadrukte daarbij nogmaals het belang van een functionerende interne markt.

Herziening geografische aanduidingen

Op 31 maart jongstleden heeft de Commissie een wetgevingsvoorstel gepresenteerd dat de wetgeving voor geografische aanduidingen voor landbouwkwaliteitsproducten, sterke drank en wijn samenvoegt en versterkt. De Commissie gaf aan dat het voorstel verschillende doelen heeft: 1) het versterken van de bescherming van geografische aanduidingen; 2) het aantrekkelijker maken van deelname en 3) harmonisatie en vereenvoudiging van het proces. De Commissie stelde dat de basisstructuur van de wetgeving behouden is, maar dat enkele elementen versterkt zijn. De vernieuwingen zijn te vinden in: 1) uitbreiding naar producten die als ingrediënt worden gebruikt; 2) betere bescherming bij online verkoop; 3) belangrijker maken van duurzaamheid (vrijwillige basis); 4) meer verantwoordelijkheden voor producentengroepen; 5) handhaven van technische bijstand door EUIPO1. De Commissie hoopte dat de Raad eind 2022 een Raadspositie vast kan stellen en eind 2023 een akkoord kan worden gesloten.

Tijdens de gedachtewisseling gaven veel lidstaten aan het voorstel te verwelkomen. Lidstaten vroegen daarnaast aandacht voor duurzaamheidscriteria in het beoordelingsproces van geografische aanduidingen. Een deel van de lidstaten benadrukte dat deze criteria vrijwillig moeten zijn en vooral niet te hoog. Daarnaast hadden enkele lidstaten vragen over de rol van de EUIPO en de hoeveelheid verantwoordelijkheid die de Commissie overhevelt naar hen. De Commissie benadrukte daarop dat de EUIPO alleen technische bijstand zal verlenen en dat de Commissie zelf zal blijven beslissen over de aanvragen. Ten aanzien van controles lieten lidstaten weten dat het belangrijk is dat de regels uniform en helder zijn. Zoals te doen gebruikelijk, zal de kabinetsappreciatie van dit voorstel in een BNC-fiche met uw Kamer worden gedeeld.

Marktsituatie op de landbouwmarkten

Op uitnodiging van de Ministers kwam de nieuwe Oekraïense Minister van Landbouw en Voedselvoorziening, Mykola Solsky, toelichting geven bij zijn verzoeken aan het voorzitterschap en de Commissie om steun voor het Oekraïense landbouw­productiesysteem. De Raad betuigde zijn volledige steun voor en volledige solidariteit met Oekraïne. De Commissie zette uiteen hoe zij tegemoet komt aan de Oekraïense verzoeken op het gebied van voedselhulp en landbouw­productie.

De Commissie opende dit agendapunt door nogmaals in te gaan op de situatie op de markten voor verschillende landbouwproducten en de genomen maatregelen toe te lichten. De Commissie gaf aan dat de oogstperspectieven voor het aankomende seizoen goed zijn. Er is geen vorstschade geleden en de voorjaars zaaiactiviteiten vorderen goed. De Commissie deelde daarnaast wel dat er problemen zijn met de betaalbaarheid van grondstoffen. In de veehouderij hebben boeren te maken met sterk gestegen voerprijzen en in de akker- en tuinbouw met hoge brandstofprijzen. Wel is het zo dat de huidige prijsstijgingen van dierlijke producten en granen een deel van de gestegen grondstofprijzen compenseren. Er zijn voldoende voorraden van kunstmest aanwezig in de EU, aldus de Commissie. De tarweprijzen zijn met 30% gestegen sinds de week voorafgaand aan de invasie in Oekraïne. De maisprijzen zijn met 25% gestegen sinds februari. De Commissie verwacht dat de EU maisproductie mogelijk oploopt tot een recordniveau, mede dankzij ingebruikname van braakliggende gronden. Met betrekking tot oliehoudende zaden gaf de Commissie aan dat het lastig is om de invoer uit Oekraïne en Rusland te vervangen. De Commissie onderstreepte nogmaals het belang van het tegengaan van handelsverstoringen.

Tijdens de tafelronde deelden de lidstaten hun dank voor het door de Commissie uitgebrachte maatregelenpakket. Ook ik heb mijn steun hiervoor uitgesproken en daarbij, net als enkele andere lidstaten, aangegeven dat het huidige tijdspad voor het gebruik van de crisisreserve erg uitdagend is. Lidstaten geven aan dat veel boeren nog steeds onder druk staan omdat marges door stijgende productiekosten dramatisch kleiner zijn geworden. Veel lidstaten verzoeken de Commissie om aanvullende maatregelen. Enkele lidstaten opperden daarbij dat er aandacht moet zijn voor het robuuster maken van de markt op de langere termijn, zodat schommelingen beter opgevangen kunnen worden. Er werd veel steun uitgesproken voor de oproep die ik tijdens de Raad van 21 maart heb gedaan voor het toestaan van gebruik van kunstmestvervangers.

Enkele lidstaten gaven aan dat de gevolgen van de pandemie nog niet voorbij zijn en dat de weerbaarheid van de sector de afgelopen jaren is aangetast. Lidstaten spraken steun uit voor de derogatie voor het inzaaien van braakliggende gronden in 2022, maar een deel gaf aan deze uitzondering graag zo snel mogelijk door te mogen trekken naar 2023.

Vogelgriepvaccinatie

Het Franse voorzitterschap agendeerde een gedachtewisseling over vogelgriepvaccinatie. Het voorzitterschap gaf aan dat vogelgriep inmiddels vrijwel het gehele jaar aanwezig is in de EU en veel lidstaten treft. Frankrijk gaf aan dat vaccinatie een belangrijk instrument kan worden bij de bestrijding van deze dierziekte, die op termijn ook voor mensen gevaarlijk zou kunnen worden. Veel lidstaten steunden de oproep van Frankrijk en geven aan zorgen te hebben over de hoeveelheid uitbraken van vogelgriep. Lidstaten gaven aan een gezamenlijke strategie te willen uitdragen op basis van wetenschappelijke adviezen. Lidstaten maakten zich daarbij wel zorgen over de effecten die de inzet van vaccinatie kan hebben op handel met derde landen. Ik heb steun uitgesproken voor het Franse voorstel. Ik heb het belang van vaccinatie onderstreept om het doden van dieren te voorkomen en in het kader van voedselzekerheid het vernietigen van eiwit te kunnen voorkomen.

De Commissie bedankte het Franse voorzitterschap voor de agendering van dit thema. Ook de Commissie zag in dat de gevolgen van uitbraken groot zijn en de epidemische seizoenen steeds langer worden. De Commissie benadrukte de maatregelen die al genomen worden, zoals een surveillancesysteem, financiële steun en flankerende maatregelen. De Commissie gaf aan dat deze maatregelen nog niet voldoende effect laten zien en wil daarom meer inzetten op preventie en bio-veiligheidsmaatregelen. De mogelijkheden voor vaccinatie worden nader onderzocht en met derde landen wordt samen met de OIE gesproken over beperking van eventuele handelsbeperkende factoren.

II. Beantwoording motie Van der Plas (BBB) (Kamerstuk 27 428, nr. 391)

Op 15 maart 2022 is mij in de motie Van der Plas (Kamerstuk 27 428, nr. 391) verzocht om met een plan van aanpak te komen waardoor op de kortst mogelijke termijn biotechnologische technieken zoals bijvoorbeeld CRISPR-Cas veilig ingezet kunnen worden om de voedselproductie te stimuleren en voedselverspilling tegen te gaan. Hieronder schets ik hoe ik invulling geef aan deze motie.

Ik zet mij in voor de transitie naar een duurzamere en weerbaardere landbouw. Nieuwe innovatieve veredelingstechnieken, waaronder ook de toepassing van CRISPR-Cas, kunnen daarbij een interessante rol vervullen, mits daarbij geen soortgrenzen worden overschreden. In principe kunnen de – door de motie verzochte – technieken nu al worden ingezet in Nederland en Europa. Wel is het zo dat het huidige Europese beleid en de regelgeving voor deze technieken binnen de veredeling verouderd is en daardoor als zeer belastend wordt ervaren. De huidige wetgeving stamt uit 2001 en is slecht berekend op deze nieuwe technieken.

De inzet van Nederland heeft zich de afgelopen jaren dan ook gericht op de herziening van dit Europese beleid en deze regelgeving. In Europa is dit dossier, mede door de agendering van Nederland, in beweging. Zo heeft de Europese Commissie vorig jaar erkend dat deze regelgeving voor genetisch gemodificeerde organismen toe is aan herziening. In oktober 2021 heeft de Minister van Infrastructuur en Waterstaat een brief aan uw Kamer gestuurd2 met daarin de laatste stand van zaken rondom het Europese proces. De Nederlandse reactie op de aanvangseffectbeoordeling van de Commissie3 was bijgevoegd. Deze brief is geagendeerd tijdens het Commissiedebat Biotechnologie en Tuinbouw van 9 februari 2022.

Biotechnologiebeleid is Europees geharmoniseerd en de Commissie is daarom aan zet. Dit beperkt de nationale bewegingsruimte op dit moment. In Q2 2022 zal de Commissie de publieke consultatie starten en naar verwachting zal in Q2 2023 de Commissie met haar definitieve voorstel komen, vergezeld van een impact assessment. Het dan startende wetgevingsproces met onderhandelingen door 27 lidstaten en met het Europees Parlement duurt in het algemeen enkele jaren, waarna implementatie in de lidstaten zelf nog moet plaatsvinden. Dit betekent dat de in de motie aangegeven kortst mogelijke termijn nog jaren kan duren.

Nederland zit niet stil in de periode voorafgaand aan het verschijnen van het nieuwe regelgevingsvoorstel. Mijn huidige aanpak is om – samen met de betrokken bewindspersonen van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport – het dossier in Brussel nauwlettend te blijven volgen en waar nodig de Commissie van wetenschappelijke input te voorzien in het wetgevingsproces. Ook verkent Nederland de standpunten van de diverse lidstaten en stakeholders om het krachtenveld in kaart te brengen en te zien waar de ruimte en de knelpunten liggen in dit dossier. Hiermee verwacht ik goed voorbereid te zijn op het Europese voorstel en medestanders te kunnen vinden waar nodig. Ik zal uw Kamer over het proces blijven informeren.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, H. Staghouwer

Naar boven