21 501-32 Landbouw- en Visserijraad

Nr. 1330 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 juli 2021

Met deze brief informeer ik uw Kamer over de uitkomsten van de Landbouw- en Visserijraad die op 28 en 29 juni jl. in Luxemburg plaatsvond. Tevens stuur ik uw Kamer de definitieve SWOT van het GLB-NSP toe. Daarnaast maak ik van deze brief gebruik om uw Kamer te informeren over de Raadsconclusies zeetransporten, het Raadbesluit mandaat Commissie in het Specialised Committee on Fisheries en de tussentijdse aanpassing Verordening vangstmogelijkheden 2021.

I. Verslag Landbouw- en Visserijraad

Hervorming gemeenschappelijk landbouwbeleid

De Raad heeft in grote meerderheid het compromis goedgekeurd dat het Portugese voorzitterschap vrijdag 26 juni jl. heeft bereikt met het Europees Parlement en de Europese Commissie. Het compromis beslaat de belangrijkste politieke punten uit het GLB-hervormingspakket, zoals de Groene Architectuur (minimumpercentage besteding aan ecoregelingen en interventies voor milieu- en klimaatdoelstellingen, Green Deal alignement), sociale conditionaliteit en maximum residuniveaus in relatie tot internationale handel.

Het voorzitterschap opende door aan te geven dat er een gebalanceerd akkoord ligt. Een akkoord dat bovendien lidstaten voldoende subsidiariteit geeft om het beleid aan te passen aan nationale omstandigheden, maar tegelijkertijd de gemeenschappelijkheid van het landbouwbeleid in stand te houden.

Het voorzitterschap lichtte de volgende compromissen uit de supertriloog toe.

  • Op het punt van de Green Deal Alignement heeft de Raad in ruil voor het behoud van art 106.2 (toetsing van de strategische GLB-plannen uitsluitend op wettelijk bindende voorschriften) een compromis bereikt met het Europees Parlement op de tekst van de recital bij het artikel, waarin verwezen wordt naar de doelen van de Green Deal als doelen van de Unie, terwijl zij feitelijk nog de status van een Commissiemededeling hebben.

  • Om het ringfencingpercentage in de tweede pijler niet hoger te laten uitkomen dan 35% ging de Raad akkoord met een wegingsfactor van 50% voor steun aan gebieden met natuurlijke of andere gebied specifieke beperkingen.

  • Specifieke investeringssteun aan jonge boeren kan voor 50% meegerekend worden in het ringfencingpercentage (3% van het eerstepijlerbudget) voor jonge boeren. Dit is mede op aandrang van Nederland, al had Nederland ingezet op 100%.

  • De drie instellingen zijn een gezamenlijke politieke verklaring overeengekomen waarin zij de noodzaak erkennen om te streven naar meer samenhang tussen de gezondheids- en milieunormen die van toepassing zijn op landbouwproducten in de Europese Unie en die welke van toepassing zijn op geïmporteerde landbouwproducten, in overeenstemming met de internationale handelsregels. Op multilateraal niveau moet proactief ingezet worden op het verhogen van de ambitie voor internationale milieudoelstellingen bij de handhaving en verbetering van internationale handelsregels.

  • Raad en Europees Parlement vragen de Europese Commissie om voor juni 2022 een rapport op te stellen over de grondgedachte en juridische haalbaarheid van toepassing van EU gezondheids- en milieu standaarden op geïmporteerde producten, en het identificeren van de concrete initiatieven om te zorgen voor een betere consistentie in de toepassing ervan, in overeenstemming met de WTO-regels.

  • Tenslotte is er een eenzijdige verklaring van de Europese Commissie over importtoleranties. Naast de aspecten van gezondheid en goede landbouwpraktijken die momenteel worden overwogen, zal de Commissie, in overeenstemming met de WTO-regels, ook rekening houden met mondiale milieuproblemen bij de beoordeling van aanvragen voor invoertolerantie of bij de herziening van invoertoleranties voor werkzame stoffen die niet langer in de EU zijn goedgekeurd. De Commissie zal zich aan het huidige beleidskader houden voor (praktijk) toepassing.

Met het oog op een gelijk speelveld voor Europese boeren en de verduurzaming van de landbouw elders, steun ik de richting die met de laatste drie punten wordt gekozen.

De Commissie sprak vervolgens haar volledige steun uit voor het akkoord en benadrukte dat met het akkoord een kernpunt van het Gemeenschappelijke landbouwbeleid, namelijk een eerlijkere verdeling van de inkomenssteun gerealiseerd wordt door de verplichting van doelgerichtheid van betalingen. De Commissie onderstreepte dat de compromisbereidheid van de Raad op het gebied van Green Deal Alignement en sociale conditionaliteit cruciaal waren geweest voor het bereiken van een akkoord.

Lidstaten bedankten het voorzitterschap voor het vele werk van de afgelopen maanden. Een klein groepje lidstaten stemde tegen de overeenkomst met een gezamenlijke verklaring waarin ze hun teleurstelling uitspraken dat in het nieuwe GLB de telers van tafelaardappelen niet in aanmerking komen voor gekoppelde steun. In de tafelronde benoemden veel lidstaten de punten die ze graag anders hadden gezien. Hierbij werd met name de compromistekst over de Green Deal alignement genoemd. Daarnaast werd door veel lidstaten de grote behoefte aan wetsteksten genoemd. Ik heb uitgesproken tevreden te zijn met het inzetten van de transitie naar een groenere en meer circulaire landbouw, hoewel het percentage ringfencing voor ecoregelingen ambitieuzer had gemogen.

Algemene Oriëntatie Controleverordening

De Raad stemde met gekwalificeerde meerderheid in met het voorzitterschapsvoorstel voor een algemene oriëntatie over de Controleverordening, na ruim drie jaar onderhandelen. Tijdens de tafelronde benadrukten lidstaten dat verschillende onderdelen nog verdere aanpassing behoeven in de onderhandelingen met het Europees Parlement. Het inkomend Sloveens voorzitterschap wil voortvarend de triloog oppakken en zegde toe de zorgpunten van de lidstaten mee te zullen nemen. Ik heb in de Raad aangegeven dat de balans tussen de kleinschalige en grotere vaartuigen beter had gekund, maar dat ik bereid was om de Algemene Oriëntatie te steunen. Ik heb er daarbij op gewezen dat de verordening in de praktijk moet werken. De effectiviteit van digitale technieken, waaronder camera’s, bij de controles op de aanlandplicht moet worden getest en we moeten zeker weten dat beelden gebruikt kunnen worden in rechtszaken. Ik heb aangegeven dat de introductie een gevoelige zaak is, we moeten tijd nemen voor een zorgvuldige en effectieve invoering.

Mededeling stand van het GVB en vangstmogelijkheden 2022

De Raad nam kennis van de presentatie van de Commissie over de stand van het GVB en de start van de onderhandelingen over de vangstmogelijkheden 2022. De mededeling bevestigt het beeld dat het met de bestanden in de Noordoostelijke Atlantische oceaan goed gaat, maar dat in de Middellandse en Zwarte Zee nog inspanningen nodig zijn. Ondanks de COVID-crisis is de sector als geheel winstgevend gebleken in het afgelopen jaar. Uiteraard is dat beeld per vlootsegment heel genuanceerd. Als gevolg van Brexit is in de Noordoostelijke Atlantische Oceaan het merendeel van de visbestanden nu gedeeld met het Verenigd Koninkrijk (VK). Dit maakt de onderhandelingen en het bereiken van de GVB-doelstellingen extra kwetsbaar.

In een tafelronde gaven Ministers hun prioriteiten aan voor de komende onderhandelingen over de vangstmogelijkheden 2022 die dit najaar plaatsvinden. Ik heb hierbij gepleit voor het zoeken naar alternatieven voor de aanlandplicht.

Situatie landbouwmarkten

De Commissie opende met een verklaring over de huidige marktsituatie voor landbouwproducten. De meeste markten bevinden zich op het moment op hetzelfde niveau als voorafgaand aan de pandemie en lijken zich goed te herstellen nu de horeca in de meeste lidstaten weer geopend is. De Commissie besteedde aandacht aan de gevolgen van Brexit, die tot op heden nog niet volledig duidelijk zijn. Daarnaast kwamen Afrikaanse varkenspest, vogelgriep en de uitzonderlijk koude lente aan bod. Enkele lidstaten sloten zich aan bij het verhaal van de Commissie door de situatie te schetsen in sectoren die getroffen zijn door de bovengenoemde zaken.

Biologische bestrijders

De Raad heeft de Commissie opgeroepen een studie uit te voeren naar de situatie in de EU met betrekking tot de introductie, evaluatie, productie en het gebruik van biologische bestrijders. De Raad riep de Commissie tevens op een voorstel voor potentiële maatregelen voor te stellen wanneer uit de studie blijkt dat dit nodig is. De lidstaten spraken zich positief uit over het gebruik van biologische bestrijders als een duurzame oplossing voor plagen en plantenziekten. De biologische bestrijders kunnen een rol spelen in het terugdringen van het gebruik van chemische gewasbeschermers. Desalniettemin riepen enkele lidstaten op tot een onderzoek naar de risico’s van het gebruik van deze producten en een meer geharmoniseerd EU-raamwerk voor het veilige gebruik. In Nederland worden biologische bestrijders al veelvuldig gebruikt. Ik heb mijn steun uitgesproken voor het onderzoek, maar ook aandacht gevraagd voor het feit dat maatregelen barrières op kunnen werpen voor het gebruik en de productie van biologische bestrijders. Deze barrières zijn onwenselijk, daar het gebruik gestimuleerd zou moeten worden.

Bijenrichtsnoer

Het voorzitterschap introduceerde het agendapunt met het advies dat is opgesteld door de EFSA voor de bescherming van honingbijen. De Commissie heeft op basis hiervan een advies opgesteld voor een geharmoniseerd beschermingsdoel van honingbijen waarbij de maximale sterfte op 10% van de bijenkolonie is vastgesteld. Het voorzitterschap vroeg de lidstaten te beantwoorden of zij voorstander van een gezamenlijk beschermingsdoel zijn en zo ja, welk percentage zij beogen. Vrijwel alle lidstaten steunen het opstellen van een gezamenlijk beschermingsdoel. Enkele lidstaten riepen op rekening te houden met natuurlijke omstandigheden die leiden tot kleinere koloniën. De hoogte van het beschermingsdoel dat de lidstaten nastreven loopt van 7% tot 12,8%. Ik heb opgeroepen tot een versnelde invoering van een verbeterde bescherming van bijen en mijn steun uitgesproken voor een beschermingsdoel van 7%.

AOB punten

Maritime spatial plans

De Commissie riep de lidstaten op zo snel mogelijk met Maritime Spatial Plans te komen. Daarnaast riep de Commissie op vaart te maken met de indiening van de Operationele Programma’s onder het visserijfonds EMVAF en de uitvoering van het huidige fonds EMFF voortvarend door te zetten. Het nieuwe fonds treedt waarschijnlijk binnen enkele weken in werking. De Raad nam kennis van deze oproepen.

Situatie in gedeelde wateren Noorwegen-EU

Tijdens het AOB-punt van Spanje, Frankrijk en Ierland over de discussies met Noorwegen over de visserij op kabeljauw bij Spitsbergen en het unilaterale besluit van Noorwegen tot ophoging van het eigen vangstaandeel makreel werd opgeroepen tot diplomatieke druk op Noorwegen. Verschillende Ministers, waaronder ik, steunden de oproep aan de Commissie. De Commissie zegde toe de EU-belangen te zullen blijven verdedigen.

Voedingssuplementen

Het voorzitterschap presenteerde de stand van zaken omtrent de regelgeving voor het verkopen van voedingssupplementen in de EU en gaf aan hier ruimte voor verbetering te zien. Het voorzitterschap opende de discussie door aandacht te vragen voor veilig gebruik van voedingssupplementen, met daarbij speciale aandacht voor gebruik bij jonge kinderen en baby’s. De lidstaten sloten zich in groten getale aan bij het voorzitterschap in de oproep om meer harmonisatie van de markttoegangseisen en het beter informeren van consumenten over de effecten van voedingssupplementen.

Joint action on antimicrobial resistance and healthcare-associated infections

De Commissie gaf een stand van zaken van JAMRAI en onderstreepte het belang van gezamenlijk optreden tegen antimicrobiële resistentie. Daarnaast vroeg de Commissie de lidstaten die nog geen nationaal actieplan opgesteld hebben dat alsnog te doen. Enkele lidstaten namen het woord en vroegen meer duidelijkheid over vervolgstappen en te onderstrepen dat dit probleem gezamenlijk opgelost dient te worden.

EU-breed verbod op pelsdierhouderij

Gezamenlijk met Oostenrijk heb ik een notitie gepresenteerd die oproept tot een algeheel verbod op pelsdierhouderij in de EU. Met deze oproep geef ik uitvoering aan de gewijzigde motie van het lid Futselaar (Kamerstuk 25 295, nr. 686) en de motie van het lid Ouwehand c.s. (Kamerstuk 35 570 XIV, nr. 39). De notitie werd ondertekend door enkele lidstaten. Op basis van dierenwelzijnsargumenten, ethische- en volksgezondheidsargumenten heb ik uitgelegd dat Nederland geen plaats ziet voor pelsdierhouderij in de EU. Een aantal lidstaten sprak hun steun uit voor een algeheel verbod. Enkele lidstaten onderstreepten hierbij wel het verschil tussen dieren die enkel voor hun pels gehouden worden, zoals nertsen, en dieren die ook voor vleesconsumptie gehouden worden. Er is nog geen uitgesproken meerderheid voor het verbod, maar ik zal me hiervoor blijven inzetten. De Commissie stelde zich terughoudend op bij een algeheel verbod.

49e conferentie van directeuren van EU-betaalorganen

Het voorzitterschap gaf de Raad informatie over de 49e conferentie van directeuren van EU-betaalorganen. De conferentie vond plaats op 9 juni 2021 en werd door vrijwel alle lidstaten bijgewoond. De agenda bestond uit GLB-hervorming, belangenconflicten, risicomanagement en het FaSt pilot project.

Regional economic accounts for agriculture (REAA) and statistics on agricultural inputs and outputs (SAIO)

Het voorzitterschap gaf een stand van zaken over de REAA en SAIO en onderstreepte het belang van betrouwbare data. Het voorzitterschap benoemde dat deze zaken van groot belang zijn bij het monitoren en evalueren van de hervorming van het GLB.

Vierde ministeriële conferentie van de Afrikaanse Unie en de Europese Unie

De Commissie gaf een terugkoppeling van de vierde ministeriële conferentie tussen de AU en EU die op 22 juni virtueel plaatsvond. De Commissie onderstreepte het belang van goede betrekkingen tussen de EU en AU. Er is gesproken over het terugdringen van voedselverliezen, kringlooplandbouw, gezonde bodems en digitale oplossingen in de landbouwsector. Het laatste panel van de dag sprak over regionale handelsintegratie in de AU.

Recente natuurramp in Tsjechië

Als laatste agendapunt nam Tsjechië het woord om aandacht te vragen voor een recente natuurramp in het land. Een tornado heeft een ravage aangericht in de lokale landbouwsector. Tsjechië riep de Commissie op financiële steun voor de getroffen gebieden te bieden. Veel lidstaten, waaronder Nederland, spraken hun steun en solidariteit uit voor het verzoek van Tsjechië.

II. Defintieve SWOT voor het GLB-NSP

Voor de periode 2023–2027 moeten lidstaten in een Nationaal Strategisch Plan (NSP) uiteenzetten hoe zij met hun beleidsinzet gaan bijdragen aan door de Europese Commissie geformuleerde doelstellingen voor het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Deze beleidsinzet is mede gebaseerd op een zogenaamde SWOT-analyse (Strengths Weaknesses Opportunities Threats). Met oog op het voorbereiden van het NSP, heeft het Ministerie van LNV ervoor gekozen om een SWOT-analyse te maken in twee fasen. In de eerste fase in 2019 is een SWOT-analyse op hoofdlijnen («Houtskool-SWOT») opgesteld, deze is in oktober 2019 naar uw Kamer verstuurd (Kamerstuk 28 625, nr. 276). In de tweede fase komt de definitieve SWOT-analyse tot stand. In de bijlage vindt uw Kamer de definitieve SWOT1.

III. Raadsconclusies ten aanzien van dierenwelzijn tijdens lange afstand diertransporten over zee

Het Portugese voorzitterschap heeft de afgelopen periode gewerkt aan Raadsconclusies ten aanzien van dierenwelzijn tijdens lange afstand diertransporten naar derde landen over zee. Mijn inzet is breed bekend, en dat is om dit soort exporten in EU-verband te verbieden. Dit kan helaas pas op de lange termijn worden gerealiseerd; de Europese Commissie komt naar verwachting in het vierde kwartaal van 2023 met een voorstel voor een herziene transportverordening. De concept Raadsconclusies waren naar mijn mening te vrijblijvend en deden weinig recht aan de problematiek en de urgentie. Daarom heb ik tot op het laatste moment stevig aangedrongen op concrete acties van de lidstaten voor korte termijn verbeteringen van de naleving, controles en handhaving ten aanzien van de huidige voorschriften van de transportverordening. Uit audits van de Europese Commissie van de afgelopen jaren is namelijk op te maken dat daar nog veel aan mankeert. De noodzaak dat de lidstaten op korte termijn actie ondernemen op een aantal concrete verbeterpunten uit deze audits is uiteindelijk toegevoegd als nieuw punt 14 van de Raadsconclusies.2 Ik kon daarmee instemmen met de conclusies, echter met indiening van een schriftelijke verklaring waarin ik uiteen zet wat de risico’s en bezwaren van lange afstand transporten van levend vee naar derde landen over de weg en over zee zijn, en dat daarom een EU-breed verbod noodzakelijk is.3 Duitsland en Luxemburg hebben zich hierbij aangesloten.

IV. Raadbesluit mandaat Commissie in het Specialised Committee on Fisheries (SCF) 2021–2026

Op 29 juni heeft de Europese Commissie haar voorstel tot een Raadsbesluit gepubliceerd met betrekking tot het mandaat voor de Commissie in het Specialised Committee on Fisheries (SCF) voor 2021–2026. Het SCF is voorzien in de Handel- en Samenwerkingsovereenkomst (HSO) met het VK en zal het platform zijn waar afspraken gemaakt worden met het VK over openstaande technische aspecten. Zo zal hier onder andere gesproken worden over toegang tot elkaars wateren, het quota ruilmechanisme, technische maatregelen en de aanlandplicht. In het concept mandaat staat dat de Commissie zich in dit Comité zal inzetten in lijn met de HSO en het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB). Daarnaast is opgenomen dat lidstaten naast het reguliere proces op specifieke, technische onderwerpen expliciet betrokken worden.

Aangezien het mandaat de afspraken uit de HSO weerspiegelt en doelstellingen in het GVB centraal stelt, kan ik dit mandaat steunen. Temeer een dergelijk mandaat vergelijkbaar is met het mandaat voor regionale visserij beheer organisaties (Regional Fisheries Management Organisations, RFMOs). Wel vind ik het daarbij van belang dat de Commissie het gelijk speelveld hierbij in acht neemt. Daarvoor zal dan ook aandacht worden gevraagd in de Raadswerkgroep visserij.

V. Tussentijdse aanpassing Verordening Vangstmogelijkheden 2021

De Europese Commissie heeft een voorstel gepubliceerd voor een tussentijdse wijziging van de Verordening Vangstmogelijkheden in verband met het akkoord met het VK (zie Kamerstuk 21 501-32, nr. 1307). Met dit voorstel worden de afspraken uit deze overeenkomst omgezet in de definitieve vangstmogelijkheden 2021. Daarnaast betreft het voorstel ook aanpassingen naar aanleiding van afspraken met Mauritanië als onderdeel van de Sustainable Fisheries Partnership Agreement, de uitkomsten van de onderhandelingen met de Faeröer en ansjovis in verband met nieuw wetenschappelijk advies. Ik kan instemmen met deze wijzigingen, die duidelijkheid bieden aan de visserijsector en in lijn zijn met het Europese visserijbeleid. De tijdelijke vangstmogelijkheden die in maart dit jaar zijn afgesproken lopen 31 juli af. De verwachting is dat met dit voorstel de definitieve vangstmogelijkheden voor 31 juli zijn vastgesteld.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten

Naar boven