Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202021501-32 nr. 1229

21 501-32 Landbouw- en Visserijraad

25 295 Infectieziektenbestrijding

Nr. 1229 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 maart 2020

Het Kroatische voorzitterschap heeft besloten om in plaats van de Landbouw- en Visserijraad van maart een videoconferentie te organiseren met de landbouwministers van de EU. Deze videoconferentie vindt plaats op woensdag 25 maart aanstaande. Het voorzitterschap is voornemens om van gedachten te wisselen over de sociaaleconomische gevolgen van COVID-19 voor de landbouw- en visserijsector. Aan het begin van de vergadering zal COPA-COGECA, de belangrijkste belangenbehartiger van Europese boeren, de gelegenheid krijgen om de ministers en de Commissie toe te spreken over de actuele situatie. Daarna zal een besloten en informele discussie plaatsvinden met de landbouwministers van de lidstaten en de Europese Commissie.

Hoewel de Europese Commissie eerder een steunpakket aankondigde met diverse financiële maatregelen, waaronder versoepeling van de staatssteunmogelijkheden, is het voorzitterschap van mening dat het pakket van de Europese Commissie met algemene steunmaatregelen niet afdoende is om de specifieke problemen in de landbouw en voedselproductie het hoofd te bieden. Het voorzitterschap wil de Europese Commissie daarom vragen om aanvullende crisismaatregelen te treffen. Daartoe wordt de lidstaten gevraagd om informatie over de situatie in de diverse sectoren en voorstellen voor wenselijke crisismaatregelen te presenteren.

Nederland beoordeelt het steunpakket van de Europese Commissie in het algemeen als positief. Maar er ontbreekt in de mededeling inderdaad aandacht voor de landbouw. Ik zal het voorzitterschap dan ook steunen in de oproep aan de Europese Commissie om in ieder geval maatregelen klaar te zetten om snel aanvullend te kunnen ingrijpen indien noodzakelijk. Vervolgens is het uiteraard wel van belang dat verzoeken om activering van die maatregelen voldoende onderbouwd zijn.

De situatie in Nederland is zorgelijk in verschillende sectoren, waaronder sierteelt, aardappelen, zuivel, suiker, eenden, en visserij. Veel sectoren hebben te maken met plotselinge vraaguitval, dalende prijzen, transport- en logistieke problemen, en wegvallen van seizoenarbeiders. Zo heeft de sierteeltsector met dramatische dalingen in de omzetten te maken als gevolg van het wegvallen van belangrijke exportmarkten en ook binnenlandse vraaguitval. Hoewel dit niet een sector is waar op EU-niveau veel voor geregeld is, wil Nederland vanwege de urgente en grote problematiek de Europese Commissie vragen om te voorzien in maatregelen zoals die reeds bestaan voor de groenten- en fruitsector. Ik denk daarbij aan compensatie voor geleden schade zoals steun voor het doordraaien dan wel het uit de markt nemen van sierteeltproducten (vergoedingen voor niet-afgezette producten).

Ook vanuit andere sectoren, zoals de aardappelsector, krijgen we de signalen dat de situatie zeer ernstig is. Ik zal nauwlettend in de gaten houden waar nog geen maatregelen zijn getroffen of daar noodzaak voor is om dit wel te doen, en dit ook aan de Europese Commissie vragen. Dit geldt ook voor de visserijsector, waar de markt voor horeca en retail in binnen-, en buitenland stagneert. In aanvulling op de eerder genoemde staatsteunmaatregelen zal ik pleiten om zowel opslag- en stilligsteun vanuit het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij mogelijk te maken. Daarnaast wil ik de Commissie vragen te bekijken of ook de regels voor de uitvoering van het fonds zo kunnen worden versoepeld dat ondernemers de steun voor lopende projecten niet zien wegvallen.

Ik onderzoek of en hoe we kunnen zorgen dat boeren met liquiditeitsproblemen veel eerder kunnen beschikken over de middelen die zij aan GLB-inkomenssteun kunnen verwachten en die zij gewoonlijk pas in december ontvangen.

Verder zal ik de Commissie vragen om de lidstaten maximale flexibiliteit te geven om af te wijken van de vereisten onder de huidige EU-regels, zoals controles ter plaatse, waaraan niet kan worden voldaan door overmacht. Dat geldt ook voor het omgaan met onvolkomenheden in de aanvragen voor directe betalingen, voor zover boeren zich niet zoals gebruikelijk daarbij kunnen laten ondersteunen door bedrijfsadviseurs.

Tenslotte zal ik aandacht vragen voor de situatie rond de binnengrenzen. Naast uitval van specifieke vraag wordt de marktverstoring in diverse sectoren versterkt door transportproblemen en problemen aan binnengrenzen. Een concreet voorbeeld hiervan is het belang van soepele en tijdige distributie van uitgangsmaterialen zoals zaaizaad en grondstoffen, voor voedselvoorziening en diervoer. Mede op aandringen van Nederland heeft de Commissie gisteren in een herzien richtsnoer voor de zogeheten «Green Lanes» duidelijk gemaakt dat deze Green Lanes voor alle goederen gebruikt kunnen worden. Bovendien onderstreept de Commissie mede op ons verzoek het belang van soepele doorgang van vers voedsel, levende dieren, uitgangsmaterialen (incl. zaaizaad), grondstoffen en veevoer. Omdat het echter uiteindelijk om nationale competenties gaat, zal ik hier bij mijn Europese collega’s nogmaals aandacht voor vragen.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten