Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201921501-32 nr. 1184

21 501-32 Landbouw- en Visserijraad

Nr. 1184 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 juni 2019

De Europese Commissie werkt aan een tweede uitbreiding van de Europese Unielijst voor Invasieve Exoten (verder: Unielijst) waarmee soorten worden aangewezen die onder de Verordening (EU) nr. 1143/2014 (Invasieve Uitheemse Soorten) komen te vallen. Op 14 juni aanstaande zullen de lidstaten over het voorstel van de Commissie stemmen. Met deze brief informeer ik u over het Nederlandse standpunt en mijn inbreng richting Europese Commissie.

De Unielijst omvat momenteel 49 schadelijke exotische planten en dieren die in (delen van) de Europese Unie voorkomen en schade toebrengen aan de natuur of dit in de toekomst waarschijnlijk gaan doen. De Verordening verbiedt het opzettelijk op het grondgebied van de Europese Unie brengen, houden, verhandelen, kweken en in de natuur uitzetten van dieren of planten van een op de Unielijst geplaatste soort. Voor Unielijstsoorten die zich reeds wijd in de natuur hebben verspreid, moeten lidstaten beheersmaatregelen treffen. Voor Unielijstsoorten die nog niet wijd verspreid zijn moeten lidstaten uitroeiingsmaatregelen treffen.

In de afgelopen jaren heeft de Commissie de Verordening voor Invasieve Uitheemse Soorten (nr. 1143/2014) verder uitgewerkt. De Commissie heeft in samenwerking met de lidstaten, waaronder Nederland, de implementatie van de verordening verbeterd door de vaststelling van de gedelegeerde handeling (nadere invulling van de Verordening). Tevens is de voorgenomen tweede aanvulling op de Unielijst mede op voorstel van Nederland uitgesteld tot dit jaar. Er is meer rust gekomen in de procedure en stakeholders zijn in de gelegenheid gesteld hun zienswijze in te brengen.

De Commissie heeft gehoor gegeven aan eerder geuite zorgen en bezwaren van de lidstaten en dit heeft tot aanpassing geleid van het voorstel. Het voorstel van de Commissie bevat de volgende plantsoorten:

  • a. Wilgacacia (Acacia saligna)

  • b. Hemelboom (Ailanthus altissima)

  • c. Amerikaans bezemgras (Andropogon virginicus)

  • d. Ballonrank (Cardiospermum grandiflorum)

  • e. Hoog pampasgras (Cortaderia jubata)

  • f. Roze rimpelgras (Ehrharta calycina)

  • g. Smalle theeplant (Gymnocoronis spilanthoides)

  • h. Oosterse hop (Humulus scandens)

  • i. Japanse klimvaren (Lygodium japonicum)

  • j. Chinese struikklaver (Lespedeza cuneata)

  • k. Watersla (Pistia stratiotes)

  • l. Mesquite (Prosopis juliflora)

  • m. Grote vlotvaren (Salvinia molesta)

  • n. Talgboom (Triadica sebifera)

En de volgende diersoorten:

  • o. Common myna (Acridotheres tristis)

  • p. Nieuw-Zeelandse platworm (Arthurdendyus triangulatus)

  • q. Zonnebaars (Lepomis gibbosus)

  • r. Gestreepte koraalmeerval (Plotosus lineatus)

In april 2019 heeft de Commissie een formele consultatieronde gehouden. Ook een aantal Nederlandse organisaties heeft daarop een zienswijze ingebracht. Deze partijen hebben onder meer bezwaren geuit tegen plaatsing van watersla en grote vlotvaren. Dit heeft niet geleid tot verdere aanpassing van het voorstel van de Commissie.

De Commissie houdt bij het opstellen van aanvullingen op de Unielijst rekening met sociaaleconomische belangen en de proportionaliteit van plaatsing op de Unielijst. Uit de risicobeoordelingen die zijn opgesteld blijkt dat de ecologische en economische schade die de invasieve soorten veroorzaken groter geacht wordt dan het sociaaleconomisch belang van deze soorten voor bedrijven (kwekers) en andere stakeholders.

Ik heb bij de Commissie bezwaar aangetekend tegen het ontbreken van een schaderegeling in de Verordening IUS en gevraagd de Verordening beter toe te rusten met een dergelijke regeling. Dit zou onderdeel kunnen uitmaken van de geplande evaluatie van de Verordening in 2021 en zou moeten leiden tot een wijziging van de Verordeningstekst.

Dit punt speelt nu specifiek voor de watersla en grote vlotvaren en gold ook voor de waterhyacint (Eichhornia crassipes) die reeds op de Unielijst staat. Ik voorzie dat dit punt in de toekomst ook zal opspelen voor andere soorten die voor plaatsing op de Unielijst in aanmerking zullen komen. Met elke uitbreiding van de Unielijst zullen zich vaker situaties gaan voordoen waarbij specifieke partijen onevenredig getroffen worden door plaatsing van een soort op de Unielijst. Er is een structurele oplossing nodig voor gevallen waar de gevolgen disproportioneel zijn. Zulke situaties kunnen het draagvlak onder stakeholders ondermijnen.

Ik heb de Commissie gevraagd zo spoedig mogelijk te reageren op mijn voorstel.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten