Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 4 april 2018
Op 8 december 20171 informeerde ik u laatstelijk over de voortgang van de onderhandelingen inzake de
Toegankelijkheidsakte2.
Dit voorjaar is een volgende fase in dit dossier van start gegaan met de eerste triloog,
het overleg tussen de Commissie, het Europees parlement (EP) en de Raad van Ministers begin maart.
Het richtlijnvoorstel
Het voorstel beoogt een betere werking van de interne markt te realiseren door gemeenschappelijke,
geharmoniseerde, eisen te stellen aan bepaalde, in het voorstel specifiek benoemde, producten en diensten. Het gaat om pc's, betaal-
en check-in (kaartjes)automaten, e-books en e-readers, bepaalde transportdiensten,
telefonie en e-commerce. Met het stellen van uniforme Europese toegankelijk-heidseisen
zou de toegankelijkheid tot deze producten en diensten voor mensen met een beperking
kunnen worden vergroot, aldus de overweging van de Europese Commissie.
Nederlandse positie tijdens de Raadswerkgroepen
In de voortgangsbrieven aan uw Kamer bent u het afgelopen jaar geïnformeerd over de positie van Nederland tijdens de onderhandelingen; deze was, samen
met enkele andere lidstaten, positief kritisch. Ten aanzien van enkele «pijnpunten»
zijn alternatieve suggesties en teksten ingebracht waarvan een aantal door de lidstaten
is omarmd. Op 7 december 2017 is in de EPSCO-raad een algemene oriëntatie aangenomen
waarmee ook Nederland heeft ingestemd.
Vervolg
Onder Bulgaars voorzitterschap is in januari jl. tijdens een Raadswerkgroep het mandaat
is besproken voor de trilogen.
Tijdens de eerste triloog in maart heeft het voorzitterschap het bereikte akkoord
gepresenteerd en zijn de wensen van het EP geïnventariseerd – verwoord in de vele
ingediende amendementen – en de belangrijkste discussiepunten verkend. De laatste
hebben vooral betrekking op de wens van het EP de reikwijdte van het voorstel op enkele
onderwerpen uit te breiden. Het betreft de onderwerpen toerisme, stedelijk openbaar
vervoer, «gebouwde omgeving», Europese fondsen en openbare aanbesteding. Ook wil het
EP verder gaan dan de Raad waar het de uitzonderingspositie betreft van micro-bedrijven
op de toepasselijkheid van de richtlijn (de Raad wil die uitzondering alleen maken
voor diensten maar het EP wil daar ook producten onder brengen). Ook over de termijnen
voor omzetting en invoering zal naar verwachting gediscussieerd worden.
De volgende trilogen zullen plaatsvinden in april, mei en juni en tussendoor zal enkele malen technisch overleg plaatsvinden alsook enkele raadswerkgroepen.
Nederland hanteert onder andere de volgende algemene uitgangspunten. Voorstellen die
de administratieve lastendruk verhogen of die leiden tot het oprichten van nieuwe
organisaties voor bijvoorbeeld toezicht en handhaving of het ontwikkelen van nationale
databases, zullen we niet steunen. Evenmin wil Nederland uitbreiding van de reikwijdte
van het richtlijnvoorstel. Toepassings- gebieden zoals de «gebouwde omgeving», transportinfrastructuur,
Europese fondsen en openbare aanbesteding zijn begin 2017 immers beargumenteerd geschrapt
uit de scope van het richtlijnvoorstel.
EP-amendementen die ertoe strekken Europese en nationale (gehandicapten) organisaties
bij de verdere uitwerking van de richtlijn te betrekken en om een Europese werkgroep
van stakeholders (inclusief bedrijven) en Commissie in te stellen, zullen wel op steun
kunnen rekenen.
Vooronderzoek MKBA
In december heb ik u laten weten dat het uitvoeren van een probleemanalyse niet opportuun
meer is omdat het accent dient te verschuiven naar het inzichtelijk maken van de (financiële)
gevolgen van het voorstel voor de betrokken bedrijven en andere organisaties3. Dit betreft reguliere taken van de verschillende departementen in het kader van
de implementatie. Zo zal bijvoorbeeld nog bepaald moeten worden welk orgaan toezicht
zal gaan houden op de naleving van de voorschiften die voortvloeien uit de richtlijn.
Vanzelfsprekend zal ik uw Kamer hier ook op een passend moment over informeren.
Informeren van de Kamer
Gelet op de fase waarin de onderhandelingen zich nu bevinden, wil ik de Kamer voorstellen
af te stappen van de eerder (begin 2016) gedane toezegging u elk kwartaal te informeren.
In de plaats daarvan zeg ik u graag toe u te informeren zodra zich een relevante ontwikkeling
voordoet.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge