Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 21 april 2017
Hierbij ontvangt u het verslag van de Informele Raad WSBVC, onderdeel Werkgelegenheid
en Sociaal Beleid, van 3 en 4 april 2017 te Valletta, Malta.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
L.F. Asscher
Verslag Informele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid, 3 en 4 april te Valletta,
Malta.
Op 3 en 4 april jl. vond te Valletta de Informele Raad WSBVC plaats onder Maltees
voorzitterschap. Alle lidstaten waren hierbij vertegenwoordigd, evenals de Europese
sociale partners. Het voorzitterschap opende de Raad met een toelichting op het overbruggende
thema van deze twee dagen: «Making Work Pay». Werk lonend maken is cruciaal om het
zoeken naar werk te stimuleren en duurzame deelname aan de arbeidsmarkt te garanderen.
Daarmee wordt ook het risico op armoede en sociale uitsluiting geminimaliseerd.
Als eerste op de agenda van deze Raad stond een debat over het belang van het op peil
brengen en houden van kennis en vaardigheden van de Europese beroepsbevolking. Deze
««empowerment» van de Europese beroepsbevolking» is nodig om de toenemende robotisering en digitalisering van de arbeidsmarkt en
de groei van niet-traditionele arbeidsrelaties in goede banen te leiden. Verschillende
lidstaten wezen hierbij op de uitdaging dat sommige groepen (lager opgeleiden) hierdoor
harder geraakt zullen worden dan anderen (hoger opgeleiden). Een andere gemene deler
was dat het steeds belangrijker wordt om «leven lang leren» te bevorderen en daarbij
zowel aandacht aan technische als sociale vaardigheden te besteden. Tijdens deze gedachtewisseling
is Nederland ingaan op het kabinetsbeleid om de beroepsbevolking beter op bovengenoemde
ontwikkelingen voor te bereiden. Zo is toegelicht hoe Nederland het «leven lang leren»
– met name in het MKB – bevordert en welke transities er in het beroepsonderwijs hebben
plaatsgevonden om werkenden beter en vaker te kunnen bijscholen. Ook is Nederland
ingegaan op het belang van de formele erkenning van kennis en vaardigheden opgedaan
tijdens het werk om de transitie van werk naar werk te versoepelen.
Voorts hebben de Ministers van gedachte gewisseld over het «adresseren van ongelijkheid op de Europese arbeidsmarkt». In de interventies van verschillende lidstaten resoneerde dat er in de EU nog steeds
kwetsbare groepen zijn die niet profiteren van de grote toename in welvaart en werkgelegenheid
in de Europese Unie over de afgelopen decennia. Dit zijn met name ouderen, arbeidsgehandicapten
en personen met een migrantenachtergrond. Om deze ongelijkheden ten opzichte van de
rest van de beroepsbevolking te verkleinen boeken een aantal lidstaten goede resultaten
door het bieden van intensieve persoonlijke ondersteuning bij het vinden en behouden
van werk. In zijn interventie is Nederland ingaan op de wijze waarop het kabinet inzet
op de volwaardige en duurzame arbeidsparticipatie van deze kwetsbare groepen.
In het laatste debat is gekeken naar «hoe de arbeidsmarkt ingezet kan worden als motor van sociale inclusie». Deelname aan de arbeidsmarkt is essentieel voor de sociale inclusie van met name
kwetsbare groepen, het vergroot het sociale netwerk en de maatschappelijke erkenning
van betrokkenen. Nederland heeft tijdens het debat uiteengezet hoe actief wordt gewerkt
aan het mobiliseren van werkgevers om de sociale inclusie van kwetsbare groepen te
bevorderen. Ook is aangegeven welke financiële maatregelen zijn getroffen om het interessanter
te maken om deze personen in dienst te nemen en hoe jongeren, laaggeschoolden, migranten,
mensen met een beperking en oudere werkzoekenden extra worden ondersteund bij het
vinden van werk.
Ter afsluiting van de Informele Raad gaf het Maltese voorzitterschap een toelichting
op het verdere proces. De uitkomsten van de debatten tijdens de Raad zullen worden
verwerkt in een set Raadsconclusies met als doel het bevorderen van duurzame arbeidsmarktparticipatie.
De Raadsconclusies zullen worden gericht op het delen van maatregelen die hieraan
bijdragen. Naar verwachting worden deze Raadsconclusies tijdens de Raad in juni aangenomen.
Hierbij maak ik ook van de gelegenheid gebruik om u te informeren over de «G20 Labour
and Employment Ministers Meeting» die op 18 en 19 mei in Bad Neuenahr (Duitsland)
zal plaatsvinden. Nederland zal op uitnodiging van het Duitse voorzitterschap deelnemen
aan deze bijeenkomst. Zoals eerder per brief aan uw Kamer gecommuniceerd1 staan er vier onderwerpen op de agenda: «sustainable global supply chains», de toekomst
van werk, participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt en arbeidsmarktintegratie van
migranten en vluchtelingen. Naar verwachting zullen er tijdens de G20-bijeenkomst
conclusies over deze onderwerpen worden aangenomen. Het onderwerp «sustainable global
supply chains» is een belangrijke prioriteit van het Duitse voorzitterschap. Naar
verwachting zal hier ruim aandacht voor zijn tijdens de bijeenkomst. Ook voor Nederland
is dit een belangrijke prioriteit, die ook tijdens het recente EU-voorzitterschap
hoog op de agenda stond. Deelname aan de G20-bijeenkomst biedt een goede gelegenheid
om de Nederlandse inzet onder de aandacht te brengen. Het gaat dan om het Nederlandse
beleid rondom IMVO (IMVO-convenanten), de ketenbenadering, het stimuleren van sociale
dialoog en multi-stakeholder initiatieven. Ook op de andere onderwerpen zal Nederland,
in lijn met de inzet zoals uiteengezet in de hierboven genoemde brief aan uw Kamer,
een bijdrage leveren aan de discussie door het Nederlandse standpunt en ervaringen
te delen.