Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201221501-31 nr. 257

21 501-31 Raad voor de Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken

Nr. 257 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 oktober 2011

Hierbij ontvangt u het verslag van de Raad WSBVC, onderdeel Werkgelegenheid en Sociaal Beleid, van 3 oktober 2011.

De Raad stond voornamelijk in het teken van het debat over de rol van het Europees Sociaal Fonds in de implementatie van de Europa 2020 strategie. Tevens werden twee sets Raadsconclusies aangenomen, over vrijwilligerswerk en demografie. Het lunchdebat stond in het teken van migratie en mobiliteit in Europa, waarbij toekomstige uitdagingen en mogelijkheden centraal stonden.

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

H. G. J. Kamp

Verslag Raad WSBVC 3 oktober 2011, onderdeel Werkgelegenheid en Sociaal Beleid

Het Europees Sociaal Fonds in de uitvoering van de Europa 2020-strategie

Commisaris Andor verwees naar het cohesiepakket dat de Europese Commissie op 5 oktober zal presenteren onder de nieuwe EU meerjarenbegroting 2014–2020 en gaf aan dat het de bedoeling is om het cohesiebeleid nauw toe te snijden op de Europa 2020 strategie. Hij lichtte toe dat de Commissie verder beoogt een zekere mate van voorwaardelijkheid in te voeren tussen EU financiering en de door de lidstaat beoogde resultaten. Ook door het aangaan van een partnerschap contract tussen lidstaat en Commissie wordt een doelmatige inzet van de middelen nagestreefd waarbij tegelijk ingezet wordt op een beperking van administratieve lasten. De Commissaris sprak er zijn zorg over uit dat het aandeel van ESF in de totale cohesie uitgaven de afgelopen jaren sterk is teruggelopen en gaf aan dat de Commissie daarom minimumaandelen voor ESF voorstelt, afhankelijk van het type EU regio. Daarnaast zal de Commissie kwaliteitseisen voorstellen voor de administratieve systemen waarmee lidstaten nationaal de fondsen verstrekken. Tot slot zet de Commissie in op een grotere coherentie tussen de Europese fondsen onderling.

In hun interventies toonden de delegaties een hoge mate van overeenstemming. Het streven om de structuurfondsen – ESF daarbij inbegrepen – in functie te stellen van de Europa 2020 strategie werd breed onderschreven, evenals een meer geconcentreerde inzet van de fondsen om versnippering te voorkomen. Lidstaten konden zich verder in het «voorwaardelijkheidsprincipe» vinden, maar toonden zich bezorgd dat dit tot een tweede laag van effectiviteitcontroles zou kunnen leiden. Het idee van een »partnerschap contract» werd enigszins lauw ontvangen waarbij in de interventies vooral doorklonk dat lidstaten het onwenselijk vinden dat de Commissie daarmee in enige mate invloed zou krijgen op beleidsgebieden die tot de nationale bevoegdheden van lidstaten behoren.

Ook tegenover het idee van minimumaandelen voor ESF stonden veel delegaties – en zeker de lidstaten die relatief veel middelen ontvangen – enigszins huiverig waarbij zij aangaven op lidstaatniveau voldoende flexibiliteit te willen behouden. Meest gehoorde element in de interventies betrof de wens te komen tot een vereenvoudiging van de procedures voor gebruik van het ESF. Enkele lidstaten constateerden dat er relatief veel geld besteed wordt in rijkere regio’s en zetten vraagtekens bij de doelmatigheid daarvan. Nederland herhaalde hierbij het standpunt dat het cohesiebeleid zich idealiter enkel zou moeten richten op arme regio’s en lidstaten.Nederland brak verder een lans voor een effectiever cohesiebeleid met een vereenvoudigde uitvoering tegen lagere administratieve kosten. De focus van het ESF beleid moet gericht zijn op arbeidsparticipatie en -in functie daarvan – op scholing.

De voorzitter noemde de wensen van de delegaties te komen tot administratieve vereenvoudiging en tot voldoende flexibiliteit op lidstaatniveau als hoofdlijn in het debat. Daarbij steunden de delegaties het voornemen om het cohesiebeleid te richten op de Europa 2020 strategie en om de inzet van ESF te richten op het verhogen van arbeidsparticipatie en vaardigheden. De voorzitter rondde af met de opmerking dat het voorzitterschap een samenvatting van het debat zal maken die verzonden zal worden naar de Raad Algemene Zaken.

Voorbereiding van de tripartiete sociale top

Voorzitter Fedak informeerde de delegaties dat tijdens de Top het belang van de sociale dialoog en van onderling vertrouwen voor het herstel van de economie centraal zal staan. Commissaris Andor refereerde aan de recente «State-of-the-Union» toespraak van Commissievoorzitter Barroso die het belang van het revitaliseren en verder versterken van de sociale dialoog eveneens had onderstreept.

Raadsconclusies vrijwilligerswerk

De op de Raad aangenomen raadsconclusies geven aan dat vrijwilligerswerk kan bijdragen aan werkgelegenheid en de uitvoering van sociaal beleid en tot het halen van de Europa 2020-doelstellingen. Commissaris Andor wees op de grote maatschappelijke betekenis van de activiteiten die door 100 miljoen vrijwilligers in de EU verricht worden. Hij stelde dat vrijwilligerswerk een belangrijke gedeelde waarde is binnen de EU en riep de lidstaten op vrijwilligerswerk te erkennen en om onderling «best practices» uit te wisselen. Wel waarschuwde hij ervoor dat vrijwilligerswerk niet als substituut mag worden gezien voor taken en dienstverlening die bij nationale overheden thuishoren.

Raadsconclusies demografie

De aangenomen raadsconclusies bevatten oproepen tot onderzoek, samenwerking tussen de verschillende gremia die zich met demografie bezighouden en het uitwisselen van good practices en informatie om dit probleem zo efficiënt mogelijk aan te pakken.

Commissaris Andor onderschreef de boodschappen die in de raadsconclusies naar voren worden gebracht. Hij riep op tot een goede samenwerking tussen de meerdere comités en groepen op hoog niveau die zich vanuit verschillende invalshoeken met demografie en vergrijzing bezighouden. Hij stelde het idee om 2014 uit te roepen tot het Europees Jaar van families, in overweging te willen nemen. Andor zegde ten slotte toe dat de Commissie zich zal inspannen om de website van de «Europese Alliantie voor Families» verder uit te beiden en te verbeteren.

Diversen

Onder het agendapunt «diversen» is de Raad geïnformeerd over een vijftal onderwerpen:

  • a) Eerste jaarlijkse conferentie van het Europees Platform tegen armoede en sociale uitsluiting;

  • b) Bijeenkomst van de ministers van Arbeid en Werkgelegenheid van de G20;

  • c) Informele ministeriële WSBVC-bijeenkomst en conferenties van het voorzitterschap;

  • d) Bijeenkomst van de ministeriële werkgroep;

  • e) De toekomst van het hulpprogramma voor de meest behoeftigen in de Unie.

Relevante punten hieruit:

Ad b) Informatie van het voorzitterschap van de G20, het Poolse voorzitterschap en de Commissie. Gastland Frankrijk informeerde delegaties over de voornaamste boodschappen die SZW Ministers hadden voorbereid ten behoeve van de G20 Top in Cannes. Als belangrijke verworvenheden van de bijeenkomst noemde Frankrijk het instellen van een task force over jeugdwerkgelegenheid, de erkenning dat internationale organisaties hun beleid beter op elkaar moeten afstemmen, onder meer via gezamenlijke bijdragen, en de noodzaak te waarborgen dat de acht fundamentele ILO verdragen worden nageleefd. Commissaris Andor meende dat de EU2020 strategie met zijn werkgelegenheidstargets een belangrijke inspiratiebron kan zijn voor de G20.

Ad e) Op verzoek van Slovenië en Frankrijk was dit onderwerp geagendeerd. Besluitvorming over herlancering van het programma in de Landbouwraad is gestrand op een blokkerende minderheid. Het programma ligt stil nadat het Hof van Justitie eerder dit jaar heeft bepaald dat de ontstane praktijk waarbij voedsel op de markt wordt ingekocht niet past binnen het oorspronkelijke programmadoel te weten herverdeling van voedsel. Commissaris Andor gaf aan dat er de Commissie veel aan is gelegen om het programma z.s.m. terug op de rails te hebben. De Commissaris presenteerde een diezelfde ochtend aangenomen wijzigingsvoorstel waarin de Commissie ter reparatie van de Hof uitspraak de sociale cohesie aan de rechtsbasis toevoegt (art. 175). Daarnaast wordt in de toekomst 100% EU financiering mogelijk. Voorzitter Fedak concludeerde na afloop van de discussie dat zij haar collega van Landbouw zou informeren dat een ruime meerderheid van de lidstaten geïnteresseerd is in een verstandige oplossing op zeer korte termijn.

Lunchdebat Het Europa van migratie en mobiliteit: toekomstige uitdagingen en mogelijkheden

DG Richelle verzorgde namens de Commissie een inleiding waarin de visie van de Europese Commissie ten aanzien van arbeidsmigratie werd uiteengezet. De Commissie ziet in trends als de tekorten aan gekwalificeerde arbeidskrachten in de zorg en de ICT aanleiding tot het ontwikkelen van beleid op het gebied van de arbeidsmigratie binnen de EU. Naast interne mobiliteit is in de visie van de Commissie Europees immigratiebeleid m.b.t. derdelanders onmisbaar om de tekorten op te lossen. Wat betreft de nog tot en met 31 december 2013 geldende overgangsmaatregelen ten aanzien van Roemenië en Bulgarije zal de Commissie binnen afzienbare tijd een rapport voorleggen.

Tijdens de tafelronde passeerden veel argumenten de revue. Er was veel steun voor de visie van de Commissie ten aanzien van de interne arbeidsmigratie maar van enkele kanten kwam tegengeluid op het vlak van het (EU) immigratiebeleid m.b.t. derdelanders. Er bleek ruime steun voor de verbetering van het beleid t.a.v. (hooggeschoolde) kennismigranten en  velen gaven aan de mobiliteit van studenten verder te willen bevorderen. Sommige lidstaten onderstreepten duidelijk het belang van het geven van voorrang aan het gebruik van eigen arbeidspotentieel. Een aantal lidstaten sprak zich uit voor maatregelen die misbruik van sociale voorzieningen tegengaan, waarbij sommigen ook hun zorg uitspraken over de houdbaarheid van sociale zekerheidssystemen en enkelen zich duidelijk uitspraken voor de noodzaak om «uitkeringstoerisme» tegen te gaan.

De tafelronde werd afgesloten door DG Richelle, die constateerde dat een aantal concrete probleempunten ten aanzien van arbeidsmigratie aan de orde was gekomen die verdere bespreking behoeven. De Commissie deinst daar niet voor terug.