Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201121501-31 nr. 250

21 501-31 Raad voor de Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken

Nr. 250 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 juli 2011

Op 7 en 8 juli vindt de Informele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid plaats in Sopot te Polen.

Bijgaand treft u de geannoteerde agenda aan.

De Informele Raad staat in het teken van het thema «Reactie op de demografische uitdaging». Op de eerste dag zullen ministers van gedachten wisselen over private en publieke arbeidsbemiddeling bij actief arbeidsmarktbeleid en de solidariteit tussen generaties. Op de tweede dag van de Informele Raad zullen er drie parallelle workshops plaatsvinden, die zijn gewijd aan «flexibele werkvormen voor een betere verhouding tussen werk en privé», «verhogen van de pensioenleeftijd» en «solidariteit tussen generaties in het licht van demografische uitdagingen».

Zoals gebruikelijk bij een Informele Raad staan er geen onderwerpen ter besluitvorming op de agenda.

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

H. G. J. Kamp

Geannoteerde agenda Informele Raad voor Werkgelegenheid en Sociaal Beleid d.d. 7/8 juli 2011

Het inkomende Trio voorzitterschap heeft het thema «Reactie op de demografische uitdaging» gekozen als overkoepelend thema. Deze informele Raad van ministers van Werkgelegenheid en Sociale Zaken staat in het teken van dit thema.

De ministers zullen op de eerste dag van de Raad debatteren over twee onderwerpen. Het eerste gaat over het vergroten van de effectiviteit van pro-actief werkgelegenheidsbeleid door concurrentie onder dienstverleners op het terrein van re-integratie en arbeidsbemiddeling van werkzoekenden. Het tweede gaat over de solidariteit tussen generaties. Op de tweede dag van de Raad zullen er drie parallelle workshops plaatsvinden, die zijn gewijd aan «flexibele werkvormen voor een betere verhouding tussen werk en privé», «verhogen van de pensioenleeftijd» en «solidariteit tussen generaties in het licht van demografische uitdagingen».

Re-integratie en arbeidsbemiddeling

Het onderwerp over concurrentie onder dienstverleners op het terrein van re-integratie en arbeidsbemiddeling wordt door het Poolse voorzitterschap benaderd vanuit de gedachte dat lidstaten moeten bezuinigen. Lidstaten hebben op verschillende manieren de re-integratie en arbeidsmiddeling opgezet. Hierbij kunnen particuliere arbeidsbemiddelingsbureaus samenwerken, concurreren met publieke dienstverlening op dit vlak of ze kunnen elkaar aanvullen. Een betere samenwerking, meer concurrentie of een betere complementariteit kunnen wellicht betekenen dat de overheid minder geld hoeft te besteden aan arbeidsbemiddeling.

Nederland zal in het debat over concurrentie onder dienstverleners op het terrein van re-integratie en arbeidsbemiddeling inbrengen dat Nederland, net als in andere lidstaten, voor de opgave staat om de overheidsfinanciën weer op orde te krijgen. Het kabinet neemt daarom maatregelen om de houdbaarheid van de overheidsfinanciën aanzienlijk te verbeteren. Met het vooruitzicht op een krimpende beroepsbevolking vanaf 2020, is het voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën belangrijk om te investeren in het verhogen van de arbeidsparticipatie. Om die reden is het belangrijk dat er aandacht wordt besteed aan de effectiviteit en efficiëntie van re-integratie middelen om iedereen de arbeidsmarkt op te helpen.

Nederland zal in het debat voorts het Nederlandse systeem voor arbeidsbemiddeling toelichten. Dit systeem heeft een complementair karakter. Mensen die zelfstandig in staat zijn een nieuwe baan te zoeken, maken gebruik van het uitzendbureau of reageren rechtstreeks op een vacature. Daarnaast begeleidt het UWV mensen naar de arbeidsmarkt die dit niet zelfstandig kunnen. Ook zal Nederland aangeven dat het Nederlandse kabinet op dit moment bezig is met een hervorming aan de onderkant van de arbeidsmarkt om in deze groep het werken te bevorderen. Hierbij zullen meer regelingen decentraal worden uitgevoerd. Het doel hiervan is het leveren van meer maatwerk, budgetten gerichter en effectiever in te zetten en het besparen van kosten. Middelen voor re-integratie worden zodoende alleen nog selectief ingezet voor kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt.

Solidariteit tussen generaties

Het onderwerp over solidariteit tussen generaties gaat over de gevolgen van de demografische veranderingen in Europa. Het is nog niet duidelijk welke focus het Poolse voorzitterschap wil aanbrengen in deze discussie. Wel noemt het voorzitterschap in de achtergrondinformatie het belangrijk te vinden dat er ook op EU-niveau actie wordt ondernomen om de demografische uitdagingen het hoofd te bieden.

In het debat over solidariteit tussen generaties zal Nederland benadrukken dat beleid ten aanzien van demografie en familievraagstukken een aangelegenheid is van de individuele lidstaten. Wel is het goed dat lidstaten met elkaar van gedachten wisselen hoe de gevolgen van ontgroening en vergrijzing het beste kunnen worden opgevangen. In dat kader zal Nederland een toelichting geven op het Nederlandse beleid gericht op de bevordering van de arbeidsparticipatie en op duurzame inzetbaarheid en het beleid inzake de combinatie van arbeid en zorg.

Verhogen pensioenleeftijd

Op de tweede dag zal Nederland deelnemen aan de workshop over verhoging van de pensioenleeftijd. Tijdens deze workshop zal Nederland aangeven dat de uitdaging gelegen is in de houdbaarheid van de pensioenen op de (zeer) lange termijn. Vervolgens zal worden ingegaan op de maatregelen die in Nederland in voorbereiding zijn om in eigen land deze houdbaarheid te verzekeren. Ook zal Nederland een toelichting geven op de maatregelen die het van plan is te nemen om de duurzame inzetbaarheid van werknemers te verbeteren.