Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201121501-31 nr. 230

21 501-31 Raad voor de Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken

Nr. 230 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 december 2010

Hierbij ontvangt u het verslag van de Raad WSBVC onderdeel Werkgelegenheid en Sociaal Beleid van 6 december 2010.

Het zwaartepunt van de Sociale Raad lag bij twee debatten over pensioenen en zwangerschapsverlof. Voor wat betreft het zwangerschapsverlof deelden de lidstaten en de Commissie de mening dat de positie waarop het Europees Parlement heeft ingezet (20 weken volledig doorbetaald verlof en vaderschapsverlof) veel te ver gaat.

Ook wat betreft het pensioendebat, toonden de lidstaten een grote mate van consensus. De lidstaten onderstreepten het belang om op EU-niveau de pensioenvraagstukken te analyseren en om te leren van elkaars beleid, maar de inrichting van de stelsels is een nationale aangelegenheid.

De Raad sprak verder onder meer over de werkgelegenheids- en sociale dimensie van de Europa 2020 strategie.

Tevens ontvangt u het voortgangsverslag inzake de concept richtlijn gelijke behandeling buiten arbeid.1

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

H. G. J. Kamp

Verslag Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken, onderdeel WSB van 6 december te Brussel

Deze Raad onder Belgisch voorzitterschap werd voorgezeten door de ministers Milquet, Daerden en Onkelinx. Aanwezig waren de vertegenwoordigers van de Lidstaten en de Commissarissen Andor (sociaal beleid en inclusie) en Reding (gelijke kansen). Tevens waren de voorzitters van het Werkgelegenheidscomité en het Sociaal Beschermingscomité present.

Wijziging van de zwangerschapsrichtlijn

Zowel Voorzitter Milquet als Commissaris Reding benadrukten in hun inleiding het belang van dit dossier, onder meer als bijdrage aan de arbeidsparticipatiedoelstellingen in het kader van de Europa 2020 strategie en gelet op de dalende geboortecijfers in de Europese Unie. Voor wat betreft het zwangerschapsverlof deelden de lidstaten en Commissie de mening dat de positie waarop het EP heeft ingezet (20 weken verlof, volledig doorbetaald plus vaderschapsverlof) veel te ver gaat. Een grote meerderheid van lidstaten benadrukte dat de richtlijn minimumnormen moet betreffen en dat subsidiariteit in acht genomen moet worden. Er moet rekening worden gehouden met de situatie in de individuele lidstaten en dus is flexibiliteit noodzakelijk. Veel landen benadrukten dat hun eigen systeem voldoende bescherming biedt. Voor een meerderheid van de lidstaten betrof het hier een richtlijn die vooral gericht is op de gezondheid van moeder en kind. Vaderschapsverlof werd dan ook door velen als niet op zijn plaats beschouwd.

Zowel de Commissaris als de Voorzitter suggereerden dat een uitweg kan worden gevonden op basis van het Commissie-voorstel op dit dossier gecombineerd met het idee van een «passerelle» die het de lidstaten toelaat een deel van het zwangerschapsverlof in te vullen in de vorm van ouderschapsverlof. Minister Kamp benadrukte dat het Nederlandse systeem (16 weken volledig betaald verlof) prima functioneert en voldoende bescherming biedt aan de vrouw. Daarnaast hebben vaders en moeders elk recht op 26 weken ouderschapsverlof. Een eventuele aanpassing van de huidige richtlijn moet wat Nederland betreft rekening houden met de situatie in de verschillende lidstaten en mag geen kosten opleveren voor de overheid en het bedrijfsleven.Acht lidstaten, waaronder Nederland, dienden een schriftelijke verklaring in voor de notulen van de Raad, waarin opgeroepen wordt tot reflectie, overleg met sociale partners en meer analyse naar de impact van de EP amendementen.

Richtlijn gelijke behandeling buiten arbeid

Het voortgangsverslag is zonder opmerkingen door de lidstaten aangenomen. Het voortgangsverslag is bijgevoegd bij onderhavig verslag van de Raad.

Europees Jaar voor actief ouder worden (2012)

Voorzitter Daerden stelde in afwachting van een positie van het Europees Parlement, een algemene oriëntatie van de Raad vast. Commissaris Andor merkte op het Europees Jaar 2012 te willen richten op het actief participeren van ouderen op de arbeidsmarkt en in de samenleving als geheel.

Werkgelegenheidsbeleid in het kader van de Europa 2020- strategie

Commissaris Andor brak opnieuw een lans voor het voorstel voor de introductie van een «open contract» voor nieuwkomers op de arbeidsmarkt. Idee bij dit contract is dat een geleidelijke opbouw van arbeidsrechten plaatsvindt waarmee een tijdelijk contract na verloop van tijd geleidelijk in een vast contract overgaat. De Commissie beveelt dit contract aan bij landen met een hoge werkloosheid en een gesegmenteerde arbeidsmarkt waar «outsiders» vaak in een opeenvolging van kortdurende banen terechtkomen, zonder dat zij doorstromen naar betere banen met een vaste aanstelling. De Unie kent nu een werkloosheidspercentage van circa 10 procent waarbij 23 miljoen mensen op zoek zijn naar een baan. De Commissaris kondigde verder aan dat volgend jaar een werkdocument van de Commissie zal verschijnen dat het thema groene werkgelegenheid van een sterkere analytische basis moet voorzien.

De voorzitter van het EU Werkgelegenheidscomité (EMCO) vestigde de aandacht op het Gemeenschappelijk Evaluatiekader dat in dit comité is ontwikkeld om een evenwichtig beeld te kunnen schetsen van de vorderingen die lidstaten maken op de hervormingen waaraan zij zich in het kader van de Europa 2020 strategie gecommitteerd hebben of nog aan zullen committeren. De EMCO voorzitter waarschuwde ervoor dat de som van de hervormingen waaraan de (meeste) lidstaten zich tot nu toe in het kader van de Europa 2020 gecommitteerd hebben, onvoldoende zijn om gemeenschappelijk het EU-wijde participatietarget te behalen.

Ook Commissaris Andor toonde zich op dit punt bezorgd. Hij deed verder een beroep op de enige twee lidstaten die nog geen participatiedoelstelling hebben geformuleerd – Nederland en het VK – om dit alsnog zo snel mogelijk te doen.

Hongarije gaf aan dat het als inkomend Raadsvoorzitter een goede start wil maken met de nieuwe Europa2020 strategie en dan met name met het nieuwe «Europese Semester» waarin alle lidstaten hun beleidsintenties al in het voorjaar zullen formuleren. Deze hervormingsambities zullen vervolgens op EU-niveau geëvalueerd worden.

De Voorzitter stelde vast dat de voorliggende Raadsconclusies waren aangenomen en dat de voorliggende adviezen van het Werkgelegenheids- en het Sociale Beschermings-comité waren goedgekeurd.

Gelijkheid van vrouwen en mannen

Lidstaten gaven aan uit te zien naar de eerste concrete resultaten van het EU Gender instituut in Vilnius. Het inkomend Hongaars Raadsvoorzitterschap werd opgeroepen om tot een nieuw EU Gender Pact te komen. Voorzitter Milquet stelde vast dat de Raadsconclusies terzake waren aangenomen.

Sociale bescherming en sociale insluiting

Voorzitter Onkelinx koppelde dit agendapunt aan de uitkomst van het lunchdebat waarin over de sociale dimensie van de Europa 2020 strategie was gesproken. Ze onderstreepte dat een goede samenwerking tussen de verschillende Raadsformaties en onderliggende Comités noodzakelijk is om de ambities van de Europa 2020 strategie op budgettair, economisch en sociaal gebied in samenhang te verwezenlijken. Ze deed daarbij de suggestie richting het inkomende Hongaarse Raadsvoorzitterschap om een gezamenlijke zitting van de Raad WSB en de ECOFIN Raad te organiseren.

De voorzitter van het Sociale Beschermingscomité (SPC) lichtte kort het SPC-document toe en wees daarbij op de impact van de crisis op mensen in een achterstandspositie in veel lidstaten.

Commissaris Andor verwelkomde op zich het feit dat veel lidstaten, in lijn met de conclusies van de Europese Raad dit voorjaar, een nationale armoedereductie-doelstelling hebben geformuleerd. Hij stelde echter bezorgd vast dat de lidstaatdoelstellingen niet steeds even ambitieus zijn en dat meerdere lidstaten zich nog geen «target» gesteld hebben. Hij riep de lidstaten verder op bij hun crisismaatregelen goed oog te hebben voor de impact hiervan op mensen in een achterstandspositie.Voorzitter stelde vervolgens vast dat de voorliggende Raadsconclusies waren aangenomen.

Toekomst van de pensioenstelsels

Commissaris Andor toonde zich ingenomen met het feit dat de Groenboekconsultatie pensioenen meer dan 1 600 reacties heeft opgeleverd. Hoewel de Commissie nog bezig is de reacties te analyseren, gaf hij aan dat er al enkele grote lijnen in de reacties te ontdekken zijn. Ten eerste staan de meeste partijen positief tegenover een brede, «holistische» aanpak waarbij alle aspecten van pensioenen bekeken worden. Ten tweede wordt in veel reacties benadrukt dat de organisatie van pensioenen een nationale verantwoordelijkheid is en moet blijven. De EU kan een bijdrage leveren door een kader te bieden waarbinnen de lidstaten hun nationale inspanningen kunnen coördineren.

De Commissarisgaf aan tijdens de Raad WSB in maart de Commissiereactie op de consultatie te willen presenteren om daarna in de tweede helft van 2011 met een Witboek over pensioenen te zullen komen. Verder trachtte hij een aantal zorgen weg te nemen. Zo verzekerde hij dat de Commissie geen «one-size-fits-all» aanpak aan de lidstaten wil adviseren, ook niet wat de pensioenleeftijd in lidstaten betreft (zoals hier en daar in de pers gesuggereerd). Wel gaf hij aan dat de balans tussen gewerkte jaren en gepensioneerde, een kernvraag is en zal blijven. Ook wil het groenboek niet suggereren dat private, kapitaalgedekte pensioensystemen per se superieur zijn aan andere systemen.

In het debat gaven alle interveniërende lidstaten aan weinig te zien in een debat over het vaststellen van een EU-kader voor een adequaat minimumpensioeninkomen. Delegaties gaven aan dat de lidstaten hiervoor te heterogeen zijn voor wat betreft sociale zekerheidssystemen, de mate waarin gepensioneerden – al dan niet kostenloos – toegang hebben tot sociale diensten van algemeen belang (zoals sociale huisvesting en medische zorg), hun belastingstelsels, maar ook bijvoorbeeld voor wat betreft de mate waarin ouderen over private besparingen beschikken. Ook benadrukten vrijwel alle delegaties dat de organisatie van pensioenen een nationale verantwoordelijkheid is en dient te blijven. Verder belichtten veel lidstaten hun nationale hervormingen om tot meer houdbare pensioenstelsels te komen. Meerdere delegaties gaven hierbij aan dat het verhogen van de wettelijke pensionleeftijd weliswaar van belang is maar dat het verhogen van de effectieve pensioenleeftijd minstens zo belangrijk is. Vrijwel alle delegaties onderschreven het belang om op EU niveau in te blijven zetten op beleidsleren tussen de lidstaten (Open Methode van Coördinatie – OMC).

Minister Kamp steunde de brede aanpak van het Groenboek en deelde het bewustzijn dat het belangrijk is om nu maatregelen te treffen om op langere termijn zeker te zijn van een houdbaar pensioen. Hij was het ook eens met de opvatting dat transparantie voor de burger belangrijk is. Minister Kamp benadrukte, net als veel lidstaten, dat het voor de Nederlandse regering en voor het Nederlandse parlement van belang is dat pensioenbeleid nationaal beleid blijft. Nederland deelde de mening van veel andere lidstaten dat een Europese definitie van minimumpensioen niet wenselijk is; dit is een nationale zaak en de situatie van ouderen verschilt te veel tussen de lidstaten.

Financiële stabiliteit is voor Nederland een belangrijk aandachtspunt en een noodzaak voor het garanderen van een adequaat pensioen. Minister Kamp toonde zich een voorstander van het aanscherpen van het Stabiliteits- en Groeipact. Dat is ook in het belang van het in de afgelopen 65 jaar opgebouwde kapitaal van de Nederlandse pensioenfondsen. Minister Kamp deelde het standpunt van het VK wat betreft de toepassing van Solvency II regels op pensioenfondsen. De buffereisen van private verzekeraars kunnen niet zomaar van toepassing worden op pensioenfondsen. Het gaat hier om twee heel verschillende producten.

Nederland wijst het opnieuw openen van de discussie over waardeoverdracht af. Daarvoor zijn de pensioensystemen in de lidstaten te verschillend. Tot slot benadrukte minister Kamp dat Nederland gezien de expertise op pensioengebied, graag een actieve rol wil spelen bij de voortzetting van de discussie over pensioenen in Europa.

Hongarije gaf aan, als inkomend voorzitter, het rapport van de Commissie over de uitkomst van Groenboekconsultatie graag op de agenda van de Raad WSB te plaatsen. Commissaris Andor toonde zich ingenomen met de overwegend positieve reacties van de lidstaten op de Groenboekconsultatie.

Voorzitter concludeerde dat hij verder gesterkt was in de overtuiging dat de organisatie van pensioenen een lidstaataangelegenheid is en dient te blijven. Daarnaast stelde hij dat een holistische aanpak waarbij tegelijk naar de adquaatheid en de houdbaarheid van pensioenen gekeken wordt, door alle delegaties gesteund werd. Verder prees hij het gezamenlijk werk van het Sociale Beschermingscomité en het Werkgelegenheidscomité op dit vlak met inbegrip van het werk aan vergelijkbare indicatoren. Tot slot stelde hij vast dat niettegenstaande de crisis in veel lidstaten belangrijke pensioenhervormingen worden doorgevoerd.

Europees jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting

Voorzitter stelde aanname van de Raadsverklaring vast.

Sociale diensten van algemeen belang

Commissaris Andor beval het tweejaarlijks verslag aan als een bijdrage van de Commissie aan lidstaten en lokale autoriteiten om hen bij te staan in het organiseren van toegankelijke sociale diensten van algemeen belang van hoge kwaliteit. Hij beval tevens het, in het Sociale Beschermingscomité vastgestelde, vrijwillig kwaliteitskader aan dat lidstaten en autoriteiten handvatten geeft om de kwaliteit van hun diensten van algemeen belang, te verhogen. Tevens vestigde de Commissaris de aandacht op de nieuwe door de Commissie opgestelde Frequently Asked Questions gids die lidstaten en lokale overheden helpt met vraagstukken betreffende sociale diensten van algemeen belang en hun relatie met de interne markt en dan in het bijzonder met EU regelgeving met betrekking tot staatssteun en aanbesteding.

Voorzitter stelde vast dat de voorliggende Raadsconclusies waren aangenomen.

Diversen

Externe dimensie van het werkgelegenheidsbeleid

Voorzitter Milquet lichtte de Voorzitterschapsconclusies toe en informeerde de lidstaten over de EuroMed conferentie. Commissaris Andor gaf aan dat de conclusies voor de Commissie een sterk signaal waren betreffende het draagvlak voor versterkte samenwerking in de regio. Nederland werd de gelegenheid geboden om de aanstaande ASEM conferentie op 12–14 december 2010 in Leiden onder de aandacht te brengen.

Legale immigratie

Voorzitter Milquet gaf informatie over de voortgang op genoemde richtlijnvoorstellen waarvoor het voortouw ligt bij de JBZ Raad en onderliggende werkgroepen. Zij gaf aan dat betreffende het Single Permit voorstel de Raad en het Europees Parlement nog niet op één lijn zitten en dan met name met betrekking tot het al dan niet meenemen van gedetacheerde werknemers onder dit voorstel. Hierbij zouden de bepalingen op het vlak van gelijke behandeling het moeilijkst liggen. Ze gaf aan dat veel delegaties de sociale zekerheids- en gelijke behandelingsaspecten van de andere twee voorstellen (ook) in de werkgroep van de Raad WSB geagendeerd willen zien.

Vijfde rapport over de economische, sociale en territoriale samenhang: de toekomst van het cohesiebeleid

Commissaris Andor stelde dat het rapport het belang van onderwijs en vaardigheden voor de groei van werkgelegenheid en de economie in alle regio’s bevestigt. Hij gaf aan ongelukkig te zijn met het dalend aandeel van ESF-middelen dat naar investeringen in menselijk kapitaal gaat. De Commissie stelde dat de Commissie, ook tegen de achtergrond van de bezuinigingen in de lidstaten, de plicht voelt een EU-budget voor te stellen dat gericht is op werkgelegenheid en vaardigheden voor burgers. Andor benadrukte het belang van coördinatie met andere fondsen (cohesiefondsen en anderen).

Top over gelijke kansen

Voorzitter Milquet informeerde de Raad over de conclusies van de top. De lidstaten hadden geen opmerkingen.

Gehandicaptenbeleid

Commissaris Reding lichtte het nieuwe werkprogramma van de Commissie inzake mensen met een handicap, toe. In haar presentatie sprak voorzitter minister Milquet de hoop uit dat de EU spoedig partij zal worden bij het VN-verdrag voor de rechten van personen met een handicap. Geen van de beide interventies leidde tot opmerkingen van de lidstaten.

Rapport 2010 over het burgerschap van de Unie

Commissaris Andor gaf een beknopte toelichting van het rapport. De lidstaten hadden geen opmerkingen.

Georganiseerde conferenties

Voorzitter Milquet gaf een overzicht van de conferenties.

Prioriteiten van het aanstaande Hongaarse Raadsvoorzitterschap

De Hongaarse delegatie gaf een korte vooruitblik op het aanstaand Raadsvoorzitterschap, eerste helft 2011. Het HON voorzitterschap zal zich in de eerste plaats richten op de implementatie van het eerste Europese Semester binnen de EU2020 strategie. De belangrijkste thema’s zijn daarnaast jeugdwerkloosheid, de Commissiestrategie betreffende mensen met een handicap, demografische uitdagingen (lage geboortecijfers) en het Europees kader voor nationale strategieën voor de integratie van de Roma.


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.