21 501-30 Raad voor Concurrentievermogen

C VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 2 juli 2025

De vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei1 heeft schriftelijk overleg gevoerd met de Minister van Economische Zaken over het verslag van de Raad voor Concurrentievermogen van 12 maart 2025.

Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:

  • De uitgaande brief van 2 juni 2025.

  • De antwoordbrief van 30 juni 2025.

De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei, Karthaus

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR ECONOMISCHE ZAKEN / KLIMAAT EN GROENE GROEI

Aan de Minister van Economische Zaken

Den Haag, 2 juni 2025

De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei hebben met belangstelling kennisgenomen van het verslag van de Raad voor Concurrentievermogen.2 De leden van de fractie van BBB hebben hierover een aantal vragen en opmerkingen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de BBB

In het verslag wordt gesproken over een «sterker concurrerende Europese industrie» en een «Clean Industrial Deal».3 De fractieleden van de BBB vragen hoe u ervoor gaat zorgen dat deze deal niet ten koste zal gaan van de Nederlandse, eigen energie-intensieve industrie, die nu al worstelt met hoge energieprijzen.

Deregulering is niet hetzelfde als minder regels, maar kan dit niet hand in hand gaan, zo vragen de leden van de BBB-fractie.

Wanneer wordt de definitie van middelgrote bedrijven aangepast voor de duurzaamheidsrapportages?

In het verslag wordt tevens het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM) genoemd. De fractieleden van de BBB vragen hoe u gaat voorkomen dat dit de Nederlandse exportpositie schaadt en leidt tot «koolstoflekkage».4 Tevens vragen zij waarom er nu al wordt gesproken over uitbreiding naar eindproducten, terwijl de impact nog helemaal niet duidelijk is. Komt er een zorgvuldige impact assessment?

Bij e-commerce wordt gesproken over «consumentenbescherming en een mondiaal gelijk speelveld».5 De fractieleden van de BBB vragen hoe u ervoor gaat zorgen dat Nederlandse winkeliers en platforms eerlijk kunnen concurreren met de grote spelers van buiten Europa, die zich niet altijd aan de regels houden. Nederland wees op het belang van samenwerking tussen toezichthouders.6 Wordt de samenwerking tussen toezichthouders ook écht beter, zodat de regels in de hele EU op gelijke wijze worden gehandhaafd, zo vragen de fractieleden van de BBB.

Er wordt gewerkt aan het meenemen van regeldruktoetsing in BNC-fiches.7 Dit is een stap, maar wordt de werkelijke regeldruk voor bedrijven hierdoor ook echt minder, zo vragen de fractieleden van de BBB. Hoe kunt u ervoor zorgen dat de adviezen van Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) ook echt worden opgevolgd?

De Key Performance Indicatoren (KPI’s) voor de interne markt zijn te «macro-economisch en abstract» en weerspiegelen niet de knelpunten uit de dagelijkse praktijk van ondernemers.8 Wat gaat u hieraan doen? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

Welke gevolgen van de Clean Industrial Deal gaan Nederlandse bedrijven en burgers daadwerkelijk merken in hun dagelijkse praktijk?

De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk binnen vier weken.

De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei, S.M. Kluit

BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 juni 2025

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van de leden van de BBB-fractie over het verslag van de Raad voor Concurrentievermogen van 12 maart 2025 (176643.02U), ingezonden op 2 juni 2025.

De Minister van Economische Zaken, V.P.G. Karremans

176643.02U

1.

In het verslag wordt gesproken over een «sterker concurrerende Europese industrie» en een «Clean Industrial Deal». De fractieleden van de BBB vragen hoe u ervoor gaat zorgen dat deze deal niet ten koste zal gaan van de Nederlandse, eigen energie-intensieve industrie, die nu al worstelt met hoge energieprijzen.

Antwoord

De Clean Industrial Deal (CID) is specifiek gericht op de energie-intensieve industrie en clean tech sectoren. De CID is onderdeel van een breder pakket om de Europese Unie te ondersteunen en meer concurrerend te maken. Samen met het in het in januari uitgebrachte Competitiveness Compass en het Actieplan Betaalbare Energieprijzen kondigt de Europose Commissie (hierna de Commissie) verscheidene maatregelen aan om het concurrentievermogen van de gehele EU (en haar industrie) te versterken. Ook om de hoge energieprijzen te adresseren. De CID en het Actieplan zijn mededelingen waarin nog geen wetgeving wordt gepresenteerd. De voorstellen zullen nader uitgewerkt worden in andere wet- en regelgeving. U zult na de publicatie hiervan nader geïnformeerd worden over de Nederlandse positie en de implicaties van het voorstel.

2.

Deregulering is niet hetzelfde als minder regels, maar kan dit niet hand in hand gaan, zo vragen de leden van de BBB-fractie.

Antwoord

Het kabinet heeft als uitgangspunt dat met respect voor belangrijke beleidsdoelstellingen die met regelgeving worden nagestreefd, ervoor moet worden gezorgd dat regels werkbaar en passend zijn, zonder onnodige regeldruk. Per geval wordt bekeken wat wenselijk is. Soms kan het oordeel zijn dat een bepaald voorschrift geheel kan worden geschrapt. In andere gevallen zet het kabinet erop in om regelgeving zo vorm te geven dat nog steeds aan bepaalde beleidsdoelstellingen en normen wordt voldaan, maar dat de wijze waarop dat gebeurt zo lastenluw mogelijk is.

3.

Wanneer wordt de definitie van middelgrote bedrijven aangepast voor de duurzaamheidsrapportages?

Antwoord

Ik veronderstel dat hier verwezen wordt naar de geharmoniseerde definitie van small mid-cap bedrijven (hierna: SMC’s) die de Commissie op 21 mei jl. heeft voorgesteld in haar vierde Omnibuspakket. In navolging daarvan zou de nieuw afgebakende bedrijfscategorie «SMC’s» voortaan beschouwd worden als de groep kleinste ondernemingen binnen het grootbedrijf, met als kenmerken: 250 tot 750 werkzame personen, in combinatie met een jaaromzet van 50 tot 129 miljoen euro en/of een balanstotaal van 43 tot 150 miljoen euro.

Duurzaamheidsrapportages behoren niet tot de terreinen waarop de voorstellen omtrent de nieuwe SMC-definitie betrekking hebben. Of dat in de toekomst verandert, is op dit moment onduidelijk. Het kabinet benadrukt dat bij toekomstige aanpassingen van Europese regelgeving per geval zorgvuldig moet worden afgewogen of het noodzakelijk en wenselijk is om een apart regime voor SMC’s te introduceren. Die afweging dient te worden gebaseerd op de verwachte meerwaarde voor administratieve lastenverlichting, het behalen van beleidsdoelstellingen, complexiteit van regelgeving, het waarborgen van een gelijk speelveld en de mogelijke impact op mens en milieu.

4.

In het verslag wordt tevens het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM) genoemd. De fractieleden van de BBB vragen hoe u gaat voorkomen dat dit de Nederlandse exportpositie schaadt en leidt tot «koolstoflekkage». Tevens vragen zij waarom er nu al wordt gesproken over uitbreiding naar eindproducten, terwijl de impact nog helemaal niet duidelijk is. Komt er een zorgvuldige impact assessment?

Antwoord

De Europese Commissie heeft in het Staal- en Metalenactieplan9 aangekondigd te komen met een mededeling waarbij zij ingaan op het CBAM-exportgat (het risico op exportkoolstoflekkage binnen CBAM) en enkele oplossingen aan te dragen. We verwachten deze mededeling in de zomer. Het kabinet staat voor een sterke mondiale concurrentiepositie van de Europese industrie. We kijken dan ook uit naar de mededeling en zullen uw Kamer t.z.t. over informeren.

De uitbreiding van CBAM naar eindproducten maakt mogelijk deel uit van de bredere CBAM-herziening eind 2025, waar een evaluatie van de werking van het CBAM gedurende de huidige transitieperiode aan ten grondslag ligt, zoals aangekondigd door de Commissie.

5.

Bij e-commerce wordt gesproken over «consumentenbescherming en een mondiaal gelijk speelveld». De fractieleden van de BBB vragen hoe u ervoor gaat zorgen dat Nederlandse winkeliers en platforms eerlijk kunnen concurreren met de grote spelers van buiten Europa, die zich niet altijd aan de regels houden. Nederland wees op het belang van samenwerking tussen toezichthouders. Wordt de samenwerking tussen toezichthouders ook écht beter, zodat de regels in de hele EU op gelijke wijze worden gehandhaafd, zo vragen de fractieleden van de BBB.

Antwoord

De zorgen over het eerlijk kunnen concurreren van Nederlandse winkeliers en platforms met grote internationale spelers die zich niet altijd aan de regels houden, worden herkend. De Nederlandse inzet en prioriteiten bij de e-commerce mededeling van de Europese Commissie zijn in het bijbehorend BNC-fiche uiteengezet. Nederland benadrukt het belang van samenwerking tussen toezichthouders, zowel nationaal als Europees. In Nederland bestaat al een samenwerkingsverband tussen markttoezichthouders, de Douane en het Ministerie van Economische Zaken, die gezamenlijk actuele vraagstukken rondom het markttoezicht bespreken. Daarnaast wordt in Europees verband gewerkt aan het versterken van de samenwerking en coördinatie tussen toezichthouders uit verschillende lidstaten, onder andere via het EU Product Compliance Network (EUPCN). Dit netwerk heeft als doel om handhaving op EU-wetgeving op producten te versterken. Daarnaast worden er op dit moment extra controles aan de grens uitgevoerd op e-commerce onder coördinatie van de Europese Commissie. Daarbij controleert de Douane samen met de relevante markttoezichthouder extra aan de grens op producten met een hoog veiligheidsrisico. De opgedane inzichten en ervaringen uit deze controles worden actief gedeeld met andere autoriteiten binnen de Europese Unie. Deze aanpak draagt zo bij aan de samenwerking tussen de Douane en markttoezichthouders, zowel op nationaal als op Europees niveau. Nederland staat positief tegenover het verder onderzoeken van aanvullende instrumenten, zoals het versterken van de Douane-unie, o.a. via het ontwikkelen van een Douane Datahub. Dergelijke aanvullende instrumenten zijn onontbeerlijk om echt effectief toezicht te realiseren.

De samenwerking tussen toezichthouders wordt actief verbeterd. Het kabinet zet in op voortzetting van de bestaande samenwerkingsverbanden om te zorgen dat de regels in de hele EU op gelijke wijze worden gehandhaafd, zodat Nederlandse winkeliers en platforms eerlijk kunnen concurreren met grote internationale spelers.

6.

Er wordt gewerkt aan het meenemen van regeldruktoetsing in BNC-fiches. Dit is een stap, maar wordt de werkelijke regeldruk voor bedrijven hierdoor ook echt minder, zo vragen de fractieleden van de BBB. Hoe kunt u ervoor zorgen dat de adviezen van Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) ook echt worden opgevolgd?

Antwoord

De nieuwe rol van ATR bij de totstandkoming van BNC-fiches is bedoeld om de kwaliteit te vergroten van de regeldruk-analyses van EU voorstellen en ervoor te zorgen dat bij standpuntbepalingen beter wordt stilgestaan bij de regeldrukeffecten. Zoals verwoord in het Actieprogramma Minder Druk Met Regels10 vindt het kabinet het belangrijk dat regeldruk in standpuntbepalingen en onderhandelingen meer aandacht krijgt en dat de adviezen van ATR nadrukkelijk worden meegewogen bij het opstellen van de BNC-fiches. Er zal vanuit het Ministerie van Economische Zaken op worden toegezien dat er in de BNC-fiches expliciet in wordt gegaan op de adviezen van ATR.

7.

De Key Performance Indicatoren (KPI’s) voor de interne markt zijn te «macro-economisch en abstract» en weerspiegelen niet de knelpunten uit de dagelijkse praktijk van ondernemers. Wat gaat u hieraan doen? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

Antwoord

Ik erken dat de huidige KPI’s in het huidige jaarlijkse interne-markt- en concurrentievermogenrapport11 nog onvoldoende concreet zijn en zet mij in voor verbeterde KPI’s. Al in 2022 heeft Nederland de Europese Commissie opgeroepen tot verbeterde KPI’s via een non-paper met andere lidstaten. Van belang is dat de KPI’s de dagelijkse uitdagingen en belemmeringen reflecteren waar burgers en ondernemers daadwerkelijk tegenaan lopen op de interne markt. Dat vraagt om andere methoden voor het verzamelen van data en gebruik van andere data dan nu het geval is. Tegelijkertijd realiseer ik me dat de beschikbaarheid van de juiste data op het juiste detailniveau een uitdaging vormt. Ik merk dat de Europese Commissie afgelopen periode zelf ook op zoek is naar suggesties voor verbetering. Bijvoorbeeld op het terrein van het Informatiesysteem interne markt (IMI). Daarnaast is het positief dat in Benelux-verband mede op aandringen van Nederland een initiatief is gestart om suggesties te doen voor verbeterde interne markt KPI’s.

8.

Welke gevolgen van de Clean Industrial Deal gaan Nederlandse bedrijven en burgers daadwerkelijk merken in hun dagelijkse praktijk?

Antwoord

De Clean Industrial Deal (CID), en de uitwerking ervan, bestaat uit een breed pakket aan maatregelen, met name ter versterking van de concurrentiepositie en weerbaarheid van de energie-intensieve industrie en de clean tech sector. Zo zal eind dit jaar (Q4) onder de CID de Industrial Decarbonisation Accelerator Act (IDAA) worden gepubliceerd. De IDAA zal onder andere inzetten op labels voor groene producten. Dit maakt het makkelijker om deze producten op de interne markt te verhandelen. Veel voorstellen worden op dit moment nog uitgewerkt door de Europese Commissie waardoor het lastig te stellen is wat er daadwerkelijke effect gaat zijn.


X Noot
1

Samenstelling:

Van Gasteren (BBB), Van Langen-Visbeek (BBB) (ondervoorzitter), Oplaat (BBB), Panman (BBB), Crone (GroenLinks-PvdA), Kluit (GroenLinks-PvdA) (voorzitter), Thijsssen (GroenLinks-PvdA), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Vos (GroenLinks-PvdA), Van Ballekom (VVD), Van de Sanden (VVD), Petersen (VVD), Bovens (CDA), Prins (CDA), Aerdts (D66), Dittrich (D66), Van Strien, (PVV), Visseren-Hamakers (PvdD), Baumgarten (JA21), Van Aelst-den Uijl (SP), Holterhues (ChristenUnie), Dessing (FVD), Schalk (SGP), Perin-Gopie (Volt), Van Rooijen (50PLUS), Van der Goot (OPNL), Kemperman (Fractie- Kemperman)

X Noot
2

Kamerstukken I 2024/25, 21 501-30, B.

X Noot
3

Kamerstukken I 2024/25, 21 501-30, B, p. 2.

X Noot
4

Kamerstukken I 2024/25, 21 501-30, B, p. 3.

X Noot
5

Ibidem.

X Noot
6

Ibidem.

X Noot
7

Kamerstukken I 2024/25, 21 501-30, p. 4.

X Noot
8

Ibidem.

X Noot
11

Zie voor de laatste versie COM (2025) 26.

Naar boven