21 501-30
Raad voor Concurrentievermogen

nr. 6
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 24 oktober 2002

Met deze brief informeer ik u over de hoofdlijnen van de nieuwe subsidieregeling om de scheepsbouwindustrie tijdelijk te ondersteunen.

Mijn ambtsvoorganger heeft u reeds over dit voornemen geïnformeerd in zijn brief van 16 oktober jl. over de Nota van Wijziging (Kamerstuk 21 501-30, nr. 4).

Aanleiding

De Tweede Kamer heeft de Minister van Economische Zaken de afgelopen weken meermalen gevraagd om de scheepsbouw te steunen in hun (oneerlijke) concurrentiestrijd met het buitenland.

De Raad van de Europese Unie heeft geconstateerd dat van Koreaanse zijde de verplichtingen niet zijn nagekomen die zijn aangegaan in het proces-verbaal van overeenstemming inzake de mondiale scheepsbouw. Met name doel ik op de verplichting om voor een doeltreffend mechanisme voor het prijstoezicht te zorgen.

Het overleg tussen de Europese Commissie en de Koreanen heeft niet tot het gewenste resultaat geleid. Dit heeft tot gevolg dat bij wijze van uitzonderlijke en tijdelijke maatregel de Raad nu steun toelaat in marktsegmenten die aanmerkelijke schade en ernstig nadeel ondervinden van de oneerlijke Koreaanse concurrentie, te weten die van de containerschepen en producten- en chemicaliëntankers (EG-verordening nr. 1177/2002, PbEG L 172).

Positie Nederland

De concurrentiepositie van de Nederlandse werven steekt gunstig af ten opzichte van de andere Europese werven. Nieuwe technieken, efficiëntere productieprocessen en het bouwen van complexere en kleinere schepen hebben tot die positie geleid.

Als gevolg van de Koreaanse concurrentie en de voornemens van andere lidstaten van de Europese Unie om gebruik te maken van de mogelijkheden die de Europese Raad wil geven, dreigen de Nederlandse werven hun moeizaam verworven positie door externe oorzaken te verliezen.

Verlies van (Europees) marktaandeel, omzet en werkgelegenheid, ook bij de toeleverende industrie is daarvan het gevolg. Dit is niet aanvaardbaar en daarom heeft mijn ambtsvoorganger, mede aangespoord door uw Kamer, besloten de Nederlandse scheepsbouw tijdelijk te steunen.

Hoofdlijnen van de regeling

Doelstelling

Doel van de door mij voorgestelde regeling is het bereiken van een «level playing field» voor de Nederlandse scheepsbouwindustrie.

Doelgroep

De doelgroep van de door mij voorgestelde regeling is, overeenkomstig de verordening van de Raad van de Europese Unie, de Nederlandse scheepsnieuwbouwindustrie die containerschepen, producten- en chemicaliëntankers bouwt.

Subsidieregeling

De tijdelijke regeling biedt de mogelijkheid tot steunverlening voor contracten die zijn afgesloten na bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen dat de Commissie in het kader van de Wereldhandelsorganisatie een procedure tegen Korea heeft ingeleid (art. 4 van verordening 1177/2002). Op zijn vroegst is dat 23 oktober 2002. De regeling vervalt op 31 maart 2004, ofwel eerder als het beschikbare budget is uitgeput.

De voorgestelde subsidie bedraagt 6% van de contractprijs van een schip. Voor de contractprijs zal een minimum van € 2 mln. per schip gelden.

Het voor de regeling beschikbare budget zal worden toegekend volgens het principe «wie het eerst komt, die het eerst maalt».

De voorgenomen subsidieregeling zal op grond van artikel 3 van verordening 1177/2002 worden genotificeerd bij de Europese Commissie.

Budget en dekking

Het budget voor de regeling bedraagt voor de gehele looptijd € 60 mln. De dekking van het budget wordt gevonden in de EZ-begroting.

De Minister van Economische Zaken,

J. F. Hoogervorst

Naar boven