21 501-30 Raad voor Concurrentievermogen

Nr. 429 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 april 2018

Hierbij stuur ik u een antwoord op de vraag gesteld door het lid Paternotte (D66) tijdens het Algemeen Overleg Raad voor Concurrentievermogen van 7 maart jl. (Kamerstuk 21 501-30, nr. 427) over het toezicht door de Europese Commissie op patent trolls.

De Europese Commissie heeft eind vorig jaar in mededeling COM(2017) 7121 enkele principes en acties gepresenteerd over de omgang met standaard essentiële octrooien (SEPs). Daarin geeft de Commissie onder meer aan toezicht te zullen houden op de voortdurende impact in Europa van niet-praktiserende entiteiten, ook wel patent trolls genoemd.

Patent trolls zijn partijen die octrooien bezitten zonder zelf producten en/of diensten te leveren en veelal onder dreiging met verbodsacties, marktpartijen bewegen tot het betalen van hoge licentievergoedingen. Door hun octrooiportefeuille op een oneigenlijke wijze in te zetten verstoren deze partijen de markt voor SEP-licenties in Europa. De problematiek rond patent trolls is overigens niet beperkt tot standaard essentiële octrooien.

Een goed functionerend en toegankelijk systeem van SEPs beperkt de mogelijkheden voor patent trolls om daarvan misbruik te maken. De Commissie zal erop toezien dat de acties die beogen het bestaande systeem op enkele aspecten te verbeteren worden opgevolgd. Een aspect waar de Commissie op in zet is actuele en accurate informatie over SEPs in de databanken van standaardisatie organisaties. Dit kan de drempel om in onderhandeling te treden over een SEP-licentie verlagen, met name voor het mkb, en zo de sterke positie van patent trolls verkleinen.

Tevens bestaat er een belangrijke waarborg in de toetsing door rechterlijke instanties. Aan rechters komt de discretionaire bevoegdheid toe om in een octrooigeschil alle belangen af te wegen en rekenschap te geven van de gevolgen van een inbreukverbod. Onder toepassing van het evenredigheidsbeginsel, zoals verankerd in de Handhavingsrichtlijn 2004/48/EG betreffende de handhaving van intellectuele eigendomsrechten, kan een rechter de afweging maken of een ingestelde verbodsactie een legitiem doel dient en zo nodig afwijzen indien dit niet het geval is. Daarmee kan de mogelijk schadelijke impact van patent trolls sterk worden beperkt. Een aspect dat ook van belang is betreft de kwaliteit van de verleende octrooien. Bekend is dat patent trolls veelal gebruik maken van relatief inferieure octrooien. Door in te zetten op een hoog niveau van octrooiverlening kan het speelveld van patent trolls worden verkleind.

Een belangrijke ontwikkeling is verder de introductie van het unitair octrooisysteem met bijbehorend Europees brede geschillenbeslechting (verwacht eind 2018). In de totstandkoming van dit systeem is specifiek ingezet op het opnemen van waarborgen om de mogelijkheid tot misbruik tegen te gaan. Kwalitatief hoogstaande octrooirechtspraak in de EU kan eraan bijdragen dat de aantrekkingskracht van Europa voor patent trolls afneemt. Mede om die reden zet Nederland zich in om een voorspoedige start van het unitair octrooisysteem te realiseren.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes


X Noot
1

Europese Commissie mededeling 2017–712 inzake de EU benadering van essentiële octrooien, 29 november 2017.

Naar boven