21 501-30 Raad voor Concurrentievermogen

Nr. 370 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 februari 2016

Hierbij bied ik u, mede namens de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, het verslag aan van de Informele Bijeenkomst van Ministers Verantwoordelijk voor Concurrentievermogen («informele Raad voor Concurrentievermogen») van 27 en 28 januari jl. te Amsterdam.

Aan de vooravond van het onderzoeksdeel, op 26 januari, is tijdens een diner door de aanwezige Ministers en key note speaker Bill Gates aandacht besteed aan de prioriteiten van het Nederlandse voorzitterschap op het gebied van onderzoek en innovatie, in het bijzonder Open Science. Op 27 januari werd er door de Ministers van gedachten gewisseld over investeringen in onderzoek en innovatie in het kader van de ex post evaluatie van het Zevende Kaderprogramma (KP7). Daarnaast sprak men over onderzoeks- en innovatievriendelijke wet- en regelgeving. Tijdens de lunch heeft Neelie Kroes een «key note speech» gegeven over het EU start-up visum.

Het deel over de interne markt en industrie op 27 en 28 januari stond in het teken van de interne markt voor diensten en digitalisering, mede in het licht van het belang van toekomstbestendige regelgeving. Op 27 januari gingen Ministers tijdens een «walking dinner» in gesprek over de digitalisering van industrie, waarbij ondernemers uit verschillende lidstaten showcases presenteerden. Op 28 januari is in twee break-out sessies gesproken over respectievelijk de interne markt voor diensten en ongerechtvaardigde geo-blocking. Tijdens de lunch gingen de Ministers in debat over ontwikkelingen en uitdagingen van de deeleconomie.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp

ONDERZOEK

Diner vooravond 26 januari: belang onderzoek en innovatie en open access

Tijdens het diner aan de vooravond van het onderzoeksdeel van de informele ministeriële bijeenkomst gaf Bill Gates een keynote speech. Daarin benadrukte hij vanuit zijn rol als covoorzitter van de Bill & Melinda Gates foundation het belang van wetenschappelijk onderzoek voor innovatie en ondernemerschap om grote maatschappelijke uitdagingen, zoals de energievoorziening, klimaatverandering en grote epidemieën, op te kunnen lossen. De foundation financiert zelf wetenschappelijk onderzoek en stelt daarbij open access als voorwaarde. In zijn speech ondersteunde Gates het Nederlands voorzitterschap in het voornemen hier stappen op te zetten. De aanwezigen werd vervolgens gevraagd om aan tafel door te praten over wat zij als Ministers kunnen betekenen op de verschillende elementen die hij in zijn speech heeft aangedragen, waaronder het belang van open access-beleid.

Een toekomstbeeld voor investeringen in onderzoek en innovatie: de ex post evaluatie van het Zevende Kaderprogramma (KP7) en de essentie van succes en impact van Onderzoek en Innovatie

Als inleiding gaven twee experts een toelichting op de impact van investeringen in onderzoek en innovatie op economie en samenleving. Catherine Mann, hoofdeconome van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), sprak over de relatie tussen onderzoek, innovatie en productiviteit en het belang van indicatoren die dat aantonen. Louise Fresco, voorzitter van de onafhankelijke expertgroep die in opdracht van de Commissie het Zevende EU Kaderprogramma (KP7) heeft geëvalueerd, focuste op de resultaten van de evaluatie waarbij zij onder andere een pleidooi hield voor zowel de aansluiting van nationaal en EU-beleid als de samenhang tussen verschillende EU programma’s. Commissaris Carlos Moedas gaf een toelichting op de onlangs verschenen Mededeling van de Commissie over de evaluatie van KP7, waarbij hij vooral vooruitblikte op de mid-term evaluatie van Horizon 2020.1 Daarnaast prees hij het goede werk dat de expertgroep heeft geleverd en benadrukte hij onder meer dat onderzoeksministers moeten uitleggen wat de impact van het onderzoek is op wetenschap, samenleving en economie.

Vervolgens hebben de aanwezige landen gediscussieerd over de opbrengsten en lessen van KP7 en het belang van investeren in onderzoek en innovatie. Nederland had de lidstaten van tevoren gevraagd om een voorbeeld aan te leveren van een project uit KP7 dat symbool staat voor het succes van het programma voor wat betreft de impact die het heeft gehad op samenleving en economie. De voorbeelden waren gebundeld in een boekje dat aan de lidstaten werd uitgedeeld. Thema’s die veelvuldig werden aangesneden waren het belang van het criterium excellentie voor de Kaderprogramma’s, de impact die van kaderprogramma’s moet uitgaan en het betrekken van gebruikers en burgers bij Europees onderzoek. Daarnaast werd het belang van een goede balans tussen investeringen in nieuwsgierigheidsgedreven en missiegedreven onderzoek (gericht op industrie en marktoplossingen) en het creëren van synergiën met de verschillende nationale en EU-programma’s genoemd, met de structuurfondsen en Eurostars als voorbeelden daarvan. Een aantal Centraal- en Oost-Europese lidstaten merkte hierbij op dat, ondanks hun lage participatiegraad in het Kaderprogramma, het gezamenlijk onderzoek doen erg nuttig is geweest voor het verbeteren van hun onderzoekssystemen – iets waar ook de structuurfondsen behulpzaam bij zijn – en voor het opzetten van contacten en netwerken met andere landen en de EU.

In de tweede discussieronde werd ingegaan op de aanbevelingen van de KP7 ex post evaluatie. Naast onderwerpen die al in de eerste ronde aan de orde waren geweest, werd nu ook het belang van de doorwerking en disseminatie van onderzoeksresultaten in innovaties voor de economie genoemd. Eveneens bleek «human resources», inclusief mobiliteit, een aandachtspunt, net als het belang van het aanleren van vaardigheden door studenten en promovendi, onder andere ondernemerschapsvaardigheden. Volgens Commissaris Moedas is dit een terrein waar de Europese Onderzoeksruimte (ERA) en de Europese Hoger Onderwijsruimte (EHEA) bij elkaar komen, waarbij zijn belangrijkste vraag was: «hoe richt je het hoger onderwijs op een zodanige wijze in dat studenten zowel werkervaring als goed onderwijs krijgen». Ten slotte werd het belang van samenwerking in publiek-private partnerschappen veelvuldig door de landen benadrukt.

Nederland zal de belangrijkste aandachtspunten uit de discussie meenemen in de onderhandelingen over de Raadsconclusies over dit onderwerp die Nederland ambieert aan te nemen in de Raad voor Concurrentievermogen van 27 mei aanstaande.

Lunch: presentatie startup visum

Voormalig vicevoorzitter van de Commissie Neelie Kroes, special envoy voor startups (Startup Delta), presenteerde tijdens de lunch op 27 januari het voorstel voor een Europees startup visum. Dit heeft als doel Europa op de kaart te zetten als aantrekkelijke vestigingsplaats voor startups. Een Europees startup visum biedt voor startups van buiten Europa de kans om in elke lidstaat een bedrijf te starten en uit te breiden in de Europese Unie, zonder opnieuw bij elke lidstaat een toelatingsprocedure te moeten starten. Dit voorstel is tijdens de lunch in positieve sfeer aan tafel ontvangen door de aanwezige Ministers.

Onderzoeks- en innovatievriendelijke wet- en regelgeving

In de middag stond onderzoeks- en innovatievriendelijke regelgeving centraal. Zowel het voorzitterschap als Commissaris Moedas benadrukte in de inleiding van het debat het belang van het onderwerp. De snelheid van technologische ontwikkelingen vraagt om een nieuwe benadering van regelgeving. Commissaris Moedas noemde dit één van zijn hoofdprioriteiten en wees op het onlangs door de Commissie gepubliceerde werkdocument «Better regulations for innovation-driven investment at EU-level». Daarin stelt de Commissie onder meer de Innovation Deal-aanpak voor, geïnspireerd op de Nederlandse Green Deals. Bijvoorbeeld door verheldering en interpretatie van wet- en regelgeving in dialoog met stakeholders en overheden, kunnen aanvankelijke belemmeringen voor innovatie in bestaande wetgeving worden weggenomen. Er wordt een pilot voorzien in het domein van de circulaire economie binnen Horizon 2020. Daarnaast adresseerde de Commissie het innovatieprincipe als een manier om tot betere en toekomstbestendige regelgeving te komen. Dit houdt in dat bij het ontwerpen van nieuwe regelgeving altijd wordt bekeken of deze voorgenomen regelgeving innovatie niet in de weg zal staan.

Naast het werkdocument van de Commissie vormden de bijdragen van vier externe sprekers de leidraad voor de discussie: Mehmood Khan, Executive Vice President en Chief Scientific Officer, Global R&D (PepsiCo), Vivian Chan (Sparrho) en Ilja Laurs (Getjar en Nextury Ventures), beiden oprichter van startups die zich bezighouden met de ontwikkeling van nieuwe ICT- en op de wetenschap gerichte open access-diensten, en Markus Beyrer, Directeur-Generaal van BUSINESSEUROPE en host van de werkconferentie «A better framework for innovation» die plaatsvond in Brussel op 26 januari 2016. In twee rondes lichtten zij vanuit hun eigen expertise ervaringen met Europese wet- en regelgeving en barrières waar zij tegenaan zijn gelopen toe. Ook het belang van open access kwam hierbij aan bod. Tevens werd door de Commissaris kort gerefereerd aan het voorstel voor een Europees startup visum, dat tijdens de lunch was gepresenteerd.

Vanuit de landen was er brede steun voor het agenderen van het onderwerp onderzoeks- en innovatievriendelijke regelgeving. De Ministers waren het eens dat regelgeving innovatie niet in de weg moet staan en onderschreven de introductie van het innovatieprincipe bij het ontwerpen van nieuwe wet- en regelgeving. Volgens de lidstaten is dit niet alleen op Europees, maar ook op nationaal en regionaal niveau van belang. Met betrekking tot de introductie van Innovation Deals gaven verschillende landen aan dat dit moet worden gezien als een middel om innovatie te bevorderen en niet als een doel op zich. De invulling hiervan op Europees niveau moet daarnaast nog nader worden uitgewerkt. Een aantal landen stelde dat het niet alleen om het verbeteren van regelgeving gaat, maar ook om een andere manier van denken. Afsluitend benoemde het voorzitterschap dat het onderwerp raakt aan vele beleidsterreinen, waarvoor ook andere Raadsconfiguraties verantwoordelijk zijn. De regelgeving op die terreinen is wel van invloed op onderzoek en innovatie. Daarom is een agendering vanuit het onderzoeks- en innovatiedomein wenselijk. Dit sluit tevens aan bij de bredere EU-agenda over Betere Regelgeving.

Nederland beoogt mede aan de hand van deze discussie Raadsconclusies aan te nemen tijdens de Raad voor Concurrentievermogen in mei. Ook Slowakije, het volgend voorzitterschap, is voornemens dit onderwerp verder te brengen.

Overhandiging petitie Open Access (LERU)

Aan het eind van de bijeenkomst verwelkomde het voorzitterschap Alain Beretz, de voorzitter van de League of European Research Universities (LERU), waarin 21 van de meest gerenommeerde Europese universiteiten verenigd zijn. Hij bood de Ministers en de Commissie een petitie aan die is ondertekend door meer dan 9000 wetenschappers. Zij roepen daarin beleidsmakers op om concrete stappen te nemen voor het dichterbij brengen van open access voor wetenschappelijke publicaties. Commissaris Moedas en het voorzitterschap reageerden positief op deze oproep en gaven aan dat deze goed aansluit bij hun ambitie om op dit terrein concrete stappen te zetten. Nederland gaat hier als voorzitterschap mee aan de slag via de voorzitterschapsconferentie over Open Science op 4 en 5 april en wil ambitieuze conclusies aannemen in de Raad voor Concurrentievermogen in mei.

INTERNE MARKT EN INDUSTRIE

Vooravond 27 januari: digitalisering van de industrie

Tijdens het avondprogramma op 27 januari stond het thema digitalisering van de industrie centraal. Voor deze sessie was iedere Europese Minister gevraagd een ondernemer mee te nemen die voorop loopt in digitalisering.

Tijdens de avond werd geconcludeerd dat de industrie zich midden in een digitale revolutie bevindt. Nieuwe technologieën, processen en verdienmodellen hebben de potentie om het concurrentievermogen en de manier van leven ingrijpend te veranderen. Indien we succesvol zijn en ons voordeel halen uit deze digitale kansen en nieuwe verdienmodellen, dan kunnen we als Europa alleen al voor productietoepassingen de bruto toegevoegde waarde met ongeveer € 1,25 biljoen per 2025 vergroten2. Om dit te realiseren is snelle en geïntegreerde actie nodig. Alleen door samenwerking tussen industrie, overheid en andere stakeholders zal de Europese industrie deze digitale kansen kunnen pakken en kunnen onze bedrijven concurrerend blijven.

Als voorzitter van de Raad voor Concurrentievermogen heb ik mij gecommitteerd om bij te dragen aan het versnellen van de digitalisering van de industrie door:

  • de Europese Commissie te ondersteunen bij het opzetten van een dialoog tussen industrie, overheid en stakeholders om versneld de nodige industrie standaarden tot stand te brengen;

  • de lidstaten aan te moedigen om prioriteit te geven aan het onderhanden nemen van de digitale vaardigheden kloof;

  • de Europese Commissie te vragen om een fitness check toe te voegen om regelgeving toekomstbestendig en flexibel voor innovatie te maken;

  • de Europese Commissie te vragen om spoedig een Europees communicatie- en actieplan voor smart industry uit te brengen.

28 januari: de interne markt voor diensten en digitalisering

Op donderdag 28 januari startte de bijeenkomst plenair met speeches van Herna Verhagen, CEO van PostNL, en Corinne Vigreux, medeoprichter van TomTom, waarin zij vanuit hun eigen ervaring en het ondernemersperspectief in zijn gegaan op de uitdagingen en kansen op de interne markt.

Verhagen markeerde drie trends die grote impact hebben op het leven van consumenten en ondernemers: de versnelling van e-commerce, technologische ontwikkelingen (internet of things/robotisering) en verstedelijking mede in het licht van duurzaamheid. Consumenten zijn door deze trends meer in de «driver seat» gekomen. Ondernemers moeten hierop inspelen door snel en flexibel hun business modellen aan te passen. Verhagen riep Ministers op om actie te nemen om groei en innovatie in Europa te bevorderen door de grenzen voor ondernemers weg te nemen, in navolging van de grenzen voor consumenten die als gevolg van de verschillende trends ook nagenoeg zijn verdwenen. Hiervoor zijn duidelijke kaders nodig op EU-niveau, met flexibele en toekomstbestendige regels. Het dienstenpaspoort van de Commissie kan een goed middel zijn om belemmeringen weg te nemen en administratieve lasten te verminderen.

Vigreux ging in haar speech in op de snelle technologische ontwikkelingen in de wereld en het belang voor Europa om zich te organiseren en geschikt te maken als plek waar getalenteerdere ondernemers en start-ups ruimte hebben om te ontstaan, zich binnen de EU te kunnen bewegen en te innoveren. Hiervoor moeten regelgevende barrières worden weggenomen voor ondernemers, zodat zowel ondernemers als consumenten kunnen profiteren van baten van de interne markt. Zij riep de lidstaten op ondernemerschap in de Europese Unie te stimuleren en faciliteren.

De plenaire sessie werd afgesloten met speeches van de Commissie ter inleiding van de break-outsessies over diensten en geo-blocking. Vicevoorzitter Ansip lichtte in zijn openingsspeech toe dat consumenten regelmatig hinder ondervinden wanneer zij (online) aankopen in een andere lidstaat willen doen. Uit de voorlopige resultaten van de publieke consultatie3 blijkt dat 70% van de pogingen tot een grensoverschrijdende aankoop momenteel mislukt. Geo-blocking is daarbij één van de redenen, naast problemen op het terrein van bijvoorbeeld bezorging. De Commissie beraadt zich op de wijze waarop zij dit later dit jaar met een wetgevend voorstel wil aanpakken, om zo transparantie voor consumenten te vergroten. Commissaris Bieńkowska benadrukte het belang van een goed werkende (digitale) interne markt. Ze vroeg aandacht voor het lage niveau van integratie op het terrein van diensten en het hoge aantal gereglementeerde beroepen in de EU. De initiatieven die zijn aangekondigd in de internemarktstrategie, waaronder het dienstenpaspoort en het analytisch kader voor gereglementeerde beroepen, moeten hier verbetering in brengen. Ze markeerde hierbij duidelijk niet in te zetten op een wijziging van de dienstenrichtlijn maar via een stap-voor-stap benadering de resterende administratieve en regelgevende belemmeringen voor dienstverleners weg te willen nemen, te beginnen met de bouw en de zakelijke dienstverlening.

Break out sessies: ongerechtvaardigde geo-blocking en diensten

Vervolgens gingen de Ministers in twee maal drie break-out sessies van een uur uiteen. Hier werden diensten en geo-blocking besproken. De landen waren hiervoor in drie groepen verdeeld zodat elke groep zowel diensten als geo-blocking kon bespreken. Elke break-out sessie werd voorgezeten door de Nederlandse, Slowaakse of Maltese Minister (de Ministers van het huidige trio-voorzitterschap). Voorts was ook de Commissie (Vicevoorzitter Ansip, Commissaris Oettinger en Commissaris Bieńkowska) aanwezig.

Ongerechtvaardigde geo-blocking

Lidstaten steunden de Commissie in het voornemen om de interne markt beter te laten werken voor consumenten en bedrijven door met een gefocust voorstel discriminatoire praktijken aan te pakken. Daarbij waren zij het met de Commissie eens dat dit niet tot onnodige lasten voor het bedrijfsleven mag leiden. Ook erkenden zij het belang van de samenhang van de diverse voorstellen uit de Digitale interne marktstrategie in deze context, om daadwerkelijk een verschil te kunnen maken.

Diensten

Lidstaten waren het eens met de Commissie dat resterende problemen op de interne markt urgent zijn en dat het tijd is voor actie. Er was brede steun voor het idee van een dienstenpaspoort zoals aangekondigd door de Commissie, als instrument voor administratieve vereenvoudiging. Het dienstenpaspoort moet er onder meer voor zorgen dat ondernemers benodigde documenten slechts één keer hoeven te verstrekken en niet elke keer opnieuw zodra een ondernemer actief wil worden in een andere lidstaat. Over de vraag of binnen of naast het paspoort ook regelgevende belemmeringen moeten worden aangepakt zijn de meningen tussen de lidstaten meer verdeeld. Diverse lidstaten pleitten sterk voor de aanpak van regelgevende belemmeringen, zoals om te beginnen eisen aan juridische vorm en aandeelhouderschap. Alleen zo kan de toegang van ondernemers tot andere lidstaten daadwerkelijk worden verbeterd. Een aantal andere lidstaten zag hier minder in en wees op de gevoeligheden en complexiteit om dit soort regels aan te passen. Tot slot was er brede steun voor een analytisch kader om de kwaliteit van proportionaliteitsanalyses van nationale regels te verbeteren, ook in het licht van betere regelgeving principes. Diverse lidstaten bepleitten dat een dergelijk kader niet alleen moet gelden voor nieuwe nationale regels maar ook voor bestaande regels.

Lunchdebat deeleconomie

Als afsluiting was er een plenair lunchdebat over de deeleconomie. Francesca Pick, voorzitter en adviseur bij Ouishare (een wereldwijde community van mensen die zich inzetten voor de deeleconomie en versterking daarvan in de samenleving), verzorgde een introductie over de deeleconomie. Aan de hand van voorbeelden illustreerde zij de omvang en diversiteit aan initiatieven in de deeleconomie en de economische en maatschappelijke kansen die de deeleconomie biedt. Zo wees ze op een initiatief dat het mogelijk maakt om mensen onderdak te bieden in tijden van crisis, zoals een sneeuwstorm of terroristische aanval. Vervolgens ging zij in op de uitdagingen die de deeleconomie met zich meebrengt. Hierbij identificeerde zij twee belangrijke ontwikkelingen die in de praktijk tot veel vragen leiden: de vervagende grens tussen professionele en niet-professionele aanbieders en de verschuiving van bezit naar gebruik. Dit leidt onder andere tot vraagstukken op het gebied van productregulering, arbeidsmarkt, belastingen en aansprakelijkheid, aldus Pick. Zij eindigde haar betoog met de oproep aan lidstaten en de Commissie om meer duidelijkheid te verschaffen over de toepassing van wet- en regelgeving in de deeleconomie en zo dit fenomeen tot volle wasdom te laten komen.

Vervolgens gingen vicevoorzitter van de Commissie Katainen en Commissaris Bieńkowska in op de eerste uitkomsten van de online consultatie die de Commissie heeft uitgevoerd onder belanghebbenden in Europa. Een belangrijke uitkomst is dat onzekerheid over rechten en plichten in de deeleconomie een belemmering vormt voor de verdere ontwikkeling van de Europese deeleconomie. Aansluitend hierop werden lidstaten gevraagd hun best practices in het adresseren van uitdagingen in de deeleconomie toe te lichten. Estland ging hierbij bijvoorbeeld in op de samenwerking tussen de Estse belastingdienst en Uber. Binnen deze samenwerking is een open ICT-platform gebouwd dat het mogelijk maakt om snel en gemakkelijk in de deeleconomie verkregen inkomsten op te geven. Voor Portugal vormde de opkomst van particuliere verhuur van woningen aan toeristen aanleiding om nut en noodzaak van regulering in de hotelsector kritisch te evalueren. Dit heeft ertoe geleid dat onnodig belemmerende regelgeving in deze sector is weggenomen. Hier profiteerden volgens de Portugese Minister zowel bestaande als nieuwe aanbieders van en dit heeft er onder andere toe geleid dat de leefbaarheid in historische centra is verbeterd.

In de discussie die hierop volgde bleek onder lidstaten breed draagvlak te bestaan voor de verdere ontwikkeling van de deeleconomie en werd de urgentie gevoeld om deze ontwikkeling niet nodeloos in de weg te staan. De noodzaak om duidelijkheid te verschaffen over de toepassing van de wetgeving in het kader van de gezamenlijke economie werd door veel lidstaten genoemd. Daarnaast waren er oproepen om deze initiatieven niet te over reguleren om een gelijk speelveld te bieden, maar publieke belangen zoals veiligheid en gezondheid niet uit het oog te verliezen. Hieruit werd duidelijk dat de voorliggende uitdaging voor lidstaten is om deze verschillende belangen te balanceren.

Aangezien initiatieven in de deeleconomie zich niet laten beperken door nationale grenzen verwelkomden vele lidstaten dan ook de plannen van de Commissie voor een Europese agenda voor de deeleconomie. Tijdens het debat werd ook duidelijk dat veel lidstaten op dit moment op de een of andere wijze bezig zijn met het adresseren van uitdagingen in de deeleconomie. Door onderling goede maar ook slechte ervaringen in beleidsaanpakken uit te wisselen is er veel synergie te behalen onder lidstaten. De Commissie is opgeroepen om actie te ondernemen op dit punt. De Commissie gaf aan hiertoe bereid te zijn.


X Noot
1

Europese Commissie, januari 2016. Communication from the Commission to the European Parliament, the Council, the European Economic and Social Committee and the Committee of the Regions on the Response to the Report of the High Level Expert Group on the Ex Post Evaluation of the Seventh Framework Programme

X Noot
2

Roland Berger, «the Digital Transformation of Industry» (2015)

Naar boven