Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 26 mei 2026
Hierbij bied ik u, mede namens de Minister-President, de geannoteerde agenda aan voor
de Westelijke Balkan Top.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
Geannoteerde agenda EU-Westelijke Balkantop van 5 juni 2026
Op 5 juni zullen de regeringsleiders en staatshoofden van de EU en de zes Westelijke
Balkanlanden samenkomen in Tivat, Montenegro, voor de jaarlijkse EU-Westelijke Balkantop.
Het doel van de top is het versterken van de brede relatie van de EU met de Westelijke
Balkan, met een nadruk op het versterken van de veiligheid en weerbaarheid van de
regio en geleidelijke integratie van de Westelijke Balkanlanden in de EU. Er is geen
formele besluitvorming voorzien en er wordt dit keer geen verklaring aangenomen. De
Minister-President is voornemens deel te nemen.
Tijdens de top zullen EU-leiders en regeringsleiders van de Westelijke Balkan stilstaan
bij de relatie van de EU met de Westelijke Balkan, die naast EU-toetreding en de vereisten
daarvoor, ook in toenemende mate samenwerking ten behoeve van veiligheid en weerbaarheid
van de regio omvat, gezien het complexe geopolitieke landschap. De leiders zullen
in dat licht spreken over het verder versterken van de samenwerking op het EU Gemeenschappelijk
Buitenland en Veiligheidsbeleid (GBVB) en het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid
(GVDB), met aandacht voor onder meer de aanpak van hybride dreigingen, inclusief Foreign Information Manipulation and Interference (FIMI), het bevorderen van verdere aansluiting bij het GBVB, het verdiepen van veiligheids-
en defensiesamenwerking via partnerschappen, en de inzet van instrumenten onder de
Europese Vredesfaciliteit (EPF).
Voor het kabinet blijft het van belang de samenwerking met de Westelijke Balkan landen
te versterken gezien de strategische ligging van de regio in Europa. De top biedt
daartoe een belangrijke gelegenheid, waarbij het kabinet het belang dat Nederland
hecht aan politieke dialoog en samenwerking met en tussen de Westelijke Balkanlanden
op de gebieden van rechtsstaat, veiligheid en economie zal onderstrepen.
Het kabinet steunt het verder versterken van de GBVB- en GVDB-samenwerking met de landen van de Westelijke Balkan. In Benelux-verband zal het kabinet
waardering uitspreken voor landen die zich volledig aansluiten bij het GBVB, inclusief
sancties, en andere landen aansporen dit eveneens te doen. Het kabinet zal zich tevens
uitspreken over de noodzaak van het tegengaan van hybride dreigingen, waaronder cyberdreigingen.
Nederland hecht waarde aan stabiliteit in de Westelijke Balkan en zet zich in om de
landen weerbaarder te maken tegen dergelijke dreigingen, met name via regionale capaciteitsopbouw
door middel van trainingen.
De top heeft eveneens als doel het EU-perspectief van de Westelijke Balkan te bevestigen,
waarbij EU-leiders naar verwachting het belang van hervormingen zullen benadrukken
en met regeringsleiders van de Westelijke Balkan gesproken zal worden over kansen
en uitdagingen binnen het uitbreidingsproces. Concrete besluiten zijn tegelijkertijd
niet voorzien. Er zal tevens gesproken worden over de EU-steun aan de regio, waaronder
via het Groeiplan voor de Westelijke Balkan, dat hervormingen aanmoedigt in ruil voor
EU-steun.
Aan de Westelijke Balkanlanden zal het kabinet, in Benelux-verband, een realistisch
perspectief op uitbreiding onderstrepen, waarbij hervormingen, met name op de rechtsstaat,
cruciaal zijn voor stappen richting EU-toetreding. Zowel de EU als Nederland ondersteunen
deze landen bij het doorvoeren van noodzakelijke hervormingen, onder meer via het
bilaterale MATRA-programma. Daarnaast zal het kabinet aandacht vragen voor de voortgang
van hervormingen zoals die zijn afgesproken in het kader van het Groeiplan voor de
Westelijke Balkan.
Van de Westelijke Balkanlanden zal het kabinet ook verdere aansluiting op het EU-visumbeleid
vragen. Het tegengaan van irreguliere migratiestromen via de Westelijke Balkan-route
blijft een aandachtspunt, evenals de paraatheid om te kunnen reageren op een plotselinge
toename van het gebruik van deze route en het voorkomen van irreguliere doorreis bij
legale arbeidsmigratie. Nederland draagt, via gedelegeerde EU-gelden in twee grote
projecten in de Westelijke Balkan, bij aan het tegengaan van mensenhandel en -smokkel
en aan het bevorderen van terugkeer naar de landen van herkomst.
Tot slot zal het kabinet het belang van economische samenwerking ten behoeve van het
stimuleren van de veerkracht van de Westelijke Balkanlanden benadrukken. Zo zet Nederland
zich als een van de bilaterale donoren in om verder bij te dragen aan de economische
ontwikkeling middels het Westelijke Balkan Investering framework (WBIF).