21 501-20 Europese Raad

FC VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 31 maart 2026

De vaste commissies voor Europese Zaken1 en voor Financiën2 hebben schriftelijk overleg gevoerd met de Minister van Buitenlandse Zaken over een vertrouwelijke bijlage bij het verslag informele Europese Raad van 12 februari 2026. Bijgaand brengen de commissies hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:

  • De uitgaande brief van 3 maart 2026.

  • De antwoordbrief van 30 maart 2026.

De griffier voor dit verslag, Van den Driessche

BRIEF VAN DE VOORZITTERS VAN DE COMMISSIES VOOR EUROPESE ZAKEN EN VOOR FINANCIËN

Aan de Minister van Buitenlandse Zaken

Den Haag, 3 maart 2026

De commissies voor Europese Zaken en voor Financiën hebben met belangstelling kennisgenomen van de aanbieding van een bijlage die op 20 februari 2026 bij het verslag van de informele Europese Raad van 12 februari 2026 ter vertrouwelijke inzage met deze Kamer is gedeeld. In de aanbiedingsbrief staat gemotiveerd dat het document van de Europese Centrale Bank vertrouwelijk is «vanwege internationale en diplomatieke belangen».3 De commissies hebben de aanbiedingsbrief met motivering op 24 februari jl. besproken en besloten om hierover in schriftelijk overleg te treden.

De commissies verzoeken u nader te motiveren waarom de inhoud van het document of elementen ervan van zodanige aard zijn dat zij de markering van vertrouwelijkheid moeten dragen, of moeten blijven dragen.

De leden van de vaste commissies voor Europese Zaken en voor Financiën zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag zo spoedig mogelijk.

Voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken, E.B. van Apeldoorn

Voorzitter van de vaste commissie voor Financiën, P. van Ballekom

BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 maart 2026

In uw brief van 4 maart jl., met verwijzing naar de aanbieding van een bijlage die op 20 februari 2026 bij het verslag van de informele Europese Raad van 12 februari 2026 ter vertrouwelijke inzage met uw Kamer is gedeeld, verzoeken uw leden nader te motiveren waarom de inhoud van het document of elementen daarvan van zodanige aard zijn dat zij de markering van vertrouwelijkheid moeten dragen, dan wel moeten blijven dragen.

Binnen de institutionele kaders van de Europese Unie is het aan iedere instelling, orgaan of instantie om eigen regels vast te stellen inzake toegang van het publiek tot documenten. Voor het Europees Parlement, de Raad en de Europese Commissie zijn deze regels neergelegd in Verordening (EC) No 1049/2001. Andere instellingen en organen, waaronder de Europese Centrale Bank (ECB), hebben op basis van het Verdrag eigen regels vastgesteld voor de toegang tot hun documenten.

De Europese Centrale Bank heeft deze regels vastgelegd in Besluit ECB/2004/3 over publieke toegang tot ECB documenten. Op grond van dit besluit beoordeelt de ECB zelf of en onder welke voorwaarden toegang tot haar documenten kan worden verleend. De betreffende bijlage betreft een document afkomstig van de ECB dat als «ECB-Confidential» is aangemerkt en vertrouwelijk ter inzage is gedeeld. Het is aan de ECB zelf om te beoordelen of de inhoud van het document, of elementen daarvan, openbaar kunnen worden gemaakt. Tegen deze achtergrond kan ik niet nader motiveren waarom de inhoud van het document of onderdelen daarvan vertrouwelijk zijn aangemerkt. Naar aanleiding van het verzoek van de Kamer is door de Permanente Vertegenwoordiging van Nederland bij de EU contact gezocht met de Vertegenwoordiging van de ECB in Brussel en gevraagd of het stuk nog steeds vertrouwelijk was en of er plannen waren om het openbaar te maken. Het antwoord van de ECB was dat het stuk vertrouwelijk is en blijft.

Ten overvloede merk ik op dat de taken en verantwoordelijkheden van de Europese Centrale Bank in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie zijn vastgelegd en dat de ECB bij de uitoefening van haar taken onafhankelijk is.4 Deze institutionele onafhankelijkheid brengt met zich mee dat het niet aan mij is om een inhoudelijke beoordeling te geven van de vertrouwelijkheidsmarkering die de ECB aan het betreffende document heeft toegekend.

De Minister van Buitenlandse Zaken, T.B.W. Berendsen


X Noot
1

Samenstelling:

Van Apeldoorn (SP) (voorzitter), Van Ballekom (VVD), Beukering (Fractie-Beukering), Bovens (CDA), Dittrich (D66), Van der Goot (OPNL), Hartog (Volt), Van Hattem (PVV), Huizinga-Heringa (ChristenUnie), Kanis (D66), Karimi (GroenLinks-PvdA), Kemperman (FVD) (ondervoorzitter), Martens (GroenLinks-PvdA), Oplaat (BBB), Panman (BBB), Petersen (VVD), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Rosenmöller (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden, Toorenburg (CDA), Veldhoen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Vogels (VVD), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
2

Samenstelling:

Van Apeldoorn (SP), Bakker-Klein (CDA), Van Ballekom (VVD) (voorzitter), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Bovens (CDA), Crone (GroenLinks-PvdA), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Hartog (Volt), Holterhues (ChristenUnie), Karimi (GroenLinks-PvdA), Koffeman (PvdD), Kroon (BBB) (ondervoorzitter), Van der Linden (VVD), Martens (GroenLinks-PvdA), Moonen (D66), Van den Oetelaar (FVD), Van Rooijen (50PLUS), Rosenmöller (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Van Strien (PVV), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Vogels (VVD), Walenkamp (Fractie-Walenkamp), Van Wijk (BBB)

X Noot
3

Kamerstukken I, 2025–2026, 21 501-20, EZ. Brief van de Minister van Buitenlandse Zaken over het verslag van de informele Europese Raad van 12 februari 2026.

X Noot
4

Overeenkomstig artikel 130 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is het aan de ECB noch aan een nationale centrale bank, noch aan enig lid van hun besluitvormende organen toegestaan bij de uitoefening van de bevoegdheden en het vervullen van de taken en plichten die bij het Verdrag en deze statuten aan hen zijn opgedragen, instructies te vragen aan dan wel te aanvaarden van instellingen, organen of instanties van de Unie, van regeringen van lidstaten of van enig ander orgaan. De instellingen, organen of instanties van de Unie alsmede de regeringen van de lidstaten verplichten zich ertoe dit beginsel te eerbiedigen en niet te trachten de leden van de besluitvormende organen van de ECB of van de nationale centrale banken bij de uitvoering van hun taken te beïnvloeden.


X Noot
1

Samenstelling:

Van Apeldoorn (SP) (voorzitter), Van Ballekom (VVD), Beukering (Fractie-Beukering), Bovens (CDA), Dittrich (D66), Van der Goot (OPNL), Hartog (Volt), Van Hattem (PVV), Huizinga-Heringa (ChristenUnie), Kanis (D66), Karimi (GroenLinks-PvdA), Kemperman (FVD) (ondervoorzitter), Martens (GroenLinks-PvdA), Oplaat (BBB), Panman (BBB), Petersen (VVD), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Rosenmöller (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden, Toorenburg (CDA), Veldhoen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Vogels (VVD), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
2

Samenstelling:

Van Apeldoorn (SP), Bakker-Klein (CDA), Van Ballekom (VVD) (voorzitter), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Bovens (CDA), Crone (GroenLinks-PvdA), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Hartog (Volt), Holterhues (ChristenUnie), Karimi (GroenLinks-PvdA), Koffeman (PvdD), Kroon (BBB) (ondervoorzitter), Van der Linden (VVD), Martens (GroenLinks-PvdA), Moonen (D66), Van den Oetelaar (FVD), Van Rooijen (50PLUS), Rosenmöller (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Van Strien (PVV), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Vogels (VVD), Walenkamp (Fractie-Walenkamp), Van Wijk (BBB)

X Noot
3

Kamerstukken I, 2025–2026, 21 501-20, EZ. Brief van de Minister van Buitenlandse Zaken over het verslag van de informele Europese Raad van 12 februari 2026.

X Noot
4

Overeenkomstig artikel 130 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is het aan de ECB noch aan een nationale centrale bank, noch aan enig lid van hun besluitvormende organen toegestaan bij de uitoefening van de bevoegdheden en het vervullen van de taken en plichten die bij het Verdrag en deze statuten aan hen zijn opgedragen, instructies te vragen aan dan wel te aanvaarden van instellingen, organen of instanties van de Unie, van regeringen van lidstaten of van enig ander orgaan. De instellingen, organen of instanties van de Unie alsmede de regeringen van de lidstaten verplichten zich ertoe dit beginsel te eerbiedigen en niet te trachten de leden van de besluitvormende organen van de ECB of van de nationale centrale banken bij de uitvoering van hun taken te beïnvloeden.

Naar boven