Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201421501-20 nr. 854

21 501-20 Europese Raad

21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken

Nr. 854 BRIEF VAN DE MINISTER PRESIDENT, MINISTER VAN ALGEMENE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 april 2014

Naar aanleiding van een verzoek van de commissie voor Europese Zaken van heden informeer ik u graag als volgt.

De ontmoeting met de voorzitter van de Europese Raad, de heer Van Rompuy, op 5 juni 2012 waarover de Volkskrant vandaag bericht, vond plaats tijdens het dieptepunt van de crisis in de eurozone. De verstrengeling tussen de overheid en financiële instellingen in diverse lidstaten baarde grote zorgen. De vraag was aan de orde of het EFSF en het ESM – toen nog in oprichting – voldoende stevig zouden zijn om het vertrouwen te herstellen en de situatie het hoofd te bieden. Sommige lidstaten pleitten op dat moment voor het invoeren van eurobonds.

De voorzitter van de Europese Raad bezocht Nederland in het kader van zijn consultaties over versterking van de EMU. Hij had kort daarvoor van de Europese Raad de opdracht gekregen hierover een notitie op te stellen («Naar een echte EMU»). Er is – anders dan de Volkskrant meldt – toen niet gesproken over «contracten». Daar was immers in die periode nog geen sprake van, maar pas maanden later. Wel kwam de Nederlandse inzet bij het versterken van de EMU aan de orde, op basis van de Kamerbrief van september 2011. Het doorvoeren van structurele hervormingen en het nakomen van gemaakte afspraken staan daarin centraal.

Het kabinet was er tegen het pad op te gaan richting een transfer-Unie met bijbehorende instrumenten, zoals door sommige lidstaten bepleit. Dat zou niet in het Nederlands belang zijn. Deze boodschap is in stevige termen aan de heer Van Rompuy meegedeeld tijdens de ontmoeting in het Catshuis. De steun die bij diverse Kamerdebatten voor deze positie is verkregen maakte het mogelijk aan te geven dat Nederland hiermee niet akkoord zou kunnen gaan en eventueel bereid was dit te blokkeren. Nederland stond zoals bekend in de afwijzing van de transfer-Unie niet alleen.

In het Volkskrant-interview zegt de heer Van Rompuy zelf dat hij zich niet herinnert dat de Nederlandse positie zo sterk werd verwoord als de vraagstelling van de journalist doet vermoeden. In het boek van de ER-voorzitter – aanleiding voor het interview – staat niets over een eventueel uittreden van Nederland uit de eurozone, wat overigens nooit door het kabinet is overwogen.

De Minister-President, Minister van Algemene Zaken, M. Rutte