Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201421501-20 nr. 836

21 501-20 Europese Raad

Nr. 836 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 januari 2014

Graag bied ik u hierbij de reactie aan op het verzoek van de vaste commissie voor Europese Zaken van 19 december 2013 inzake het Europabeleid van de nieuwe Duitse regering.

Het Europabeleid van de nieuwe Duitse regering is in grote lijnen een voortzetting van het voorgaande beleid. Centrale doelstellingen van de Duitse regering op Europees terrein zijn volgens het regeerakkoord het waarborgen van werkgelegenheid en sociale zekerheid in het licht van demografische veranderingen, solide financiën, het stabiliseren van de Euro en het waarborgen van een succesvolle overgang naar duurzame energiebronnen, om zodoende een verantwoordelijke partner in Europa en de wereld te blijven.

Het Europese integratieproces blijft de belangrijkste opdracht van de Bondsregering, zo stelt het regeerakkoord. Juist Duitsland heeft in de afgelopen jaren een grotere verantwoordelijkheid genomen en moet deze ook waar maken. Verschillende termen worden daarbij als oriëntatie gehanteerd: politiek en economisch sterk, sociaal rechtvaardig, eigen verantwoordelijkheid van lidstaten, Europese solidariteit, democratie en handelingsbekwame instellingen.

De nieuwe Bondsregering wil bijdragen aan de versterking van de democratische legitimiteit van de Unie en het gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid van de EU versterken. Hierbij wordt benadrukt dat Bondsregering zich met het oog op de geloofwaardigheid van de externe EU-inzet op het terrein van mensenrechten zal inspannen voor een effectief mechanisme ter handhaving van rechtsstatelijke en democratische standaarden in Europa. Er wordt voorts voorgesteld de HV meer bevoegdheden te geven en de EDEO te versterken op het terrein van crisismanagement. Verdere uitbreiding van de Unie wordt in het regeerakkoord omschreven als actief vredesbeleid; het zal op bestaande wijze worden voortgezet, daarbij vasthoudend aan strikte toetredingscriteria. Over Turkije is dezelfde tekst als in 2005 opgenomen: onderhandelingen zijn open-ended, geen automatisme en de uitkomst ervan staat niet van te voren vast.

Het coalitieakkoord stelt dat voor het versterken van de democratische legitimiteit in de EU een sterke rol van het EP noodzakelijk is, evenzeer als nauwe betrokkenheid van nationale parlementen. Tevens wordt in het akkoord gesteld dat acceptatie van versterkte Europese integratie alleen mogelijk is indien het subsidiariteitsprincipe strikt gehandhaafd wordt. Ook wordt melding gemaakt dat Europese regelgeving zich aan het proportionaliteitsprincipe moet laten meten. Met betrekking tot de Commissie staat de nieuwe Bondsregering voor efficiëntie en duidelijke afbakening van de verantwoordelijkheid van de commissarissen. Wat EU-verdragsverandering betreft stelt het regeerakkoord dat wanneer een deel van de lidstaten verder integreert, het doel steeds moet zijn dit in een later stadium voor alle lidstaten zo snel mogelijk onder de Verdragen te voegen. Duitsland wil de verdragsrechtelijke grondslag van de Economische en Monetaire Unie aanpassen.

In het regeerakkoord wordt gesteld dat de Eurozone dringend behoefte heeft aan een betere en meer verplichtende coördinatie van het economische beleid en het begrotingsbeleid in de lidstaten. Door verbeterde concurrentiekracht en financiële stabiliteit wordt de basis gelegd voor investeringen in de toekomst en sociaal evenwicht. De nieuwe Bondsregering ijvert voor voortgaande begrotingsdiscipline in alle EU-lidstaten, gecombineerd met hervormingen t.b.v. structurele groei en duurzame investeringen. De regering is naar eigen zeggen bereid solidaire steun te bieden, bijvoorbeeld in de vorm van hulpkredieten en technische ondersteuning voor structurele hervormingen. Tegelijkertijd moet de basisregel blijven dat iedere lidstaat zelf verantwoordelijk is voor aangegane verplichtingen («soliditeit voor solidariteit»).

Ook onder de nieuwe coalitie is geen sprake van vergemeenschappelijking van staatsschulden. Hulpkredieten kunnen worden aangeboden als «ultima ratio» en alleen als de hele Eurozone een substantieel risico loopt. Lidstaten die lijden onder een crisis moeten in een dergelijk geval nog steeds een grote mate aan eigen verantwoordelijkheid nemen en eigen middelen vrijmaken (en hervormingen doorvoeren) voordat een hulpkrediet kan worden verleend. ESM-middelen kunnen ook in de toekomst alleen worden vrijgemaakt na instemming van de Bondsdag.

Om nieuwe crises te voorkomen moet volgens het regeerakkoord strikter worden toegezien op de begrotingen van de lidstaten en moeten tekorten worden aangepakt. De SGP-afspraken moeten consequent worden nageleefd. De nieuwe regering zal zich ervoor inzetten het two-pack om te vormen tot een effectief instrument dat de Commissie de mogelijkheid geeft vroegtijdig te sturen. Ook zet de coalitie zich ervoor in dat de Eurolanden hervormingsovereenkomsten aangaan met Brussel. Voorts zal de coalitie zich inzetten voor een (beperkte) verdragswijziging met betrekking tot de EMU («Anpassung der vertraglichen Grundlagen der Wirtschafts- und Währungsunion»).

Om de Europese crisislanden ruimte te geven voor duurzame groei benadrukt de nieuwe regering dat de mogelijkheden van de EIB, de EU-begroting en de EU-structuurfondsen beter moeten worden benut. Zij zal zich in blijven zetten voor het bestaande beleid van begrotingsconsolidering en structurele hervormingen, met inachtneming van de sociale consequenties, en deze aanvullen met investeringen in innovatie en duurzame groei (dus: niet middelen ter beschikking stellen om de vraag te stimuleren – geen schokabsorptie). Zij dringt erop aan dat het Pact voor Groei en Werkgelegenheid (zomer 2012) onverwijld uitgevoerd wordt. Met andere woorden: de nieuwe Duitse regering stelt geen nieuwe financiële middelen voor groei en ontwikkeling in het vooruitzicht, anders dan via de bestaande mogelijkheden van de EIB, de EU-begroting, structuurfondsen en het werkgelegenheidspact. Bij de sanering en afwikkeling van problematische Europese banken pleit de coalitie o.a. voor een duidelijke «Haftungskaskade» en bail-in regels. Alleen spaarders met een deposito onder de 100.000 worden beschermd.

Zolang er nog geen of door banken onvoldoende gefinancierd Europees afwikkelingsfonds bestaat en een bail-in onvoldoende middelen voor sanering of afwikkeling van een probleembank oplevert, blijft de betreffende lidstaat verantwoordelijk voor de kosten (geen directe bankenrekapitalisatie). Als zo’n staat daardoor zelf echter in een «gefährliche ökonomische Schieflage» terecht komt, kan deze vervolgens ondersteuning vragen bij het ESM.

Op het moment dat tot een Europees afwikkelingsmechanisme besloten is, de ECB het bankentoezicht operationeel heeft overgenomen en de Bondsdag akkoord gaat, kan in principe als tussenoplossing de formule worden gehanteerd dat de ESM op basis van de bestaande regelgeving overgaat tot directe herkapitalisatie van banken, tot een maximale omvang van 60 miljard euro. Daarbij moeten wel de bijbehorende (evt. nog verder te bepalen) conditionaliteiten worden ingebracht. O.a. moet het duidelijk zijn dat alle andere financieringsmogelijkheden uitgeput zijn en een indirect ESM-programma via een lidstaat niet mogelijk is. Hiervoor is wel nog een wijzging van het ESM-verdrag nodig, met de bijbehorende ratificatie door het Duitse parlement.

Het regeerakkoord benadrukt dat het van belang is het draagvlak voor het vrij verkeer van personen te behouden. Hiertoe dient ongerechtvaardigd gebruik van sociale voorzieningen door EU-burgers te worden tegengegaan, evenals zwartwerken en schijnzelfstandigheid. De coalitie gaat de mogelijkheid voor tijdelijke herinreisverboden onderzoeken, evenals mogelijke uitzonderingen op de aanspraak op een werkloosheidsuitkering.

Het geformuleerde beleid bevat een groot aantal raakvlakken met standpunten van het Nederlandse kabinet, onder andere waar het gaat om het belang van subsidiariteit en proportionaliteit, het tegengaan van misbruik van het vrij verkeer van werknemers, de bankenunie, het rechtsstaatsmechanisme en de rol van nationale parlementen. Het nieuwe Duitse Europabeleid biedt dan ook voldoende aanknopingspunten om ook in de komende jaren binnen de EU intensief met Duitsland samen te werken op belangrijke dossiers.

In het Duitse regeerrakkoord worden plannen aangekondigd om de structurele onderfinanciering van de Duitse infrastructuur aan te pakken. De reeds bestaande tol voor vrachtwagens zal worden uitgebreid. Houders van personenauto’s die niet in Duitsland zijn aangemeld zullen een bijdrage (vignet) voor het gebruik van Duitse autobanen moeten betalen. Het regeerakkoord stelt dat deze tol niet in strijd mag zijn met het Europese recht. Het voornemen van de Bondsregering is om in de loop van 2014 hiervoor wetgeving aan te nemen.

Het Nederlandse kabinet heeft zijn zorg uitgesproken over mogelijke negatieve gevolgen voor het Nederlandse bedrijfsleven en voor burgers. De Minister van Infrastructuur en Milieu heeft bij haar Duitse collega aangedrongen op overleg en heeft EU-commissaris Kallas hierover geïnformeerd.

De Minister van Buitenlandse Zaken, F.C.G.M. Timmermans