Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201321501-20 nr. 782

21 501-20 Europese Raad

Nr. 782 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Hierbij bied ik u aan, mede namens de minister-president, de geannoteerde agenda van de Europese Raad van 22 mei a.s. te Brussel.

De minister van Buitenlandse Zaken, F.C.G.M. Timmermans

Geannoteerde Agenda van de Europese Raad d.d. 22 mei 2013

Op 22 mei 2013 zullen de EU-leiders spreken over het energiebeleid en hoe dit kan bijdragen aan groei en zich buigen over het belastingbeleid, in het bijzonder hoe de lidstaten de belastingen doeltreffender kunnen innen en belastingontduiking en -fraude het best kunnen aanpakken. Aanvankelijk was voorzien dat de Europese Raad ook de balans zou opmaken van de werkzaamheden over de versterking van de EMU maar inmiddels is besloten hier in de Europese Raad van juni op terug te komen.

Energie

De Europese Raad zal voor de tweede keer stilstaan bij de voortgang van het Europese energiebeleid. De regeringsleiders kijken daarbij vooral naar de aspecten van energie die raken aan de Europese groeiagenda. Naar verwachting zal het debat zich in hoofdzaak richten op een goed functionerende interne energiemarkt, waaronder het belang van investeringen in energie-infrastructuur.

De agendering sluit goed aan bij de Commissiemededeling over de interne energiemarkt van november vorig jaar, waarover de Energieraad op 7 juni a.s. Raadsconclusies zal aannemen. De mededeling geeft aan dat in een aantal EU-lidstaten energiemarkten nog onvoldoende zijn geliberaliseerd. Uitdagingen liggen op het terrein van versterking van concurrentie, beter informeren van consumenten, afschaffen van prijsregulering, energiebesparing en modernisering van de netwerken. Gebrek aan marktwerking en onvolledige implementatie van bestaande Europese regels (m.n. van het derde energiepakket) zijn er mede debet aan dat onvoldoende investeringen plaatsvinden in productiecapaciteit en energie-infrastructuur.

Het kabinet verwelkomt de focus op een goed functionerende interne energiemarkt. In een aantal EU-lidstaten zijn de energiemarkten nog onvoldoende geliberaliseerd (bijvoorbeeld nog steeds gereguleerde prijzen). Dit kan in sommige gevallen een belemmering vormen voor nieuwe investeringen (in productiecapaciteit en energie-infrastructuur). Het kabinet zet in op volledige implementatie van het derde pakket (o.a. afschaffen prijsregulatie), het beter op elkaar afstemmen van nationale ondersteuningsregimes voor hernieuwbare energie en marktgebaseerde oplossingen voor leveringszekerheidvraagstukken.

Belastingen

Tijdens de ER van 14 en 15 maart jl. werd de noodzaak van hernieuwde inspanningen ter verbetering van de efficiëntie van belastinginning en de bestrijding van belastingontwijking benadrukt. Het kabinet verwelkomt dat de ER van 22 mei hier opvolging aan zal geven en zich onder meer zal richten op de spaartegoedenrichtlijn, het BTW anti-fraude pakket en het Actieplan tegen belastingontduiking en belastingfraude. Het kabinet is van mening dat de Europese Raad zich aan kan sluiten bij de Raadsconclusies die over belastingen zijn aangenomen tijdens de ECOFIN-Raad op 14 mei.

Tijdens het Algemeen Overleg over de RAZ op 18 april 2013 heeft het lid Klaver (GroenLinks) gevraagd naar de visie van het kabinet op belastingontwijking en de aanpak in Europees verband. Met de beschrijving van de Nederlandse inzet op de Europese Raad met betrekking tot dit onderwerp doet het kabinet de toezegging gestand om voor de Europese Raad op de vraag van de heer Klaver terug te komen.

Tijdens de Europese Raad zal bijzondere aandacht uitgaan naar het initiatief van vijf lidstaten (het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk, Spanje en Italië) voor een pilot om onderling automatisch gegevens te wisselen over vermogenswinsten, dividenden en rentebetalingen, zodat hier geen belasting mee kan worden omzeild door zowel particulieren als bedrijven. Nederland heeft zich aangesloten bij dit initiatief en ziet graag dat ook andere EU lidstaten hieraan deelnemen.

Ook de spaartegoedenrichtlijn, om belastingheffing te verzekeren op inkomsten uit spaartegoeden in een andere lidstaat, zal worden besproken. Op grond van deze richtlijn informeren de meeste belastingdiensten van de EU op automatische basis elkaar over grensoverschrijdende rentebetalingen aan natuurlijke personen binnen de EU. Luxemburg en Oostenrijk vormen (omwille van hun bankgeheim) uitzonderingen hierop, maar konden tijdens de ECOFIN-Raad van 14 mei jl. wel akkoord gaan met mandaatverlening aan de Commissie om de aanpassingen ook met derde landen te onderhandelen. Ten behoeve van een gelijk speelveld met derde landen wensen beide lidstaten eerst het resultaat van deze onderhandelingen af te wachten alvorens akkoord te gaan met de aanpassingen op de spaartegoedenrichtlijn. Hiermee is een eerste stap gezet om dit dossier tot een goed einde te brengen. Het kabinet steunt het uitwisselen van informatie over spaartegoeden en roept andere lidstaten op zo snel mogelijk akkoord te gaan met de aanpassingen op de spaartegoedenrichtlijn.

Ook het pakket aan BTW anti-fraudemaatregelen zal een belangrijk onderdeel van de bespreking op de ER vormen. In dit pakket wordt het Snelle Reactiemechanisme (SRM, tijdelijk mechanisme tegen plotse massieve BTW-fraude) gekoppeld aan andere anti-fraude maatregelen, zoals uitbreiding van de lijst met goederen waar lidstaten de verleggingsregeling op mogen toepassen. Via beide regelingen, waar Nederland zich in het bijzonder sterk voor heeft gemaakt, kan aan de BTW-fraude op de genoemde goederen en diensten een halt worden toegeroepen. Dit gebeurt door de BTW-afdracht in deze handelsketens te verleggen naar de afnemende ondernemer. Hierdoor wordt BTW-carrouselfraude aangepakt. Het lid Omtzigt (CDA) had hier tijdens het Algemeen Overleg voor de RAZ op 18 april jl. specifiek naar gevraagd. Nederland steunt dit pakket aan efficiënte maatregelen voor BTW-fraudebestrijding op korte en lange termijn.

Het actieplan tegen belastingontduiking en belastingfraude beoogt een daadkrachtig optreden van de lidstaten en de Commissie op het gebied van de bestrijding van belastingfraude en belastingontduiking door rechtspersonen en natuurlijke personen. Nederland steunt dit uitgangspunt onder de voorwaarde dat hierbij het subsidiariteitsbeginsel en de bevoegdheden van de Raad en de lidstaten op het gebied van belastingen gerespecteerd worden. Verder is het van belang dat aansluiting wordt gezocht bij initiatieven die hiervoor in OESO-, G8- en G20-verband worden genomen.

Overige punten

Omvang Commissie en zetelverdeling Europees Parlement

Omvang Europese Commissie

De Europese Raad zal besluiten over de omvang van de Europese Commissie. Er is geen discussie voorzien. Het besluit vloeit voort uit de ER conclusies van december 2008, waarin naar aanleiding van de Ierse bezwaren bij het verdrag van Lissabon werd afgesproken dat de Europese Commissie zal blijven bestaan uit één Commissaris per lidstaat. Het besluit vormt de juridische formalisering daarvan. Dit besluit is nodig omdat uit het verdrag van Lissabon volgt dat de omvang van de Commissie vanaf 2014 verkleind zou moeten worden naar twee derde van het aantal lidstaten, tenzij de ER zou besluiten dit aantal te wijzigen.

Herziene samenstelling van het Europees Parlement

Ook zal de ER politiek akkoord verlenen aan het concept besluit over een herziene samenstelling van het Europees Parlement. Formele besluitvorming zal plaatsvinden tijdens de juni ER.

Het voorstel introduceert een overgangsregime voor de zetelverdeling per land n.a.v. inwerkingtreding van het verdrag van Lissabon voor de periode 2014–2019, op initiatief van het Europees Parlement. Met het voorstel wordt het huidige zetelaantal teruggebracht tot 750 + 1 (voorzitter). Het aantal zetels voor Nederland (26) blijft gehandhaafd.

Versterking van de EMU

De Europese Raad zal niet zoals eerder was voorzien spreken over de voortgang van de werkzaamheden van ER-voorzitter Van Rompuy en Commissievoorzitter Barroso ter versterking van de Economische en Monetaire Unie (EMU). Besluitvorming is conform het verzoek van de ER van december voorzien tijdens de ER van 27-28 juni. De Nederlandse positie ten aanzien van de thema’s voor de ER van juni is uiteengezet in de kamerbrief van de ministers van Economische Zaken en Financiën van 22 april jl. over ex-ante coördinatie en contracten/financiële steun en de door uw Kamer voor het eind van de maand te ontvangen kamerbrief van de minister van SZW over de sociale dimensie van de EMU.

De ontwikkelingen inzake de bankenunie zullen naar verwachting ook niet besproken worden. Dit onderwerp stond op de agenda van de Eurogroep en de ECOFIN-Raad van 13 en 14 mei. Het verslag van die bijeenkomst zal hierover nadere informatie verschaffen. In het Algemeen Overleg over de Raad Algemene Zaken (RAZ) op 18 april jl. is op verzoek van de leden Servaes (PvdA) en Klaver (GroenLinks) toegezegd in deze geannoteerde agenda nader in te gaan op de Duitse positie t.a.v. de oprichting van een resolutiemechanisme en de eventuele noodzaak van een verdragswijziging.

Allereerst wijs ik erop dat de Commissie nog geen voorstel heeft gedaan voor een Europees resolutiemechanisme. Dit voorstel wordt in juni a.s. verwacht. Op dit moment gaat in de ECOFIN-Raad de aandacht uit naar de onderhandelingen over het richtlijnvoorstel voor herstel en afwikkeling van banken (Recovery and Resolution Directive, RRD). De Duitse minister van Financiën Schäuble heeft in de Financial Times van 13 mei jl. een artikel over de vormgeving van de bankenunie gepubliceerd. Daarin stelt hij voor om een twee-stappen-benadering te volgen waarbij in de eerste fase een resolutiemechanisme vorm krijgt als een netwerk van samenwerkende nationale resolutie-autoriteiten. Voor de langere termijn stelt hij voor een beperkte verdragswijziging door te voeren om een volledig Europese resolutie-autoriteit op te kunnen richten, de functies monetair beleid en toezicht binnen de ECB beter te scheiden, en de voorwaarden te scheppen voor gelijkwaardige deelname van niet-eurolanden aan het Europese bankentoezicht.

De positie van het kabinet ten aanzien van de ontwikkeling van de bankenunie is uiteengezet in de brief van de minister van Financiën van 1 oktober 2012 en opeenvolgende brieven met de geannoteerde agenda's en verslagen van recente ECOFIN-Raden. Het kabinet is van mening dat de mogelijkheden binnen de bestaande verdragen moeten worden benut om de ontwikkeling van de bankenunie zo ver mogelijk door te zetten.

Het kabinet zet zich in om constructief te werken aan het oprichten van een Europees resolutiemechanisme binnen de kaders van het huidige Verdrag. Naar verwachting zal de Europese Commissie in haar komende voorstel voor een resolutiemechanisme ook voorstellen een Europese resolutie-autoriteit op te richten binnen de bestaande verdragen. Het kabinet steunt die inzet. Voor een definitieve juridische analyse moet het formele Commissievoorstel worden afgewacht. Het kabinet stelt daarom voor hierover nader met uw Kamer te overleggen na verschijnen van het in juni verwachte Commissievoorstel.