Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201321501-20 nr. 776

21 501-20 Europese Raad

Nr. 776 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 maart 2013

Op 11 maart jl. werd in het Hongaarse parlement het vierde pakket van amendementen op de Hongaarse grondwet aangenomen.

De wijzigingen beperken de bevoegdheden van het Hongaarse Constitutioneel Hof om grondwetswijzigingen die door het parlement zijn aangenomen inhoudelijk te toetsen. Andere aanpassingen betreffen – onder andere – het uitsluiten van huwelijken tussen mensen van het gelijke geslacht, strafbaarstelling van dakloosheid, een inperking van politieke campagnemogelijkheden in aanloop naar verkiezingen en een verplichting voor studenten die gebruik maken van studiefinanciering om na hun afstuderen tien jaar in te Hongarije te blijven werken.

Een groot deel van de oppositie boycotte de stemming. Van de aanwezige parlementariërs stemde het overgrote deel voor de wijzigingen. De amendementen moeten voor zij in werking treden bekrachtigd worden door de Hongaarse president, János Áder.

De wijzigingen werden aangenomen ondanks expliciete verzoeken van de Raad van Europa (RvE) en de Europese Commissie om de stemming aan te houden, zodat de voorstellen getoetst konden worden aan Europese rechtsstaatbeginselen. De secretaris-generaal van de RvE, Jagland, sprak daarbij zijn zorg uit over de mogelijke effecten van de amendementen op de checks and balances in het Hongaarse constitutionele systeem. Soortgelijke zorgen werden door de voorzitter van de Europese Commissie, Barroso, persoonlijk overgebracht aan de Hongaarse premier.

Ik deel die zorgen, en heb die ook aan Hongarije kenbaar gemaakt. Wetgevingsprocessen moeten zorgvuldig verlopen, met ruimte voor dialoog en een zorgvuldige afweging van alle verschillende belangen. De absolute parlementaire meerderheid geeft de regerende Fidesz-partij een bijzondere verantwoordelijkheid om ook de meningen van oppositie en minderheden mee te wegen in wetgevingsprocessen. Daarbij is Hongarije, net als elk lid van de Europese Unie, gebonden aan Europese rechtsstaatbeginselen, waaronder een scheiding van de machten.

Het is nu aan de Commissie en de Raad van Europa om de mogelijke consequenties van de amendementen voor de Hongaarse rechtsstaat in kaart te brengen. Zowel de Commissie als de RvE hebben in het recente verleden een goede en constructieve rol vervuld toen eerdere Hongaarse wetsvoorstellen tot internationale zorgen leidden.

In een Europese waardengemeenschap moeten we elkaar aanspreken op naleving van die waarden. Dat is de essentie van een brief die ik recentelijk tezamen met mijn Duitse, Finse en Deense ambtgenoten heb gestuurd aan de voorzitter van de Europese Commissie (uw Kamer is een afschrift toegegaan). Ook dat is een dialoog. De Hongaarse regering stelt dat de nieuwe amendementen geenszins in tegenspraak zijn met Europese rechtsstaatbeginselen. Het is dan ook aan hen om, in overleg met de Commissie en de RvE, de huidige zorgen weg te nemen. Mocht blijken dat de Hongaarse amendementen in strijd zijn met de Europese waarden, dan verwacht Nederland dat deze aangepast zullen worden.

De minister van Buitenlandse Zaken, F.C.G.M. Timmermans