21 501-20 Europese Raad

Nr. 658 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 27 juni 2012

Naar aanleiding van het verzoek van het lid Pechtold tijdens de regeling van werkzaamheden van 26 juni, reageer ik als volgt onder verwijzing naar hetgeen ik hierover reeds meerdere malen in Uw Kamer heb gesteld.

De notitie is een verklaring van de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Guido Westerwelle Het spreekt vanzelf dat er uiteenlopende opvattingen waren onder de deelnemers over de besproken onderwerpen. Daarom verlangden meerdere collega's dat minister Westerwelle zich zou beperken tot een verklaring van de voorzitter.

Ik heb er in de besprekingen op aangedrongen dat Europa eerst moet doen wat al is afgesproken. De Unie moet eerst structurele hervormingen doorvoeren, de interne markt vervolmaken en praktische maatregelen nemen om Europa beter te laten werken. De nadruk ligt op verbetering van het concurrentievermogen en daarmee economische groei. Dat lukt alleen op basis van budgettaire soliditeit van de lidstaten. Wil Europa slagvaardig zijn, dan moet de EU allereerst het eigen huis op orde hebben. Deze elementen zijn door de voorzitter meegenomen in zijn verklaring.

Andere deelnemers hebben net als ik eigen punten aan de orde gesteld in de discussie. Daartoe behoorden opvattingen over institutionele hervormingen die ik niet deel. Zoals ik heb gezegd tijdens het Algemeen Overleg 21 juni jl., is niemand gebonden aan de verklaring.

De minister van Buitenlandse Zaken, U. Rosenthal

Naar boven