Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201121501-20 nr. 485

21 501-20 Europese Raad

Nr. 485 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 oktober 2010

Graag bied ik u hierbij aan, mede namens de minister-president, de geannoteerde agenda van de Europese Raad van 28 en 29 oktober te Brussel.

De minister van Buitenlandse Zaken,

U. Rosenthal

De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,

H. P. M. Knapen

Geannoteerde agenda van de Europese Raad van 28 en 29 oktober 2010 te Brussel

Werkgroep Van Rompuy

Zoals bekend heeft de Europese Raad (ER) van 25–26 maart jl. de heer Van Rompuy opgedragen een werkgroep voor te zitten die zich buigt over budgettaire en economische coördinatie en crisisresolutie. Tijdens de laatste bijeenkomst van deze werkgroep op 18 oktober jl. is overeenstemming bereikt over het eindrapport. De Minister van Financiën, die namens Nederland deel heeft genomen aan de werkgroep, zal u hierover in detail informeren. De Europese Raad zal een discussie voeren en naar aanleiding van het eindrapport conclusies aannemen.

Overigens heeft de Europese Commissie op 29 september jl. een pakket wetgevende voorstellen gedaan, dat complementair is aan het werk van de werkgroep-Van Rompuy. Deze voorstellen behelzen versterking van het Stabiliteits- en Groeipact (SGP), aanpak van macro-economische onevenwichtigheden en regels voor nationale budgettaire raamwerken. U bent via BNC-fiches over deze voorstellen geïnformeerd.

Het eindrapport van de werkgroep-Van Rompuy bevat belangrijke voorstellen voor versterking van de economische beleidscoördinatie in de Unie, met specifieke maatregelen voor de eurozone. Zo komt er naast het begrotingstekort meer aandacht voor de ontwikkeling van de staatsschuld. Er komt een sterker automatisme in de besluitvorming over het opleggen van sancties: wanneer de Raad heeft vastgesteld dat een lidstaat onvoldoende doet om de begrotingsregels na te leven, volgen op voorstel van de Commissie sancties die de Raad enkel met gekwalificeerde meerderheid kan tegenhouden. Er komen meer sanctiemogelijkheden, ook in de preventieve fase van het SGP. Ook worden minimumeisen afgesproken waar nationale begrotingsraamwerken aan zullen moeten voldoen. Bovendien komt er een mechanisme om macro-economische onevenwichtigheden aan te pakken. Tot slot is er afgesproken dat er een voorwaardelijkheid komt voor het ontvangen van EU-fondsen door een relatie te leggen met de naleving van de vereisten in het kader van het SGP.

Nederland had op een aantal onderdelen graag een ambitieuzer rapport gezien, bijvoorbeeld wat betreft een nog sterker automatisme in de uitvoering van het SGP. Het huidige akkoord bleek gezien het krachtenveld in de werkgroep het maximaal haalbare.

Duitsland en Frankrijk hebben in een gezamenlijke verklaring ervoor gepleit een proces in gang te zetten om een permanent crisisresolutiemechanisme mogelijk te maken via wijziging van het EU-Werkingsverdrag. Het mandaat van de Van Rompuy-werkgroep stelde in maart jl. dat «alle opties voor het versterken van het wetgevingskader moeten worden verkend». Het kabinet onderschrijft de noodzaak om verder na te denken over een crisisresolutiemechanisme, gezien de ad hoc mechanismen die dit voorjaar in het leven werden geroepen. Mocht een dergelijk mechanisme overwogen worden, dan moet tenminste een aantal heldere voorwaarden worden gesteld: er mogen geen verkeerde prikkels vanuit gaan die slecht beleid belonen en zowel de private sector als het IMF moeten worden betrokken. Naar verwachting zal de Europese Raad een oproep doen tot nadere verkenning van alle opties, conform het mandaat van maart jl.

G20

Voor G20-bijeenkomsten wordt binnen de EU een gezamenlijke positie afgesproken. Dat zal ook nu weer gebeuren, in de aanloop naar de G20-top voor staatshoofden en regeringsleiders van 11–12 november in Seoel. Nederland is nog niet uitgenodigd voor de G20-top in Seoel.

Het kabinet hecht veel waarde aan goede EU-coördinatie voorafgaand aan G20-bijeenkomsten. Het ziet graag een Europese positie waarin aandacht wordt gevraagd voor een vlotte en grondige peer review van macro-economisch beleid via het zogenaamde Framework for Strong, Sustainable and Balanced Growth. Landen moeten elkaar de maat willen en durven nemen wat betreft de houdbaarheid van hun macro-economisch beleid. Het Framework biedt tevens een podium om de wisselkoersverhoudingen te bespreken. Daarnaast is het kabinet van mening dat in de Europese positie tot uiting moet komen dat er nu doorgepakt moet worden op het dossier van de hervorming van internationale financiële regelgeving. Hiertoe dient Bazel III, het vernieuwde raamwerk voor kapitaal- en liquiditeitseisen, duidelijk door de G20 onderschreven te worden. De EU moet hiertoe krachtig oproepen. Het versterken van de legitimiteit en effectiviteit van het IMF is een ander aandachtspunt voor het kabinet. Nederland heeft continue gepleit voor een samenhangend pakket waarover uiteindelijk de IMF-leden overeenstemming moeten bereiken. Tenslotte hecht het kabinet aan aandacht in de Europese positie voor de allerarmsten en het afwijzen van protectionisme. Vrije wereldhandel is essentieel voor duurzame economische groei, waarvan ook de allerarmsten kunnen profiteren.

Klimaatverandering

De ER zal de inzet van de EU vaststellen voor de VN-klimaatconferentie in Cancún eind november. Doel is dat Cancún een betekenisvolle stap zet op weg naar een alomvattend juridisch bindend raamwerk dat voortbouwt op het Kyoto Protocol en waarin de politieke sturing van het Kopenhagen Akkoord wordt geïntegreerd. De EU-inzet is uitgebreid verwoord in de conclusies van de Milieuraad van 14 oktober jl. Naar verwachting zal de ER een aantal kernpunten daaruit benadrukken opdat de Unie kan inspelen op de internationale onderhandelingen: de bereidheid om onder voorwaarden een verlenging van het Kyoto Protocol te accepteren, het belang van transparantie over klimaatfinanciering en het na Cancún nader bekijken van mogelijkheden om verder te gaan dan 20% emissiereductie in 2020. Ten slotte zal de Unie naast de internationale onderhandelingen ook op andere manieren proberen met strategische partners samen te werken op gebieden van gedeelde belangen die hen helpen hun emissies omlaag te brengen.

Nederland steunt de EU-inzet voor Cancún. Er wordt overigens geen uitgebreide discussie over klimaat verwacht tijdens deze ER.

Voorbereiding van toppen met strategische partners

In navolging van de discussie tijdens de ER van 16 september jl. over de strategische partners van de Unie zal deze ER spreken over de aanstaande toppen met de VS (20 november: na de NAVO top in Lissabon), Oekraïne (22 november) en Rusland (7 december). De EU zal tijdens deze topontmoetingen worden vertegenwoordigd door ER-voorzitter Herman van Rompuy, Commissievoorzitter Manuel Barroso en Hoge Vertegenwoordiger Catherine Ashton. De EU-lidstaten zijn daarbij niet aanwezig.

Nederland bepleit dat tijdens de toppen met de VS, Rusland en Oekraïne de gezamenlijke aanpak van een aantal mondiale uitdagingen centraal wordt gesteld. Bijzondere aandacht dient er te zijn voor mondiale veiligheid (bestrijding van piraterij en terrorisme; non-proliferatievraagstukken). Daarnaast moet de EU met deze landen spreken over samenwerking in de aanloop naar de klimaattop in Cancún. Tot slot zou het economische herstel centraal moeten staan. Van belang is dat de EU, de VS, Rusland en Oekraïne protectionistische maatregelen afwijzen.

Daarnaast zal Nederland per land specifieke accenten willen zetten.

VS

Dit kabinet hecht zeer aan de trans-Atlantische band. De top zal moeten onderstrepen dat de EU en de VS veel waarden en gemeenschappelijke belangen delen en dat zij op basis daarvan samen kunnen handelen.

Rusland

Nederland pleit ervoor dat tijdens de top met Rusland ook specifiek aandacht wordt geschonken aan de situatie op het gebied van mensenrechten, waaronder specifiek de situatie van mensenrechtenverdedigers en journalisten. Daarnaast zal tijdens de top ook de stand van zaken ten aanzien van de onderhandelingen voor een nieuw strategisch akkoord met Rusland worden besproken. In dit verband dient de EU ook aan te dringen op spoedige Russische toetreding tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Verder zal worden gesproken over het tijdens de vorige EU-Rusland top overeengekomen Partnership for Modernisation en de samenwerking op energieterrein.

Oekraïne

Nederland is van mening dat de top een verdere impuls moet geven aan de onderhandelingen over een Associatieovereenkomst en over een diep en veelomvattend handelsakkoord van de EU met Oekraïne. De top biedt verder de gelegenheid voor de EU om opnieuw aan te dringen op een effectief economisch hervormingsprogramma, conform IMF-voorwaarden. Het is van belang dat de EU tijdens de top een duidelijk en realistisch perspectief presenteert ten aanzien van de toekomstige relatie met Oekraïne. Een perspectief op toetreding van Oekraïne tot de EU is, als bekend, niet aan de orde. Tijdens de top zal ook worden gesproken over de voorwaarden voor visumvrijheid als mogelijke lange termijn doelstelling. Het kabinet hecht er sterk aan dat een eenmaal ingezet proces naar visumliberalisatie stap voor stap plaatsvindt, waarbij voortgang alleen kan worden geboekt op basis van duidelijk meetbare, objectieve criteria. Dit impliceert dat geen sprake kan zijn van vaste tijdpaden.

Statusverandering Saint-Barthélemy

Op verzoek van Frankrijk is onder agendapunt «diversen» de statuswijziging geagendeerd van het Caribische eiland Sint Bartholomeus («Collectivité de Saint-Barthélemy») van «Ultraperifeer Gebied» (UPG) naar «Landen en Gebieden Overzee» (LGO). De UPG-status houdt in dat het volledige acquis van de Unie, inclusief het gebruik van de euro van toepassing is. De UPG-status behelst daarmee een hechtere samenwerking met het moederland en met de EU dan de LGO-status. De LGO-status biedt handelspreferenties en beperkte financiële ondersteuning zonder dat de ontvangende landen het acquis hoeven in te voeren. De Europese Raad zal conform het Verdrag worden verzocht op basis van het Commissie-advies dat op 18 oktober jl. werd gepresenteerd, formeel in te stemmen met de statuswijziging. Het besluit heeft geen gevolgen voor Nederland of de Nederlandse LGO’s. Nederland zal derhalve instemmen met het voorstel. Over dit onderwerp wordt geen discussie verwacht.