Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201121501-20 nr. 483

21 501-20 Europese Raad

Nr. 483 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 september 2010

Graag bied ik u hierbij, mede namens de minister-president, het verslag aan van de Europese Raad die op 16 september 2010 te Brussel plaatsvond.

De minister van Buitenlandse Zaken,

M. J. M. Verhagen

Verslag van de Europese Raad op 16 september 2010 in Brussel

De Europese Raad stond in het teken van de relatie van de Europese Unie met haar strategische partners. De bijeenkomst werd gehouden als vervolg op het in december 2009 geuite voornemen van de regeringsleiders om één keer per jaar samen met de ministers van Buitenlandse Zaken het externe beleid van de Unie te bespreken. Tevens was er gelegenheid voor voorzitter Van Rompuy om verslag te doen van de voortgang van de werkzaamheden van de naar hem genoemde werkgroep inzake «economic governance».

Zoals te doen gebruikelijk gaf de voorzitter van het Europees Parlement, de heer Jerzy Buzek, zijn visie op de actuele ontwikkelingen (toespraak bijgesloten).1

Relaties met strategische partners

De discussie over de relaties van de EU met haar strategische partners spitste zich toe op de rol van de EU als grote mondiale speler en de wijze waarop zij effectiever gebruik kan maken van haar relaties met strategische partners om externe doelstellingen te behalen. Onder andere voorzitter Van Rompuy onderstreepte de sterke uitgangspositie van de EU: zij is de grootste handelspartner van veel landen en de grootste donor binnen de internationale gemeenschap, beschikt over een gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid en kan bogen op een traditie van multilateralisme en een op waarden gebaseerd buitenlandbeleid. Om hier ten volle gebruik van te maken, dient de EU zich assertiever en strategischer op te stellen. Hoge Vertegenwoordiger (HV) Ashton werkte deze punten uit voor China. Daarbij onderstreepte zij dat de wederzijdse wensen helder zijn en dat een integrale afweging van belangen, waarin politieke en economische aspecten worden meegenomen en waarin de beschikbare instrumenten optimaal worden ingezet, kan leiden tot een evenwichtigere en effectievere samenwerking. Ook Commissievoorzitter Barroso sprak over het zoeken naar mogelijkheden om de kracht van de EU in de relaties met strategische partners te vergroten, onder meer door geïntegreerd extern beleid te voeren, gebaseerd op een weloverwogen afweging van alle belangen.

De Europese Raad benadrukte in zijn conclusies de noodzaak om de strategische belangen en doelstellingen van de EU duidelijk te benoemen en prioriteiten te stellen. Hierbij dient de EU oog te hebben voor het perspectief van strategische partners en te streven naar relaties gebaseerd op gemeenschappelijke belangen, wederzijdse voordelen en het besef van gedeelde verantwoordelijkheid voor mondiale problemen. Daarnaast zal de EU meer geïntegreerd en gecoördineerd beleid moeten voeren, waarvoor soepele samenwerking tussen de instellingen en de lidstaten essentieel is. De Europese Raad benadrukte het belang van de instrumenten die het Verdrag van Lissabon biedt voor stroomlijning van beleid en van een versterkt, eenduidig extern EU-geluid, waaraan onder meer de EDEO kan bijdragen.

De Europese Raad ging in het bijzonder in op de wijze waarop de EU optimaal gebruik kan maken van komende evenementen en bijeenkomsten met derde landen en sprak onder meer over de ASEM-top in oktober, de G20-top in Seoul in november, de EU-VS-top en de EU-Afrika-top in november en de toppen met Rusland en Oekraïne in december respectievelijk november. De leden van de Europese Raad waren het erover eens dat toppen en evenementen van de EU met strategische partners gedegen dienen te worden voorbereid, door heldere doelstellingen te identificeren en strategieën uit te werken om deze te bereiken. De Europese Raad zal in oktober onder andere de G20-top en de top met de VS voorbereiden.

Minister-president Balkenende onderstreepte de grote voortgang die de EU in de afgelopen jaren heeft gemaakt met het ontwikkelen van een extern beleid. Ten aanzien van de samenwerking met China benadrukte hij, naast het economische belang van een goede relatie, de noodzaak China te blijven wijzen op zijn verantwoordelijkheden op het gebied van mensenrechten en samenwerking met derde landen en regio's, zoals Birma en Afrika. China is bereid met de EU over alles te spreken, mits de EU consistent en eensgezind optreedt. Voorts noemde hij het belang van goede Europese voorbereiding van G20-toppen. De Europese Raad van oktober zal zich hierover buigen. Nederland steunt de wens van G20-voorzitter Zuid-Korea om ontwikkelingssamenwerking gericht op economische groei op de agenda te plaatsen.

De Raad verzocht HV Ashton de ideeën over de omgang met strategische partners verder uit te werken en over de voortgang hiervan te rapporteren aan de Europese Raad in december 2010.

Tussenrapportage Van Rompuygroep

De tussenrapportage kwam aan de orde tijdens de lunch. De werkgroep is druk bezig aanbevelingen voor te bereiden om te komen tot een grondiger en onafhankelijker beoordeling van het nationale begrotingsbeleid van de lidstaten onder het Stabiliteits- en Groeipact. Tevens besteedt de werkgroep expliciet aandacht aan de macro-economische onevenwichtigheden in lidstaten. Nederland is van oordeel dat landen met een tekort op lopende rekening hierbij een grotere verantwoordelijkheid hebben dan de overschotlanden.

De Europese Raad verwelkomde de voortgang die de werkgroep Van Rompuy op de voornoemde onderwerpen en op het gebied van het «Europees semester» heeft geboekt. Eind oktober zal de Europese Raad het eindrapport van de werkgroep bespreken. De Commissie zal eind september voorstellen presenteren.

De situatie rond de Roma

President Sarkozy gaf tijdens de lunch een toelichting op de maatregelen die de Franse regering heeft genomen om een aantal kampementen te ontruimen en de bewoners daarvan uit te zetten. Commissievoorzitter Barroso zette op zijn beurt uiteen waarom de Commissie een onderzoek is gestart en aan de Franse autoriteiten opheldering heeft gevraagd over de uitzettingen.

Regeringsleiders keurden de verwijzing door Commissaris Reding in dit verband naar de Tweede Wereldoorlog af maar onderstreepten dat de Commissie alle recht heeft om een onderzoek in te stellen naar vermeende inbreuken op het Gemeenschapsrecht. Minister-president Balkenende heeft beide opgeroepen om de controverse niet via het publieke kanaal met boude uitspraken aan te wakkeren, maar zich te beperken tot de feiten en de op basis daarvan al dan niet te nemen stappen.

De Commissie gaf aan het onderzoek te zullen voortzetten en op basis daarvan te zullen besluiten of zij een procedure zal starten bij het Europese Hof van Justitie. Tevens kondigde voorzitter Van Rompuy aan dat een bijeenkomst zal worden georganiseerd om de situatie van de Roma in de EU nader te bespreken.

Frequentie van de Europese Raden

Ditmaal werd opnieuw de hoge frequentie van de Europese Raden aan de orde gesteld. Teveel Raden leveren onvoldoende resultaten op. Voorzitter Van Rompuy nam hier nota van.

Lunch van ministers van Buitenlandse Zaken

Pakistan: de ministers van Buitenlandse Zaken spraken over de acties die de EU zou kunnen nemen om de ernstige humanitaire noden in Pakistan na de recente overstromingen te lenigen en de wederopbouw van het getroffen gebied te bevorderen. De Europese Raad nam hierover een korte verklaring aan.

De Europese Raad concludeerde dat naast de humanitaire hulp een uitgebreid pakket aan maatregelen nodig is om herstel en wederopbouw mogelijk te maken. Hierbij dient rekening te worden gehouden met het strategische belang van de ontwikkeling van Pakistan voor de beheersing van enkele globale veiligheidsvraagstukken en voor de veiligheid en stabiliteit in de regio. Om een snelle wederopbouw van Pakistan te verzekeren is volgens de Europese Raad bijzondere aandacht nodig voor goed bestuur.

De Europese Raad bevestigde de bereidheid van de EU om de handelsvoorwaarden voor Pakistan te verbeteren door een in de tijd beperkte reductie van importtarieven voor een aantal voor Pakistan belangrijke producten in overeenstemming met de daarvoor geldende WTO-regels en door het voornemen om Pakistan per 2014 in aanmerking te laten komen voor het zogenaamde APS+ stelsel, mits het land aan de daarvoor gestelde voorwaarden voldoet. Deze voorwaarden betreffen onder andere de ratificatie en implementatie van mensenrechtenconventies. De Europese Raad verzocht de Commissie om in oktober een voorstel ter verbetering van de handelsvoorwaarden voor Pakistan te presenteren, een en ander in overleg met de WTO-partners.

Midden Oosten Vredesproces: in een verklaring verwelkomde de Europese Raad de directe vredesbesprekingen tussen Israël en de Palestijnse Autoriteit, die op 2 september jl. in Washington van start gingen en inmiddels in de regio zijn voortgezet. Met het besluit de directe onderhandelingen te hervatten, hebben de partijen een belangrijke stap richting vrede gezet. Juist nu deze stap is gezet, is het van belang dat beide partijen zich onthouden van acties die de voortzetting van de onderhandelingen in gevaar kunnen brengen. De Europese Raad riep op het moratorium op nederzettingenbouw te verlengen en onmiddellijk een halt toe te roepen aan raketbeschietingen en andere terroristische aanvallen.

De Europese Raad onderstreepte zijn steun voor de Amerikaanse bemiddeling in de onderhandelingen en wees op de nauwe betrokkenheid van de HV bij de Kwartet-inspanningen, die erop gericht zijn de besprekingen tot een succesvolle afronding te brengen. Voorts benadrukte de Europese Raad de Europese steun aan de Palestijnse staatsontwikkeling en het belang van de wederopbouw en economische ontwikkeling van Gaza, waarbij de Israëlische veiligheidszorgen niet uit het oog verloren mogen worden.

Voorbereiding Algemene Vergadering van de Verenigde Naties: de ministers van Buitenlandse Zaken blikten op voorstel van Hoge Vertegenwoordiger Ashton vooruit op de 65e zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (AVVN), die op 14 september jl. in New York van start is gegaan. De ministers bespraken, mede in het licht van de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon, de wijze waarop de Unie in de VN kan optreden, teneinde het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid ook daar helderder en krachtiger uit te dragen. De Nederlandse inzet voor de 65e AVVN is uw Kamer op 2 september jl. toegegaan (Kamerstuk 2010Z12141) en werd met uw Kamer besproken tijdens een Algemeen Overleg op 15 september jl.

Het punt «Westelijke Balkan» werd niet meer besproken.

Vrijhandelsverdrag EU-Zuid-Korea

En marge van de Europese Raad vond een ingelaste Raad Buitenlandse Zaken plaats. Tijdens deze bijeenkomst werd overeenstemming bereikt over de goedkeuring van een vrijhandelsverdrag tussen de EU en Zuid-Korea. Nederland is groot voorstander van dit verdrag, dat naar verwachting tot een substantiële groei van het handelsvolume met Zuid-Korea zal leiden.


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.