nr. 471
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 22 maart 2010
Graag bied ik u hierbij, mede namens de minister-president, de geannoteerde
agenda aan van de Europese Raad van 25 en 26 maart te Brussel.
De minister van Buitenlandse Zaken,
M. J. M. Verhagen
Geannoteerde agenda van de Europese Raad van 25 en 26 maart
2010 te Brussel
Er staan twee onderwerpen geagendeerd voor de Europese Raad, te weten
de nieuwe Europese strategie voor groei en banen (de «Europa 2020-strategie»)
en klimaatverandering.
Europa 2020-strategie
De economische en financiële crisis heeft duidelijk zijn sporen achtergelaten.
De EU en haar lidstaten staan de komende jaren voor een forse opgave. De economische
groei lijkt te herstellen, maar de klap van de crisis zal nog lang nadreunen
in de overheidsfinanciën. Het is nu zaak gedegen maatregelen te nemen
voor de exit uit de crisis en terug te keren naar
solide overheidsfinanciën. Tegelijkertijd staat Europa voor een aantal
structurele uitdagingen voor de Europese economie. De Europese Raad zal op
basis van de mededeling van de Commissie over de «Europa 2020-strategie»
spreken over de hoofddoelen van de strategie voor de economie: arbeidsparticipatie,
onderzoek en ontwikkeling, klimaat en energie, onderwijs en armoede.
De Nederlandse inzet ten aanzien van de strategie voor groei en banen
zal langs de lijnen zijn van het kabinetsstandpunt aangaande de Commissiemededeling
over de «Europa 2020-strategie». Het kabinetsstandpunt ging uw
Kamer op 15 maart jl. toe.
Doelen
Nederland onderschrijft het beperkte aantal doelen van de strategie. Bij
de armoededoelstelling heeft Nederland twijfels. Dit doel verhoudt zich slecht
met een «Europa 2020-strategie» die zich moet concentreren op
beleid dat bijdraagt aan economische groei en banen. De sociale dimensie van
de strategie ligt naar de mening van Nederland dan ook met name in het vergroten
van de werkgelegenheid en van de inzetbaarheid van mensen.
Nederland is daarnaast van mening dat het ondernemingsklimaat meer aandacht
verdient. Het bedrijfsleven, en vooral het Midden- en Kleinbedrijf, is een
belangrijke drijver van economische groei en moet een belangrijke rol toebedeeld
worden in de strategie.
Governance
Nederland kan zich vinden in de voorstellen van de Commissie om de governance van de strategie te versterken. Zo gaat de
mededeling in op verscherpte landenspecifieke aanbevelingen met de mogelijkheid
tot een waarschuwing van de Commissie, een sterke rol voor de Europese Raad
en gestroomlijnde nationale rapporten. Deze zaken dragen bij aan de effectiviteit
van de strategie.
De Commissie doet in haar mededeling voorstellen voor versterking van
de Europese coördinatie van het economisch beleid. Deze coördinatie
zal deels vorm krijgen via gelijktijdige behandeling van de nationale hervormingsprogramma’s
onder de «Europa 2020-strategie» met de programma’s onder
het Stabiliteits- en Groeipact. De Europese Raad zal jaarlijks de balans opmaken
van de voortgang op communautair niveau en in de lidstaten, waarbij de structurele
hervormingen en de macro-economische ontwikkelingen in samenhang zullen worden
bekeken. Nederland ziet de voordelen van een dergelijke synchrone behandeling,
maar zal er scherp op blijven letten dat aanbevelingen onder de «Europa
2020-strategie» geen alibi kunnen vormen om onder de duidelijke
criteria en procedures van het Stabiliteits- en Groei Pact uit te komen.
Klimaatverandering/Follow-up Kopenhagen
De Europese Raad zal spreken over de rol van de EU in het internationale
klimaatproces. Deze discussie was aanvankelijk voorzien tijdens de informele
Europese Raad van 11 februari jl. maar kon vanwege tijdgebrek niet doorgaan.
De klimaattop in Kopenhagen heeft de vraag opgeroepen hoe we nu verder moeten
gaan en hoe de EU effectiever kan optreden in de mondiale onderhandelingen.
De voorzitter van de Europese Raad Herman van Rompuy heeft laten weten
de discussie in de Europese Raad te willen focussen op de volgende drie thema’s:
(i) de huidige status van het Kopenhagen Akkoord en de daaruit volgende tactische
inzet; (ii) het beïnvloeden van de dynamiek in het onderhandelingsproces
en; (iii) de lessen die de EU trekt uit Kopenhagen. De discussie zal plaatsvinden
tegen de achtergrond van de op 9 maart gepubliceerde Commissiemededeling
over internationaal klimaatbeleid post-Kopenhagen, waarover uw Kamer binnenkort
per brief in detail wordt geïnformeerd.
Het Kopenhagen Akkoord vormt een belangrijke basis voor de verdere onderhandelingen
onder het Klimaatverdrag. Inmiddels bestaat brede steun voor het akkoord waarmee
meer dan 100 landen zich hebben geassocieerd, waaronder alle grote vervuilers.
Het akkoord erkent de twee gradendoelstelling en geeft politieke sturing op
belangrijke elementen die in de VN-klimaatonderhandelingen uitgewerkt en versterkt
zullen moeten worden. Nederland is van mening dat de EU zich het komende jaar
moet richten op een stapsgewijze benadering, waarbij op deelterreinen voortgang
wordt geboekt. Tijdens de klimaatconferentie in Cancun zou een set concrete,
actiegerichte besluiten op deelterreinen kunnen worden genomen, als belangrijke
stap op weg naar een meer omvattend klimaatregime.
De EU heeft in de aanloop naar Kopenhagen laten zien dat haar kracht vooral
ligt in het bepalen van de agenda, in het constructief bijdragen aan de onderhandelingen
en het opdrijven van het ambitieniveau. Maar om ook in het politieke eindspel
effectiever te kunnen optreden, ziet Nederland graag dat de EU zich in de
onderhandelingen duidelijker als één blok profileert met een
eenduidige boodschap, vooral op politiek niveau en in externe contacten. De
VN is en blijft het belangrijkste kanaal om mondiale afspraken te maken over
internationaal klimaatbeleid. Daarnaast zou de EU zich moeten richten op het
bouwen van allianties en het boeken van tastbare resultaten met andere landen
via informele fora en bilaterale activiteiten. Deze kunnen het onderhandelingsproces
ondersteunen en concrete klimaatacties in gang zetten.
Griekenland
Mogelijk zal, hetzij in de Europese Raad zelf of in de marge van de vergadering,
de situatie in Griekenland aan de orde komen. In de Eurogroep van 15 maart
is gesproken over een mechanisme om de financiële stabiliteit van de
gehele eurozone te waarborgen, indien deze in gevaar dreigt te komen. Uw Kamer
heeft hierover een brief ontvangen van de minister van Financiën op 17 maart.
Diezelfde dag heeft de minister van Financiën overleg gevoerd met uw
Kamer, en op 18 maart samen met de minister-president. In dit laatste
debat is een nieuwe brief door de minister van Financiën aan de Kamer
toegezegd, die u voor het AO zal toegaan.