nr. 404
BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 5 november 2008
Graag bieden wij u hierbij, mede namens de minister-president en de ministers
van Financiën en voor Ontwikkelingssamenwerking, de geannoteerde agenda
aan van de informele bijeenkomst van staatshoofden en regeringsleiders van
de Europese Unie van 7 november 2008.
De minister van Buitenlandse Zaken,
M. J. M. Verhagen
De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,
F. C. G. M. Timmermans
Geannoteerde Agenda van de informele bijeenkomst van staatshoofden
en regeringsleiders van 7 november 2008
De informele bijeenkomst van staatshoofden en regeringsleiders van 7 november
2008 zal in het teken staan van de financiële crisis en met name van
de komende G20-bijeenkomst over de hervorming van de internationale financiële
architectuur in Washington. Het Voorzitterschap heeft aangegeven dat het niet
de bedoeling is dat er een mandaat wordt afgegeven voor de G20-bijeenkomst,
maar dat er een consensus op hoofdlijnen moet komen over de Europese inzet
.
Ter voorbereiding van de informele bijeenkomst van staatshoofden en regeringsleiders
sprak de Ecofin Raad op 4 november over de internationale financiële
architectuur. De minister van Financiën zal u nog over deze bijeenkomst
informeren.
Nederland is bezorgd over de huidige financiële crisis en zet zich
in om het functioneren van, en het vertrouwen in de financiële sector
te herstellen. Stappen, zoals opgenomen in de geannoteerde agenda voor de
Ecofin Raad van 4 november en in discussie met uw Kamer gedeeld, zijn
nodig op drie terreinen. Dat zijn de prikkels in de financiële sector,
het Europese toezicht en de rol van het IMF.
Prikkels beter richten
Het verbeteren van de prikkelwerking in de financiële sector zou
concreet kunnen worden vormgegeven door de governance
van financiële instellingen te versterken, het beloningsbeleid aan te
pakken en te betrekken bij het prudentieel toezicht, het garanderen van onafhankelijke
positie van kredietbeoordelingsbureaus en het aanpassen van het business model
van financiële instellingen. Ook zullen financiële instellingen
die financiële risico’s aangaan de eventuele negatieve financiële
gevolgen daarvan veel meer moeten gaan dragen.
Tijdens de vorige Europese Raad heeft Nederland aangedrongen op snelle
en adequate regelgeving met betrekking tot credit rating
agencies. De Europese Commissie zal op 12 november met voorstellen
hiervoor komen.
Het versterken van het Europese toezicht
Versterking van het Europese toezicht zou moeten plaatsvinden door in
het nationaal toezicht rekening te houden met het mondiaal belang en spillovereffecten.
Daarbij zou de vormgeving van het toezicht moet worden aangepast aan de vervaging
van de grenzen tussen de sectoren, waarbij Nederland een functionele indeling
volgens Nederlands model bepleit (DNB voor prudentieel toezicht en AFM voor
gedragstoezicht). Verder moet de toezichtpraktijk in internationaal verband
kritischer worden bezien en dient het toezicht op crossborder
groups te worden verbeterd met verplichte samenwerking en informatie-uitwisseling
tussen toezichthouders. Op langere termijn moet er een Europees stelsel komen
met een sterke centrale instelling die zich met name richt op de soliditeit
van Europese grensoverschrijdende financiële ondernemingen.
Op het gebied van crisismanagement moeten afspraken worden gemaakt over
een beroeps- of bezwaarprocedure. In het geval van een crisis moet één
partij het voortouw krijgen.
Institutionele versterking van het IMF
Institutionele versterking zou moeten plaatsvinden door versterking van
de rol van het IMF. Uitbreiding van zijn mandaat moet ervoor zorgen dat het
IMF in internationaal verband primair verantwoordelijk wordt voor de mondiale
financiële stabiliteit. Dit betekent dat het IMF de gevolgen van het
werk van andere relevante instellingen (zoals bijvoorbeeld de Bank for International
Settlements) moet beoordelen en aanbevelingen moet kunnen doen waar het hun
werk van financiële stabiliteit aan gaat. Op deze wijze zou het IMF worden
getransformeerd in een World Financial Stability Organisation.
Daarnaast moet het lidmaatschap van het Financial Stability Forum (FSF)
worden uitgebreid met grote opkomende markten (waaronder de zogenaamde BRIC’s:
Brazilië, Rusland, India, China) en moet het FSF formeel onder IMF-paraplu
worden gebracht.
Verder zal het IMF in zijn reguliere werkzaamheden het prudentieel toezicht
van landen moeten toetsen en in een vroeg stadium onevenwichtigheden moeten
signaleren.
De macro-economische rol van het IMF blijft belangrijk en kan verder worden
versterkt. Het IMF moet landen krachtig kunnen aanspreken op onevenwichtigheden
die de stabiliteit in gevaar kunnen brengen, zoals omvangrijke begrotingstekorten,
onhoudbare onevenwichtigheden op de handelsbalans en onderliggende factoren
als monetair beleid en wisselkoersbeleid.
Nederland is voornemens een actieve bijdrage aan de discussie te leveren.
Een Nederlands non paper met deze voorstellen is als bijlage bijgevoegd.1
Indien vaststaat dat op korte termijn een verruiming nodig is van de middelen
van het IMF dan zal Nederland dat in positieve overweging nemen. Het is belangrijk
dat zowel geïndustrialiseerde landen als opkomende economieën met
een grote valutareserve klaar staan om die extra middelen ter beschikking
te stellen.
De belangen van ontwikkelingslanden
Prioriteit dient volgens het kabinet op dit moment gegeven te worden aan
de hervorming van de internationale financiële architectuur, aan de hand
van de eerder genoemde elementen (prikkels in de financiële sector, toezicht
en de omvorming van het IMF).
Een goede afstemming tussen IMF en Wereldbank («Wie leent/schenkt
wanneer wat aan welke ontwikkelingslanden?») is in dit verband noodzakelijk.
Mocht er echter een discussie ontstaan over de hervorming van ook andere
instellingen zoals de Wereldbank, WTO en het VN-systeem, dan moet Nederland
hierin een proactieve rol spelen. Hierbij dient speciale aandacht uit te gaan
naar de wijze waarop ontwikkelingslanden in deze organisaties vertegenwoordigd
zijn.
De crisis mag niet worden aangegrepen om ODA-inspanningen wereldwijd te
verminderen Daarnaast vindt Nederland dat het IMF voldoende financiële
armslag moet houden om landen die geraakt worden door de crisis, waaronder
opkomende economieën en lage-inkomenslanden te ondersteunen.