Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2020-202121501-20 nr. 1609

21 501-20 Europese Raad

Nr. 1609 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 6 oktober 2020

Op 21 juli jl. bereikte de Europese Raad (ER) overeenstemming over het Meerjarig Financieel Kader voor de periode 2021–2027 (MFK), het herstelinstrument in reactie op de COVID-19-crisis (Next Generation EU) en de financiering daarvan via een nieuw Eigenmiddelenbesluit (EMB). In de ER-conclusies is opgenomen dat financiële belangen van de Unie in overeenstemming met de waarden van artikel 2 VEU dienen te worden beschermd, dat de Europese Raad het belang van rechtsstatelijkheid onderschrijft en dat tegen deze achtergrond «a regime of conditionality» zal worden geïntroduceerd om het MFK en het herstelinstrument te beschermen. In geval van een schending van dit stelsel zal de Commissie maatregelen voorstellen om deze aan te pakken. Over deze voorstellen zal de Raad met gekwalificeerde meerderheid besluiten. Afgesproken is dat ook de ER hier spoedig op zal terugkomen (EUCO 10/20).

Het Duitse voorzitterschap heeft op 27 september jl. een compromisvoorstel voor een MFK-rechtsstaatverordening verspreid via Delegates Portal (doc 11045/1/20). Met deze brief kom ik tegemoet aan de toezegging gedaan tijdens het plenaire debat d.d. 23 september jl. over de Europese Top van 1–2 oktober 2020 om uw Kamer zo spoedig mogelijk te informeren over dit voorstel.

Inhoud voorstel

In het compromisvoorstel blijft sprake van een conditionaliteit ten aanzien van rechtsstatelijkheid, omdat de woorden rule of law in het lichaam van de verordening behouden blijven. Verder is in het compromisvoorstel de conditionaliteit ten aanzien van rechtsstatelijkheid, zowel van toepassing op de ontvangsten van EU-middelen uit het MFK, als uit het Herstelinstrument (Next Generation EU). In het compromisvoorstel kunnen schendingen van de principes van de rechtsstaat worden aangepakt wanneer deze de beginselen van goed financieel beheer of de bescherming van de financiële belangen van de Unie aantasten. Een indicatieve lijst met voorbeelden van schendingen komt niet terug in het compromisvoorstel. Besluitvorming over de door de Europese Commissie voorgestelde maatregelen vindt in de Raad plaats met gekwalificeerde meerderheid, conform de ER-conclusies. Daarnaast bevat het compromisvoorstel de mogelijkheid voor lidstaten om in uitzonderlijke gevallen te verzoeken om bespreking van de voorgestelde maatregelen tijdens de volgende Europese Raad. Na bespreking in de Europese Raad, in beginsel binnen drie maanden nadat de Europese Commissie de maatregelen heeft voorgesteld, gaat de Raad over tot besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid.

Appreciatie

Nederland heeft zich sinds de publicatie van het Commissievoorstel in 2018 ingezet voor een sterke en effectieve conditionaliteit t.a.v. rechtsstatelijkheid in het MFK en het Herstelinstrument (Next Generation EU), ook tijdens de Europese Raad van 17–21 juli 2020, waar dit onderwerp uitvoerig is besproken. In aanloop naar de publicatie van het compromisvoorstel door het Duitse EU-voorzitterschap heeft Nederland, samen met gelijkgestemde lidstaten, voortdurend bij het Duitse EU-voorzitterschap, maar ook bij het Europees Parlement, de Europese Commissie en in de Raad aangedrongen op een sterke en effectieve conditionaliteit t.a.v. rechtsstatelijkheid, in lijn met de motie van de leden Sjoersdma en Van der Graaf (Kamerstuk 21 501–20, nr. 1584).

Positief is dat in dit compromisvoorstel daadwerkelijk sprake is van een rule of law conditionaliteit, omdat de ontvangst van EU-middelen, zowel uit het MFK als uit het Herstelinstrument (Next Generation EU), direct wordt gekoppeld aan de naleving van rechtsstatelijkheidsbeginselen. Lidstaten die de rechtsstaat niet respecteren kunnen daarmee aangepakt worden wanneer dit de bescherming van de financiële belangen van de Unie aantast. Een dergelijke koppeling bestaat niet in het huidige MFK.

In het compromisvoorstel is daarnaast verduidelijkt dat de rule of law conditionaliteit ook expliciet van toepassing is op de ontvangsten van EU-middelen uit het Herstelinstrument (Next Generation EU). Ook dat is positief.

De reikwijdte van de verordening blijft voor Nederland een belangrijk punt van aandacht. Hoe breder de reikwijdte, hoe meer mogelijkheden voor de Commissie om maatregelen voor te stellen. Nederland heeft zich daarom steeds ingezet voor een brede reikwijdte, waarbij de koppeling met de naleving van rechtsstatelijkheidsbeginselen minimaal behouden moet blijven. Dat volgens het compromisvoorstel sprake moet zijn van een schending die de bescherming van de financiële belangen van de Unie daadwerkelijk aantast, legt de lat hoger voor de Commissie om maatregelen voor te kunnen stellen. Een schending die deze bescherming potentieel aantast is daarmee immers niet voldoende om maatregelen te treffen. Door het niet opnemen van een indicatieve lijst met voorbeelden van schendingen is het daarnaast minder helder welke type schendingen in ieder geval onder het voorstel vallen. Nederland zal zich op beide punten in blijven zetten voor aanpassing van het voorstel.

In het compromisvoorstel is verder opgenomen dat de Raad over door de Commissie voorgestelde maatregelen met gekwalificeerde meerderheid besluit. Dat is belangrijk voor de effectiviteit van het mechanisme. In aanvulling hierop mogen lidstaten, in uitzonderlijke gevallen, verzoeken om bespreking van de voorgestelde maatregelen in de Europese Raad. Daarna gaat de Raad over tot besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid. Nederland is hier kritisch over en zal erop toezien dat hiermee geen afbreuk wordt gedaan aan besluitvorming in de Raad met gekwalificeerde meerderheid.

Conclusie

Nederland zal zich blijven inzetten voor een zo sterk en effectief mogelijke conditionaliteit t.a.v. rechtsstatelijkheid, in lijn met de moties van de leden Sjoerdsma en Van der Graaf (Kamerstuk 21 501-20, nr. 1584), Van der Graaf c.s. (Kamerstuk 21 501-20, nr. 1515), Jetten en Van Ojik (Kamerstuk 35 403, nr. 4) en Anne Mulder en Omtzigt (Kamerstuk 35 078, nr. 3). Daarbij zal Nederland zich specifiek richten op het behoud van een directe koppeling tussen de ontvangst van EU-middelen en de naleving van rechtsstatelijkheidsbeginselen, een zo breed mogelijke reikwijdte van de verordening en een effectieve besluitvormingsprocedure in de Raad met gekwalificeerde meerderheid. In lijn met de motie van de leden Omtzigt en Van der Graaf (Kamerstuk 21 501-20 nr. 1598) zal Nederland zich ook in blijven zetten voor behoud van de indicatieve lijst met voorbeelden van schendingen in de MFK-rechtsstaatverordening.

Proces

Over het compromisvoorstel voor een MFK-rechtsstaatverordening zal de Raad met gekwalificeerde meerderheid besluiten en heeft het Europees Parlement (EP) medebeslissingsrecht. Ook het EP is voorstander van een sterke en effectieve conditionaliteit ten aanzien van rechtsstatelijkheid.

Het compromisvoorstel van het Duitse EU-voorzitterschap is gepresenteerd en voor de eerste keer besproken op 30 september jl. in Coreper. Bij deze bespreking heeft het Duitse EU-voorzitterschap van een gekwalificeerde meerderheid van de lidstaten mandaat gekregen om op basis van dit compromisvoorstel de triloog met het EP te starten om snel tot een akkoord te kunnen komen. Nederland heeft zich in Coreper uitgesproken tegen vaststelling van de Raadspositie. Naast Nederland waren meerdere lidstaten, deels om andere redenen, geen voorstander van het starten van de besprekingen met het EP op basis van dit compromisvoorstel. Er was evenwel geen sprake van een blokkerende minderheid.

Over het resultaat van de triloog met het EP besluit de Raad met gekwalificeerde meerderheid. Uw Kamer zal over het resultaat van de triloog met het EP worden geïnformeerd, voordat Nederland in de Raad definitief een standpunt over de MFK-rechtsstaatverordening inneemt.

Conferentie over de Toekomst van Europa

Naar aanleiding van het verzoek van uw Kamer gedaan tijdens de procedurevergadering van de Vaste Kamercommissie voor Europese Zaken op 1 oktober jl. reageert het kabinet hierbij tevens op de vraag wie volgens het kabinet voorzitter van de Conferentie moet worden en wat de stand van zaken is omtrent een eventuele benoeming of voordracht voor deze positie. Het kabinet is voorstander van een voorzitter die onafhankelijk is en boven de instellingen staat. In de onderhandelingen over de gezamenlijke verklaring zal het kabinet zich in blijven zetten tot een structuur van de Conferentie te komen die de institutionele balans en positie van de Raad waarborgt. Op dit moment is een voordracht of benoeming voor de positie van voorzitter niet aan de orde.

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok