21 501-19
Gezondheidsraad

nr. 44
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 3 juli 2000

De algemene commissie voor Europese Zaken1 en de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport2 hebben op 22 juni 2000 overleg gevoerd met minister Borst-Eilers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over:

het verslag Gezondheidsraad van 18 november 1999 (21 501-19, nr. 42);

de agenda Gezondheidsraad van donderdag 29 juni 2000 (VWS-00–987);

de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 25 mei 2000 inzake de situatie betreffende dierproeven voor cosmetica in het kader van de Europese regelgeving (26 800 XVI, nr. 101).

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissies

De heer Passtoors (VVD) vroeg of verlaging van het maximale teer-, nicotine- en koolmonoxidegehalte in sigaretten – agendapunt 3 – wel het doel dient van bescherming van minderjarigen, want schadelijk is immers schadelijk, ook al is het maar een klein beetje.

De minister spreekt over intensivering van het ontmoedigingsbeleid, zoals dat is opgenomen in regeerakkoord, maar daarin wordt alleen gesproken over beperking van tabaksreclame en preventie en dat is niet hetzelfde als ontmoedigingsbeleid.

Ten aanzien van punt 6 – follow-up van de conferentie te Lissabon over geneesmiddelen – vroeg hij de minister welke conclusies op dit punt de raad nog meer zullen worden voorgelegd.

Wat betreft het witboek voedselveiligheid verwees hij naar de bijdrage van de VVD-fractie in het AO daarover dat nog deze week heeft plaatsgevonden.

Hij kon zich ten slotte voorstellen dat inzake de dierproeven uitstel noodzakelijk wordt geacht, maar drong toch aan op een spoedige behandeling.

De heer Buijs (CDA) herinnerde aan de uitspraak van de minister op een conferentie van de WHO om de tabaksindustrie uit Nederland te weren. Hoe verhoudt deze uitspraak zich tot de Europese gesprekslijnen? Had hij overigens goed begrepen dat het Europese Hof een advies voorgelegd heeft gekregen om het verbod op tabaksreclame te vernietigen? Zo ja, hoe verhoudt zich dat tot punt 3 van de agenda en tot wat straks in Europees verband wordt besproken?

Begreep hij uit agendapunt 4 dat inzake gezondheidsbedreigingen van onder andere elektromagnetische velden normen worden opgesteld? In dit verband wees hij op de recente discussies over mobiele telefonie. Is zijn indruk juist dat in Europees verband gezondheidsbedreigingen worden gezien die in Nederland niet worden erkend?

Eind verleden jaar zou de Kamer een rapport krijgen over de Kohll- en Deckerarresten, maar dat is tot op heden nog niet verschenen. Gelet op de discussie over de nieuwe tabakswet, die na het zomerreces zal plaatsvinden, vroeg hij de minister in Brussel hard op de trommel te roffelen, opdat de Kamer op dat moment over alle relevante informatie beschikt.

Ten slotte vroeg hij hoe het stond met de rapportage over doping in de sport die blijkens het verslag van de raad van 18 november jl. afgelopen december zou worden uitgebracht.

Ook mevrouw Hermann (GroenLinks) memoreerde de opmerkingen van de minister tijdens de WHO-conferentie waarop in Nederland heel verschillend is gereageerd. Persoonlijk kon zij zich er heel goed in vinden, maar het standpunt van haar fractie daarover wist zij nog niet.

Zij betreurde het uitstel van het verbod op dierproeven voor cosmetische doeleinden en vreesde dat dit nog een heel lange route zal worden, terwijl er in Nederland zo duidelijk over wordt gedacht en dat standpunt is neergelegd in de Wet op dierproeven. Zij stelde de inzet van de minister op dit punt zeer op prijs, maar hoopte toch dat er zo snel mogelijk resultaat zal worden geboekt.

Uit punt 4 van de geannoteerde agenda (communautair actieprogramma inzake volksgezondheid) had zij begrepen dat er pas op zijn vroegst een gemeenschappelijk standpunt kan worden verwacht in de Gezondheidsraad van 11 december a.s. en dat Nederland op dat punt een substantiële inzet levert. Graag kreeg zij daarover wat meer informatie, met name in relatie tot de brief van de minister over alle activiteiten in Europa op dat vlak van 25 februari jl. van dit jaar, waarin o.a. wordt genoemd besluit1400/97 EG actieprogramma gezondheidsmonitoring, een programma dat loopt van 1997 tot 2001.

De heer Oudkerk (PvdA) had met vreugde in de NRC van gisteren gelezen dat Nederland van de 191 landen qua gezondheidszorg op de zeventiende plaats staat, maar met verbazing geconstateerd dat Italië, Frankrijk en Spanje nog boven Nederland staan. Speelt zo'n ranglijst de volgende week ook nog een rol in de beraadslagingen?

In tegenstelling tot de heer Passtoors vond hij verlaging van het teer-, nicotine en koolmonoxidegehalte van sigaretten een goede zaak. Hij vroeg hoe dat zich verhoudt tot de uitspraak van het Europese Hof.

Hij sloot zich aan bij de vraag van de heer Buijs over de studie naar de Kohll- en Deckerarresten al leek hem een studie naar die van Smits en Peerbooms nog veel interessanter.

Wat punt 6 van de geannoteerde agenda betreft (follow-up van de conferentie in Lissabon over geneesmiddelen) vond hij het een goede zaak dat er nu in Londen dat kantoor zit voor de Europese registratie van geneesmiddelen, maar het leek hem ook van belang om eens te kijken naar harmonisatie van het vergoedingensysteem.

Voorts vroeg hij de minister aandacht te vragen voor het personeelstekort in Nederland, terwijl er in Duitsland en België sprake is van een overschot aan OK-personeel.

Hij memoreerde de opmerking van de heer Buijs vorig jaar over de merkwaardige flow van legionella-infecties waarover nog steeds niet in alle Europese landen hetzelfde wordt gedacht.

Hij had er begrip voor dat het verbod op dierproeven voor cosmetische doeleinden nodig is om alle neuzen in één richting te krijgen, maar hij betreurde het dat Europa de Europese wet- en regelgeving in de wielen dreigt te rijden.

Antwoord van de regering

Volgens de minister omvat het tabaksontmoedigings- en voorlichtingsbeleid een aantal elementen, waaronder het waarschuwende: het teer- en nicotinegehalte moet duidelijk op de verpakking worden vermeld, evenals de bedreiging van de gezondheid. Inderdaad wordt in het regeerakkoord gesproken van reclamebeperking en preventie, maar zij vond dat inhoudelijk hetzelfde als ontmoediging; het gaat erom dat wordt voorkomen dat mensen gaan roken. In dat interview bij de WHO had zij niet gezegd de tabaksindustrie uit Nederland te willen te weren – dat is overigens wel het beleid van de WHO, maar dan overal – maar als het ontmoedigingsbeleid of in Nederland of in de hele wereld succesvol is, gaat de vraag naar tabaksproducten natuurlijk wel dalen en zou het verstandig van de tabaksproducenten zijn om eens na te denken over de vraag hoe lang zij nog met de productie door moeten en/of kunnen gaan en of zij niet beter iets anders kunnen gaan maken. Het Tobacco Free Initiative is een initiatief van de WHO dat DG Brundtland altijd naar voren brengt, omdat dit product haars inziens moet verdwijnen vanwege het ongelooflijk grote aantal zieken en doden dat door roken wordt veroorzaakt; in Nederland alleen al per jaar 23 000 doden. De bewindsvrouwe was ervan overtuigd dat als het een nieuw product zou zijn geen enkele regering het niet zou verbieden. Mevrouw Brundtland is overigens pragmatisch genoeg en realiseert zich natuurlijk ook heel goed dat het alleen maar via een geleidelijk proces kan worden bereikt.

Naar de mening van de advocaat-generaal bij het Europese Hof is het EU-besluit om tabaksreclame geheel te verbieden niet deugdelijk omdat de grondslag verkeerd is gekozen. Die grondslag is overigens gekozen omdat er geen unanimiteit kon worden bereikt – met name Duitsland heeft vanaf het begin dwars gelegen – en er een meerderheid moest worden gevonden. Echter, een advies van de advocaat-generaal is nog geen uitspraak en in dit soort kwesties volgt het Hof ook lang niet altijd dat advies. Vooralsnog zag de minister geen reden om terug te komen op het voorgenomen beleid. Zij verwachtte niet dat het zover zou komen, maar mocht er geen Europese richtlijn komen, dan zal zij het tabaksreclameverbod zeker aan het nationale parlement voorleggen. Voor het overige zegde zij toe de Kamer na het zomerreces te informeren over de juridische status van het eerder genoemde advies en de stand van zaken, uiteraard in de memorie van toelichting van de Tabakswet.

De conclusies over de geneesmiddelen had zij zeer recent ontvangen en zal zij aan de Kamer toezenden, inclusief de uitspraken van commissaris Byrne daarover in de vergadering van de volgende week.

De minister herinnerde eraan dat Nederland al sinds 1996 een verbod heeft op het doen van dierproeven. Hoe langzaam Europa op dat punt is, voor Nederland maakt dat dus niets uit. De desbetreffende EU-richtlijn bevatte een verbod van cosmetica die met dierproeven getest zijn. Dat zou ook gelden voor cosmetica uit Amerika, maar dat blijkt in strijd te zijn met WTO-bepalingen die ook Nederland heeft ondertekend. Dus moet weer worden geprobeerd een compromis te bereiken in de vorm van een verbod op het verrichten van dierproeven.

Het voorbeeld van elektromagnetische velden bij niet overdraagbare gezondheidsbedreigingen vond zij zeer ongelukkig gekozen. Dat wekt inderdaad de indruk dat er grote gevaren bestaan dat Europa dat weet, maar Nederland niet. Dat is echter geenszins het geval. Wat in Europa op dat punt bekend is, is zonder meer ook in Nederland bekend, zoals de elektromagnetische straling veroorzaakt door GSM, het in acht nemen van een afstand van minimaal drie meter van zendmasten e.d.

Voorts merkte zij nog op dat het programma gezondheidsmonitoring onderdeel zal worden van het communautair actieprogramma inzake volksgezondheid.

Zij was het ermee eens dat de arresten Smits en Peerbooms wellicht net zo interessant zijn als die van Kohll en Decker. Op haar verzoek had commissaris Byrne beloofd daarover in het voorjaar een nota over te leggen en zij betreurde zeer het dat die er nog niet is. Zij zal dat verzoek zeker herhalen en ook op spoed aandringen. Overigens heeft de departementale interpretatie van de Smits- en Peerboomsarresten geleid tot de conclusie dat het Nederlandse naturastelsel handhaafbaar is. In het kader van de voorbereiding van de stelselherziening wordt er ook een uitvoerige nota opgesteld over de mogelijke betekenis van al dit soort Europese uitspraken voor dat nieuwe stelsel. Ook die nota zal de Kamer tijdig bereiken.

Zij begreep dat de rapportage over doping en sport afgelopen december aan Europese raad in Helsinki is aangeboden, maar dat de staatssecretaris die blijkbaar nog niet aan de Kamer heeft voorgelegd. Zij zegde toe dat alsnog te doen.

Voor de door de heer Oudkerk genoemde ranglijst is een heel belangrijke weegfactor of de gehele bevolking een sociale ziektenkostenverzekering heeft, ook voor huisarts en ziekenhuis. Nederland scoort met 60% niet zo best en had, als er een basisverzekering zou zijn geweest, ongetwijfeld op een veel hogere plaats gestaan.

Zij gaf toe dat het zo langzamerhand voor Europa ook heel interessant wordt om eens te gaan denken aan harmonisatie van het geneesmiddelenbeleid, ook qua verstrekkingen. Zij zal daar op de aanstaande raad zeker de aandacht voor vragen. Voor de vergoedingen is men natuurlijk erg van het eigen stelsel afhankelijk.

Ook zal zij het Nederlandse personeelstekort aan de orde stellen, maar dat kan wellicht beter in de informele sfeer. Zij heeft van een Poolse ambtenaar begrepen dat er in Polen nog steeds sprake is van werkloosheid onder verpleegkundigen en dat Polen er geen moeite mee zou hebben als zij naar Nederland zouden komen.

Ten slotte beloofde zij wat de legionella betreft de ervaringen en meningen van andere landen te zullen inventariseren.

Nadere gedachtewisseling

De heer Passtoors (VVD) vond het een goede zaak dat Nederland zich sterk heeft gemaakt voor ICT waardoor een mooie dot-com-top in Lissabon is bereikt en vroeg of die ook doorwerkt in Nederlandse gezondheidszorgsector.

Mevrouw Hermann (GroenLinks) vroeg of de minister verwachtte dat de opstelling van Duitsland op het punt van het tabaksontmoedigingsbeleid na het aantreden van de nieuwe minister van Volksgezondheid spoedig zal veranderen.

De heer Oudkerk (PvdA) vond zo'n top 191 alleen maar zin hebben als men van elkaar kan leren. Kan die Europees gezien nog wat gaan betekenen?

De minister beloofde in ieder geval de samenvatting van dat rapport aan de Kamer voor te leggen.

In Lissabon is uitgesproken dat men de ICT sterk wil bevorderen. Voor de gezondheidszorg is een platform ingesteld onder leiding van oud-minister Brinkman die binnenkort zal rapporteren. Het gebruik van ICT in de zorgsector loopt inderdaad achter en zou het leven van vele artsen heel wat kunnen verlichten.

Zij wist dat haar Duitse collega, mevrouw Fischer, van harte bereid is om veel aan tabaksontmoedigingsbeleid te doen, maar dat zij van haar collega's geen millimeter ruimte krijgt.

De voorzitter van de algemene commissie voor Europese Zaken,

Patijn

De voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Essers

De griffier van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Teunissen


XNoot
1

Samenstelling: Leden: Weisglas (VVD), Scheltema-de Nie (D66), Van Middelkoop (RPF/GPV), Voûte-Droste (VVD), Verhagen (CDA), Rouvoet (RPF/GPV), Van Oven (PvdA), ondervoorzitter, Marijnissen (SP), Hessing (VVD), Hoekema (D66), De Haan (CDA), Koenders (PvdA), Vendrik (GroenLinks), Weekers (VVD), Timmermans (PvdA), Ross-van Dorp (CDA), Patijn (VVD), voorzitter, Karimi (GroenLinks), Eurlings (CDA), Bussemaker (PvdA), Van den Akker (CDA), Albayrak (PvdA) en Van Baalen (VVD).

Plv. leden: Blaauw (VVD), Dittrich (D66), Van den Berg (SGP), Wilders (VVD), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), De Graaf (D66), Valk (PvdA), Van Bommel (SP), Remak (VVD), Ter Veer (D66), Van der Knaap (CDA), Waalkens (PvdA), Harrewijn (GroenLinks), Geluk (VVD), Zijlstra (PvdA), Mosterd (CDA), Verbugt (VVD), M. B. Vos (GroenLinks), Visser-van Doorn (CDA), Feenstra (PvdA), Balkenende (CDA), Örgü (VVD), Gortzak (PvdA) en Crone (PvdA).

XNoot
2

Samenstelling: Leden: Van der Vlies (SGP), Swildens-Rozendaal (PvdA), ondervoorzitter, Bijleveld-Schouten (CDA), Middel (PvdA), Rouvoet (RPF/GPV), Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), Oudkerk (PvdA), Rijpstra (VVD), Lambrechts (D66), Essers (VVD), voorzitter, Dankers (CDA), Van Vliet (D66), Van Blerck-Woerdman (VVD), Passtoors (VVD), Eisses-Timmerman (CDA), Arib (PvdA), Spoelman (PvdA), Hermann (GroenLinks), Kant (SP), Gortzak (PvdA) Buijs (CDA), E. Meijer (VVD), Van der Hoek (PvdA), Blok (VVD) en Atsma (CDA).

Plv. leden: Van 't Riet (D66), Rehwinkel (PvdA), Eurlings (CDA), Apostolou (PvdA), Schutte (RPF/GPV), Van Gent (GroenLinks), Noorman-den Uyl (PvdA), Weekers (VVD), Ravestein (D66), Örgü (VVD), Van de Camp (CDA), Schimmel (D66), Terpstra (VVD), Udo (VVD), Visser-van Doorn (CDA), Duijkers (PvdA), Smits (PvdA), Harrewijn (GroenLinks), Marijnissen (SP), Belinfante (PvdA), Ross-van Dorp (CDA), O. P. G. Vos (VVD), Hamer (PvdA), Cherribi (VVD) en Th. A. M. Meijer (CDA).

Naar boven