21 501-19
Gezondheidsraad

nr. 42
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 december 1999

Hierbij bied ik u het verslag aan van de zitting van de EU Volksgezondheidsraad van 18 november 1999 te Brussel.

De annotaties bij de voorlopige agenda van de zitting van de EU Volksgezondheidsraad zijn per brief van 8 november 1999 aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (kenmerk DBO/IZ/2015280) toegezonden.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. Borst-Eilers

Verslag van de Raad van de Europese Unie (Volksgezondheid) van 18 november 1999 te Brussel

Voorzitter van de Raad: mw. E. Biaudet, Minister van Gezondheid en Sociale Zaken, Finland

1. Goedkeuring van de voorlopige agenda

De Raad keurde de agenda goed.

2. Goedkeuring van de lijst van A-punten

Er was geen lijst van A-punten

3. Communautaire strategie op het gebied van de volksgezondheid

Europees Commissaris Byrne (voor Gezondheid en Consumentenbescherming) gaf een mondelinge toelichting over het nog door de Commissie in te dienen voorstel voor een nieuw actieprogramma inzake volksgezondheid. Hij deelde mee dit voorstel tijdens het komende Portugese EU Voorzitterschap te zullen indienen bij Raad en Europees Parlement. Het voorstel zal in grote lijnen overeenkomen met het document van de Commissie van 15 april 1998 over de ontwikkeling van communautair beleid op het gebied van de volksgezondheid. Tijdens de voorgaande twee zittingen van de Gezondheidsraad zijn naar aanleiding van dit document conclusies (november '98) en een resolutie (juni 1999) vastgesteld.

Voorts bepleitte Commissaris Byrne de oprichting van een Europees Gezondheidsforum. Daarin zouden allerlei maatschappelijke organisaties zitting kunnen hebben om de EU instellingen, m.n. de Europese Commissie, te adviseren over het te ontwikkelen Europees volksgezondheidsbeleid.

De Raad verwelkomde de plannen van de Commissie en toonde zich ook tevreden over de organisatorische verbeteringen binnen de Commissie waardoor het onderwerp «volksgezondheid» meer gewicht krijgt. In het debat besteedde de Raad verder aandacht aan onderwerpen als verbetering van de zichtbaarheid van Europese acties op het terrein van de volksgezondheid en werd de nadruk gelegd op de duurzame meerwaarde die EU activiteiten moeten hebben voor de Europese bevolking en het beleid van de lidstaten.

De Raad aanvaardde voorts een resolutie betreffende de integratie van gezondheidsbescherming in alle beleidsmaatregelen en activiteiten van de Gemeenschap. In deze resolutie wordt de Europese Commissie verzocht om in het voorstel voor het actieprogramma inzake volksgezondheid ook de strategie voor de integratie van gezondheidsbescherming in alle beleidsmaatregelen van de EG/EU te op te nemen alsmede om de beoordeling van gezondheidseffecten van Europese beleidsmaatregelen verder te ontwikkelen. Ook de lidstaten dienen de gezondheidseffecten meer in aanmerking te nemen bij de nationale coördinatie van Europese beleidsmaatregelen alsook de Commissie te informeren over de ontwikkeling van intersectoraal beleid op nationaal niveau, inclusief het effect van Europese beleidsmaatregelen.

De Commissie maakte t.a.v. de resolutie het gebruikelijke principiële voorbehoud, dat de verzoeken van de Raad een aantasting zijn van het exclusieve initiatiefrecht van de Commissie.

De Commissie deelde overigens ter plekke het vierde verslag betreffende de integratie van gezondheidsbeschermingseisen over het jaar 1997 uit. Een gedetailleerd overzicht van de communautaire activiteiten in verband met de gezondheid in 1997 zal nog door de Commissie in een afzonderlijk werkdocument worden verstrekt.

4. Bevordering van de geestelijke gezondheid

De Raad aanvaardde zonder discussie de resolutie inzake de bevordering van de geestelijke gezondheid. In de resolutie wordt benadrukt, dat psychische problemen en geestesziekten veel voorkomen, de oorzaak van menselijk lijden en invaliditeit zijn, de mortaliteit doen toenemen en negatieve implicaties voor economieën hebben. De resolutie verzoekt de lidstaten om hun beleid ten aanzien van de bevordering van de geestelijke gezondheid te versterken en verzoekt de Commissie uitwisseling van informatie en goede praktijken hierover in het voorstel voor het toekomstige gezondheidsactieprogramma te verwerken en of, in overleg met de lidstaten, er een voorstel voor een Raadsaanbeveling zou moeten worden ingediend.

De resolutie is een formele uitwerking van de Europese Conferentie over de bevordering van geestelijke gezondheid en sociale integratie, die het Finse Voorzitterschap van 11 t/m 13 oktober jl. te Tampere heeft georganiseerd. Ik was hierbij ook aanwezig. De Europese Conferentie benadrukte het belang van de geestelijke gezondheid en de behoefte aan optreden op dit terrein als onderdeel van de volksgezondheidsstrategie van de EG. In eerdere Raadsconclusies was ook al aangegeven, dat de nieuwe volksgezondheidsstrategie zich niet alleen op de fysieke maar ook op de psychische aspecten zal moeten richten.

5. Bescherming van de volksgezondheid tegen de schadelijke effecten van het tabaksgebruik (openbaar debat)

Commissaris Byrne gaf een mondelinge toelichting op het voorstel voor een richtlijn tot wijziging van de richtlijnen (89/622/EEG en 92/41/EEG) betreffende de etikettering en het teergehalte van tabaksproducten (90/239/EEG). Dit voorstel was op 16 november jl. door de leden van de Commissie aanvaard en kon dus tijdens de Raadszitting aan de Ministers van Volksgezondheid worden aangeboden en gepresenteerd. Het voorstel bevat een aanscherping van het maximale teergehalte, een maximum nicotinegehalte en een maximum aan koolmonoxide in sigaretten. Voorts stelt de Commissie o.m. voor om beschrijvingen als «light» e.d. te verbieden en tabaksproducten te etiketteren met gezondheidswaarschuwingen als «roken doodt». Dit laatste zou op minmaal 25% van het pakje moeten komen te staan. Het voorstel zal nu eerst in de EU Raadswerkgroep Gezondheid worden besproken.

Overeenkomstig bestaande procedures zult u ook separaat over het Commissie-voorstel worden geïnformeerd. De Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken biedt u ter informatie regelmatig fiches aan, die worden opgesteld door de Werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen, over nieuwe ontwerp-richtlijnen van de Europese Commissie (zie Tweede Kamer, serie-nr. 22 112).

De Raad nam voorts conclusies aan naar aanleiding van het verslag van de Commissie betreffende de vooruitgang in verband met de bescherming van de volksgezondheid tegen schadelijke effecten van het tabaksgebruik. Deze conclusies zijn een vervolg op de Raadsresolutie van 26 november 1996 (zie Publicatieblad van de EG, Nr. C 374, 11.12.1996). In de conclusies wordt de Commissie o.m. verzocht om activiteiten ter bestrijding van tabaksconsumptie te incorporeren in het toekomstige gezondheidsactieprogramma, een Raadsaanveling voor te stellen met het oog op de bescherming tegen onvrijwillige blootstelling aan tabaksrook op openbare plaatsen en het werk, mogelijkheden na te gaan voor initiatieven die gericht zijn op de bescherming van minderjarigen, w.o. regels inzake verkoopvoorwaarden, verkoop via internet en verkoopautomaten, belastingmaatregelen inzake tabak evenals de effecten daarvan op tabaksgebruik, fraude en smokkel te onderzoeken.

Tijdens het openbaar debat verwelkomden de Ministers in een eerste reactie het richtlijn-voorstel van de Commissie. Voorts vond de Raad het van belang, dat EU-actie de nationale activiteiten om tabaksgebruik terug te dringen moet ondersteunen. Er moet een mix komen van verdere bindende en niet-bindende communautaire en nationale maatregelen, zodat jongeren niet beginnen met roken, meer volwassenen stoppen met roken en niet-rokers worden beschermd.

De Commissie maakte melding van het onlangs onder de vleugels van de WHO gestarte initiatief om te komen tot een wereldwijde Framework Convention on Tobacco Control, waartoe de Raad van de EU op 22 oktober jl. ook een onderhandelingsmandaat aan de Commissie heeft verstrekt. Samen met meer dan honderd andere landen heeft Nederland deelgenomen aan de recente beraadslagingen hierover in Genève, die volgend voorjaar een vervolg kunnen krijgen, waarna het resultaat zal worden voorgelegd aan de World Health Assembly in mei 2000. Ik heb mijn dank aan de collega-ministers uitgesproken vanwege de steun die zij hebben gegeven aan dit door Nederland in de EU Gezondheidsraad van juni '99 geagendeerde onderwerp (zie Tweede Kamer, vergaderjaar 1998–1999, 21 501-19, nr. 38. p. 5).

6. Antibiotica-resistentie

De ambtelijke besprekingen over de ontwerp-Raadsconclusies te Brussel zijn op dit moment nog gaande. De Gezondheidsraad nam kennis van de informatie hierover van het Voorzitterschap. Aangezien de ontwerp-conclusies, die een follow-up zijn van de resolutie die door de vorige EU Gezondheidsraad was aangenomen (zie hierover Publicatieblad van de EG Nr. C 195 van 13.7 1999 en mijn brief aan de Tweede Kamer, vergaderjaar 1998–1999, 21 501-19, nr. 38, pp. 2–3), in eerste instantie vooral betrekking hadden op de agrarische sector (antibiotica in diervoeding en in de diergeneeskunde) worden deze in de Landbouwraad d.d. 14/15 december 1999 behandeld. Gedurende de besprekingen heeft o.m. de Nederlandse delegatie (waarvan ook mijn medewerkers deel uitmaakten) bepleit om ook meer aandacht te besteden aan de problematiek van antibiotica-resistentie in de humane geneeskunde.

7. Gezondheid buiten de grenzen van de EU

a) Gezondheidssituatie in de kandidaat-lidstaten en nauwere samenwerking op het gebied van de volksgezondheid

Nederland heeft het initiatief van het vorige (Duitse) Voorzitterschap ondersteund voor een informele bijeenkomst in de marge van de Gezondheidsraad van 8 juni '99 met de kandidaat-lidstaten. Het Finse Voorzitterschap heeft hieraan een follow-up gegeven door middel van Raadsconclusies, die op 26 oktober jl. formeel zijn aanvaard. In deze conclusies worden de Commissie en de lidstaten verzocht om de bilaterale en multilaterale activiteiten richting de kandidaat-lidstaten op het terrein van de volksgezondheid (o.m. gezondheidsmonitoring, surveillance van overdraagbare ziekten) te coördineren en onderling informatie uit te wisselen. De Conclusies werden ter informatie door het Voorzitterschap voorgelegd aan de Gezondheidsraad.

b) Gezondheidsvraagstukken in verband met de noordelijke dimensie van het beleid van de EU en de gemeenschappelijke strategie ten aanzien van Rusland

Tijdens de Europese Raad van Keulen van 4 juni '99 is aan dit onderwerp in brede zin aandacht besteed. De Raad nam nota van de beknopte informatie van het Finse Voorzitterschap over (mogelijke) samenwerking op het gebied van de volksgezondheid met Rusland en andere aan de Oostzee gelegen landen.

c) Europees-Mediterrane conferentie van Gezondheidsministers (Montpellier, 2–3 december 1999)

De Euro-mediterrane conferentie van Gezondheidsministers te Montpellier zal zich hoofdzakelijk richten op de aanpak van overdraagbare ziekten. Deze conferentie is een onderdeel van het z.g. Barcelona Proces waarbij er sprake is van een partnerschap tussen de EU en de landen rondom de Middellandse Zee. Volksgezondheid is een onderdeel dat in dit partnerschap aan de orde komt. Ter voorbereiding van deze conferentie is er tussen de lidstaten en de Commissie afstemming geweest over de inhoud van de verklaring, die aan het slot van de Montpellier Conferentie zal worden afgelegd. In de verklaring zal nadruk liggen op epidemiologische surveillance en preventie van infectieziekten, bevordering van hygiënische omstandigheden (zoals water en voedsel), gezondheidsvoorlichting, training en opleiding van gezondheidswerkers, onderzoek en het gebruik van nieuwe informatie- en communicatietechnologieën. De Nederlandse delegatie heeft opgemerkt, dat ook eerstelijns gezondheidszorg en de gezondheid van kinderen van belang zijn in het Barcelona-proces.

8. Samenwerking met de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO)

De Commissie verstrekte mondeling informatie over de samenwerking met de Wereldgezondheidsorganisatie. Gezien het toenemend aantal problemen in verband met de volksgezondheid die een internationale dimensie hebben, zijn de Europese Commissie en de WHO in 1998 begonnen om de mogelijkheden voor nauwere samenwerking nader te bezien. Dat zou intensivering van regelmatig overleg, uitwisseling van nuttige informatie en technische steun van de WHO op verzoek van de Commissie kunnen inhouden. Het Voorzitterschap verwelkomde dit namens de leden van de Raad.

9. Voedselveiligheid

Commissaris Byrne verstrekte informatie over het Witboek inzake voedselveiligheid, dat hij vooral naar aanleiding van verschillende voedselincidenten momenteel aan het opstellen is en in december van dit jaar zal indienen. In dit Witboek zal een strategie worden uiteengezet die alle fases van het voedselproductieproces («from farm to table») zal bevatten en verder ook zal gaan over de controles, de verantwoordelijkheden van producenten, het snelle waarschuwingssysteem voor onveilige producten en procedures in het geval van noodsituaties. Dit Witboek zal ook aandacht besteden aan plannen voor de eventuele oprichting van een Europees Voedselveiligheidsbureau. De Raad nam kennis van de informatie van de Europese Commissie.

10. Voorstellen voor EG-richtlijnen inzake goede klinische proeven voor geneesmiddelen alsmede inzake medische hulpmiddelen

De Raad nam nota van de stand besprekingen inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de onderlinge aanpassingen van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de invoering van goede klinische praktijken bij de uitvoering van klinische proeven met geneesmiddelen voor gebruik bij de mens alsmede inzake het richtlijn-voorstel inzake medische hulpmiddelen met bestanddelen van bloedderivaten (wijziging van Richtlijn 93/42/EG). Beide voorstellen zijn gebaseerd op artikel 95 (inzake interne markt) van het EG-verdrag.

11.1) Diversen: de consequenties van de arresten van het Europese Hof van Justitie in de zaken Kohll en Decker (Nederlands verzoek)

Naar aanleiding van de arresten Kohll en Decker heb ik twee aspecten in de Raad naar voren gebracht:

a. de mogelijkheid die verzekerden hebben om hun nationale rechten in andere lidstaten te verzilveren, en

b. de tendens die uit de arresten van het Hof lijkt te kunnen worden afgeleid om de rechten die verzekerden in het buitenland hebben niet te beperken tot de eigen nationale aanspraken, maar daar ook de aanspraken aan toe te voegen die in het betreffende buitenland als wettelijke aanspraak zijn erkend.

Beide aspecten kunnen grote gevolgen hebben voor de nationale beheersing van de uitgaven van de gezondheidszorg. Ik heb daarom gevraagd of en wanneer de Commissie met een rapport over de consequenties van de Kohll en Decker arresten komt. Commissaris Byrne deelde mee dat de Commissie zich bewust is van deze problematiek en dat Commissaris Diamontopoulou (voor Sociale Zaken) inmiddels opdracht heeft gegeven om de consequenties hiervan voor de coördinatie van volksgezondheidsaspecten van de sociale zekerheidsstelsels te bestuderen. Dit rapport zal in de eerste helft van 2000 gereed komen en pas daarna zal de Commissie eventuele actie overwegen. De bespreking van dit onderwerp werd – informeel – tijdens de lunch van de ministers voortgezet en daarbij uitten ook de meeste andere ministers hun zorgen over de gevolgen van de Hof-uitspraken.

11.2) Diversen: doping in de sport (Deens verzoek)

Denemarken deed een beroep op de EU-landen om meer aandacht te besteden aan het misbruik van geneesmiddelen voor dopingdoeleinden. De Commissie merkte op een pakket maatregelen ter bestrijding van doping in de sport, mede met het oog op de Europese Raad, in december '99 te zullen aanbieden.

Naar boven