Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1998-1999 | 21501-19 nr. 38 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1998-1999 | 21501-19 nr. 38 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 juni 1999
Hierbij bied ik u het verslag aan van de zitting van de EU Volksgezond- heidsraad van 8 juni 1999 te Luxemburg.
De annotaties bij de voorlopige agenda van de zitting van de EU Volksgezondheidsraad zijn u per brief van 1 juni 1999 (21 501-19, nr. 36) toegezonden.
Verslag van de Raad van de Europese Unie (Volksgezondheid) van 8 juni 1999 te Luxemburg
Voorzitter van de Raad: mw. A. Fischer, Bondsminister van Gezondheid, Duitsland
1. Goedkeuring van de voorlopige agenda
De Raad keurde de agenda goed.
Daarbij zij opgemerkt, dat de Belgische delegatie tevoren al had aangegeven het punt onder «diversen» betreffende niet-conventionele geneeswijzen in te trekken.
De Belgische dioxine-affaire werd onder «diversen» toegevoegd.
2. Goedkeuring van de lijst van A-punten
Er was geen lijst van A-punten.
3. Toekomstige communautaire actie op het gebied van de volksgezondheid
De Raad nam de resolutie inzake de toekomstige communautaire actie op het gebied van de volksgezondheid met unanimiteit aan. Met de resolutie verzoekt de Raad aan de Commissie om tijdig voor de volgende zitting van de Gezondheidsraad een nieuw voorstel voor een actieprogramma op het gebied van de volksgezondheid in te dienen. Voorts stelt de resolutie dat de Raad het passend acht, dat de interne organisatie, samenwerking en werkmethoden op communautair niveau opnieuw worden bezien teneinde te komen tot een betere coördinatie van de aangelegenheden die verband houden met de volksgezondheid.
Nederland stemde ook in met de resolutie en benadrukte voorts, dat het nieuwe volksgezondheidsprogramma zich niet alleen moet beperken tot artikel 152 EG-Verdrag in strikte zin, maar dat ook intersectoraal beleid essentieel is. Nederland merkte op, dat de arresten Kohll & Decker hebben aangetoond welke invloed de werking van de interne markt heeft op de gezondheidszorg. Ook Duitsland vond dit een prioritair onderwerp.
De Commissie maakte het gebruikelijke voorbehoud ten aanzien van het in de resolutie geuite verzoek aan de Commissie vanwege de aantasting van het exclusieve initiatiefrecht.
De Raad debatteerde ook over de onderwerpen/gebieden die in het kader van het nieuwe actieprogramma voorrang zouden moeten krijgen op grond van hun verwachte meerwaarde op communautair vlak. Bovendien verlangden enkele lidstaten meer financiële middelen voor een nieuw kaderprogramma.
Italië bepleitte overigens dat er tweemaal per Voorzitterschap een EU Gezondheidsraad zou moeten plaatsvinden: één zitting over de aangelegenheden voortvloeiend uit artikel 152 EG-verdrag en één zitting ten behoeve van een advies van de Gezondheidsraad aan andere Raden over de impact van andere EG/EU-beleidsterreinen op de volksgezondheid.
4. Antibioticaresistentie – Een strategie tegen de microbiële bedreiging
De Raad nam de resolutie betreffende resistentie tegen antibiotica (een strategie tegen de microbiële bedreiging) met unanimiteit aan. In de resolutie worden de lidstaten verzocht om een multidisciplinair, horizontaal beleid uit te werken om de verspreiding van resistentie tegen antibiotica beter te kunnen bestrijden. Bovendien worden de lidstaten verzocht om het beginsel te handhaven dat antibiotica voor mens of dier alleen op voorschrift mogen worden verstrekt. Tevens wordt aanbevolen, dat de lidstaten d.m.v. voorlichting, bijscholing van de beroepsgroep, richtsnoeren e.d. moeten bevorderen, dat antibiotica zo verantwoord mogelijk worden voorgeschreven en gebruikt.
In de resolutie wordt ook de Commissie verzocht het nodige te doen zoals: bevorderen van onderzoek naar antibiotica-resistentie bij de uitvoering van het vijfde EG-kaderprogramma inzake onderzoek, samenwerken met andere internationale organisaties, en monitoring van resistentie tegen antibiotica in de geneeskunde via het communautaire netwerk voor epidemiologische surveillance en beheersing van overdraagbare ziekten.
Het Duitse Voorzitterschap dankte Denemarken voor het opbrengen van dit belangrijke onderwerp tijdens de EU Gezondheidsraad van 12 november 1998.
De Commissie benadrukte dat vooral de in september 1998 aangenomen beschikking van Raad en EP inzake de oprichting van een EG-netwerk betreffende de epidemiologische surveillance en beheersing van overdraagbare ziekten de werkingssfeer en het mandaat bepaalt waarbinnen de EU-delegatie in de Task Force met de VS moet samenwerken. Voorts gaf de Commissie ook aan, dat de WHO een belangrijke rol heeft bij de ontwikkeling van een wereldwijd systeem voor vroegtijdige waarschuwing en beheersing van overdraagbare ziekten. Een belangrijke taak voor de Task Force is het identificeren van tekortkomingen in de internationale samenwerking op het terrein van overdraagbare ziekten.
Tevens informeerde de Commissie de Raad over de EU-activiteiten (m.n. van het Bureau voor humanitaire hulp: ECHO) voor de circa 780 000 Kosovaarse vluchtelingen. Voor een belangrijk deel betreft de EU-hulp voorzieningen op het terrein van de volksgezondheid. De Commissie drong aan op verdere humanitaire en medische hulp op korte termijn. Op langere termijn zijn vooral infrastructurele voorzieningen nodig. De Commissie merkte tenslotte op, dat er in de vluchtelingenkampen niet sprake was van epidemieën van overdraagbare ziekten. Griekenland achtte het risico groot op epidemieën buiten de opvangkampen, omdat daar geen medische controle is en de mensen moeilijk bereikbaar zijn. Griekenland bepleitte een observatorium (bijvoorbeeld in Saloniki) voor het monitoren van de gezondheidstoestand van de Kosovaren.
6. Verslag over de gezondheidstoestand in de Europese Gemeenschap (migranten)
De Commissie gaf een kort mondeling verslag. Zij gaf aan dat het moeilijk is om de juiste vergelijkbare en relevante gegevens te vinden over migranten. De Commissie zal daarom vooral tendensen aangeven in haar nog in te dienen schriftelijke verslag.
7. Gezondheidsvraagstukken m.b.t. de toekomstige uitbreiding van de EU
Vanwege tijdgebrek werd dit agendapunt niet voorbesproken in de formele zitting van de EU Volksgezondheidsraad.
Tijdens de informele bijeenkomst gaven de Ministers van Volksgezondheid van elf kandidaat-lidstaten een presentatie over de grootste gezondheidsproblemen en de hervorming van het gezondheidstelsel in hun land alsook over de mogelijke bijdrage die EU-programma's kunnen leveren aan de oplossingen van geconstateerde problemen.
De Duitse Voorzitter vatte de informele bijeenkomst als volgt samen. Alle delegaties waren het erover eens dat:
– volksgezondheidsbeleid van groot belang is voor het welzijn en de gezondheid van burgers alsmede voor de sociale stabiliteit in Europa;
– de informele bijeenkomst een nuttige basis vormt voor de voortzetting van de dialoog;
– de hervorming van de gezondheidsstelsels zowel een uitdaging vormt voor de kandidaat-lidstaten als voor de lidstaten van de EU;
– het PHARE-programma het belangrijkste instrument is voor samenwerking in het kader van de pre-accessie strategie op het terrein van de volksgezondheid;
– het werkdocument van de Commissie over gezondheid en uitbreiding een goede basis is voor verdere werkzaamheden ter zake.
8. Voorstel voor een aanbeveling van de Raad betreffende de beperking van blootstelling van de bevolking aan electromag- netische velden 0 Hz–300 GHz
De Raad nam met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de aanbeveling aan betreffende de beperking van de blootstelling van de bevolking aan electromagnetische velden 0 Hz–300 GHz. In de Raadsaanbeveling wordt aan de lidstaten aanbevolen om een hoog niveau van bescherming van de gezondheid tegen blootstelling aan elektronische velden op grond van basisrestricties en referentieniveaus, die zijn opgenomen in de bijlage bij de aanbeveling, te hanteren. Voorts bevat de aanbeveling een aansporing aan zowel de lidstaten als aan de Commissie om verder onderzoek naar dit onderwerp te verrichten.
De Commissie toonde zich ook tevreden over de Raadsaanbeveling. Nederland stemde ook voor de aanbeveling.
De Voorzitter merkte op, dat dit de eerste keer was dat na de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam de Raad een maatregel aannam op basis van artikel 152 inzake volksgezondheid van het EG-Verdrag.
Het Verenigd Koninkrijk bleek nog niet in staat om het parlementaire voorbehoud in te trekken. Het Verenigd Koninkrijk verwachtte dat dit z.s.m. kon worden gedaan.
Italië stemde als enige lidstaat tegen de aanbeveling. Italië was van mening, dat de aanbeveling te veel gebaseerd is op wetenschappelijk onderzoek voor korte termijn-gezondheidseffecten en onvoldoende rekening houdt met het voorzorgbeginsel en lange termijn gezondheidseffecten.
9. De integratie van de eisen voor de bescherming van de volksgezondheid in de communautaire beleidsmaatregelen
De Raad nam de Conclusies betreffende de integratie van de eisen voor de bescherming van de volksgezondheid in de communautaire beleidsmaatregelen zonder discussie aan.
De Commissie maakte het gebruikelijke principiële voorbehoud, dat het in de Raadsconclusies geuite verzoek aan de Commissie strijdig is met het exclusieve initiatiefrecht van de Commissie.
10. Overdraagbare Spongiforme Encephalopathieën
De Commissie verzocht om beantwoording van een uitgezette vragenlijst over de nieuwe variant van de Creutzfeldt-Jakob Ziekte, zodat daar een volgende keer verslag van kan worden uitgebracht.
Het Verenigd Koninkrijk informeerde de Raad over de incidentie van de nieuwe variant van de Creutzfeldt-Jakob Ziekte in het Verenigd Koninkrijk. Uit de verstrekte informatie bleek dat de nieuwe variant van de Creutzfeldt-Jakob Ziekte ook in het Verenigd Koninkrijk nog steeds tot de zeldzame ziekten behoort.
– «WHO Framework Convention on Tobacco Control»
Nederland verzocht om aandacht en steun van de overige leden van de Raad voor het «Tobacco Free Initiative» en de «Framework Convention on Tobacco Control». Het Verenigd Konkinkrijk en Finland reageerden zeer positief op dit Nederlandse verzoek. De Commissie wees op de EG-competentie ter zake van de «Framework Convention». Finland zegde toe tijdens het komende Finse EU Voorzitterschap aandacht aan dit onderwerp te zullen besteden
De Belgische Minister van Volksgezondheid informeerde de Raad en de Commissie over de in België ontstane situatie m.b.t. dioxine-affaire alsmede over de getroffen Belgische en Europese maatregelen. België gaf toe, dat het de Commissie en de andere lidstaten te laat had geïnformeerd. Frankrijk vond dat deze affaire aantoonde, dat de oprichting van een Europees Voedselveiligheidsbureau van belang is. Met een dergelijk bureau zou het nl. beter mogelijk moeten zijn om de gehele keten van voedingsmiddelenproductie te bewaken. Nederland informeerde de Raad en de Commissie conform de brieven die door de Minister van VWS en de Staatssecretaris van LNV naar de Tweede Kamer resp. de Europese Commissie waren gestuurd.
De Voorzitter concludeerde dat de late informatie zijdens België over de dioxine-affaire het vertrouwen van de consument in de veiligheid van voedingsmiddelen heeft geschaad.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-21501-19-38.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.