Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1998-1999 | 21501-19 nr. 37 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1998-1999 | 21501-19 nr. 37 |
Vastgesteld 14 juni 1999
De algemene commissie voor Europese Zaken1 en de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport2hebben op 3 juni 1999 overleg gevoerd met minister Borst-Eilers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over:
– het verslag van de Gezondheidsraad van 12 november 1998 (21 501-19, nr. 35, bijlage);
– de geannoteerde agenda van de Gezondheidsraad van 8 juni 1999 (21 501-19, nrs. 35 en 36).
Van het overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit.
Geannoteerde agenda van de Gezondheidsraad van 8 juni 1999
Deze agenda wordt puntsgewijs besproken.
1. Goedkeuring van de voorlopige agenda
Geen opmerkingen.
2. Goedkeuring van de lijst van A-punten
Geen opmerkingen.
3. Raadsresolutie inzake toekomstige actie van de Gemeenschap op het gebied van de volksgezondheid
Mevrouw Van Vliet (D66) merkte op dat het belang van de activiteiten van de Europese Unie op het gebied van gezondheidszorg toeneemt, terwijl de belangstelling hiervoor afneemt. Zij vroeg hoe de doelstelling van meer zichtbaarheid en meer transparantie van gezondheid-gerelateerde activiteiten wordt verwezenlijkt.
De minister deelde mee dat de Commissie een programma moet kiezen waardoor de zichtbaarheid en transparantie van de Europese Unie worden vergroot, maar dat niet te veel kost. Hierover vindt een gedachtewisseling plaats in de Raad. De bedoeling is dat de burgers er iets van merken, bijvoorbeeld doordat er veel ruchtbaarheid aan wordt gegeven.
Mevrouw Van Vliet (D66) constateerde dat bij de taskforce van EU en VS inzake overdraagbare ziekten wordt benadrukt dat de activiteiten van deze taskforce niet verder mogen gaan dan datgene wat al op EG-niveau is geregeld. De fractie van D66 vindt dat de grenzen van de EU geen rol mogen spelen, behalve als een soort minimum. Als het de bestrijding van overdraagbare ziekten ten goede komt, zou men er ook bovenuit mogen stijgen.
De heer Buijs (CDA) vroeg of bij overdraagbare ziekten specifiek wordt gedacht aan SOA, aids en dergelijke.
De minister antwoordde dat het hierbij gaat om alle besmettelijke ziekten waarbij wereldwijd moet worden gereageerd, als zij voorkomen, zoals tuberculose. De Verenigde Staten hebben centers of disease control en andere activiteiten om infectieziekten meteen op te sporen en te proberen deze te bestrijden. Er is aan de ene kant besloten tot samenwerking, omdat virussen en bacteriën ook niet stilstaan bij de grens, maar lidstaten van de Europese Unie zijn er aan de andere kant huiverig voor dat er maatregelen worden genomen op het gebied van quarantaine, vervoer of het sluiten van de grenzen waar de taskforce geen zeggenschap over heeft. Het EG-recht is ook een beperkende factor voor deze taskforce. Er lijkt dus sprake te zijn van een zekere strijdigheid van het kiezen voor de gezondheid en het overeind houden van de eigen competentie.
Mevrouw Hermann (GroenLinks) merkte op dat besmettelijke ziekten het meest voorkomen in Afrika en zij informeerde of de activiteiten van de taskforce worden afgestemd met de World Health Organisation (WHO).
De minister constateerde dat in bijna elke vergadering van de Gezondheidsraad wordt aangedrongen op goede samenwerking met de WHO en dat deze steeds beter wordt. De WHO heeft op een aantal terreinen een leidende rol, bijvoorbeeld bij tabak, omdat zij wereldwijd opereert. In Afrika is sprake van grootschalige bedreiging van de gezondheid door aids en malaria. Mevrouw Brundtland van de WHO heeft de prioriteit gelegd bij het «roll back malariaprogramma» en bij een programma voor de bestrijding van tuberculose. De ministers van de EU-landen sluiten zich zonder meer bij deze programma's aan.
5. Gezondheidstoestand in de Gemeenschap (migranten)
Mevrouw Van Vliet (D66) wilde dat hierbij specifiek aandacht wordt besteed aan zuigelingenzorg.
De minister deelde mee dat er nog niets gebeurt op dit terrein en dat de Commissie de Raad zal informeren dat het verslag er nog niet is. Vorig jaar heeft de Commissie een verslag gemaakt over de gezondheidstoestand van vrouwen en nu zou zij een verslag maken over migranten, maar door de Kosovocrisis is het migrantenvraagstuk erg in beweging. De Commissie wil wachten tot deze enigszins gesetteld is en deze dan bij de beschouwing betrekken. Zuigelingenzorg is erg belangrijk voor mensen die pas in een land zijn aangekomen, maar zij weten vaak minder goed de weg te vinden naar consultatiebureaus en zorg voor moeder en kind. De gemeenten dienen hier aandacht aan te besteden. De minister zegde toe dat zij dit punt zou noemen.
Mevrouw Hermann (GroenLinks) vroeg wat er wordt bedoeld met de zinsnede «Nederland kan de informatie van de Commissie aanhoren».
De minister antwoordde dat hiermee is aangegeven welk mandaat de minister formeel als vertegenwoordiger van de Nederlandse regering krijgt. Zij merkte op dat er de laatste jaren meer ruimte is voor een inhoudelijke gedachtewisseling, omdat er steeds meer artsen onder de ministers zijn, die wat losser en minder diplomatiek te werk gaan.
6. Raadsresolutie inzake antibioticaresistentie (Een strategie tegen de microbiële bedreiging)
De heer Passtoors (VVD) veronderstelde dat hierbij een relatie kan worden gelegd met de oorlog die dreigt te ontstaan over hormoonvlees uit de Verenigde Staten.
De minister deelde mee dat de hormonen niet onder dit agendapunt vallen, hoewel er wel een verband is. De Europese Unie gaat door met het verbieden van antibiotica als groeibevorderaar, omdat zij geen micro-organismen in het milieu wil brengen die resistent zijn tegen antibiotica die ook in de menselijke gezondheidszorg gebruikt worden. Als er problemen ontstaan bij de im- en export, kan deze kwestie gaan lijken op die van het hormoonvlees.
De heer Buijs (CDA) informeerde op basis waarvan wordt gesteld dat Nederland de resolutie van harte kan ondersteunen, omdat hij deze niet had gezien. Hij vroeg ook of het Nederlandse terughoudende beleid inzake antibiotica op Europees niveau ingang vindt.
De minister merkte op dat zij de resolutie ook nog maar net had ontvangen. Het dictum luidt dat een beroep wordt gedaan op de lidstaten om multidisciplinair en multisectorieel beleid tot stand te brengen om de beheersing van het verspreiden van antibioticaresistentie te faciliëren en om samen te werken om effectieve en vergelijkbare monitoring tot stand te brengen. Het gebruik van antibiotica in veevoer moet in de hele Unie op dezelfde manier geregistreerd worden. Verder wordt gesteld dat het principe overeind moet worden gehouden dat er alleen op recept antibiotica mag worden gebruikt in menselijke en veterinaire geneeskunde, dus niet via de vrije markt. In het dictum staat voorts: het bevorderen van optimaal voorschrijven en optimaal gebruik van antibiotica door voorlichting en bijscholing van de beroepsgroep, het opstellen van richtlijnen en dergelijke.
7. Gezondheidsvraagstukken in verband met de toekomstige EU-uitbreiding
De minister lichtte toe dat de EU-ministers van volksgezondheid om de tafel gaan zitten met de elf ministers voor gezondheid van de kandidaat-lidstaten. In het verslag zal nader worden ingegaan op hun problemen en de hulp die zij daar eventueel bij nodig hebben.
8. Voorstel voor een aanbeveling van de Raad betreffende de beperking van blootstelling van de bevolking aan elektromag- netische velden 0 Hz-300 Ghz
Mevrouw Hermann (GroenLinks) merkte op dat de aanbeveling over elektromagnetische velden in lijn is met die van de Nederlandse Gezondheidsraad, maar dat sommige Europese landen wat strikter zijn op dit gebied. Dat verdient navolging. Zij vroeg om nader onderzoek naar mobiele telefoons en huishoudelijke apparaten die dagelijks worden gebruikt.
Mevrouw Van Vliet (D66) constateerde dat er heel uiteenlopende berichten zijn over de gevaren hiervan. Zij vroeg om een koers te bepalen tussen paniekverhalen en een laconieke reactie.
De heer Buijs (CDA) vroeg of het advies van de Gezondheidsraad aansluit bij de huidige ontwikkelingen.
De heer Passtoors (VVD) vroeg om fundamenteel onderzoek op Europees niveau naar dit onderwerp.
De minister merkte op dat zo'n onderzoek inderdaad nodig is, omdat de artikelen over mobiele telefoons in medische vakliteratuur zeer wisselend zijn. In sommige wordt gesteld dat langdurig gebruik de hersenstemperatuur een beetje verhoogt, zodat mensen alerter worden en zich beter kunnen concentreren, maar in andere staat dat het heel slecht is. De minister zegde toe dat zij dit punt inbrengt in de Raad. Zo'n wisseling tussen optimisme en onheilsvoorspellingen maakt een onderzoek zinvol, ook al is er weinig geld voor. De aanbeveling kan gezien worden als een verkapte richtlijn. Zij was enigszins dwingend geformuleerd, maar dat is inmiddels aangepast. Het belangrijkste is dat het publiek goed wordt voorgelicht over de eventuele schadelijkheid. Het advies van de Gezondheidsraad dateert van 1997. De minister zegde toe de voorzitter van de Gezondheidsraad te vragen de stand van de wetenschap op dit terrein opnieuw in kaart te brengen, omdat hij ook tot taak heeft om zaken ongevraagd te actualiseren. In de resolutie staat dat de Commissie wordt uitgenodigd om onderzoek te doen naar de korte- en langetermijneffecten. Er zijn wellicht mogelijkheden binnen het vijfde kaderprogramma onderzoek, waarvoor veel geld beschikbaar is. Bovendien is er in WHO-verband een onderzoek gaande, waarmee het wellicht gecombineerd kan worden.
9. Raadsconclusies inzake de integratie van de eisen voor de bescherming van de gezondheid in de communautaire beleidsmaatregelen
De minister merkte op dat het belang van de integratie van gezondheidseisen in EU-beleid elk jaar wordt benadrukt, maar dat er weinig voortgang is op dit terrein. De minister zegde toe te bepleiten dat de Commissie het verslag op korte termijn indient.
10. Overdraagbare Spongiforme Encephalophatieën (TSE's)
De heer Passtoors (VVD) vroeg de minister of de strenge maatregelen van het Verenigd Koninkrijk ter bescherming van bloed tegen spongiforme encephalophatieën in Europees verband worden overgenomen.
De minister zegde toe hierover een vraag te stellen. Omdat deze ziekte in Engeland meer voorkomt, is de kans groot dat er onder de bloeddonors mensen zijn die in de incubatietijd zijn van die ziekte en die deze via hun bloed kunnen overdragen. Omdat deze ziekte in Nederland niet zoveel voorkomt, is het niet zinvol om die maatregel hier te nemen.
De minister onderstreepte het belang van samenwerking met de WHO. Op verzoek van Nederland is het «WHO framework convention on Tobacco Control» geagendeerd. In Washington is op initiatief van drie senatoren en de minister van volksgezondheid een internationale bespreking gehouden, waarbij ook ministers van volksgezondheid uit ontwikkelingslanden aanwezig waren. Zij drongen erop aan maatregelen tegen reclame en tot terugdringing van het aantal verkooppunten gelijktijdig over de hele wereld te nemen. Deze landen vrezen dat de tabaksindustrie een afzetmarkt zoekt in de ontwikkelingslanden, als zij niet meer terecht kan in Amerika en Europa, maar daar heeft men al proble- men genoeg zonder een mogelijke epidemie van longkanker en hart- en vaatziekten. Het is dus van groot belang om tot samenwerking te komen.
De minister had in De Volkskrant gelezen dat de Britse minister van volksgezondheid, Tessa Jowell, een nieuwe waarschuwing op de sigarettenpakjes wil zetten, misschien ook in Europees verband: «dit brengt de potentie ernstige schade toe», omdat ernstig en langdurig nicotinegebruik kan leiden tot vaatvernauwing. Dit is wellicht te ongenuanceerd gesteld, maar de slogan dat roken de gezondheid schaadt, dreigt versleten te raken, en deze boodschap heeft misschien meer invloed op jongeren. De Commissie komt nog met voorstellen voor nieuwe richtlijnen voor etiketten.
Mevrouw Van Vliet (D66) merkte op dat men in bepaalde landen wat verder is met het uitvoeren van diverse adviezen van de Unie over niet-conventionele geneeswijzen, die op verzoek van België zijn geagendeerd.
De minister zegde toe dat zij dit punt zou meenemen. Over de punten die bij «diversen» ter sprake komen, vindt geen besluitvorming plaats.
De heer Buijs (CDA) signaleerde dat de kwestie-Decker/Kohll niet op de agenda was gezet, terwijl deze van groot belang is voor het Nederlands volksgezondheidsbeleid in de volgend jaren. Verder vroeg hij of er sprake kan zijn van vergelijking en onderlinge afstemming van de openbare gezondheidszorg («public health») binnen Europa.
De minister deelde mee dat er een voorstel voor een verordening sociale zekerheid komt in de Sociale Raad, waarbij ook de ziektekostenverzekering aan de orde komt. Er was voorts toegezegd dat de kwestie-Decker/Kohll onder het Duitse voorzitterschap aan de orde zou komen, maar dat is niet gelukt. De minister zegde toe hierover tijdens de lunch vragen te stellen. Door het vrije verkeer van goederen en diensten kan men over de grens aan gezondheidszorg komen. Dat is een onontkoombaar proces, waarover een fundamentele discussie gevoerd moet worden. De minister zegde toe dat zij de vraag over «public health» zou voorleggen aan de nieuwe Finse voorzitter van de Raad.
Samenstelling: Leden: Weisglas (VVD), Scheltema-de Nie (D66), Van Middelkoop (GPV), Voorhoeve (VVD), Voûte-Droste (VVD), Hessing (VVD), Hoekema (D66), Marijnissen (SP), Verhagen (CDA), Rouvoet (RPF), Van Oven (PvdA), ondervoorzitter, De Haan (CDA), Koenders (PvdA), Patijn (VVD), voorzitter, Van den Akker (CDA), Ross-van Dorp (CDA), Karimi (GroenLinks), Bussemaker (PvdA), Timmermans (PvdA), Vendrik (GroenLinks), Bos (PvdA), Weekers (VVD), Albayrak (PvdA) en Eurlings (CDA).
Plv. leden: Blaauw (VVD), Dittrich (D66), Van den Berg (SGP), Örgü (VVD), Klein Molekamp (VVD), Remak (VVD), Ter Veer (D66), Van Bommel (SP), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), De Graaf (D66), Valk (PvdA), Van der Knaap (CDA), Waalkens (PvdA), Verbugt (VVD), Balkenende (CDA), Mosterd (CDA), M. B. Vos (GroenLinks), Feenstra (PvdA), Zijlstra (PvdA), Harrewijn (GroenLinks), Crone (PvdA), Geluk (VVD) en Visser-van Doorn (CDA).
Samenstelling: Leden: Van der Vlies (SGP), Swildens-Rozendaal (PvdA), ondervoorzitter, Bijleveld-Schouten (CDA), Middel (PvdA), Essers (VVD), voorzitter, Dankers (CDA), Oudkerk (PvdA), Lambrechts (D66), Rijpstra (VVD), Rouvoet (RPF), De Vries (VVD), Van Vliet (D66), Van Blerck-Woerdman (VVD), Passtoors (VVD), Eisses-Timmerman (CDA), Gortzak (PvdA), Hermann (GroenLinks), Buijs (CDA), Atsma (CDA), Van Gent (GroenLinks), Arib (PvdA), Spoelman (PvdA), Kant (SP), E. Meijer (VVD) en Van der Hoek (PvdA).
Plv. leden: Van 't Riet (D66), Rehwinkel (PvdA), Eurlings (CDA), Apostolou (PvdA), Örgü (VVD), Van de Camp (CDA), Noorman-den Uyl (PvdA), Ravestein (D66), Weekers (VVD), Schutte (GPV), Cherribi (VVD), Schimmel (D66), Terpstra (VVD), Udo (VVD), Visser-van Doorn (CDA), Belinfante (PvdA), Harrewijn (GroenLinks), Ross-van Dorp (CDA), Th. A. M. Meijer (CDA), Rosenmöller (GroenLinks), Duijkers (PvdA), Smits (PvdA), Marijnissen (SP), O. P. G. Vos (VVD) en Hamer (PvdA).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-21501-19-37.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.