21 501-19
Gezondheidsraad

nr. 35
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 mei 1999

Hierbij bied ik u de voorlopige agenda van de zitting van de EU Volksgezondheidsraad van 8 juni 1999 te Luxemburg aan, zoals deze op 12 mei jl. werd vastgesteld in het Comité van Permanente Vertegenwoordigers te Brussel.

De geannoteerde agenda zal ik u zo spoedig mogelijk doen toekomen.

Tevens is het verslag van de EU Volksgezondheidsraad van 12 november 1998, dat ik u op 25 november 1998 heb toegezonden, bijgevoegd (zie bijlage).

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. Borst-Eilers

Voorlopige agenda van de EU Volksgezondheidsraad d.d. 8 juni 1999 te Luxemburg

1. Goedkeuring van de voorlopige agenda

2. Goedkeuring van de lijst van A-punten

3. Raadsresolutie inzake toekomstige actie van de Gemeenschap op het gebied van de volksgezondheid

4. Overdraagbare ziekten

– Verslag van de Commissie over de vierde bijeenkomst van de EU-VS Task Force

– Informatie over Europese ontwikkelingen

5. Gezondheidstoestand in de Gemeenschap (migranten)

– Informatie van de Commissie

6. Raadsresolutie inzake antibiotica-resistentie (Een strategie tegen de microbiële bedreiging)

7. Gezondheidsvraagstukken in verband met de toekomstige EU-uitbreiding

– Werkdocument van de Commissie

– Voorbereiding van informele bijeenkomst met ministers van de kandidaat-lidstaten

8. Voorstel voor een aanbeveling van de Raad betreffende de beperking van blootstelling van de bevolking aan elektromagnetische velden 0 Hz–300 Ghz1

9. Raadsconclusies inzake de integratie van de eisen voor de bescherming van de gezondheid in de communautaire beleidsmaatregelen

10. Overdraagbare Spongiforme Encephalopathieën (TSEs)

– Gedachtenwisseling

11. Diversen:

– «WHO Framework Convention on tobacco control» (verzoek van Nederland)

– Niet-conventionele geneeswijzen (verzoek van België)

Tevens vindt er op 8 juni a.s. te Luxemburg een informele bijeenkomst plaats van de Raad van de Europese Unie (Volksgezondheid) met de Ministers van Volksgezondheid van de EU kandidaat-lidstaten.

BIJLAGE

Aan de Voorzitter van de Vaste Commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport in de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 november 1999

Hierbij bied ik u het verslag aan van de Raad van Ministers van Volksgezondheid van de Europese Unie d.d. 12 november 1998.

Voor een toelichting op de inhoud van de in de Raad besproken agendapunten verwijs ik u naar mijn brief van 28 oktober 1998 met de geannoteerde agenda van de Raad (kenmerk: DBO/I/982149).

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. Borst-Eilers

Verslag van de Raad van Ministers van Volksgezondheid van de Europese Unie d.d. 12 november 1998.

Voorzitter: Mw. E. Hostasch, Federale Minister van Arbeid, Gezondheid en Sociale Zaken, Oostenrijk.

1. Goedkeuring van de voorlopige agenda

De Raad keurde de agenda goed.

2. Goedkeuring van de lijst van A-punten

De Raad keurde de lijst van A-punten goed.

3. Toekomstig kader van de communautaire actie op het gebied van de volksgezondheid

De Raad keurde, na een uitgebreid debat en een toelichting van de Commissie, de ontwerp-conclusies over het toekomstige actiekader op het gebied van de volksgezondheid goed. De conclusies zijn een follow up van de Mededeling van de Commissie d.d. 15 april 1998. Hierin worden drie hoofdgebieden onderscheiden, namelijk:

– het verbeteren van de informatievoorziening op het gebied van de volksgezondheid;

– het snel reageren op bedreigingen voor de gezondheid;

– het aanpakken van gezondheidsdeterminanten door middel van gezondheidsbevordering en preventie van ziekten;

In de conclusies is onder meer bepaald dat er een geïntegreerd kaderprogramma ontwikkeld zal worden.

Verschillende delegaties benadrukten het belang van een intersectoriële aanpak d.w.z. de integratie van de eisen voor gezondheidsbescherming in andere beleidsterreinen van de EU. Nederland sloot zich hierbij aan en verzocht de Commissie tevens haast te maken met de concrete invulling van het kaderprogramma en het bijbehorende budget. De Commissie vroeg zich af in hoeverre de beschikbare financiële middelen voldoende zouden zijn voor de implementatie van het actiekader. De Commissie streeft hierbij naar een nieuwe strategie waarbij de beschikbare financiële middelen zo efficiënt mogelijk worden ingezet via concentratie van diezelfde middelen. Dit zal leiden tot minder versnippering van de beperkte financiële middelen.

Tijdens de interventies van de verschillende delegaties trok Denemarken het parlementaire voorbehoud in. De Commissie stond positief tegenover de strekking en de inhoud van de conclusies, maar maakte een voorbehoud om institutionele redenen ten aanzien van het verzoek aan de Commissie.

4. Gewijzigd voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad houdende vaststelling van een programma voor optreden van de Gemeenschap van 1999 tot 2003 inzake de voorkoming van letsel binnen het actiekader op het gebied van de volksgezondheid

De Raad, met uitzondering van Nederland, keurde het letselpreventieprogramma en het budget van 14,5 MECU goed. In haar toelichting gaf de Commissie aan dat alle onderdelen van het oude EHLASS-systeem in het nieuwe programma opgenomen worden naast een aantal nieuwe elementen. De Commissie stelde ook dat de financiële steun aan lidstaten nooit minder dan 65% zal zijn.

Denemarken en het Verenigde Koninkrijk trokken hun parlementaire voorbehouden in. Duitsland trok het algemene voorbehoud in. België, Griekenland, Luxemburg, Spanje en Zweden uitten zich tevreden over de Commissieverklaring met betrekking tot het steunpercentage en lieten hun bezwaren ter zake vallen. Duitsland en het Verenigde Koninkrijk trokken de studievoorbehouden wat betreft de financiering van het programma in.

De Nederlandse delegatie stelde dat Nederland alleen kon instemmen met een overheveling van 7,5 MECU uit het consumentenbudget naar het volksgezondheidsbudget, maar dat Nederland niet akkoord kon gaan met een budget van 14 MECU. De Nederlandse delegatie maakte duidelijk dat Nederland slechts akkoord kon gaan met een reële nulgroei in dit verband (dat wil dus zeggen 7,5 MECU). De Commissie vroeg nadrukkelijk wat dit betekende voor het algemene standpunt, waarop de Nederlandse delegatie antwoordde dat Nederland tegen stemde.

Ondanks verschillende bezwaren van de Commissie (o.m. comitologieprocedure in art. 5) zag de Commissie zich toch genoodzaakt om in te stemmen met het gemeenschappelijk standpunt. De Commissie zou een verklaring ter zake in de notulen laten opnemen.

De voorzitter concludeerde dat er een gemeenschappelijk standpunt met gekwalificeerde meerderheid was bereikt.

5. Task Force EU – Verenigde Staten voor overdraagbare ziekten

De Raad aanvaardde de conclusies. In een korte toelichting merkte de Commissie op dat de werkzaamheden van de Task Force goed verlopen en dat zij de Raad over de activiteiten op de hoogte zou houden.

Op verzoek van Griekenland werd Cyprus toegevoegd aan de passage over samenwerking met kandidaat-lidstaten van Centraal- en Midden-Europa.

6. Overdraagbare spongiforme encefalopathieën (TSE)

De Commissie bracht mondeling verslag uit van de stand van zaken en van nieuwe acties. Zo meldde de Commissie dat de Commissie een verbod op risicomateriaal zal uitvaardigen en bezig is met het opstellen van een aantal nieuwe documenten waarin maatregelen tegen TSE worden voorgesteld.

Italië en Spanje verzochten de Commissie om de (werk)documenten inzake TSE in alle officiële talen van de EU op te stellen. België, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Nederland en Zweden verzochten om meer diepgaande analyses van de Commissie ter zake van de TSE-problematiek. Het Verenigde Koninkrijk vond dat het altijd mogelijk moest zijn dat de TSE-problematiek aangekaart kan worden in geval er zich nieuwe ontwikkelingen voordoen.

De Raad nam nota van het mondeling verslag.

7. Voorstel voor een aanbeveling van de Raad betreffende de beperking van blootstelling van de bevolking aan elektromagnetische velden 0 Hz – 300 GHz

De Raad nam, zonder discussie, nota van het voortgangsverslag. De Voorzitter verzocht Coreper om de werkzaamheden ter zake voort te zetten.

8. Verslag van de Commissie over de toepassing van de Richtlijnen 92/73/EEG en 92/74/EEG betreffende homeopathische geneesmiddelen

De Raad nam nota van het schriftelijk voortgangsverslag. De Commissie benadrukte dat alle suggesties serieus overwogen zullen worden en dat zij te zijner tijd met passende voorstellen tot wijziging van de genoemde richtlijnen zal komen.

9. Mondeling verslag van de Commissie inzake de bestrijding van het roken

De Commissie deed verslag over de voorstellen die de Commissiediensten momenteel aan het ontwikkelen zijn om het roken verder tegen te gaan. De Commissie legde daarbij vooral het accent op voorstellen tot aanscherping van de bestaande richtlijnen inzake de etikettering van tabaksproducten en het maximale teergehalte. De Commissie deelde voorts mee, dat er ook een voorstel zal komen voor een maximaal nicotine-gehalte alsmede voorstellen om de koolmonoxide, de additieven in tabaksproducten en de sigaretten-smokkel aan te pakken. De Commissie benadrukte tenslotte het feit dat de Commissie bezig is met een inventarisatie bij alle lidstaten. De informatie die hiermee ingewonnen wordt, zal de basis vormen voor een EU-breed beleid.

De meeste delegaties reageerden positief op dit mondelinge verslag. Duitsland deelde mee, dat – indien deze voorstellen tijdens het Duitse Voorzitterschap op tafel liggen – het Duitse Voorzitterschap zal trachten deze tot een goed einde te brengen. Naar aanleiding van een vraag van België merkte Duitsland op, dat in Bonn momenteel wordt nagedacht over het al dan niet intrekken van de Duitse klacht tegen de EG-tabaksreclame-richtlijn. Nederland verzocht de Commissie om snel met schriftelijke verslagen of andere documenten te komen.

De Raad nam nota van het mondeling verslag.

10. EU-conferentie over de microbiologische dreiging (Kopenhagen, 9/10 september 1998)

De Raad besprak een notitie van de Deense delegatie naar aanleiding van de EU-conferentie inzake «microbiologische dreiging». Vrijwel alle delegaties, waar onder ook Nederland, reageerden zeer positief op het Deense iniatief om het probleem van de toenemende resistentie tegen antibiotica en andere antimicrobiologische agentia aan te pakken. Nederland bepleitte dat in de aanbevelingen ook een verbod op het gebruik van anti-microbiële groeibevorderaars zou worden opgenomen. Duitsland merkte op dat het vraagstuk heel belangrijk is en ook een prioriteit zal zijn tijdens het komende Duitse Voorzitterschap. De Commissie kondigde aan met nieuwe voorstellen te zullen komen en aanvullende maatregelen te treffen.

11. Diversen:

a) «Internationaal fonds voor therapeutische solidariteit bij de strijd tegen Aids».

Frankrijk vroeg steun voor het Fonds voor Internationale Therapeutische Solidariteit. Het fonds is bedoeld om Derde Wereld-landen toegang te verschaffen tot retrovirale geneesmiddelen bij de bestrijding van AIDS.

b) «Conferentie over de kwaliteitsborging op het gebied van de volksgezondheid» (Bad Tatzmannsdorf, 23/24 juli 1998).

Het Voorzitterschap informeerde de Ministers tijdens de lunch over de uitkomst van deze conferentie.

c) Mogelijkheden voor samenwerking tussen de Europese Unie en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).

België beklemtoonde het belang van samenwerking tussen de EU en de WHO. De Raad besloot dat tijdens het Duitse Voorzitterschap een lunchbijeenkomst van de Raad met de nieuwe Directeur-Generaal van de WHO, mw. dr. Brundtland, en de Regionale Directeur van de Europese Regio van de WHO over de versterking van de samenwerking tussen de EU en de WHO zal plaatsvinden. De Commissie merkte op dat begin 1999 een ontmoeting tussen de Commissie en de DG WHO zal plaatsvinden.

d) Gezondheidsproblemen in Midden-Amerika.

Spanje vroeg om aandacht en steun voor de ernstige gezondheidsproblemen die in Midden-Amerika zijn ontstaan ten gevolge van de orkaan «Mitch».


XNoot
1

Agendapunt waarover stemming verlangd zou kunnen worden.

Naar boven