21 501-19
Volksgezondheidsraad

nr. 31
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Rijswijk, 12 mei 1998

Hierbij doe ik u toekomen het verslag van de Raad van Ministers van Volksgezondheid van de Europese Unie welke op 30 april in Luxemburg werd gehouden.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. Borst-Eilers

Voorzitter: Mw. Jowell, Minister van Volksgezondheid van het Verenigd Koninkrijk.

1. Goedkeuring van de voorlopige agenda

De Raad keurde de agenda goed.

2. Goedkeuring van de lijst van A-punten

De Raad keurde de lijst van A-punten goed.

3. Toekomstig actiekader op het gebied van de volksgezondheid

De Raad hield een openbaar debat over dit onderwerp. Commissaris Flynn gaf een mondelinge toelichting op de mededeling van de Commissie. Hij deed daarbij geen toezegging om een daadwerkelijk toekomstig actiekader uiterlijk onder Oostenrijks Voorzitterschap te presenteren. De Commissie heeft te kennen gegeven met een definitief voorstel te willen wachten tot de ratificatie van het Verdrag van Amsterdam.

In een uitvoerig debat voerden alle delegaties het woord. De Raad reageerde in het algemeen positief over de voorstellen in het document. Verschillende delegaties besteedden ook aandacht aan de zeer recente uitspraak van het Hof van Justitie van de EG in de Luxemburgse (prejudiciële) zaken «Decker» en «Kohl» die zij van groot belang achtten.

Nederland bepleitte de spoedige totstandkoming van een geïntegreerd actiekader dat door de Raad moet worden goedgekeurd, waarbij er een beheersmatig comité en diverse sub-comités worden opgericht. Ook noemde Nederland het belang van facetbeleid, van samenwerking met andere internationale organisaties zoals de WHO en de Raad van Europa, en van de uitbreiding van de Unie. Tenslotte merkte Nederland op er een groot voorstander van te zijn dat tijdens de komende Voorzitterschappen het actiekader wordt geagendeerd, omdat tijdige realisering daarvan belangrijk is met het oog op de nieuwe financiële perspectieven en het aflopen van bestaande programma's.

De Voorzitter concludeerde aan het eind van het debat:

– dat de Raad in grote lijnen tevreden was met de Commissie-mededeling wat betreft de aard, omvang en prioriteiten;

– dat een geïntegreerd actiekader beter is dan verschillende kleine programma's;

– dat er een meer horizontale EU-aanpak moet komen, waarbij alle gezondheidsgerelateerde beleidsterreinen bestreken worden;

– dat er een betere samenwerking tussen Lidstaten moet zijn om de gezondheidsdeterminanten aan te pakken;

– dat verbetering van informatie en gegevensuitwisseling wenselijk is;

– dat er ook snel en flexibel op nieuwe ontwikkelingen gereageerd moet worden;

– dat er rekening moet worden gehouden met het subsidiariteitsbeginsel;

– dat de uitbreiding van de Unie en de effectieve samenwerking met de WHO belangrijke aandachtspunten zijn.

4. Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een communautair actieprogramma 1999–2003 inzake zeldzame ziekten

Denemarken trok het parlementaire voorbehoud in.

Commissaris Flynn tekende een voorbehoud aan ten aanzien van de overwogen comitologieprocedure (art. 5) en verklaarde dat deze procedure in het kader van dit programma buiten alle verhouding is, gezien de beperkte beschikbare begroting.

De Raad nam vervolgens unaniem het gemeenschappelijk standpunt aan.

5. Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een communautair actieprogramma 1999–2003 inzake met de milieuverontreiniging samenhangende ziekten

Denemarken trok het parlementaire voorbehoud in.

Gelet op het achterwege blijven van een toezegging van Commissaris Flynn dat er spoedig een daadwerkelijk actiekader zal zijn en voorts gezien het zeer beperkte karakter van het programma deelde Nederland mee het algemeen voorbehoud zoals uiteengezet in het betreffende vergaderdocument te handhaven.

Commissaris Flynn was teleurgesteld over de minimalistische houding van de Raad (beperking van inhoud, looptijd, en budget van het actieprogramma) en merkte verder op, dat de Juridische Dienst van de Commissie van mening was dat de artikelen 1 (lid 2), 6 en 7 niet conform art. 129 EGV waren. Hij wenste desalniettemin het gemeenschappelijk standpunt niet te blokkeren en trok het voorbehoud van de Commissie in.

De Voorzitter concludeerde dat het gemeenschappelijk standpunt met gekwalificeerde meerderheid van stemmen door de Raad was aanvaard.

6. Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een programma voor optreden van de Gemeenschap van 1999 tot 2003 inzake de voorkoming van letsel

De Raad nam nota van de stand van de besprekingen zoals vervat in het betreffende vergaderdocument.

7. Voorstel voor een aanbeveling van de Raad inzake de geschiktheid van bloed- en plasmadonors en de screening van donorbloed in de Europese Gemeenschap

Denemarken en het Verenigd Koninkrijk trokken het parlementaire voorbehoud in.

Denemarken merkte tevens op, dat de vrijwillige en onbetaalde donatie het doorslag gevende element van deze aanbeveling was.

België handhaafde het algemeen voorbehoud in verband met bezwaren ten aanzien van bijlage 3 van de aanbeveling en deelde mee dat ter onderbouwing hiervan een verklaring van de Belgische delegatie in de notulen moet worden opgenomen. Frankrijk ging akkoord met de tekst, maar toonde wel begrip voor het Belgische standpunt.

Zweden dankte het Britse Voorzitterschap voor de verwezenlijking van dit compromis waardoor de publieke opinie meer vertrouwen in gedoneerd bloed zal krijgen.

Italië wilde aan het einde van het tekstdeel betreffende het verzoek van de Raad aan de Commissie de volgende passage toevoegen: «to examine urgently, in close cooperation with the Member States, all the aspects related to the use of GAT, including PCR-screening, in relation to blood transfusion, in order to prevent the transmission of communicable diseases by blood transfusion».

Commissaris Flynn steunde dit Italiaanse verzoek. Overigens beschouwde hij de onderhavige aanbeveling als een eerste stap naar een EU-bloedstrategie.

Nederland merkte op, dat de term «urgently» in het Italiaanse voorstel de suggestie wekt dat dit verzoek belangrijker dan de andere verzoeken van de Raad aan de Commissie zou zijn en stelde daarom voor dit woord te vervangen door «as soon as possible».

De Voorzitter concludeerde dat het voorstel voor een aanbeveling door de Raad was aangenomen, met inbegrip van de Italiaanse tekstsuggestie zoals geamendeerd door Nederland. Zij deelde mee, dat de tekst na beschouwing door de juristen-linguïsten als A-punt op een volgende Raadszitting zal staan.

8. Verslag van de Commissie betreffende de integratie in het communautaire beleid van de eisen op het gebied van de bescherming van de gezondheid

De Raad nam de conclusies aan zoals verwoord in het betreffende vergaderdocument.

9. Overdraagbare Spongiforme Encephalopathieën (TSE)

Commissaris Flynn liet het meest recente werkdocument van de Commissiediensten over TSE aan de leden van de Raad uitdelen en gaf er een korte toelichting op.

De Raad aanvaardde vervolgens de conclusies zoals vervat in het betreffende vergaderdocument.

10. Mededeling van de Commissie van 18 december 1996 betreffende de huidige en voorgestelde rol van de Gemeenschap bij de bestrijding van het tabaksgebruik

Commissaris Flynn bracht een kort mondeling verslag uit over de follow-up van Commissie-mededeling COM(96)609. Hij kondigde aan dat de Commissie elk jaar een verslag uit te brengen over de voortgang met betrekking tot de bescherming van de volksgezondheid tegen de schadelijke effecten van tabaksgebruik.

11. Task Force EU-Verenigde Staten voor overdraagbare ziekten

Commissaris Flynn bracht een kort mondeling verslag uit over de ontwikkelingen ter voorbereiding van de vierde vergadering van de Task Force in oktober 1998.

12. Diversen

Er waren geen «diversen»-punten.

Naar boven