21 501-19
Gezondheidsraad

nr. 26
MOTIE VAN HET LID M. M. H. KAMP

Voorgesteld 2 december 1997

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat er grote onduidelijkheid bestaat over de inhoud van het compromis inzake een Europese richtlijn betreffende reclame voor tabaksproducten die op 4 december voorligt in de Gezondheidsraad;

dat mede daardoor de positie van een aantal lidstaten onduidelijk is, omdat:

– Groot-Brittannië waarschijnlijk vasthoudt aan een uitzondering voor Formule 1 motorsport;

– de Deense minister op 28 november jl. geen onderhandelingsmandaat heeft gekregen en zich bovendien moet onthouden van stemming;

– de uiteindelijke positie van Zweden onduidelijk is omdat de minister na de stemming nog de parlementaire goedkeuring nodig heeft in verband met grondwettelijke aspecten;

van mening dat, gegeven deze onduidelijkheid, het niet op voorhand is vast te stellen dat de Nederlandse stem doorslaggevend is om een blokkerende minderheid op te heffen;

constaterende, dat de Kamer de minister mandaat heeft verleend tot heroverweging van het Nederlandse standpunt indien de Nederlandse stem in de Raad doorslaggevend is;

verzoekt de regering alvorens in de Raad een standpunt in te nemen, de Kamer te informeren over de positie van Nederland in de Raad op 4 december 1997, alsmede over de concrete inhoud van het dan voorliggende gezamenlijke voorstel,

en gaat over tot de orde van de dag.

M. M. H. Kamp

Naar boven