Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1996-1997 | 21501-19 nr. 22 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1996-1997 | 21501-19 nr. 22 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Rijswijk, 17 juni 1997
Hierbij bied ik u het verslag aan van de Raad van Ministers van Volksgezondheid van de Europese Unie dd. 5 juni 1997 waarvan ik het genoegen had Voorzitter te zijn.
Voor een toelichting op de inhoud van de in de Raad besproken voorstellen verwijs ik u naar mijn brief dd. 21 mei jl. (21 501-19, nr. 21) met de geannoteerde agenda van de Raad.
Tijdens het AO op 29 mei jl. verzocht Mevrouw drs. M. M. H. Kamp mij om het draagmoederschap en marge van de Troika, met het Verenigd Koninkrijk te bespreken. Hierbij deel ik u mee dat dit gesprek op 3 juni jl. heeft plaatsgevonden.
Verslag van de Raad van Ministers van Volksgezondheid van de Europese Unie dd 5 juni 1997
De Raad keurde de agenda goed. De Voorzitter merkte op dat de lunchonderwerpen zouden zijn: klonen, tabaksreclame en de interne reorganisatie van de Commissie naar aanleiding van de BSE-crisis.
2. Goedkeuring van de lijst van A-punten
Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een communautair actieprogramma voor gezondheidsmonitoring in het kader van de actie op het gebied van de volksgezondheid
Bovenstaand actieprogramma maakte onderdeel uit van de lijst van A-punten die in zijn geheel werd aangenomen. Het parlementair voorbehoud van het Verenigd Koninkrijk dat eind mei nog bestond, was inmiddels ingetrokken. Conform de afspraak gemaakt tijdens de bemiddelingsprocedure van 16 april jl., deelde de Commissie een verklaring uit voor de notulen met de volgende inhoud:
1. «Ad art. 3 lid 1: Bij de tenuitvoerlegging van het volgende statistische programma (1998–2002) zal de Commissie erop toezien dat passende aandacht aan de opstelling van statistieken op het gebied van de gezondheidsmonitoring wordt geschonken, zulks met het doel dit programma te versterken;
2. Ad art. 5 lid 4: De Commissie verbindt zich ertoe jaarlijks dezelfde informatie over de genomen besluiten aan het Europees Parlement te verstrekken».
Zodra het Europees Parlement de ontwerp-tekst van het Bemiddelingscomité van 16 april ook bevestigd heeft is het besluit aangenomen.
3.1 Voorstel voor een beschikking van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van een netwerk voor epidemiologische surveillance en beheersing van overdraagbare ziekten in de Europese Gemeenschap
België wees nadrukkelijk op zijn amendement op art. 5 dat gezamenlijke preventie- en beheersmaatregelen mogelijk moet maken in met redenen omklede specifieke gevallen. Het Verenigd Koninkrijk kon zich als enige niet volledig in het amendement vinden en stelde een toevoeging voor om te benadrukken dat slechts de lidstaten die met de gezamenlijke maatregelen zouden instemmen, aan die maatregelen gebonden konden worden. De Voorzitter stelde voor het lidwoord «de» voor «lidstaten» weg te laten zodat duidelijk zou zijn dat alleen lidstaten die met gezamenlijke maatregelen instemmen eraan gebonden zijn. Lid 3 van art. 5 luidt dan als volgt: «In met redenen omklede, specifieke gevallen kunnen preventie- en beschermingsmaatregelen worden genomen door lidstaten die dat wensen in een gemeenschappelijk accoord en in samenspraak met de Commissie». Spanje trok zijn voorbehoud bij de omschrijving van het netwerk voor epidemiologische surveillance (art. 2, punt 3) in, na toezegging van de Commissie genoeg middelen in te zetten om het tweejaarlijks verslag op te stellen. Deze laatste verplichting vloeit voort uit art. 14 en de Commissie had bezwaar gemaakt tegen de eis van een tweejaarlijks verslag maar zegde nu toe zich in te zullen zetten. De Voorzitter concludeerde dat de Raad politieke overeenstemming had bereikt over een gemeenschappelijk standpunt ter zake, hetgeen in een volgende Raadszitting als A-punt zal worden aanvaard. De Commissie toonde zich teleurgesteld en herhaalde haar voorbehouden voor een verklaring voor de notulen.
3.2 Actiegroep EU-Verenigde Staten belast met het ontwikkelen en ten uitvoer leggen van een doeltreffend wereldwijd netwerk voor vroegtijdige waarschuwing met betrekking tot besmettelijke ziekten
In het kader van het voortgangsverslag deelde de Commissie mee dat de uitwisseling van personeel dat werkzaam is in het veld goed verliep en dat er veel onderzoek was gedaan. In oktober 1997 komt de Actiegroep opnieuw bijeen. Deze bijeenkomst zal in 1998 kunnen leiden tot conclusies en aanbevelingen. Luxemburg gaf aan de procedurele kwesties uit de weg te willen ruimen om inhoudelijk met de VS verder te kunnen gaan. In dit verband zegde Luxemburg steun toe aan de Commissie tijdens het Luxemburgse Voorzitterschap.
4. Ontwerp-resolutie van de Raad betreffende de kwaliteit en veiligheid van organen en weefsels van menselijke oorsprong die voor gezondheidsdoeleinden worden gebruikt
Het Nederlandse Voorzitterschap heeft deze ontwerp-resolutie opgesteld omdat de Commissie zich nog niet met het onderwerp heeft beziggehouden, terwijl er in toenemende mate grensoverschrijdende uitwisseling van organen en weefsels plaatsvindt zonder dat er gezamenlijke (kwaliteits)regels zijn. In de resolutie wordt de Commissie daarom o.a. verzocht een mededeling aan de Raad en het EP voor te leggen betreffende de juridische plaatsbepaling in de context van het Verdrag van grensoverschrijdende samenwerking bij organen en weefsels. Er was grote waardering voor het initiatief van de Voorzitter om het onderwerp op de agenda te hebben gezet. Spanje deelde mee niet met de resolutie in te kunnen stemmen en gaf aan de resolutie liever ná de IGC en de eventuele wijziging van art. 129 behandeld te zien. Door het voorbehoud van Spanje haalde de resolutie het niet omdat daar unanimiteit voor nodig is. Italië wees op de mogelijkheid om een verzoek aan de Commissie in te dienen. Door de kern van de resolutie te gieten in de vorm van een verzoek aan de Commissie op basis van art. 152 (waarvoor slechts een eenvoudige meerderheid nodig is) kan de boodschap uit de resolutie toch overeind blijven en bij Commissie terecht komen. Op grond van art. 152 kan de Raad met een eenvoudige meerderheid verzoeken aan de Commissie indienen om studies te verrichten en ter zake dienende voorstellen te doen. Aangezien er geen andere oplossing was stelde de Voorzitter voor de suggestie van Italië over te nemen en art. 152 als rechtsbasis te gebruiken waardoor de preambule van de resolutie kwam te vervallen en het verzoek aan de Commissie gehandhaafd zou blijven. De Juridische Dienst van de Raad ondersteunde de Voorzitter in deze oplossing. Geen der delegaties maakte bezwaar tegen de gehanteerde procedure, alleen Spanje bleef problemen houden en legde een verklaring af met betrekking tot de Spaanse positie.
5. Ontwerp-resolutie van de Raad betreffende migrerende artsen binnen de Europese Unie
De ontwerp-resolutie is opgesteld door het Nederlandse Voorzitterschap omdat migrerende artsen problemen kunnen opleveren als ze terwijl ze hun beroep niet meer (volledig) mogen uitoefenen in de ene lidstaat, zich vestigen of diensten verlenen in een andere lidstaat die niet van deze (volledige) beperking van het medisch handelen op de hoogte is. Het onderwerp was in de vorige Raad door Luxemburg naar voren gebracht. Het Verenigd Koninkrijk kon om formele redenen het parlementair voorbehoud op de resolutie nog niet intrekken, maar steunde de inhoud van de tekst wel. De overige lidstaten verwelkomden eveneens het initiatief. De Voorzitter concludeerde dat de Raad politieke overeenstemming bereikt had over de ontwerp-resolutie en dat deze als A-punt op een volgende Raadszitting kan worden aangenomen. De Commissie legde de gebruikelijke principiële verklaring af, dat resoluties het exclusief initiatiefrecht van de Commissie aantasten.
6. Ontwerp-conclusies van de Raad betreffende de gezondheidsaspecten van de drugsproblematiek
De Voorzitter stelde naar aanleiding van eerdere politieke overeenstemming in de laatste Raadszitting «Justitie en Binnenlandse Zaken» dat de laatste paragraaf door de volgende tekst vervangen kan worden: «de Raad onderstreept, met het oog op de uitvoering van dat Gemeenschappelijk Optreden (van 17 december 1996), het belang van het instellen van een systeem van snelle informatie over nieuwe synthetische drugs ter beoordeling van hun risico's met inbegrip van gezondheids- en sociale risico's en mogelijke neveneffecten van een verbod, om mogelijk te maken dat de nieuwe synthetische drugs onder het controlesysteem van de nationale wetgevingen van de lidstaten vallen». Daar geen der delegaties hiertegen bezwaar aantekende, concludeerde de Voorzitter dat de Raad ad referendum met de conclusies betreffende de gezondheidsaspecten van de drugsproblematiek kon instemmen en dat het als een A-punt voor aanname naar een volgende Raadszitting zou gaan.
7. Besmettelijke spongiforme Encefalopathie (TSE)
Het aangekondigde werkdocument werd ter plekke uitgereikt en toegelicht door de Commissie. Het Verenigd Koninkrijk deelde mee dat het zeventiende geval van de nieuwe Creutzfeldt-Jakob ziekte (CJD) bekend was geworden. Actie op het terrein van TSE had volgens het Verenigd Koninkrijk zowel nationaal als op EG-niveau topprioriteit. Duitsland wees op het belang van de bespreking in Volksgezondheidskader van het Commissie-rapport dat in het najaar naar het EP zal gaan. De Commissie verzocht de Ministers, hun collega's van landbouw te wijzen op het belang van het Commissie-voorstel inzake het weren van risicovolle materialen (specified risk material / SRM) uit de menselijke en dierlijke voedselketen. In de Landbouw Raad was het voorstel namelijk verworpen, maar de Commissie wilde nogmaals proberen dit voorstel aangenomen te krijgen. De Voorzitter wees in haar conclusies op de noodzaak van het in kaart brengen van CJD en van het in de Gezondheidsraad blijven volgen van TSE. De Voorzitter toonde zich tevreden met de scheiding van producenten en consumenten belangen in de Commissie en zij drong aan op verder onderzoek naar de transmissie van het BSE-agens.
8. Bloed, bloedsubstanties en bloedproducten: veiligheid, kwaliteit en zelfvoorziening binnen de Gemeenschap
Het Voorzitterschap had een discussienotitie verspreid over de voortgang en wijze van aanpak om optimale veiligheid en zelfvoorziening van bloed en bloedproducten in de Gemeenschap te kunnen bereiken. Alle lidstaten deelden de zorgen om dit dossier. De Raad heeft in november 1996 de Commissie verzocht met spoed voorstellen in te dienen ter ondersteuning van acties van lidstaten, doch er is nog geen waarneembaar resultaat. De prioriteitsstelling is onduidelijk, er is weinig samenhang tussen activiteiten van de Commissie, geen concreet tijdpad en geen duidelijkheid omtrent wie welke actie voorbereidt. Ook de Richtlijn 89/381 leidt tot onduidelijkheden bij de toepassing en naleving daarvan, met name wat betreft art. 3, dat het aan de lidstaten overlaat passende maatregelen te nemen voor het voorkomen van overdracht van ziekten, voor het stimuleren van zelfvoorziening en het principe van vrijwillige donatie «om niet». Dit laatste mede in relatie tot de autonomie ten aanzien van het verstrekken van handelsvergunningen voor bloedproducten door het EMEA uit hoofde van Verordening (EEG) nr. 2309/93. Ook zijn er twijfels over de wijze van aanpak, te weten het steeds weer verzamelen van gegevens bij de lidstaten over diverse onderwerpen. In de notitie worden de lidstaten aangemoedigd mee te werken aan monitoring van het programma conform art. 129, lid 2 Verdrag, en voorstellen te doen voor activiteiten die zij voornemens zijn aan te vatten.
De in de Voorzitterschapsnotitie genoemde «stap-voor-stap benadering» en prioriteitsstelling heeft volle steun van de lidstaten gekregen. Verschillende lidstaten waren bereid bepaalde onderwerpen op te pakken, die voorrang moeten krijgen met oog op veiligheid en zelfvoorziening. Zweden legde de nadruk op de toekomstige behoefte aan plasma en had hierover een notitie voorbereid: «European self-sufficiency in blood and bloodproducts, balancing supply and demand». Denemarken wilde meehelpen aan zelfvoorziening in alle lidstaten met instandhouding van de Deense methodiek. Oostenrijk gaf aan voornemens te zijn de opleiding van bloedinspecteurs als activiteit te ondernemen. Ook drong Oostenrijk aan op een voortgangsrapportage uiterlijk eind eerste helft 1998. Griekenland gaf aan druk bezig te zijn met zelfvoorziening. Finland wees op de studies die door de Raad van Europa zijn verricht. Italië had vooral aandacht voor de kwaliteit van transfusiediensten en voor haemovigilantie en zag ook de noodzaak in van etikettering met het oog op transparantie inzake veiligheid en herkomst (betaald of «om niet») van basismateriaal. Frankrijk stelde voor het onderwerp haemovigilantie bij de ontvangers te zullen behartigen. Nederland gaf aan op zich te zullen nemen een bijeenkomst te organiseren over een uitwisselingssysteem van bloed, bloedsubstanties en bloedproducten binnen de EG. De Commissie wees op het belang van het creëren van draagvlak in de lidstaten. De Voorzitter concludeerde dat de notitie een goede basis vormt waarop zowel de Commissie als de lidstaten verder kunnen werken teneinde de veiligheid, kwaliteit en zelfvoorziening van bloed, bloedsubstanties en bloedproducten binnen de EG te bevorderen. De Voorzitter stelde vast dat de concrete uitwerking door de lidstaten via de informele weg zal plaatsvinden met het oog op een gecoördineerde, coherente en slagvaardige aanpak.
9. Mededeling van de Commissie betreffende de huidige en voorgestelde rol van de Gemeenschap bij de bestrijding van het tabaksgebruik
De lidstaten gaven hun mening over de in de Mededeling genoemde opties. Italië wees op het belang van het op communautair niveau regelen van de inhoud van sigaretten. Portugal vroeg zich af of een verbod op verkoop aan jongeren niet contraproductief zou werken. Griekenland gaf aan het voorkomen dat jongeren gaan roken belangrijk te vinden. Zweden wees in dit verband op het toepassen van positieve methoden. Het Verenigd Koninkrijk gaf aan de oorzaken van slechte volksgezondheid aan te willen pakken en roken is in dat kader een van de prioriteiten. Het Verenigd Koninkrijk kondigde een top aan in juli van nationale en internationale deskundigen om de opties te onderzoeken die er zijn om het tabaksgebruik terug te dringing. Deze top moet leiden tot een «white paper» voor het Britse Parlement, dat mede gericht zal zijn op het tegengaan van tabaksreclame. De Voorzitter concludeerde dat met name aandacht bestond voor het voorkomen van roken door jongeren en voor rookvrije werkplekken en dat de Commissie op basis van de discussie voorstellen bij de Raad kon indienen. Luxemburg deelde mee het terugdringen van het tabaksgebruik als een van de prioriteiten onder het Luxemburgse Voorzitterschap te zien.
10. Voorstellen van de Commissie aan het Europese Parlement en de Raad tot vaststelling van communautaire actieprogramma's inzake:
10.1 zeldzame ziekten
10.2 preventie van ongevallen
10.3 aan vervuiling gerelateerde ziekten
De Commissie gaf een korte introductie op de actieprogramma's. Onder het Luxemburgse Voorzitterschap zullen de actieprogramma's verder besproken worden.
11. Toekomstig kader voor actie op het gebied van de volksgezondheid
Dit agendapunt is wegens tijdgebrek tijdens de lunch behandeld. De Voorzitter concludeerde dat de notitie van het Voorzitterschap een goede aanzet tot verdere discussie in Raadskader was.
12.1 Bevordering van de geestelijke gezondheid (verzoek van de Finse delegatie)
Finland gaf een korte toelichting op de notitie die bedoeld is als eerste introductie van dit onderwerp dat onder het Finse Voorzitterschap verder uitgewerkt zal gaan worden.
12.2 Veiligheid van medische hulpmiddelen in het kader van de richtlijnen «nieuwe aanpak» (verzoek van de Franse delegatie)
Frankrijk gaf een korte toelichting op de notitie en plaatste kritische kanttekeningen bij de (ontwerp) EG-regelgeving op het terrein van medische hulpmiddelen met het oog op de bescherming van de gezondheid.
12.3 Het verslag inzake vrouwen en gezondheid (op verzoek van de Commissie)
De Commissie gaf een korte toelichting op het verslag dat op 29 mei jl. werd gepubliceerd. De Voorzitter onderstreepte het belang over dit onderwerp een discussie te voeren.
12.4 Alcopops (verzoek van de Zweedse delegatie)
Zweden gaf een korte toelichting op de notitie en uitte zorgen over limonades met alcohol die bestemd zijn voor kinderen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-21501-19-22.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.